De erfenis van de Rode Leeuwen

In Brussel kwamen de eerste barsten in de unitaire Belgische Socialistische Partij (BSP), lang voordat de partij definitief zou splitsen. In 1968 werden de Rode Leeuwen opgericht, een Vlaamse lijst, afgescheurd van de BSP. Ze namen deel aan de verkiezingen en behaalden een eclatante overwinning. "Maar nationalisten? Dat zijn we nooit geweest." Een gesprek met medeoprichtster Lydia De Pauw-Deveen en huidig SP.A-minister Pascal Smet over politiek voeren in een verhitte communautaire sfeer.

Veertig jaar na de oprichting van de Rode Leeuwen wordt met een viering teruggeblikt op die markante jaren, die de Vlaams-Brusselse politiek stevig door elkaar schudden.

Lydia De Pauw-Deveen is bijna tachtig. Ze stond mee aan de wieg van de Brusselse Nederlandstalige afscheuring van de BSP en vertelt in haar gezellig art-deco-appartement in Elsene hoe boeiend die jaren waren. "Aan de oprichting van de Rode Leeuwen gingen geweldige communautaire spanningen vooraf. Er waren marsen op Brussel, waar ik tussen haakjes niet aan deelnam, ik vond dat ze de gemoederen alleen maar ophitsten. In 1963 werden de taalgrenzen vastgelegd: Brussel werd beperkt tot negentien gemeenten, met daarnaast ook randgemeenten met faciliteiten. Volgens de Franstaligen in Brussel werd Brussel hiermee in een carcan opgesloten. Ook de Franstalige socialisten konden hier niet mee om, zeker niet na rampzalige verkiezingen van 1965. Ik herinner me in december 1967 een stampvolle vergadering op de Keizerslaan met de partijbonzen van de Brusselse BSP. De Vlamingen werden er door het slijk gehaald. Het was van: 'Le carcan doit sauter.' Ik werd boos. Ik ben toen rechtgestaan en heb de Vlamingen verdedigd, in het Frans zodat ze me op z'n minst zouden verstaan. Achteraf heeft Marc Galle, die ook aanwezig was, me nog gezegd dat ik dat in het Nederlands had moeten doen. Toen al voelde ik me niet meer thuis in de partij omdat het al Frans was wat de klok sloeg."

U had dit allemaal al eens meegemaakt in uw universiteitsjaren.
Lydia De Pauw-Deveen
: "Wij ijverden na de oorlog voor een Nederlandstalige leergang Letteren en Wijsbegeerte aan de ULB. Alleen het doctoraat rechten had een Nederlandstalige leergang, omdat er door de taalwetten van 1932 Nederlandstalige magistraten nodig waren. In 1948, enkele maanden voor de examens, kregen we gelijk: we mochten de examens in het Nederlands afleggen. Maar dat ging zeker niet zonder slag of stoot. Ik herinner me hoe rector Marcel Barzin zei: 'Le libre examen ne se fait qu'en français.' Veel later is dan, mede onder impuls van mijn man, Frans De Pauw, de VUB opgericht."

Twintig jaar later herhaalde de geschiedenis zich, maar dan in de politiek.
De Pauw-Deveen
: "De kentering is er gekomen enkele maanden na het incident op de partijraad. Er werden voor de verkiezingen van 1968 polls georganiseerd. En zoals u weet, kunnen die makkelijk gemanipuleerd worden. Zo deelde Edmond Machtens, socialistisch burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek, kippen uit om de gepensioneerden op zijn hand te krijgen. Hoedanook, na de poll bleken Henri Fayat en Frans Gelders op erg onzekere plaatsen te staan. Alleen Piet Vermeylen had een verkiesbare plaats. In Vilvoorde, begin maart, hebben we beslist dat het zo niet langer kon. Er werd beslist om een eigen lijst in te dienen: de Vlaamse BSP. Dat ging gepaard met een ongelooflijk enthousiasme. In het Volkshuisvan Vilvoorde werd geld ingezameld. We kregen steun van links en rechts. Zo stak de journalist Piet Van Brabant, toch een liberaal, ons in Het Laatste Nieuws een hart onder de riem. We moesten wel Piet Vermeylen mee aan boord krijgen. Die had wél een goede plaats gekregen, en hij lag ook goed bij de Franstaligen. Maar ook hij besliste mee te doen. En zo waren de Rode Leeuwen geboren."

