Wat u altijd al wilde weten over de verkiezingen

Vlaamse Brusselaars moeten op 7 juni drie keer stemmen. Hoe doet u dat, en hoe hebt u dat bij vorige verkiezingen ook alweer gedaan? Een blik vooruit, én een blik achterom.

Op 7 juni worden dertien europarlementsleden en 89 Brusselse parlementsleden gekozen. De Brusselaar bepaalt in het stemhokje eerst in welke taal hij zijn instructies wenst te krijgen: in het Nederlands of het Frans. (Dit is louter een werktaal.)

Vervolgens kiest de Vlaamse Brusselaar eerst voor het Europees parlement. Hij begint met zijn voorkeur uit te drukken voor de Nederlandstalige of de Franstalige kieskring. Pas dan kiest hij de partij en/of de kandida(a)t(en) van zijn keuze.

Een tweede stem is er een voor het Brussels parlement. Ook hier gaat een taalgroepkeuze aan vooraf. Volledige lijsten voor een Nederlandstalige partij tellen zeventien kandidaten (net zoveel als er Nederlandstaligen in het parlement zetelen), en zestien opvolgers.

Na de stem voor het Brussels parlement zal de Vlaamse Brusselaar ook voor het Vlaams parlement kiezen: daar staan maar zes kandidaten en zes opvolgers op.

Noteer dat een Franstalige Brusselaar alleen voor het Brussels parlement kiest. Het parlement van de Franse Ge­meenschap wordt samengesteld uit geko­ze­nen van het Brussels en het Waals parle­ment. Tot slot: elke keuze moet telkens ook bevestigd worden.

Gewaarborgd
Omdat er een gewaarborgde vertegenwoordiging is, staat vooraf vast hoeveel Nederlandstaligen (zeventien) en hoeveel Franstaligen (72) er in het Brussels parlement zullen zetelen. Frans- en Nederlandstaligen kunnen elkaar dus geen zetels meer afsnoepen, maar wel stemmen. En die (Franstalige) stemmen kunnen de krachtsverhoudingen tussen de Nederlandstalige partijen wel beïnvloeden. Het staat Franstaligen immers vrij om Nederlandstalig te stemmen.

Bij de parlementsverkiezingen van 2004 slaagde Vlaams Belang erin zes zetels in de wacht te slepen. Van de potentiële regeringspartijen kwam Open VLD met vier gekozenen als sterkste uit de bus, SP.A en CD&V hadden er elk drie, en Groen! haalde één gekozene.

Hoe het politieke landschap er langs Vlaams-Brusselse kant na 7 juni zal uitzien, is koffiedik kijken. Nooit eerder hebben er zoveel partijen (elf; in 2004 waren er maar acht) naar de gunst van de kiezer gedongen. Maar ook een Nederlandstalige partij in Brussel moet de drempel van vijf procent halen vooraleer ze een gekozene kan halen. Let wel: die kiesdrempel van vijf procent slaat op het totaal aantal stemmen dat wordt uitgebracht op Nederlandstalige partijen, niet op het totaal aantal uitgebrachte stemmen voor het Brussels parlement.

Die kiesdrempel kan in werkelijkheid hoger liggen. Voor het Vlaams parlement is dat zeker het geval. Een voorbeeld: in 2004 haalde Groen! bijna tien procent van de Brusselse stemmen voor het Vlaams parlement, maar de partij greep toch nipt naast een zetel.

Het is al de vijfde keer dat de Brusselaars kunnen kiezen voor het Brussels parlement, maar het is nog maar de tweede keer dat de gewaarborgde vertegenwoordiging meespeelt. Het aantal Nederlandstalige stemmen in Brussel daalt, maar niet eenduidig. In 1989 kregen de Vlamingen 67.000 stemmen, in 1995 waren er dat maar 56.746 - een zware terugval -, maar de laatste twee verkiezingen is het aantal wel gestegen: 60.546 in 1999 en 62.516 in 2004. Het is niet fair om appelen met citroenen te vergelijken, maar in 2007 waren er met de federale verkiezingen in Brussel maar 54.000 Nederlandstalige stemmen. Het wordt uitkijken naar het aantal Nederlandstalige stemmen dat wordt uitgebracht op 7 juni.

In Brussel wordt doorgaans anders gestemd dan in Vlaanderen.
CVP/CD&V
vertoont sinds 1989 een dalende trend in Brussel. Waar de christendemocraten in 1989 nog veruit de grootste partij waren, werden ze in 1999 tweede, en in 2004 zakten ze naar de vierde plaats.
De verkiezingsresultaten van de Vlaamse liberalen van PVV/VLD/Open VLD vertonen sinds 1989 een licht stijgende trend. De liberalen zijn altijd de tweede of derde partij. De beste uitslag was die in 1999, met het kartel VLD-VU-O.
Vlaams Blok/Vlaams Belang stijgt sinds 1989 ononderbroken. De topscore in 2004 lag ongeveer tien procent hoger dan in Vlaanderen.
SP.A stijgt sinds 1989 licht. De beste uitslag haalden de socialisten in 1999, maar dat was met Sp!aga, de kartellijst met de groenen.
De score van Agalev/Groen! vertoont een wisselend beeld. In 1989 en 1995 lag de Brusselse score onder de Vlaamse, in 1995 haalde Agalev zelfs geen zetel. In 2004 scoorde Groen! in Brussel veel beter dan in Vlaanderen.

CVP/CD&V en SP/SP.A maken sinds 1989 onafgebroken deel uit van de meerderheid; langs Franstalige kant kan alleen PS dat zeggen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?