interview

Clerfayt: 'Als Vlaanderen verder wil defederaliseren, wordt Brussel naar Wallonië geduwd'

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag.© Ivan Put

Hij wou eigenlijk alleen in de gewestregering stappen als hij ze had mogen leiden, maar Bernard Clerfayt (Défi) is dan toch minister geworden. Als minister van ‘De Hete Hangijzers’ mag hij nu een oplossing vinden voor de werkloosheid, supersnel internet, onverdoofd slachten en toezien op de balans tussen gemeenten en Gewest. “Ik kan het 5G-netwerk ontwikkelen zonder nieuwe stralingsnormen.”

Wie is Bernard Clerfayt?

  • Geboren op 30 december 1961 in Ukkel
  • Studeert economie aan de Université Catholique de Louvain
  • 1984-1986: onderzoeksassistent Centrum voor Economische Studiën KU Leuven
  • 1986-1993: doceert economische vakken aan de UCL, aan FUCaM (Bergen) en aan de Facultés universitaires de Lille
  • Neemt het in 1985 voor het FDF in Schaarbeek op tegen burgemeester Roger Nols, die in 1982 het FDF had verlaten
  • Wordt in 1989 lid van de eerste Brusselse Gewestraad, het huidige Brussels parlement
  • 1994-2000: schepen in Schaarbeek
  • 1995-2007 en 2014-2019: Brussels parlementslid
  • 2001-2019: Schaarbeeks burgemeester
  • 2007-2008 en 2010-2014: Kamerlid
  • 2008-2011: staatssecretaris van Financiën, Fraudebestrijding en Modernisering van FOD Financiën in de regeringen Leterme I en II en Van Rompuy I
  • 2019: Brussels minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag

Daar ligt Schaarbeek.” Op de veertiende verdieping van de Botanic Building heeft Bernard Clerfayt (Défi) een ongelooflijk zicht over de stad. In zijn nieuwe bureau kijkt hij uit over zijn oude werkplek, waar Cécile Jodogne zijn plaats als burgemeester warm houdt. Hij heeft Jodognes oude kantoor overgenomen. “We werken perfect samen,” zegt hij. Al mag hij in zijn nieuwe functie vooral samenwerken met de gewestelijke diensten. En dat is wennen voor een man die stilaan synoniem werd met zijn gemeente.

U bent nu twee maanden weg van uw burgemeestersstoel in Schaarbeek. Toch blijft u nog altijd het gezicht van het gemeenteblad. Waarom is Cécile Jodogne enkel ‘dienstdoend burgemeester’ en heeft ze niet officieel de functie overgenomen?
Bernard Clerfayt: Ik ben diegene die de meerderheid heeft gevormd, dus ik blijf haar leiden. En ik hoop wel weer als burgemeester te werken vanaf het moment dat ik geen minister meer ben. Dat staat zo in de wet en ik ken veel burgemeesters die het zo doen. Maar ik heb alle vertrouwen in Cécile.

Een paar maanden voor de verkiezingen zei u persoonlijk tegen BRUZZ dat u Schaarbeek alleen zou verlaten om minister-president te worden. We stellen vast dat u er toch voor heeft gekozen om minister te worden.
Clerfayt: Ja, jammer genoeg voor mij. De resultaten van de verkiezingen zijn zoals ze zijn. We hebben twee zetels minder. Dat is helaas zo.

Brusselse_regering
© BRUZZ
| De nieuwe Brusselse regering, met vlnr: Bernard Clerfayt (Défi), Nawal Ben Hamou (PS), Elke Van den Brandt (Groen), Rudi Vervoort (PS), Alain Maron (Ecolo), Pascal Smet (One.Brussels/SP.A), Barbara Trachte (Ecolo) en Sven Gatz (Open VLD.)

