De kapperszaak van de twee werelden

De Galicische schrijver-bioloog Xavier Queipo werd uitgenodigd om voor Passa Porta en Festival Kanal een tekst te schrijven. De opdracht: Word vaste klant in een kapperszaak en schrijf daar een tekst over. Vrijdag en zaterdag kan u het resultaat beoordelen tijdens wandelingen met de auteur.

<p>"Als bestemming," vertelt hij, "kreeg ik een kapperszaak toegewezen in het laatste deel van de Dansaertstraat. De straat mondt als een zijrivier uit in het Kanaal van Willebroek en verbindt ten slotte Brussel met de zee. De uitnodiging bevatte geen andere aanwijzingen dan dat ik moest opschrijven wat me overkwam nadat ik een vaste klant in de kapperszaak was geworden. Ik noem haar de 'Kapperszaak van de twee werelden', want toen ik haar uitkoos, besefte ik dat ik me in een onbekende wereld begaf."</p><p>A l heel wat jaren geleden ben ik kapperszaken ontgroeid. Thuis had ik altijd iemand die mijn haren knipte. Mijn moeder toen ik nog een kind was, een nicht die kapster was toen ik als jongeling verkoos om in de wereld te overwinnen en, sindsdien, degene die al 26 jaar mijn partner is en genoeg ervaring heeft om moeilijke hoofden als het mijne de baas te kunnen.<br />&#13;
Geconfronteerd met zulke opdracht wilde ik het realisme afwijzen, het 'costumbrisme' dat alleen een beschrijving van de waargenomen werkelijkheid is. Ik begaf me op het terrein van de fictie en stelde mij voor dat de kapperszaak niet in Brussel lag, maar in Ormus, en dat ik niemand anders was dan Sinbad de Zeeman die, zonder ooit gevaren te hebben, alle geschiedenissen kende die men vertelde over de zee tussen de Perzische Golf en de Kust van Malabar, tussen de Rode Zee en het eiland Zanzibar, en die hij naar eigen inzicht verfraaide.</p><p>Gewoon door analogie benutte ik de samenloop van beelden: a) de kapperszaak als een nationale plek om verhalen te vertellen; b) Ali, Ibrahim, Mahmoud, die uit Klein-Azië komen; c) het kanaal dat me vanuit Brussel bracht naar de zee waarvan ik nu de bries en de zoutgeur voel, en d) mijn toestand van oude matroos, die al haast twintig jaar op het land is geankerd en meer ervaring heeft met vertelde dan met beleefde verhalen.</p><p><strong>Materiaal en methoden</strong><br />&#13;
Uitgerust met het geduld van een slak besloot ik dichterbij te komen met mijn huis op mijn rug: een rugzak met daarin een fototoestel en een schriftje. Ik koos de conversatie als werkmethode. Aankomen, kijken, en praten met de drie aanwezige kappers, Ali, Mahmoud en Ibrahim.</p><p>Ali, een Syrische Koerd, woont in Antwerpen; Mahmoud is een in Jordanië geboren Palestijn die nu in Halle woont, en Ibrahim, eveneens Palestijn, is geboren in een vluchtelingenkamp in het zuiden van Libanon, en verblijft nu in Molenbeek, op de andere oever van het Kanaal. Ze zijn hier alle drie aangekomen, maar ze hebben geen land, geen nationaal statuut, en wie weet geen andere uitweg dan geweld tegen hun buren.</p><p>Ik ging meermaals bij hen langs, alles bij elkaar vier keer, en het ene bezoek was al langer dan het andere. Ik praatte afwisselend met degene die niet aan het werk was, in de schaarse momenten dat er nog geen klanten in de kappersstoel zaten. Het ononderbroken af en aan van klanten, van alle leeftijden en afkomst, maar overwegend moslims, was een constante die met de samenstelling van de buurt overeenkwam. In de laatste dagen van de ramadan kwamen er meer mensen over de vloer, alsof gelovigen er piekfijn moeten uitzien voor Eid al-Fitr, het feest aan het einde van de ramadan.