'Ezelstad' wil lacune opvullen in de lokale berichtgeving

© Saskia Vanderstichele

De website ‘Ezelstad’ heeft zich in korte tijd een mooie plaats weten te verwerven in de virtuele wereld van het lokale nieuws, en brengt vier keer per jaar zelfs een gedrukte versie uit. “Schaarbeeks chauvinisme is ons vreemd,” zegt initiatiefnemer Matthieu Simonson.

Het is een beetje begonnen als een grap, als een knipoog. Simonson startte begin 2013 een wijkblog ‘I Love Meiser’. Automobilisten kennen het plein als place Misère, omwonenden blijven er liefst ver weg. “Ik woonde er, had even genoeg van mijn doctoraat in de sociologie (dat hij intussen heeft afgewerkt) en wou me concentreren op iets heel lokaals,” vertelt Simonson ons in het café L’Ane Fou. “Ik wou mensen ontmoeten, ver weg zijn van de abstracte academische wereld. De wijkblog was daarvoor het geknipte medium.”

Al snel ontstond het idee om een platform op te richten voor steun aan lokale media. “En daaruit is dan de website Ezelstad ontstaan,” vertelt Simonson. “We brengen heel eenvoudig nieuws, bijna op een naïeve manier. We willen geen schandalen uitbrengen, of politici het vuur aan de schenen leggen. In die zin beschouwen we ons ook niet als journalisten. Het moet allemaal niet te ingewikkeld zijn. Het gaat erover dat mensen hun wijk leren kennen. Dat mensen elkaar leren kennen, en van elkaars kennis kunnen leren. Als iemand weet hoe hij zelf zeep kan maken, of zuurdesembrood, dan kan Ezelstad dienen om die kennis te delen.”

Het platform heeft twee antennes: Ezelstad.be en Whatfor.be, een website met lokaal nieuws uit Watermaal-Bosvoorde. “Je kan niet om de vaststelling heen dat het droevig gesteld is met de lokale en hyperlokale berichtgeving,” zegt Simonson, “tenminste aan Franstalige kant. Vroeger had Vlan journalisten per sectie binnen één gemeente. Dat is verdwenen. Lokale journalisten hebben ook geen voldoening meer aan hun job. De leemte die daaruit is ontstaan proberen wij in te vullen.”

Zoals het met vrijwilligersorganisaties gaat, is het niet altijd makkelijk om de werking draaiende te houden. Medewerkers komen en gaan, er is geen vast secretariaat. Geld is er momenteel genoeg. Via crowdfunding haalde Ezelstad meer dan zesduizend euro op. “We kunnen zeker nog even verder. Een website laten draaien kost niet zo heel veel.”

Voor subsidies is Simonson alvast beducht. “We willen niet in de val trappen van de citymarketing. Een stad moet er niet zijn om te verkopen. Als we bijvoorbeeld subsidies zouden krijgen van het gemeentebestuur, zouden we daar toch misschien afhankelijk van worden.
“We willen ook geen Schaarbeeks chauvinisme aanwakkeren. Geen kerktorenpolitiek. Schaarbeek is een leuke plek, maar we kijken niet neer op andere gemeenten. De website had evengoed over een andere gemeente kunnen gaan.”

Wegen op het beleid
Burgers die zelf initiatieven opzetten, wars van de politiek en beleid. Deeleconomie. Het zijn begrippen die het deze tijden goed doen. Simonson is daar zeker niet afkerig van, maar nuanceert ook. “Natuurlijk surfen wij mee op die mode. Maar anderzijds mag je toch ook niet te veel verwachten van die burgerparticpatie. Sommigen maken die belangrijker dan ze is.”

Toch valt bij het lezen van Ezelstad een zeker engagement op. Het gaat over wonen in de stad, en de ongelijkheid die ermee samengaat, of over moestuinen in de stad. Simonson geeft ook toe dat ze wel willen wegen op het beleid. “We zijn nu bezig met een dossier rond het transatlantisch vrijhandelsakkoord (TTIP). Er zijn gemeente die zich TTIP-vrij verklaren. En als is dat louter symbolisch, waarom kan Schaarbeek geen TTIP-vrije zone zijn?”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?