Nathan Daems blaast het Brussels Jazz Festival op gang

© Heleen Rodiers

Met drie plekken op de affiche is Nathan Daems gekroond tot artist in residence van het Brussels Jazz Festival. Zijn Black Flower groovet dieper de Ethio-jazz in, samen met Dijf Sanders verkent hij Java, en met Echoes of Zoo heeft de Brusselse jazzblazer er een kersverse boreling bij.

Wat voor een plant is dat?” “Dat weet ik niet. Ik heb hem overgeërfd van een vriend wiens appartement ik als tijdelijk verblijf had gebruikt, tussen twee andere woonsten door. Hij is gestorven aan kanker.” “Sorry. Mooie plant, wel.” “Ja, sinds deze zomer is hij enorm gegroeid. Mijn vriendin en ik hebben er goed voor gezorgd.” Nee, de nieuwe plaat van Black Flower heet niet zomaar Future flora, flitst ons door het hoofd in het Brusselse appartement van Nathan Daems.

Het vijfde album van de Brusselse jazzmuzikant en zijn gelijkgezinde global jazzers zal pas in april helemaal openbloeien, maar op het Brussels Jazz Festival krijgen we wel al een voorsmaakje. “Of we een nieuwe richting inslaan? Niet echt, denk ik, onze muzikale identiteit is juist nog duidelijker geworden.”
Die identiteit bestaat dan wel uit ontzettend veel deelentiteiten, zoals dub, afrobeat, oriental jazz, funk en wat nog. Maar de draad die het allemaal bij elkaar naait, is Ethio-jazz.

Het is geen toeval dat Black Flower op het Brussels Jazz Festival de openingsavond mag uitwuiven, na het concert van Mulatu Astatke, de peetvader van het genre. “Het is ontzettend fijn om na hem te mogen spelen,” knikt Daems. “En dan kan ik hem eindelijk eens vragen wat hij van de Black Flower-plaat vindt die ik hem een paar jaar geleden heb toegestopt. (Lacht)

Het is dankzij hem dat ik verliefd ben geworden op muziek uit Ethiopië. Dat was in de periode dat ik speelde met mijn kwintet. Ik wilde weg van de traditionele jazz en er meer groove aan toevoegen, iets dansbaars maken. Maar dan liefst ook met die melancholische toets die zo typisch is voor oosterse muziek. Dingen die je allemaal terugvindt in Ethio-jazz. Dat heeft met de geografische ligging van Ethiopië te maken, helemaal in de oostelijke punt van Afrika. Ruwweg gesteld komen het Afrikaanse gevoel voor groove en de melancholie van muziek uit het Midden-Oosten en Azië daar samen.”

Daems legt uit hoe artiesten als Astatke in de jaren 1960 naar James Brown zijn beginnen te luisteren, en dat dan weer hebben meegenomen in hun muziek. “Wij horen dat niet, want voor ons is soul doodgewoon. Terwijl iemand die alleen maar naar traditionele Ethiopische muziek luistert en dan Mulatu Astatke hoort, zou zeggen: wow, véél westerse invloeden. (Lacht) En nu zie je in het Westen weer veel artiesten die die muziek overnemen en er iets nieuws mee doen. Dat gepingpong tussen generaties en culturen intrigeert me. Cultuur is nooit iets afgelijnds.”

Ik heb Mulatu Astatke ontdekt via de soundtrack van de film Broken flowers van Jim Jarmusch. Hoe is hij bij jou op de radar verschenen?
Nathan Daems: Ik kende hem van de Éthiopiques-compilaties. Een vriend van me had redelijk wat Ethio-jazzalbums verzameld, en daar heb ik me ook op gestort. Een beetje zoals Django Reinhardt Amerikaanse jazz heeft ontdekt. Ken je dat verhaal? Émile Savitry, een Franse fotograaf en schilder, vroeg Django of hij jazz kende. “Natuurlijk,” antwoordde die wat stoeferig en Savitry nam hem mee naar zijn appartement om naar zijn collectie Amerikaanse jazz te luisteren. Django werd volledig van zijn sokken geblazen door die muziek. Savitry ging er een week tussenuit, en toen hij thuiskwam, zat Django daar nog altíjd te luisteren. Mét zijn hele familie. Ze zijn er maanden gebleven. (Lacht)

1644 Nathan Daems5
© Heleen Rodiers

Astatke heeft Ethio-jazz naar het Westen gebracht, maar ik heb ook veel naar iemand als Gétatchèw Mèkurya geluisterd, omdat hij sax speelde. Mèkurya deed iets heel speciaals, hij vertaalde de Ethiopische zangtechniek naar zijn instrument. Tot dan probeerde ik saxsolo’s na te bootsen, maar door hem te bestuderen heb ik de essentie van Ethiopische muziek ontdekt. Die zit niet in die vijf noten van hun pentatonische toonladder, maar in de versieringen rond die paar noten die ze echt articuleren.