</p><p>Tijdens mijn bezoeken nam ik foto's (weinig, want fotografie is niet mijn beste kunst), maar ik stelde vooral veel vragen. Zoveel vragen dat Mahmoud me eens vroeg of ik soms voor de politie werkte of van de Dienst Vreemdelingenzaken was. Zo leerde ik waar ze vandaan kwamen, het tijdstip van hun aankomst in België, hun werkuren en, natuurlijk, hun godsdienst, want, getuige de solidaire spaarpotten op het tafeltje dat vol lag met tijdschriften ter verstrooiing van de klanten, ze zamelden geld in voor de Palestijnse kinderen, voor een moskee en voor een islamitisch cultureel centrum.</p><p>Ik leerde ook hun meertalige aard kennen, want naast het Arabisch (hun gezamenlijke taal) verdedigden ze zich ook in het Nederlands en in het Frans (hun taal met de klanten), en Ali sprak ook nog Turks en Koerdisch. Misschien spraken de anderen nog andere talen of dialecten, maar daarover kon ik niet meer informatie inwinnen.</p><p>Van de klanten kwam ik nog minder te weten, omdat ze ten eerste weinig spraken, en zelfs niet eens onder elkaar, en ten tweede omdat ze op een of andere manier geïntimideerd waren door mijn aanwezigheid en ze maar een minimum aan informatie wilden overbrengen, alsof ze aanvoelden dat er iets slechts kon gebeuren als ze me hun volledige geschiedenis zouden vertellen.</p><p>Daarvan uitgaande, uit de gesprekken en de foto's, uit veel luisteren en weinig praten, uit het herkauwen van de antwoorden en door mij in te beelden wat ze niet vertelden, bouwde ik een wolk. Ja, een wolk van ideeën en feiten, en van daaruit zou ik proberen een fictietekst te maken. In het bezit van die elementen en met de kennis dat onze hersenen beter en vlugger functioneren als we sociale contacten opbouwen in een milieu vol stimulansen dan als we geïsoleerd blijven van de werkelijkheid, moest ik mijn tekst opbouwen.</p><p><strong>Discussie over de resultaten</strong><br />&#13;
Als schrijver houd ik van complexe werkelijkheden, van kruispunten waar wegen zich splitsen, van uitdagingen en obstakels. Ik was dus gelukkig. Ik zou dagenlang bezig zijn en gedurende onbepaalde tijd niet weten hoe te beginnen.</p><p>Mijn methode bestaat in het invoeren van overeenstemmende aanwijzingen, van resonanties die uit voorgaande lezingen ontstaan en de samenhang proberen bloot te leggen die zich onder een schijnbaar verwarde structuur aftekent. Orde scheppen in de wanorde, maar altijd vertrekken uit de wanorde, uit de veelvuldige verwijzingen, uit de zintuigen en door gesprekken. Daarom paste ik de methode toe van de toevallige selectie van mij begeleidende lectuur en koos ik acht boeken uit mijn bibliotheek die mij moesten bijstaan bij het experiment van de tekstopbouw. Ik sloeg ze op goed geluk open en gebruikte uit ieder boek een paragraaf. Met die acht paragrafen in mijn achterhoofd (sommige gebruikte ik, andere niet, maar ze zijn allemaal een onderdeel van de aantekeningen en van de voorbereidende fase van de tekst) en met de resultaten van mijn gesprekken werkte ik een tekst uit die u hier als conclusie kunt lezen.</p><p>Je kunt ontwaken terwijl je stapt. Dat overkwam mij enkele dagen geleden, toen ik door de Dansaertstraat wandelde. Ik had een tijdlang geslapen of bevond mij in een staat van half-waken, en ik zag niet dat om me heen een sociaal web werd geweven waarvan ik geen kennis had of wilde hebben. De oorzaak daarvan is wellicht dat ik zoals zovele sedentaire mensen niet meer luister naar wat er om mij heen gebeurt. Ik loop met gesloten oren, alsof ik een ongevoelig wezen ben dat kijkt zonder te zien, hoort zonder te luisteren, ruikt zonder de geur waar te nemen, dat in zijn eentje praat en niet voor de anderen, dat bijna de ervaring van het voelen verloor, en ik zo in de meest nostalgische betekenis veranderd ben.