interview

Alex Koo: ver weg van de Elisabethwedstrijd

© Saskia Vanderstichele

Als jongste zoon van een uitgetreden katholieke missionaris heeft pianist Alex Koo Derudder vrijheidsdrang hoog in het vaandel. De muzikale genen kwamen dan weer van de Japanse kant van de familie. Derudder, de nieuwe jeune premier van de Belgische jazz, verzoent een intrigerende familiegeschiedenis met een zeldzaam muzikaal talent. Vanuit een zelf in elkaar getimmerde houten constructie in een rijhuis in de Europese wijk in Brussel bouwt hij instinctief maar volhardend aan een grote toekomst.

Alex Koo Derudder (29) werd klaargestoomd om concertpianist te worden, won als virtuoos jong talent ook verschillende prijzen, maar veranderde in zijn pubertijd van koers en vond alsnog zijn roeping in de jazz. Omdat hij na de academies van Waregem en Kortrijk via de conservatoria van Den Haag, Amsterdam en Kopenhagen en de NYU Steinhardt School een veeleer atypisch traject aflegde, heeft het even geduurd voor zijn naam ook een belletje deed rinkelen in eigen land.

Maar Appleblueseagreen, het dit voorjaar verschenen album dat hij in New York opnam met zijn leraars Marc Turner en Ralph Alessi, ontving intussen wel een viersterrenrecensie in het gerenommeerde jazzblad DownBeat, en aan de vooravond van een tournee met zijn Belgisch trio lijkt ook hier de definitieve doorbraak niet veraf meer.

De première vindt vrijdagavond plaats in Flagey, waar naast zijn vaste ritmesectie met drummer Dré Pallemaerts en bassist Lennart Heyndels ook trompettist Jean-Paul Estiévenart mee aanschuift op het podium. De basis van die samenwerking werd gelegd in de houten constructie, waar hij, in Stanley Kubrick-T-shirt en teenslippers, nu trots voor poseert. “Van kindsbeen af ben ik een knutselaar geweest.” Switchend tussen formele structuur en spontane oprispingen doet Appleblueseagreen ook daar zijn voordeel mee.

Zelf zag je het levenslicht in Waregem, maar je broers zijn, dacht ik, nog in Japan geboren?
Alex Koo Derudder: Ja, ik ben een nakomertje. Mijn broers zijn geboren in Fukuoka, een stad op het meest zuidelijke eiland Kyushu, waar mijn moeders kant van de familie vandaan komt. Eigenlijk is dat zowat het West-Vlaanderen van Japan. (lacht) De mentaliteit én het accent zijn er helemaal anders dan in de grootste steden.

Mensen praten er ook binnensmonds en er worden veel medeklinkers overgeslagen. Omdat ze vonden dat de werkdruk te hoog lag in Japan, hebben mijn ouders destijds alsnog beslist om de kinderen in België op te voeden.

Je vader heeft je moeder in Japan leren kennen?
Koo:
Ja, dat is een heel bizar verhaal. Mijn pa, die al wat ouder is, was als missionaris uitgestuurd naar Japan. De familie van mijn moeder was verbonden aan de kerk waar hij priester was. Na verloop van tijd is hij in conflict gekomen met de kerkmachine. Hij had de prijzen verlaagd voor kinderdagverblijven. Die zijn in Japen rechtstreeks aan de kerk gelinkt. Maar daardoor waren er ineens ook minder inkomsten voor de lokale kerk.

Het kwam tot een aantal processen. Mijn heeft mijn pa zelfs zot willen verklaren. Toen dat niet lukte zijn er bemiddelaars gestuurd uit Madagascar en Vaticaanstad, maar mijn pa was onvermurwbaar, heeft alle rechtszaken gewonnen en is vervolgens uitgetreden. Na zijn priesterschap werkte hij nog als leerkracht Engels in Japan, maar uiteindelijk is hij met mijn ma en mijn twee oudere broers teruggekeerd naar zijn geboortestreek.