Even over dat dansbare van Black Flower. Er is een geweldig filmpje van The Gaslamp Killer die jullie op de draaitafel gooit in de Boiler Room op Berlin Open Air. En LeFtO legt jullie ook geregeld op.
Daems: Haha, ja. Dat merken we ook als we live spelen, mensen beginnen te bewegen. Nu, onze muziek werkt zowel bij een ouder, zittend jazzpubliek als in een zweterige club in Boedapest.

Slaat Black Flower zijn vleugels internationaal eigenlijk ver uit?
Daems: Goh. In Griekenland zijn er radio’s die ons draaien. En FIP, France Inter Paris, een radiozender die in alle Franstalige landen in de ether zit, zet onze nieuwe albums altijd in high rotation. De Britse radiomaker Gilles Peterson is fan, met dank aan LeFtO. Die laatste heeft ons dan weer op zijn Jazz cats-compilatie gezet. Ik heb Gilles Peterson een tijd terug ontmoet in de AB. “Ah, jij bent van Black Flower? (Met dikke Britse tongval) That’s a winner!” (Lacht)

Hoe komt het eigenlijk dat wij andermans traditie, zoals de Ethiopische, sexyer vinden dan de onze?
Daems: Ik heb me al vaak afgevraagd waarom we onze eigen muziek niet meer kennen. Wellicht heeft het te maken met Wereldoorlogen en met nationalisme, dat gericht is op een natie en niet op haar culturen. En met industriële revoluties. Dorpen liepen leeg, mensen trokken naar fabrieken in de stad en hadden geen tijd meer voor muziek.

In het Westen zijn onze eigen traditie en cultuur vervangen door een pseudocultuur die focust op consumeren. De industrie heeft er ook nog eens voor gezorgd dat alles overal hetzelfde is geworden. Vroeger kon zelfs het ene dorp heel hard verschillen van het andere. Ik zag onlangs een hele coole documentaire over Albert Kahn. Dat is een Franse filantroop die vlak voor de Eerste Wereldoorlog een ‘archief van de wereld’ begon aan te leggen. Hij stuurde fotografen naar alle uithoeken op deze aardbol, om beelden te maken. In kleur! Het is zot hoe verschillend toen alles was.

Nu, bij gebrek aan iets van onszelf keren we het nu om: het is onze traditie aan het worden om van alles te ontdekken, en niet alleen van Amerika of Engeland. Wat wij zien als ‘traditionele muziek’, evolueert eigenlijk voortdurend. Als je binnen honderd jaar naar Belgische muziek terugkijkt, dan zal je een explosie zien van jazzclubmuziek met elektronische en uitheemse invloeden. En niemand zal dat raar vinden. In die zin leven we in een interessante tijd, vind ik, ook al zijn we onze Vlaamse muzikale cultuur totaal verloren. (Wijst door het raam naar de Vismet) Die kerstmarkt is ook maar geïmporteerde cultuur.

Krekelsabotage

We kennen Nathan Daems in de eerste plaats van Black Flower, maar ook van elfendertig andere projecten, van Myrddin over Soolmaan Quintet tot Ragini Trio. En op het Brussels Jazz Festival komt hij wéér met iets nieuws aandraven: Echoes of Zoo. “Heb je telkens een andere groep nodig voor nieuwe inspiratie?” “Tja, er lopen zoveel goeie muzikanten rond in België. En ik kan niet nee zeggen. (Lacht)

Ik heb niets tegen popmuziek, maar ik zou mij niet amuseren als ik altijd maar dezelfde dingen zou doen. Ik vind het leuk om in verschillende groepen te zitten. En om risico’s te kunnen nemen op het podium. Misschien sluipen er dan wat makkelijker schoonheidsfoutjes in, maar je krijgt wel een soort magische energie als de puzzelstukjes wel goed in elkaar vallen. Mensen voelen dat. Het is cool dat het grote publiek dat ook begint op te pikken. Kijk naar iemand als Shabaka Hutchings, die met verschillende bands heel wat losmaakt. En net ook door heel oldskool samen te musiceren.”