Als minister hebt u nu een bonte waaier aan bevoegdheden gekregen. Laten we beginnen met Lokale Besturen. Gaat u erop toezien dat de taalwetgeving wordt nageleefd en voldoende Nederlandskundige ambtenaren worden aangeworven? Uit het laatste rapport van de vicegouverneur blijkt dat maar 21 procent van de aanwervingen in orde was met de taalwetgeving.
Clerfayt: Dat is zijn interpretatie. De taalwetgeving moet natuurlijk opgevolgd worden, maar de lokale besturen mogen altijd zelf beslissen welk attest van talenkennis nodig is. Voor gemeenten is het dikwijls moeilijk om ambtenaren te vinden die ofwel voldoende tweetalig zijn ofwel van de Nederlandstalige taalrol. In Schaarbeek hadden we soms geen kandidaten. De gemeenten moeten toch werken? Je moet loketten bemannen en straatvegers inzetten. Dan kies je toch liever iemand die geen Nederlands spreekt, maar het werk wel doet?

Bijna 80 procent van de vacatures in Brussel vereist kennis van beide landstalen, maar uw partij verzette zich bij de regeringsonderhandelingen tegen een proef met tweetalig onderwijs Frans en Nederlands.
Clerfayt: Nee, dat is de karikatuur die ervan wordt gemaakt. We zijn een grote voorstander van meerdere talen. Maar tweetalige scholen bestaan nu niet. Je moet de grondwet aanpassen om ze op te richten. Dus pleiten wij voor een samenwerkingsakkoord onder de twee gemeenschappen om te zien in welke mate we dat kunnen organiseren.

Wat mensen vragen zijn geen tweetalige scholen, maar tweetalige studenten. Studenten uit het Nederlandstalig onderwijs zijn bijna tweetalig. Het talenonderwijs verbeteren in eentalige scholen, meestal in het Franstalig onderwijs, dat is de vraag.

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag. Pauline Lorbat, zijn woordvoerster, kijkt toe
© Ivan Put
| Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk: "Ik wil het aantal jobs dat door de Brusselaar is ingenomen vergroten." Zijn woordvoerster Pauline Lorbat kijkt toe.

Dat is op school. Hoe zal u de kennis van het Nederlands verhogen bij werkzoekenden?
Clerfayt: Eén van de grote plannen in het meerderheidsakkoord is een cité des langues (Talenpunt, red.) oprichten: een plaats waar het departement Taal van Actiris, de Franstalige beroepsopleiding en het Huis van het Nederlands onder één dak zitten. Daar zou iedereen zijn niveau van talenkennis kunnen meten en informatie krijgen over waar ze taallessen kunnen volgen. We willen één systeem, om mensen juist te kunnen doorverwijzen.

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag
© Ivan Put
| Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag, op de veertiende verdieping van de Botanic Building.

Is dat ook een stuk van de oplossing om de werkloosheid aan te pakken? Die is onder uw voorganger weliswaar gedaald, maar bedraagt nog altijd 15,8 procent in Brussel. Wat is uw doelstelling?
Clerfayt: Ik wil geen resultaat vooropstellen om verantwoordelijk voor te zijn, want werkloosheid hangt af van veel factoren. Wat ik wel wil doen, is het aantal jobs in Brussel dat door de Brusselaar is ingenomen vergroten. Elk jaar zijn er duizenden vacatures, maar slechts in één op de twee gevallen worden die ingevuld door een Brusselaar. Dat percentage moet naar omhoog, naar zes of zeven op de tien.

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag

Wilt u dan vacatures uitschrijven op basis van woonplaats? Hebben de Vlaamse en Waalse pendelaars iets te vrezen?
Clerfayt: Nee, het heeft te maken met het gebrek aan beroepsopleiding van de Brusselaar. Door het aanbod aan opleidingen in Brussel te verbeteren, hopen wij hen geleidelijk naar jobs in Brussel te leiden.

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag
© Ivan Put
| Bernard Clerfayt: "Het Gewest is perfect geschikt voor langetermijnstrategie, maar lokale dienstverlening en participatie gaan beter op gemeentelijk niveau."

Is het om die aansluiting te vinden niet onlogisch dat u de bevoegdheid Economie niet op zak heeft? Omgedoopt tot Economische Transitie zit dat nu bij Barbara Trachte (Ecolo).
Clerfayt: Ik kom goed overeen met Barbara en ze zit maar een verdieping onder mij, dus we gaan perfect kunnen samenwerken. Al is de grootste uitdaging in Brussel niet om de economie aan te wakkeren. Er zijn al 700.000 jobs in Brussel. We hebben geen nood aan nog eens 50.000 banen, we hebben nood aan Brusselaars met de capaciteiten om die jobs uit te oefenen. Daarom vind ik het belangrijker dat het pakket tewerkstelling en (Franstalige, red.) beroepsopleiding samenzitten.

