Annet Buurman: 'Ik viel voor het woord'

Aan het Winston Churchillplein ving de fietsende Annet Buurman, met haar kind achterop, een blik op. Tussen een vrouw op een bankje en een passerende man. Het beeld was de aanzet van haar eerste novelle ‘De naakte waarheid’. Nu haar tweede uit is, ‘Valavond’, wordt Annet Buurman stilaan de schrijver die ze altijd al was.

Willem Elsschot had het wellicht amusant gevonden. Dat de Nederlandse Annet Buurman (Schiedam, 1962) op de drempel van de oude kroeg Au Vieux Spijtigen Duivel, waar hij wel eens kwam, over Kaas begint. Ze las zijn novelle in de leesgroep van de Ukkelse bibliotheek waar ze werkt. In Valavond slaat de vader Kaas open om niet te hoeven converseren met zijn vrouw. Hij kan zich wel vinden in die Frans Laarmans.

Veertien jaar geleden volgde Buurman haar man naar Ukkel. Hoewel het decor in haar verhalen nog overduidelijk Nederlands is – er wordt schaamteloos naar binnen gekeken – is ook Ukkel aanwezig. In Valavond horen we de boekentrolley langs de rekken rollen en de rust neerdalen in de bibliotheek na sluitingstijd. Het hoofdpersonage Frida is een oud-bibliotheekmedewerkster die door de argeloze vragen van twee schooljongens in haar eigen verramsjte boek terugbladert. Buurman weet de vinger te leggen op verlangen en spijt. Omdat hij me, van alle mannen die mij niet wilden, als enige bijgebleven is.

De lift in haar appartementsgebouw in de De Frélaan kreeg ook een rolletje. Hij maakt geen tussenstops, wat Buurman betreurt, want toevallige ontmoetingen zijn daardoor vrijwel uitgesloten. Ook ontmoetingen met “straatvrienden” en tramritjes kunnen beelden opleveren: “Ik kan me erover verbazen hoeveel mensen, van velerlei pluimage, hetzelfde zitje innemen tijdens een rit. De geschiedenis van een tramstoel moest eens verteld worden.”

Ze droomde in België van een job waar mensen een koffie konden drinken en zich welkom zouden voelen. Toen ze in de bibliotheek kon gaan werken, realiseerde ze zich: “Dit ís het!” In Nederland had Buurman Rechten gestudeerd om dan in de psychiatrische verpleegkunde te belanden: “Conflicten met regels beslechten is beslist een goede zaak, maar ik besefte dat conflicten niet zozeer met regels, dan wel met de intentie van mensen te maken hebben. Het kostte me jaren om erachter te komen dat ik bij de mensen wilde zijn, en dan heb ik ook patiënten begeleid met persoonlijkheids- en stemmingsstoornissen. In de psychiatrie ga je naar de kern van het leven. Daar heb ik geleerd dat je alleen maar een soort anker kunt zijn, want uit de put klauteren moet je zelf doen.”

De neurose zit ook in Valavond waar de moeder aan smetvrees lijdt. In een huiveringwekkende passage tracht ze belastend bewijsmateriaal weg te poetsen en weet ze niet of haar man, bij het verzet, dan wel de ingekwartierde Duitse soldaat eerst thuis zal komen: “Een simpel verzetskrantje bezorgen lijkt iets kleins, maar het kan een gezin ontwrichten. Het oorlogsleed speelde zich ook op de vierkante meter af. Mijn oma heeft in de oorlog geprobeerd met haar tengere lijf illegaal gekapt hout te verstoppen voor een Duitser. Hij moet het geweten hebben, maar heeft niets gezegd.” Wat goed was en wat kwaad, was zo overzichtelijk niet meer. “Daarom schrijf ik over het angstzweet dat bij iedereen hetzelfde ruikt.”

Protestants zetje
Buurman heeft een wekelijkse schrijfdag. Van Anna Enquist leende ze het ideetje per schrijfdag niet minder - maar ook niet meer - dan vijfhonderd woorden te schrijven: “Met nieuwe ogen kijken naar wat ik geschreven heb, werkt voor mij. Je begint een verhaal en dan is het alsof je in het verhaal getrokken wordt. Ik denk dat ik zou vereenzamen als ik niet op tijd en stond onder de mensen kwam.”

Stom toeval dat Marita de Sterck in 2014 ook een roman Valavond publiceerde. Buurman had haar titel al van bij de aanvang van haar verhaal: “Gehoord in een preek in de Protestantse Kerk Brussel aan de Nieuwe Graanmarkt. Ik ben letterlijk voor dat woord gevallen, dat 94 procent van de Nederlanders niet kent. Door in de kerk betrokken te raken bij de kinderwerking zag ik mijn kans schoon een kerstspel te schrijven. Daarna begon ik Bijbelverhalen te hertalen en ook weer voor mezelf te schrijven. Ik heb altijd al geschreven, zonder echt te geloven dat ik dat zou kunnen.” Ze kan het, rimpels, bijvoorbeeld, verspreiden zich vanuit de ooghoeken als isobaren over een gezicht. “Schrijven is meer dan ik kan vertellen,” Buurman kan op een pretentieloze manier kernachtig zijn.

Steven H. Fuite, die eerst predikant was aan de Nieuwe Graanmarkt, en nu synodevoorzitter van de Verenigde Protestantse Kerk in België, zette Buurman aan om een boek te schrijven. De motto’s in beide novellen zijn van hem: “Ik ben de schrijver, hij is de dichter, en soms interview ik hem voor Kerkmozaïek. De verhalen van de Bijbel hebben zo’n grote zeggingskracht voor mij dat ze als vanzelf opborrelen als ik schrijf.” Iemand had twee zonen, resoneert het weer in wat ze nu aan het schrijven is.

Buurman stelt in een verhaal de vraag wat er zou gebeuren als de gerstekorrels afwisten van een wereld buiten de hunne. Wat doet dat besef met háár? “Het is aanvaarden dat we de draagwijdte van ons leven niet kunnen bevatten, of het nu in religie, spiritualiteit of in ons dagelijks leven is, zeg niet te gauw: dat heeft geen zin. Soms is dat inderdaad zo, maar dat moet dan nog blijken.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
BRUZZ Magazine
deze week
deze maand
  • A dip into Bluai's dreamy indie rock world
  • Géraldine Tobe: portrait d'une jeune femme en feu
  • 'De acht bergen' van Charlotte Vandermeersch en Felix Van Groeningen
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement