De collaborateur die niet geliquideerd raakte

Op 22 april 1943 schieten twee fietsers de 49-jarige Leon Landerer neer aan het Parmentierpark in Sint-Pieters-Woluwe. Hij wordt geraakt door drie kogels, maar overleeft de aanslag. Het begin van een rollercoaster aan mislukte liquidatiepogingen op de man, die collaboreerde als tipgever.

Landerer wordt na de schietpartij overgebracht naar het ziekenhuis vlakbij De Jacht in Etterbeek. Daar blijkt dat zijn verwondingen niet ernstig zijn. Wanneer de politie hem komt ondervragen zegt de doodsbange Landerer dat hij niet weet wie hem heeft neergeschoten: hij heeft geen vijanden, bemoeit zich met niemand en maakt nooit ruzie. Hij denkt dat hij is aangevallen omdat hij Joods is, en dat zijn aanvallers een tweede poging zullen wagen als ze erachter komen dat hij nog leeft. Om ‘speciale redenen’ vraagt hij politiebewaking op zijn kamer. Die krijgt hij.

Heftig vuurgevecht
Drie dagen later blijkt die bewaking niet overbodig. Twee gewapende mannen dringen Landerers ziekenhuiskamer binnen. Eén van hen zet een pistool tegen zijn slaap, en vuurt. Voordat ze vluchten laten de mannen een briefje achter onder het kussen, waarop staat ‘Zo zullen alle verraders eindigen’. Wederom eindigt het hier echter niet voor Landerer: de kogel is op een haar na langs zijn hoofd gevlogen. Zijn belagers hebben minder geluk. Op het moment dat de mannen het ziekenhuis uitrennen komen juist twee politieagenten voorbij die de achtervolging inzetten. Een heftig vuurgevecht breekt los op de drukke kruising tussen de Jachtlaan en de Waversesteenweg, waarbij twee omstanders worden geraakt. Een jongeman die voor de daders op de uitkijk staat wordt geraakt en overleeft het niet. Een van de belagers kan ontsnappen, de ander wordt door de politieagenten gegrepen. Hij zegt ze nog dat hij bij het verzet zit en dat ze hem moeten loslaten. In een moment van verwarring kan hij vluchten, maar vervolgens wordt er opnieuw op hem geschoten. Hij raakt gewond en kan ingerekend worden. Gezien zijn verwondingen moet hij echter eerst verzorgd worden. Hij krijgt een kamer in hetzelfde ziekenhuis, in dezelfde gang als zijn slachtoffer…

Gewapende Partizanen
De dag na de overval komen de gerechtelijke politie en de onderzoeksrechter van dienst ter plaatse. Ze verhoren Landerer, die weinig loslaat, en trekken dan naar de kamer van zijn belager. Die lijdt duidelijk onder zijn verwondingen, en verklaart met zachte stem dat hij ‘een patriot is’ en Landerer wilde vermoorden omdat die Joden verklikte aan de Duitsers. Het identiteitsbewijs dat hij op zak heeft is vals, in werkelijkheid heet hij Icek Gutfraynd. Hij weigert te zeggen waar hij woont, en hoe zijn overleden compagnon heette. De onderzoeksrechter stelt Gutfraynd in beschuldiging wegens poging tot moord op Landerer en poging tot doodslag op de omstanders op straat. De Duitse politiediensten, die inmiddels ook geïnformeerd zijn, komen eveneens ter plaatste, maar als ze Gutfraynd willen verhoren doet die alsof hij slaapt. Ze geven de Belgische politie opdracht om de man te bewaken en vertrekken.

De volgende avond verschijnen iets na 21 uur ’s avonds een man en een vrouw bij de portier van het ziekenhuis. Ze ondersteunen iemand en zeggen dat die gewond is geraakt bij een tramongeluk. De portier vertrouwt het niet en roept een arts, maar voordat die kan verschijnen haalt de man een revolver tevoorschijn. Daarop rennen tien gewapende mannen het ziekenhuis binnen. Ze trekken naar Gutfraynds kamer, waar ze de aanwezige politieagent ontwapenen, en hem opsluiten in de kamer. Hun kameraad nemen ze mee. Ondertussen vragen ze aan een verpleegster waar ‘de verrader’ ligt, waarop deze laconiek antwoordt dat ze haar zieken met rust moeten laten. De politieagent die Landerers kamer bewaakt is ondertussen in actie geschoten: hij doet de deur op slot en lost een vijftiental waarschuwingsschoten op de deur. De overvallers kiezen daarop het hazenpad. Ze zijn er opnieuw niet in geslaagd om hun prooi te doden. Bij het verlaten van het ziekenhuis roept Gutfraynd nog ‘Vive la liberté!’

De onderzoeksrechter, die van plan is Gutfraynd nog eens te verhoren, wordt de volgende dag ingelicht over de spectaculaire ontsnapping. Hoewel de verdachte spoorloos is, zet de gerechtelijke politie het onderzoek voort door foto’s te nemen en getuigen te verhoren. Landerer is intussen door de Duitsers overgebracht naar een ander ziekenhuis. Het gerechtelijk onderzoek leidt nergens toe en in oktober 1943 volgt een buitenvervolgingstelling. De ontsnapte Gutfraynd zet ondertussen zijn verzetsactiviteiten bij de Gewapende Partizanen voort.

Amnestie
Drie jaar later, in augustus 1946, verschijnt hij weer op de radar van de gerechtelijke politie. Zijn aanhoudingsbevel staat immers nog steeds uit. Waarschijnlijk begrijpt de politie ondertussen hoe de vork precies in de steel zat. In 1943 pleegde de verzetsgroep van Gutfraynd aanslagen op zeker vier Joodse verklikkers, en steeds had de politie wel door dat hier politieke motieven speelden. Nu kan Gutfraynd zelf de details uit de doeken doen. Hij legt uit dat zijn chef bij de Gewapende Partizanen, waarbij hijzelf al vanaf 1941 was aangesloten, opdracht had gegeven om Landerer te vermoorden. Er was namelijk gebleken dat Landerer bij tramhaltes mensen met een Joods uiterlijk volgde en vervolgens hun adres doorgaf aan de Duitse politie. Over zijn voormalig doelwit heeft Gutfraynd horen vertellen dat die nog tijdens de oorlog is omgekomen. Dat klopt: na de aanslagen konden de Duitsers Landerer, die maar moeilijk aansterkte, niet meer gebruiken. Hij werd naar de Dossinkazerne in Mechelen gebracht, en van daaruit gedeporteerd naar Auschwitz.

Hoewel Gutfraynd hiermee zijn moordpoging toegeeft, wordt hij niet vervolgd. In september 1945 is namelijk een wet uitgevaardigd die amnestie verleent aan alle door het verzet gepleegde misdrijven. Na het verhoor wordt Gutfraynd dan ook vrijgelaten, ditmaal definitief.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?