VDAB Brussel is bevoegd voor de Nederlandstalige beroepsopleiding en heeft een driejarig samenwerkingsakkoord (2018-2020) met Actiris. Hoe ziet u de samenwerking met Vlaanderen evolueren?
Clerfayt: In de goede richting. De VDAB helpt ons al enorm om jobs te vinden in de Rand rond Brussel en dat moeten we voortzetten. In het verleden hadden we moeilijkheden met de VDAB, omdat ze onder voogdij stond van een N-VA-minister die geen aparte Brusselse politiek wou voeren. Of dat zal veranderen, valt af te wachten in de nieuwe Vlaamse regering. Maar op het terrein is de samenwerking altijd heel goed geweest.

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag

In het regeerakkoord staat ook dat de regering de ‘opleidingsvergoeding’ voor werklozen zal vervangen door een ‘opleidingsinkomen’ van 4 euro per opleidingsuur met beroepsperspectief. Maar dat is een grondwettelijke bevoegdheid van de gemeenschappen.
Clerfayt: Daarover moeten we nu onderhandelen met allerlei overheden, zowel federaal als met de gemeenschappen. Er zijn nog veel vragen: welk fiscaal statuut krijgt het, wie is bevoegd, hoe zullen we het betalen? Ik weet nog niet exact hoe ik het zal verwezenlijken, maar ik heb nog vijf jaar tijd.

Clerfayt 1 BRUZZ ACTUA 1678
© Ivan Put
| Bernard Clerfayt (Défi): "Bij Défi vinden we het nodig om met wat afstand naar de zesde staatshervorming te kijken."

U hebt het over opleidingen om werkzoekenden naar jobs te wijzen, maar wat de mensen zelf moeten doen, is natuurlijk een job zoeken. Wilt u, zoals in Vlaanderen, hen strenger op de vingers kijken?
Clerfayt: Het doel van Actiris is niet om werkzoekenden te bestraffen, maar hen te motiveren om werk te zoeken. Die strategie zetten we voort. Velen hebben gewoon niet de juiste vaardigheden. Ik zeg niet dat ik nooit zal bestraffen, maar een boete heeft geen impact op iemand die geen job vindt. Die heeft nood aan steun, een stage of opleiding.

Een ander heet hangijzer onder uw bevoegdheid is de nog niet in de Brusselse wetgeving opgenomen Europese richtlijn rond breedband­internet, waardoor de dwangsom die België sinds begin juli moet betalen elke dag oploopt. Hoe zal u dit snel oplossen?
Clerfayt: Het Brussels parlement neemt de komende weken initiatief om zeer vlug een oplossing te vinden voor die dwangsom. Die heeft te maken met het openleggen van straten. Hop, dwangsom (wimpelt weg met arm).De stralingsnormen om 5G mogelijk te maken, zijn een andere zaak.

Een expertenpanel heeft gezegd dat we 5G kunnen ontwikkelen in Brussel zonder de normen te moeten aanpassen. Dat kost veel, maar het kan technisch gezien. De zaak blijft in handen van minister van Leefmilieu Alain Maron (Ecolo), die de normen niet meer wil versoepelen, maar zelfs dan kan ik als minister van Smart City wel degelijk 5G ontwikkelen. We zullen dat langzaam doen met grondige analyse.

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag
© Ivan Put
| Bernard Clerfayt (Défi): "Ik kan het 5G-netwerk ontwikkelen zonder stralingsnormen."

U hebt nog een heet hangijzer tegoed binnen uw bevoegdheid Dierenwelzijn. In Vlaanderen en Wallonië is het verbod op onverdoofd slachten al ingevoerd, in Brussel is het niet vermeld in het nieuwe regeerakkoord. Komt het er nog?
Clerfayt: Er is geen akkoord binnen de meerderheid. Ten eerste omdat religieuze gemeenschappen het verbod in de twee andere gewesten voor het Grondwettelijk Hof hebben gedaagd. Wij wachten op hun antwoord vooraleer we een regel­geving maken voor Brussel.Ten tweede is het een zeer symbolische vraag geworden.