</p><p>Ik bevond mij dus in een streek van zoete verwarring, in navolging van de leer van de soefidichter Jeluddin Balkhi, beter bekend als Rumi, en voelde dat ik op verschillende plekken tegelijk bestond. Ik luisterde naar diverse zinnen die van het ene moment op het andere platgeslagen werden. Ik begreep en begreep hoegenaamd niets, want ik moest mijn ogen sluiten om uiteindelijk door het oog van de wijsheid te kijken. Volgens de Deense dichteres Louise Rosengreen zijn genieën een minderheid waartoe ik uiteraard nooit zal behoren. Al die verwarring smolt in mijn innerlijk en volgde daarbij een typische fractale verdeling van de chaotische beweging van vloeistoffen (en ideeën zijn alleen maar vloeistoffen). Vele stemmen eenstemmig, vele half vertelde verhalen in talen die ik helemaal niet begrijp of die ik maar voor de helft opneem. Het is moeilijk om op die manier een realistisch essay op te bouwen. Daarom koos ik wellicht voor de structuur van de wetenschappelijke voordracht, die vertrekkend van gegevens en van de summiere discussie ervan, tot conclusies kan komen.</p><p><strong>Bij wijze van besluit: de tekst</strong><br />&#13;
Hierbij dus de tekst als een verklarende woordenlijst en een conclusie die ik trok uit mijn bezoeken, uit de vragenlijsten, uit de gegevens en de citaten uit de geraadpleegde boeken. Alles werd zo ondergedompeld in een kolffles waarin extracten worden gemengd.</p><h4>De kapperszaak van de twee werelden</h4><p><strong>Verwoesting</strong>: Landen zonder grond, zonder eigen statuut, zonder bestaan. Vluchtelingenkampen: de ethische miserie en de doorzichtige deur. De stilte nu, en daarna een vlam, een schittering, nog één die ontvlamt zonder zeker te zijn van het waarom: "Per avviare verso la verità bisogna sradicarsi, andar via e lontano da casa, strapparsi da ogni legame immediato" (een uitspraak van Claudio Magris die ik in een schriftje optekende).</p><p><strong>Exodus</strong>: Kruispunt van wegen. Vertrekken, zonder nog langer te wachten, om het frisse en hernieuwde leven te voelen. De reis als verlangen, als frustratie ook, in een constellatie van doelstellingen, en, door spiralen in het zand te trekken, een andere geometrie verzinnen.</p><p><strong>Nostalgie</strong>: Aanwijzingen, resten van wat men eens was, van het Beloofde Land, van de Tuin van Eden. Elke afwezigheid roept de keerzijde van de zintuigen op. De nacht die versterft en de draad van een opborrelend licht volgt. Een atoom van tijd in zijn vreemde vloeien: de matheid van de diamant.</p><p><strong>Ontmoeting</strong>: Ontwaken terwijl je stapt. Wegdromen in wakkere staat. Sinbad de Zeeman, voor anker aan de kade, die naar verhalen luistert om ze daarna te herhalen in de nacht van kou en ijzige storm. Verschillende talen die je eenstemmig uitspreekt. Zinnen die platgeslagen worden op een schuimgebak van waarnemingen, aanwijzingen en resonanties.</p><p><strong>Uitvloeisel</strong>: De kapperszaak van de twee werelden. Vijf coördinaten van het bestaan in ballingschap: kijken zonder te zien, horen zonder te luisteren, ruiken zonder de geur waar te nemen, in je eentje spreken, de tastzin herwinnen, de meest nostalgische betekenis. Ali, Mahmoud en Ibrahim, iedereen volgt zijn constante lijn in een labyrint van lichten en schaduwen.<br /></p>

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook
BRUZZ Magazine
deze week
  • Drie Brusselse voetbalbonzen: 'We hebben elkaar nodig'
  • Overleven zonder papieren: 'De angst is voelbaar'
  • Pascal Smet: 'Zolang ik dingen kan veranderen, doe ik verder'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • Achter de schermen bij Opera Ballet Vlaanderen
  • Eileen Myles: from poet to president
  • Ana Diaz: la voix hors cases
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement