review

L’Homme de La Mancha: een onmogelijke droom

L'Homme de la Mancha, gezien op 14 september 2018 in de KVS.© Danny Willems.

Cervantes pleit in L’Homme de La Mancha schuldig een idealist, een slechte dichter en een rechtschapen man te zijn, maar de waan van zijn Don Quichot was niet ontsproten aan naïviteit of hersenschimmen. Nee, het was een onverholen aanklacht tegen de kleinburgerlijke hypocrisie die ook nu onze verbeelding te vaak in de weg staat. Dat is de boodschap achter de musical die Jacques Brel vijftig jaar geleden naar Brussel bracht en er nu opnieuw staat.

Toen we Michael De Cock na zijn eerste volledige seizoen als artistiek directeur van de KVS vroegen om drie stukken te selecteren die zijn visie op het Brusselse stadstheater het best illustreerden, koos hij voor Malcolm X, Para en Odysseus: Een zwerver komt thuis. De gemeenschappelijke deler was dat ze mensen van verschillende achtergronden en generaties samen brachten op het podium terwijl ze tegelijk literair canon een nieuw elan gaven en/of cruciale recente geschiedenis bespiegelden. Met L’Homme de La Mancha dacht De Cock aan de start van zijn derde seizoen opnieuw enkele vliegen in één klap te slaan. 

Door Don Quichot op te voeren dik vierhonderd jaar nadat Miguel de Cervantes de eerzuchtige ridder ten strijde liet trekken tegen (vermeend) onrecht toont de KVS dat het zijn klassiekers kent, en dat het verbeelding belangrijk vindt in een tijdperk waarin dromen alleen lijken weggelegd voor mensen met te veel tijd.

L'Homme de la Mancha, gezien op 14 september 2018 in de KVS.
© Danny Willems
| L'Homme de la Mancha, gezien op 14 september 2018 in de KVS.

Leg het in de mond van een dwaas

Maar af en toe kan het heilzaam zijn als er iemand zegt dat het niet belangrijk is of je wint of verliest, maar dat je gelooft in wat je doet, dat de queeste een plicht, nee, zelfs een voorrecht is. De truc is om het in de mond te leggen van een kind of, zoals hier, van een dwaas. Hoe noem je anders iemand die windmolens aanziet voor reuzen, een louche café voor een kasteel, een hoer voor een prinses, en een scheerbekken voor een gouden helm? 

Je klassiekers kennen is één ding. Maar precies vijftig jaar nadat Jacques Brel de Amerikaanse musical Man of La Mancha naar het Frans vertaalde en naar de Brusselse Muntschouwburg bracht, dezelfde musical (waarin zowel Don Quichot als Cervantes opgevoerd worden) restylen in een totaal andere wereld hield wel degelijk een risico in, want hoe injecteer je de snellere, meertalige, meer diverse, complexe en gefragmenteerde stad in een erg klassiek, oeverloos geromantiseerd verhaal?

Met rechts op het podium een dozijn muzikanten van het kamerorkest van De Munt, statisch maar gracieus musicerend, en links evenveel acteurs en zangers, even verscheiden van leeftijd en komaf als van spel en stem, mochten heden en verleden op elkaar inspelen. Een extra scherm met live en opgenomen beelden van de performers, op het podium, dolend door Brussel en op werkbezoek in La Mancha moest helpen de metaforische vertelling over de kracht van verbeelding naar het hier en nu te brengen, maar toch bleven we wat op onze honger zitten. Misschien misten we de urban flair, waarmee Malcolm X scherper afgekruid was en dezelfde avond extra muros dansbattles uitgevochten werden?

L'Homme de la Mancha, gezien op 14 september 2018 in de KVS.
© Danny Willems
| L'Homme de la Mancha, gezien op 14 september 2018 in de KVS.

Aan het puike zang- en acteerwerk zal het alvast niet gelegen hebben. Met voorop een bevlogen Filip Jordens, die als reïncarnatie van Brel in de huid kroop van zowel Don Quichot als Cervantes. Met het laconieke spel van Junior Akwety, de zanger uit Kinshasa die ook al in Malcolm X zat en wiens speelse, dommige Sancho Panza een ideaal tegengewicht vormde voor het soms vermoeiende idealisme van zijn meester-vriend. Maar vooral ook met Ana Naqe, de klassieke sopraan met Albanese roots die gestalte gaf aan de in de harde realiteit levende prostituee Aldonza, die tussen de kurva’s door langzaam begint te vallen voor de ridder die in haar zijn droomvrouw zag.

Het is mooi hoe personages (en zangpartijen) na verloop van tijd naar elkaar toegroeien en in elkaar haken, alsof iedereen een beetje Don Quichot was geworden. Het erg klassieke slotbeeld, inclusief de naar een climax stomende samenzang, was erg Hollywoodiaans, maar ging toch door merg en been, en de meeste toeschouwers namen het muzikale thema, dat de vervoerende orkestrale drive bezat van Brels ‘Le Chanson de Jacky’ en hen aanspoorde de onmogelijke droom te blijven dromen, opgelucht mee naar huis. Ook zij hadden het gelijk van de dwaas ingezien.

Nog tot 28 september in de KVS.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?