Formeel bestaat er nu al geen religieuze slachting meer in Brussel. Het Federaal Agentschap voor Veiligheid van de Voedselketen verbiedt tijdelijke slachthuizen, het enige permanente slachthuis in Anderlecht doet het niet meer en thuis slachten is verboden. Dan vraag ik me af of de duizenden schapen die tijdens het Offerfeest worden vermoord wel opwegen tegen de miljoenen dieren die jaarlijks geslacht worden. Ik zal me daarop focussen.

Bij de Franstalige partijen vindt een wissel aan de top plaats. Bent u kandidaat voor de functie van nieuwe voorzitter van Défi?
Clerfayt: Dat is niet uitgesloten, maar ik pleit vooral voor vernieuwing. Ik ben de jongste van de drie bekende kopstukken, maar wellicht niet jong genoeg. Bij de PS is Di Rupo weg, bij de MR geldt dat ook voor Charles Michel, bij de CDH voor Lutgen en bij Ecolo gaat Khattabi opzij. Een nieuwe generatie heeft de komende vijf jaar tijd om het debat vorm te geven.

Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk, Beroepsopleiding, Lokale Besturen, Digitalisering, Dierenwelzijn en Kinderbijslag
© Ivan Put
| Bernard Clerfayt (Défi), Minister van Werk: "De VDAB helpt ons al enorm om jobs te vinden in de Rand rond Brussel en dat moeten we voortzetten."

Mocht er in Schaarbeek een nieuw gezicht opstaan, zou u daar dan even gelaten mee omgaan?
Clerfayt: (lacht) Ha, u komt terug bij uw eerste vraag. Ik werk voor het hele gewest, voor iedereen, maar ook nog een beetje voor Schaarbeek. Is iemand er bezorgd over dat Rudi Vervoort nog burgemeester van Evere is? Volgens mij krijg ik die vraag vaker omdat mijn imago zeer sterk met Schaarbeek is verbonden.

De gemeente heeft me veel ervaring gegeven en ik ben blij om die nu te kunnen gebruiken in het Gewest. We hadden alle stedelijke, sociale problematieken en weinig geld, maar nu vaart Schaarbeek heel goed. Er komen ook heel wat Nederlandstaligen wonen die niet klagen dat ik er een communautaire politiek zou hebben gevoerd.

Betekent uw trots over uw resultaten in Schaarbeek dat u als minister van Lokale Besturen zal pleiten voor een uitgebreide financiering van de Brusselse gemeenten?
Clerfayt: Ik geloof dat gemeenten sommige zaken nog altijd beter zelf kunnen. Het Gewest is perfect geschikt voor langetermijnstrategie, maar lokale dienstverlening en participatie gaan beter op gemeentelijk niveau. Ik wil niet alles overhevelen naar het Gewest omdat we nu al zien dat bepaalde zaken daar niet goed functioneren, zoals straten vegen.

Dat is een debat voor de komende twee jaar. Het staat ook in het regeerakkoord. We zullen een Staten-Generaal organiseren om te horen hoe we die institutionele werking kunnen verbeteren.

Wij doen dit gesprek een dag voor - wellicht - de nieuwe Vlaamse regering bekend wordt gemaakt. De grootste partij daarin, N-VA, heeft al gezegd dat ze justitie en sociale zekerheid verder wil opsplitsen. Uw partij hield er in het verleden ook een zeer communautair discours op na. Hoe ziet u als Défi-politicus de toekomst van België?
Clerfayt: (denkt na) Moeilijk. Bij Défi vinden we het nodig om met wat afstand naar de zesde staatshervorming te kijken. We willen de komende jaren vragen aan het middenveld wat hen ten goede is gekomen en wat niet. Zo kunnen we zien wat nuttig is gebleken, vooraleer we beslissen of we er verder mee gaan.

Brussel is veel te klein om een eigen sociale zekerheid uit te bouwen. Dus als Vlaanderen verder wil defederaliseren, worden we verplicht om samen te werken met Wallonië. Dat lijkt mij niet de bedoeling van de N-VA (lacht).

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?