Pascal Smet: 'In Vlaanderen zijn we Vlaams, in Brussel zijn we Brussels'

© Ivan Put
“Mocht ik jong zijn, ik begon met een eigen politieke beweging.” Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd en Brussel Pascal Smet (SP.A) vindt dat links in de wereld nog een verhaal heeft, al heet het kind tegenwoordig progressief. En voor het Brusselse onderwijs heeft hij veel geld uitgetrokken: 21 miljoen extra. Toch is er een wereld van verschil tussen ‘superschepen’ zijn en minister in Vlaanderen.

P ascal Smet zit op de autovrije Nieuwe Graanmarkt en zegt: "Een goed idee hou je niet tegen." Dat was Brussel. Tegenwoordig, als Vlaams minister, is het meer tegen de stroom in zwemmen. "Du choc des idées jaillit la lumière."

De discussie over bicultureel onderwijs hebben we gehad, binnenkort volgt uw Talennota. Kunt u die toelichten?
Pascal Smet
: "Als je minister bent, moet je af en toe moeilijke beslissingen nemen. Beslissingen die misschien op het eerste gezicht niet stroken met dat waar je zelf voor staat. Het bicultureel onderwijs is indertijd begonnen met 115 scholen, waarvan er nu zes overgebleven zijn, allemaal in Brussel. In principe ben ik voor meertalig onderwijs, laat dat duidelijk zijn. Maar vroeg of laat komt het moment dat je bicultureel onderwijs moet evalueren."

"Over de Talennota kan ik nog niets concreets zeggen, want daarover is nog niets beslist. Wat wel zeker is: de kennis van het Nederlands zal er primordiaal in zijn. Daarnaast is een stevige kennis van het Frans en Engels nodig. En dan kunnen er eventueel nog andere talen bijkomen."

We hebben de indruk dat u als minister van Onderwijs niets dan kritiek oogst. Dat was wel anders toen u in Brussel minister van Openbare Werken was.
Smet:
"Als je minister in Brussel bent, dan ben je in feite niet meer dan een schepen in een grote stad, een superschepen zo je wilt. Als minister van Openbare Werken zie je vlug resultaat. Ik heb inder­tijd het stadsbestuur bijvoorbeeld kunnen overtuigen van de noodzaak van de heraanleg van de Nieuwe Graanmarkt. En kijk nu maar eens naar het resultaat."

"Minister zijn in Vlaanderen is anders. Je moet meer tegen de stroom in zwemmen. Toch heb ik de indruk dat men in de meeste scholen waar ik kom, tevreden is over mijn beleid. Vaak is kritiek echter onbegrijpelijk, of geeft ze slechts de stem van een minderheid weer. De meerderheid, die vindt het beleid niet slecht. Even vaak is kritiek ook onredelijk: neem nu die verhalen van overvolle klassen. Er heeft nooit een klas met vijftig kleuters bestaan, zoals in de media is verschenen. Ik kan dat aantonen met cijfers. Tegenwoordig gaat het om verhaaltjes in de media, en niet echt meer over de naakte feiten. Kennelijk heeft men een dagelijkse winnaar en een dagelijkse verliezer nodig. Maar zo werkt een democratie niet."

Onlangs kwam een deel van de Brusselse jeugd niet al te positief in het nieuws met wat er in Hofstade is gebeurd. Vindt u als minister bevoegd voor Jeugd nog altijd dat een openluchtzwembad het probleem grotendeels zal wegnemen?
Smet:
"Dat is te kort door de bocht. Brussel heeft meer dan ooit behoefte aan een openluchtzwembad, ja. Dat is goed voor het imago van een stad, goed voor de inwoners én goed voor bezoekers. Het is toch godgeklaagd dat kinderen in uitgerekend die wijken waar weinig ruimte is, geen goede ontspanningsmogelijkheid hebben als het warm is. Van een openluchtzwembad kun je een stadsrenovatieproject maken, zodat buurtbewoners erbij betrokken worden en het gevoel hebben dat het zwembad van hen is."

Onlangs nog toonde een studie aan dat een groot deel van de Brusselse jeugd antisemitisch is. Daarop volgde geen politiek debat. Verontrustend.
Smet
: "Er zijn veel dingen die me in Brussel verontrusten. Er zit hier niemand in de cockpit. De Vlaamse Gemeenschap bijvoorbeeld heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de mogelijkheid gegeven onderwijs te coördineren, terwijl het Brussels Gewest daar niet bevoegd voor is. Maar Brussel grijpt de kans niet. Ook in andere dossiers is dat zo: kinderopvang, spijbelen, samenleven in de stad, noem maar op. Ook daar zou het Brussels Gewest een belangrijke rol kunnen spelen. Ze doen het niet. Krachtdadig bestuur heeft de stad nodig. Maar dat gebeurt niet, omdat er te veel spelers zijn. Daar blijf ik bij. Nu ja, ik zeg het al jaren, en ondertussen zijn er meer mensen die dat vinden."

"Nu gaat het debat in Brussel over hoe weinig geld er is. Terwijl die schaarste net de creativiteit kan aanscherpen."

Het Brussels Gewest trekt wél geld voor uit voor onderwijs. Negen miljoen euro kondigde minister-president Charles Picqué (PS) onlangs aan.
Smet:
"Het is vreemd dat een Gewest dat zegt geld te kort te hebben, plots wel geld voor die dingen heeft, zeker wanneer anderen bevoegd zijn. Maar oké, als ze dat absoluut willen, dan respecteren we dat. Wat voor mij telt, is: zowel Jean-Luc Vanraes (Brussels minister van Financiën, Open VLD, red.) als Charles Picqué heeft gezegd dat alles juridisch in orde is, en ik neem aan dat zij niet liegen tegen minister-president Kris Peeters (CD&V)."