Het belangrijkste voor jou was misschien wel dat ook de piano en de passie voor klassieke muziek mee verhuisde.
Koo: De piano in de woonkamer merkte ik op als ik drie, vier jaar was. Ik begon er spontaan op te tokkelen. In Japan krijgt de piano vaak een centrale plek in huis. Ben je er goed in muziek, dan wordt er naar je opgekeken. Dat zit in de cultuur. Mijn moeder was misschien geen professionele pianiste, maar ze kende er wel genoeg van om me op weg te zetten.

Op mijn zesde ben ik met privélessen begonnen. Tot mijn vijftiende heb ik gedacht dat ik klassiek concertpianist zou worden. Ik nam deel aan wedstrijden, won die ook vaak, maar hield niet van de druk en het keurslijf. Klassiek zit thuis in de genen. Mijn twee broers spelen viool. Eén van hen is nog steeds concertmeester bij twee orkesten in Engeland. Maar ik begon me in mijn tienerjaren meer op mijn gemak te voelen bij jazz.

In de klassieke wereld miste ik de vrijheid om te componeren en bandjes samen te stellen waarvan je zelf de bezetting kon bepalen. Jazz was een openbaring voor iemand die van kindsbeen geleerd had om zo goed mogelijk te zijn, want ik wilde de Koninklijk Elisabethwedstrijd helemaal niet winnen. Dat was niet mijn weg.

Je volgde een kosmopolitisch parcours, dat je via conservatoria in Nederland en Kopenhagen uiteindelijk twee jaar in New-York deed belanden. Had je dat vooraf zo bedacht?
Koo:
Nee, ik ben helemaal geen planner. Naar Den Haag trok ik op aanraden van Dominique Vantomme, mijn pianoleraar in Kortrijk. Volgens hem was het een van de tofste Europese jazzscholen, maar uiteindelijk bleken de leraars me beter te liggen in Amsterdam, dat zich toen ook meer als jazzstad begon te profileren.

De muzikale grenzen die er in mijn Nederlandse opleiding nog waren vielen tijdens mijn Erasmusjaar in Kopenhagen helemaal weg. Ik heb er ook veel toffe jazzmuzikanten leren kennen, zoals Jakob Bro. Intussen vroeg ik studiebeurzen aan om te studeren in New York. Het werd de Steinhardt School, die misschien iets minder beroemd is dan Juilliard, maar ze ligt wel in downtown NY en ik had geen zin in een nieuw ‘drilkamp’. Ik wilde de stad verkennen, haar muzikanten ontdekken en eigen werk schrijven.

Op Steinhardt kreeg je daar de ruimte voor. Ook de vakken daagden me uit, vooral hedendaags klassieke compositie en analyse. Maar het was in de eerste plaats een topervaring op menselijk vlak. De master die ik er haalde weegt uiteindelijk niet op tegen het netwerk dat ik er opbouwde. Sommige artiesten waar ik in mijn jeugd nog met grote ogen naar stond te kijken op de festivals, leerde ik er persoonlijk kennen. Ik studeerde piano bij Kenny Werner, nam privélessen bij Mark Turner en Ralph Alessi.

Je privélessen bij saxofonist Mark Turner en trompettist Ralph Alessi leidden uiteindelijk ook tot een gezamenlijk album. Wat moet je doen om gereputeerde jazzmusici zo ver te krijgen?
Koo:
Tijdens de lessen ging het er altijd heel spontaan aan toe. We spraken af op school, of bij hen thuis. In plaats van me instructies te geven, speelden we vooral samen, in duo. De verhouding leerling-leerkracht, die bij andere studenten wel aanwezig was, voelde ik veel minder. Dus vroeg ik tijdens mijn allerlaatste les waarom we niet eens in trio zouden spelen. Het resultaat is Appleblueseagreen geworden.