De dissidente lijst was van meet af aan een verhaal van intellectuelen. Kreeg u de basis genoeg mee?
De Pauw-Deveen
: "Dat was een probleem. De Franstalige socialisten hadden de arbeiders en de kleine bedienden in hun greep. De Franstaligen maakten daar dankbaar gebruik van. 'Jullie zijn geen echte socialisten,' zeiden ze. Sommigen noemden ons nazi's, terwijl we flaminganten waren, in de goede betekenis van het woord. Ik zei hen: 'Il faut se séparer pour mieux s'entendre.' Achteraf gezien is dat laatste misschien niet helemaal uitgekomen."
"Maar goed: we huldigden wel degelijk het socialistische gedachtegoed. Om dat in de verf te zetten kwam ik steevast in het rood naar de agglomeratieraad. Ik werd er op den duur het slachtoffer van. Want als ik niet in het rood gekleed was, vroeg men of ik van partij was veranderd."

Minister Smet, u was amper uit de luiers toen dit uw partij door elkaar schudde. Wat denkt u als u dit hoort?
Pascal Smet:
"Het oogt heel déjà vu. Brussel opgesloten in negentien gemeenten: daar ging het toen over, en daar gaat het ook vandaag over. Taalgemengde lijsten of Vlaamse kartellijsten, het is een debat dat in Brussel nog actueel is."

Hoe is de verhouding tussen PS en SP.A nu?
Smet:
"De PS is een partij met veel kamers. De verhoudingen zijn over het algemeen goed, beter denk ik dan vóór ik hier aankwam. De PS ziet dat we investeren in Brussel en dat we erin geloven, dat we het met een Brusselse reflex vertellen zonder te verloochenen dat we Nederlandstalig zijn. Dat wil niet zeggen dat we het helemaal eens zijn. Bijvoorbeeld met de PS in Elsene is het erg moeilijk samenwerken. (Smet en Decourty gingen over het Flageyplein regelmatig in de clinch, SVG/DV.) Dan denk ik: dit is geen socialisme, maar conservatisme."

En terwijl u veertig jaar geleden al vocht tegen de uitbreiding van Brussel, mevrouw Deveen, kwam Pascal Smet zeggen dat een uitbreiding van Brussel wel een goed idee is. Wat dacht u toen?
De Pauw-Deveen
: "Ik was niet zozeer kwaad op het idee, maar ik vond dat de uitspraak te vroeg kwam. Ik denk dat we bij een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde toegevingen zullen moeten doen, maar je moet die niet te snel prijs geven. Ik volg wel wat econoom Philippe Van Parijs zegt: breid Brussel uit met enkele faciliteitengemeenten, maar dan moeten de faciliteiten in de andere gemeenten wel worden afgeschaft. De discussie is natuurlijk: welke faciliteitengemeenten? En hoort Sint-Genesius-Rode daarbij of niet? Franstaligen zeggen: 'Rode zeker.' Vlamingen zeggen: 'Rode zeker niet.'"
"Maar wat me vooral verontrust, is het lot van de Vlaamse Brusselaars bij een splitsing van het kiesarrondissement. Als er inschrijvingsrecht komt voor de Franstaligen in de faciliteitengemeenten, dan vind ik dat dat inschrijvingsrecht er ook moet zijn voor de Vlamingen in de Rand. Dan kunnen ze een stem uitbrengen voor de Vlamingen in Brussel. Mijn idee krijgt weinig weerklank. Ook bij de SP.A in de Rand is er weinig enthousiasme."

Ook de taalwetten in Brussel staan al veertig jaar ter discussie.
De Pauw-Deveen
: "Ik vind dat hier niet te veel aan gemorreld kan worden. Zeker bij de ziekenhuizen is er een probleem. Mijn vader, een echte socialist en een flamingant in de goede betekenis van het woord, is overleden in 1965. Toen hij doodziek werd opgenomen in het Sint-Pietersziekenhuis, stond hij oog in oog met een dokter die lid was van het FDF en met wie hij - zowat op zijn sterfbed - Frans moest spreken."