SP.A is veel meer dan andere partijen een partij die pleit voor een sterk Brussels Gewest. Dit in tegenstelling tot CD&V en N-VA, uw coalitiepartners in de Vlaamse regering. Legt u dat eens uit.
Smet:
"De SP.A moet Vlaams zijn in Vlaanderen en Brussels in Brussel. In Brussel zijn we er om het stadsgewest te benadrukken. Dat is niet in tegenspraak met de rol van het Nederlands in deze stad, die om historische en andere redenen inderdaad gekoesterd moet worden. De gegarandeerde vertegenwoordiging willen we in elk geval behouden. Alleen vinden we dat het ook over ideeën voor de stad moet gaan. Daarover nadenken doe je met alle talen samen, en dus willen we de institutionele muurtjes die de verspreiding van goede stadsideeën tegenhouden, slopen."

"Brussel is de facto een autonoom gewest. Dat is normaal, het is een hoofdstad. Maar Brussel moet ook aanvaarden dat er andere overheden aanwezig zijn in de stad. Of is het niet goed dat de Vlaamse en Franse Gemeenschap investeren in een stad? Dat staat de ontwikkeling van een Brussels beleid toch niet in de weg?"

"Maar laat er geen misverstand over bestaan: de recent opgerichte Fédération Wallonie-Bruxelles is dom, want het ontneemt Brussel de mogelijkheid om internationaal te zijn. Brussel moet met iedereen banden aanhalen, niet alleen met Wallonië. Neem de Vlamingen weg die hier werken of wonen, en de stad valt nagenoeg stil."

Iets anders nu: rechts staat sterk in Europa, uw regeringspartner N-VA is daarvan een voorbeeld. Weegt dat op het beleid in Vlaanderen en Brussel?
Smet:
"Ik ben het beu dat rechts zegt wat links denkt. We zijn daar te veel in meegegaan. Ik denk dat de boodschap van solidariteit en kansen zoals links die bracht, nog altijd actueel is. Trouwens, links doet het in de wereld niet zo slecht: kijk naar Brazilië, kijk naar Australië. In de toekomstlanden wint links, in het Avondland wint rechts. Misschien wil dat iets zeggen."

"Ook geloof ik nog altijd dat de samenleving gemaakt kan worden: dat bewijzen we toch. We slaan elkaars hoofd niet meer in, de mensen zijn beter opgeleid en de werknemer heeft het beter. Er zijn natuurlijk wel nieuwe problemen bij gekomen. Er is nog armoede, en daar moeten we aan werken. Dat heet progressief beleid. Links-rechts is een oude tegenstelling, en ik spreek dan ook liever over conservatief-progressief. De partijindeling zoals ze nu is, weerspiegelt de maatschappij niet meer. Ik ga iets heel gedurfds zeggen: mocht ik jong zijn en in de politiek willen gaan, dan zou ik een beweging oprichten."

"We beleven boeiende tijden. De politiek-economische macht verdwijnt uit Europa, dat is een gegeven. We kunnen daar stom op reageren en we kunnen daar verstandig op reageren. We hebben onze creativiteit nog mee. Maar af en toe moet je wel de samenleving herijken. En ik denk dat progressief daar de beste antwoorden op biedt. Waar is ons vooruitgangsdenken? Uiteindelijk wint dat soort samenlevingen. Misschien doet links het momenteel slechter in Europa omdat de klassieke agenda er gerealiseerd is."

Links-rechts is voorbij, zegt u. Is de Vlaamse regering dan conservatief of progressief?
Smet
: "Uiteraard progressief, anders zouden we er geen deel van uitmaken. Nu ja, ze kan altijd progressiever."

Met een centrumpartij met een rechtse vleugel, een rechtse partij en één 'progressieve' partij?
Smet:
"Men kleeft graag etiketten om te versimpelen. De CD&V en de N-VA hebben progressieve krachten, en links is niet per definitie progressief. Zolang het regeerakkoord progressief is, is het goed. Maar mag ik nog iets zeggen over mijn Brussels engagement?"

Wij hebben daar ook een vraag over: hoe bind je de Brusselse kiezer aan je als je in Vlaanderen werkt als minister?
Smet:
"Ik woon hier nog. Vergeet niet dat ik ook verhinderd schepen in Brussel-Stad ben. En ik heb goede contacten met de Brusselse PS, en dat loont. Daarnaast: Vlaanderen doet veel voor het Brusselse onderwijs, hoor. Er is voorrang voor Nederlandstaligen, er komt een nieuwe school in Schaarbeek en de verklaring op eer is vervangen door een verplichting tot bewijs dat je Nederlands praat. We hebben zelfs in twee jaar tijd 21 miljoen euro extra geïnvesteerd hier. Zelfs Antwerpen heeft dat niet gekregen."

Wie is Pascal Smet?

Pascal Smet (Haasdonk, 1967) is sinds de zomer van 2009 minister in de Vlaamse regering-Peeters II. Hij is er bevoegd voor Onderwijs, Gelijke Kansen, Jeugd en Brussel.

Van 2004 tot 2009 was hij minister van Openbare Werken en Mobiliteit in de Brusselse regering. Sinds 2006 en tot op heden is Smet ook verhinderd schepen (van Openbare Werken) in de Stad Brussel. Zijn bevoegdheid wordt er nu uitgevoerd door Ahmed El Ktibi (PS).

Smet was in Brussel zowel geliefd als gehaat om zijn voluntarisme. In deze regeerperiode is Brigitte Grouwels (CD&V) minister van Openbare Werken in Brussel.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?