1676 Alex Koo
© Saskia Vanderstichele
| Alex Koo in his studio-lair

Op die cd toon je je ook als componist erg veelzijdig. Tracks ontstonden op de meest verscheiden plekken: in de metro, onder de douche, tijdens een road trip. Hoe raak je geïnspireerd?
Koo:
Ik componeer heel impulsief. Als alles, meestal onverwacht, naar boven drijft, moet ik er vooral voor zorgen dat ik even in die wolk blijf. Ik schrijf dan heel vlug neer wat ik denk, of zing het en neem het op. Gelukkig heb ik een absoluut gehoor. Hoor ik iemand piano spelen, dan weet ik meteen welke noten het zijn.

‘Bodily Fluids’ kwam aanzetten op de metro tussen Inwood, het noordelijk tipje van Manhattan waar ik verbleef, en downtown. De avond voordien had ik een concert gezien van Gerald Cleaver, een van mijn favoriete Amerikaanse drummers, en zijn rockband Black Host. Er was amper vijftien man aanwezig, maar de vijf muzikanten gingen er wel keihard voor. Eén keileuke groove kreeg ik niet uit mijn hoofd. Die heeft alles in gang gezet, de baslijn, de harmonie,…

Een ander stuk kwam plots aanwaaien toen ik met mijn vrouw (de Madrileense zangeres Lorena del Mar, TP) een road trip maakte door de woestijn van Californië en Nevada. Ik heb snel haar smartphone gevraagd om alles op te nemen, want als het weg is, dan voel ik dat ook en stopt het. Muziek mag niet geforceerd zijn. Die track, die niet op Appleblueseagreen staat, gaan we ook spelen in Flagey, waar de setlist zal bestaan uit nummers van de plaat, die we aan de huidige bezetting aangepast hebben, en nieuw materiaal dat ik speciaal voor mijn Belgisch trio geschreven heb.

Trouwens, Monk had ook een geschifte compositieroutine. Raakte hij geïnspireerd, dan kwam hij dagen niet uit zijn kamer, waar hij dan vaak halfnaakt stond te zingen of te componeren, maar daarna was hij wel een week knock-out. Die instelling of waan, waarin het hem ook geen bal kon schelen wat de buitenwereld dacht en hij gewoon zonder verwachtingen schreef wat hij op dat moment voelde, vind ik wel tof. Daarom zijn de stukken op mijn plaat ook heel uiteenlopend qua stijl, van iets minimalistisch, waar je bijna van wil huilen, tot iets duister of agressief, dat je wakker schudt. Die mix is mijn smaak. Ik hou ook van films waar een beetje van alles in zit.

We zitten al een tijdje gefascineerd te staren naar de houten pianocabine die je in de woonkamer hebt gebouwd. Zoiets hebben we in de 25 jaar dat we toch geregeld bij muzikanten over de vloer komen nog nooit gezien. Ontstond dat idee ook in een wolk?
Koo: Nee, dat is wel voorbedacht. (lacht) Naast een impulsief componist ben ik, al van kindsbeen af, een gepassioneerd knutselaar die ook graag de handen uit de mouwen steekt. Het ontwerp/idee vond en kocht ik voor 45 euro op een Nederlandse zoekertjessite.

Er zit voor 700 euro aan hout in, isolatiemateriaal van een gestript gebouw in Den Haag, een absurd hoog aantal vijzen uit de Brico en een ingenieus ventilatiesysteem. Het heeft me veel zweet gekost om de constructie, nu al voor de derde keer, op te bouwen en we offeren er een kamer aan op, maar aan de andere kant kunnen we nu wel ongestoord repeteren en opnemen in een aparte, stille ruimte zonder buren of huisgenoten te storen. Morgen komen mijn trio en Jean-Paul langs om te repeteren voor de tournee.

We passen er met zijn vieren net in: drums, bas, ik aan de piano en de solist helemaal in het hoekje. Maar dan moeten we na twee nummers wel even de deur openzetten. (lacht)

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?