Smet: "De stad zelf is natuurlijk wel veranderd, al was het maar door de migratie. Er wonen heel wat mensen die Frans noch Nederlands als moedertaal hebben. Dat ze voor het Frans kiezen, is begrijpelijk. Als je al die mensen dan te werk wilt stellen, dan zouden ze drie talen moeten spreken. Dat lijkt me weinig rea­listisch. Ik ben er daarentegen van overtuigd dat bij zowat alle Franstaligen de overtuiging leeft dat alle Vlamingen in het Nederlands bediend moeten kunnen worden. Daarom denk ik dat we moeten komen tot een systeem waarbij de tweetaligheid van de dienst gegarandeerd is. Uiteindelijk is dat een managementsvraag. Ik vind trouwens ook dat, als we een internationale stad willen zijn, het Engels erbij moet komen als werktaal."

Intussen daalt het aantal Vlamingen in Brussel.
Smet
: "Er zullen altijd Nederlandstaligen in Brussel zijn, maar de strijd die veertig jaar geleden gevoerd is, is niet de strijd van de toekomst. Ik denk dat, op termijn, het onderscheid tussen Frans- en Nederlandstalige partijen in Brussel onhoudbaar is. In een stad waar een op de twee mensen van vreemde origine is, kun je geen keuzes maken op basis van taal. We zullen naar stadslijsten gaan. Het zal niet de afkomst zijn die de toekomst van Brussel bepaalt, maar de visie op de stad. Dit houdt ook een risico in. Want als je het allemaal niet goed beheerst, dan kan er een breuklijn ontstaat, niet langer tussen Nederlandstalig en Franstalig, maar tussen gekleurd en niet-gekleurd. Dat is nu al deels zo: MR en Ecolo zijn blanke partijen, PS en CDH zijn eerder gekleurd. Dat is zeker niet wat we willen voor Brussel."
"Ik geloof ook niet dat steden vanuit gemeenschappen bestuurd kunnen worden. Kijk naar Sarajevo en Beiroet: het is allemaal faliekant afgelopen. De uitdaging zal zijn: hoe kunnen we het Nederlands en de Nederlandstalige gemeenschap een plaats blijven geven in deze stad? Daar heb ik op dit moment geen antwoord op. Ik vind intussen ook dat de internationale gemeenschap bij dat bestuur betrokken moet worden. Zo krijg je een kwaliteitsinput."

Die kwaliteitsinput is er evengoed dankzij de Vlamingen.
Smet
: "Ik denk dat iemand als Philippe Moureaux op het terrein ziet dat Vlamingen een verrijking kunnen zijn voor de stad. Hij ziet tal van hooggeschoolde Nederlandstaligen zich in laag-Molenbeek vestigen, die in het gemeentehuis in het Nederlands bediend willen worden, maar die intussen ook een enorme kans betekenen voor de stad."
"Ik ben ervan overtuigd dat de positie van de Vlamingen er enorm op vooruitgegaan is dankzij de culturele wereld. Het is wat te vergelijken met de Rode Leeuwen. De intellectuele elite voerde veertig jaar geleden een terechte strijd voor Vlaamse emancipatie. Vandaag is de intellectuele elite die andere beweging aan het maken door banden te sluiten met de Franstaligen vanuit een Vlaams bewustzijn, zelfverzekerd zonder arrogant te zijn. Zo wordt de symbolenstrijd overstegen."

De Pauw-Deveen: "Ik ben ongelukkig met de evolutie in Vlaanderen. De zelfingenomenheid van iemand als Bart De Wever! Wat me nog het meeste stoort, is dat hij zegt dat België een constructie is van 1830. In de zeventiende eeuw waren de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden al grondig verschillend. Pascal en ik geloven ook niet in het verhaal van de twee Anciaux, die vinden dat Brussel bestuurd moet worden door de twee taalgemeenschappen. In een nota over de Vlaamse Brusselaars die Neyts, Anciaux, Weckx en ik hebben uitgebracht voor de federale verkiezingen van 2007, heb ik die grote G vervangen door een kleine g. Het is soms subtiel."

:: Viering veertig jaar Rode Leeuwen, met onder meer een debat, maandag 6 oktober vanaf 20 uur in de KVS_Top. Toegang is gratis; wel inschrijven op info.brussel@curieus.be of 02-504.91.91. Meer info op www.curieus.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?