Wat is het idee achter Echoes of Zoo?
Daems: Ik was als jonge gast superhard fan van Rage Against the Machine. Die explosieve energie wilde ik bundelen met al de invloeden die ik de voorbije jaren heb opgezogen. Ik hoorde die combinatie van stevige, rockachtige klanken en oosterse ritmes al een tijdje in mijn hoofd. Dat, en het thema van revolte.

Jullie verkondigen die revolutie dan wel zonder iemand als Zack de la Rocha.
Daems: Klopt, ja. Het zijn natuurlijk ook instrumentale liedjes. Bij ons moet die spirit blijken uit het artwork, en uit songtitels als ‘Gorilla guerilla’ en ‘Cricket sabotage’. (Lacht)

Vertel.
Daems: Zack de la Rocha vocht altijd tegen onderdrukking en ongelijkheid. Ik denk dat dieren ook een van de slechtst vertegenwoordigde wezens zijn in de wereld. Ik vond het tof om mij in te beelden wat het zou geven als een dier een revolutie zou doen uitbreken. ‘Cricket sabotage’ heb ik bijvoorbeeld bedacht nadat ik had gelezen hoe een zwerm krekels een cricketmatch in Pakistan ontregelde door in een paar minuten tijd het grasveld kaal te vreten. (Lacht)

1644 Nathan Daems6
© Heleen Rodiers

Ik geloof dat we al 65 procent van alle dieren hebben uitgeroeid. Dan is het relevant om een groep te beginnen die daar iets over zegt, toch? Onze band met dieren is ook zo gek. Als ik in een dierentuin oog in oog ga staan met een leeuw, doet mij dat weinig. Maar als hier een vogeltje binnen zou vliegen, zou mij dat meteen een adrenalineshot geven. Met dat beest uit de savanne dat in die kooi zit, heb je geen band, er is geen ontmoeting.

Dieren zijn ook wilder dan in de zoo wordt voorgehouden. Disney is een van de flagrantste voorbeelden van hoe mensen naar dieren kijken, alsof het mensen zijn. Terwijl, een sprekend konijn heeft niets met dieren te maken. Ik vind een dier dat terugklauwt veel interessanter. Dat doet je als mens even schrikken. Ken je dat filmpje van dat hert dat die jager een pak rammel geeft? Die beelden vond ik veelbetekenend.

Ik hoor op First provocations, de debuut-ep van Echoes of Zoo, felle gitaren. Speel jij die?
Daems: Nee. Ik heb vroeger wel gitaar gespeeld, en doe dat nog steeds, maar deze licks zijn van Bart Vervaeck. Ik hou het bij tenorsax.

Je speelt bij je andere groepen ook exotische blaasinstrumenten als ney en kaval. Verkies je het ene boven het andere?
Daems: Nee. En dat is een probleem. Er zijn maar 24 uren in een dag. Er zijn mensen die heel hun leven kunnen vullen met op één instrument één stijl te oefenen. Ik heb soms het gevoel dat ik drie levens nodig heb. (Lacht)

Je bent artist in residence op een jazzfestival. Betekent dat dat jij jazz speelt?
Daems: Ik maak muziek met een jazzspirit. Veel draait rond improvisatie en elementen van bepaalde stijlen nemen, of van een repertoire, en daar dan rond improviseren met een eigen kleur. In de jaren 1930 hing jazz samen met een zeker ritme, vandaag, en zeker op het Brussels Jazz Festival, is jazz meer een manier van muziekmaken dan een genre. Ik heb wel jazz gestudeerd, maar daarna heb ik invloeden vanuit de hele wereld toegevoegd aan mijn vocabulaire. Dat is jazz voor mij.

Geen vogeltje, maar de jingle bells van de commerciële wereld daarbuiten waaien binnen. “Ik denk dat ik die plant maar eens ga water geven.” “Goed idee. Je wilt niet dat ze eindigt als die kerstbomen daar beneden.”

BRUSSEL JAZZ FESTIVAL 10 > 19/1, Flagey

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?