Een ochtend met de Brusselse kanaalvegers

© Saskia Vanderstichele

BRUSSEL - Elk jaar komen er zo’n honderden kubieke meter afval in het Brussels kanaal terecht. Dat is niet alleen erg voor het milieu, het is ook gevaarlijk voor de schepen. Om dit afval te verwijderen, zet de Haven van Brussel een speciaal bootje in voorzien van een groot net en enkele toegewijde kanaalvegers: de Castor. Want in het kanaal vind je letterlijk alles.

Er staat een strakke westenwind op de Akenkaai wanneer de Castor in het zicht komt. Twee flauwe koplampen schijnen door de mist en een zwaaiende hand wuift vanachter het roer. “Stap maar op,” lacht de stuurman enthousiast. Behendig stuurt hij zijn bootje tegen de kant waarna zijn kompaan het hek opent. Sylvain Godfroid, de communicatiecoördinator van de Haven van Brussel, is ook aan boord. Met zijn handen diep in zijn zakken en zijn muts ver over zijn oren getrokken, stelt hij Louis en Kevin voor.

Dammen
Al rokend draait Louis het roer van de Castor om en met een korte snok trekt het bootje verrassend snel op. “Meestal varen we alle dagen uit,” steekt Louis van wal. “Je kan je niet voorstellen wat wij allemaal vinden. Blikjes, vuilniszakken, hout, maar ook fietsen, ijskasten, varkenskoppen en volledige schapen.” “En mensen!,” valt Kevin hem bij. “Ja”, zegt Louis. “Zowel dode als levende. We hebben al meer dan een drenkeling uit het kanaal gehaald,” lacht de vijftiger luid.
Niet veel later is het zover. Louis stuurt de Castor richting een hoopje drijvend vuil dat tussen een aanliggende boot en de kant bij elkaar ligt. Kevin weet wat hij moet doen. Hij neemt zijn positie in aan de neus van de boot en laat een groot net in het water zakken. Met zijn hark drijft hij het afval in het net en hijst hij het op. Opeens worden de mannen opgeschrikt door een luid gekraak. De houten steel van de bootshaak, die met een klem vastgemaakt zit aan de rand van de boot, breekt af.
Met een scherpe bocht stuurt hij de Castor verder het kanaal op. Onder de Redersbrug heeft de Haven twee dammen aangelegd waar afval verzameld wordt. “De stroming drijft het afval in de dammen,” legt Godfroid uit. “Het meeste afval in het kanaal komt van de stad zelf. Het kanaal is het laagste punt van de stad en vooral na periodes van hevige regen stroomt er via de riolen heel veel afval in het water.”

Doffe ellende
Om het vastgekoekte afval uit de riool te halen hebben de mannen een aparte techniek uitgevonden. Terwijl Louis zijn boot zo dicht mogelijk met de achterkant tegen de riool plaatst, maakt Kevin de Castor vast aan de kade. Eenmaal de boot vastligt, geeft Louis flink gas waardoor zijn propeller het water met een enorme kracht door de riool jaagt. “Efficiënt, niet?” vraagt Louis. “Eens het afval uit de riool geblazen is, heb ik het maar uit het water te vissen”, legt Kevin uit.
“We hebben een goed leven hier op het water,” schokschoudert Louis. “Vooral in de zomer is het hier erg aangenaam, maar in de winter is het soms afzien. Wanneer het meer dan vijf graden vriest…. Oh la la”, zegt hij zuchtend terwijl hij zijn hand op en neer schudt. “Ook regen is doffe ellende,” voegt Kevin toe. Wanneer de Akenkaai opnieuw in zicht komt, schijnen de eerste zonnestralen door de grijze wolken. De drie mannen zetten hun tocht verder, want het laatste blikje cola is nog lang niet opgeruimd.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?