Gent experimenteert met zestien autovrije 'leefstraten'

Laat de bewoners zelf het initiatief nemen om een straat autovrij te maken. Dat is de succesformule van de Gentse vzw Lab van Troje. Schepen van wijkcontracten Ans Persoons (SP.A) ging een kijkje nemen.

W asstraat, op een steenworp van Gent Dampoort. Links een school, rechts een park. In het midden, pal op straat, een synthetisch grasveld met banken gemaakt van paletten en ander recupmateriaal. Auto’s kunnen er niet meer door. Voetgangers, fietsen en bakfietsen wel. De Brusselse ‘centrale lanen’, maar dan in micro-formaat.

De Wasstraat is een van de zestien ‘leefstraten’ die Gent momenteel rijk is. Het recept is simpel: geef een knip in het lokale verkeer en geef de straat aan de bewoners. En dat voor een periode van twee maanden.

De weg ernaartoe is iets gecompliceerder, maar komt volledig van onderuit. Dat vertelt Dries Gysels van Lab van Troje, een vzw die voor het derde jaar op rij bewoners helpt met het tijdelijk autovrij maken en letterlijk leefbaar maken van een stukje straat. “Alles kan,” zegt Gysels bij wijze van boutade, “slapen, dansen, spelen. Dromen staat vrij. Maar als de bewoners vragen: wat gaat de stad voor ons doen om dit mogelijk te maken, dan is het antwoord: de stad heeft al te veel gepamperd. Het is aan de bewoners zelf om het heft in handen te nemen.”

Glijbaan
Buurtbewoner Pieter is een van de trekkers van het autovrij maken van de Wasstraat. “Wat we eerst doen is: consensus zoeken tussen de buurtbewoners.” Dat lijkt makkelijker dan het klinkt. In dit concrete geval moesten er vijftien parkeerplaatsen sneuvelen in een wijk die al met een grote parkeerdruk kampt. Bovendien is het een multicultureel stukje Gent, wat de discussies niet altijd vergemakkelijkt. “Sommigen vreesden dan weer dat het hier een soort kermis zou worden,” zegt Pieter.

Het experiment in de Wasstraat dat nu aan zijn tweede jaar toe is, lijkt geslaagd. De bewoners hopen dat het een permanente inrichting kan krijgen. Een glijbaan komt vanuit het park rechstreeks op het autovrije stukje straat. Kinderen kunnen van school of van huis naar park zonder verkeersrisico.

Gedeelde tuin
Experimenteren is soms nodig om dingen in beweging te zetten, gelooft Dries Gysels: “De stad is een groot en log apparaat. Ze zit vaak gevangen in de kip-of-het-ei-redenering. Beleidsmatig wil ze ver gaan, maar ze vraagt zich dan af of er wel draagvlak voor is. Daardoor durft de stad vaak de beslissende stap niet te zetten.”

“Omgekeerd is het zo dat mensen afwachten tot er iets met hun straat gebeurt. Ze zijn teleurgesteld dat de stad niets doet aan bijvoorbeeld de drukke verkeerssituatie.”

“Wat we met Lab van Troje doen is ons mentaal vòòr de stad zetten en op zoek gaan naar waar er bij bewoners een bepaalde dynamiek is. Als die er is, is een leefstraat in enkele maanden gefikst.”

Omdat het een proces is waarbij de hele straat betrokken is, gelooft Gysels dat de leefstraat een metafoor kan zijn voor anders leven in de stad. “Iedereen discussieert mee. Iedereen gaat dus als vanzelf op zoek naar oplossingen. In een autovrije straat is het bijvoorbeeld moeilijk om de boodschappen tot aan de huizen te brengen. Dus zijn de bewoners met Colruyt gaan praten met de vraag of er een collectieve levering mogelijk is voor de leefstraat. Maar Colruyt is daar misschien niet op voorbereid. Het zet dus ook de warenhuizen aan het denken over de toekomst van het leven in de stad.”

We fietsen naar een volgende leefstraat, enkele kilometers verder in de Kozijntjesstraat. De negentiende-eeuwse huizen hebben de deuren openstaan. De picknicktafels lonken. Een mooi aangelegde petanquebaan vervangt de parkingplaatsen voor de deur. Op een schoolbord staan kindertekeningen. Een van de gastvrouwen loopt op blote voeten op de synthetische grasmat van het ene naar het andere huis. Voor de kinderen is de straat een gedeelde tuin.

Experiment
Een heel andere soort leefstraat vinden we op het kruispunt van de Pijnders- en de Warandestraat, in de schaduw van de grote schouw van de voormalige elektriciteitscentrale. “Maar het is, eerlijk gezegd, iets te ambitieus”, zegt initiatiefnemer Dimitri. “Ik stond er vaak alleen voor. Ik was werkzoekende. Toen had ik tijd, maar nu is het trekken en sleuren om iedereen mee te krijgen.” Als het van Dimitri afhangt, komt er volgend jaar opnieuw een Leefstraat, maar dan wat kleinschaliger.

Gysels geeft toe dat niet alle leefstraten een succes zijn. “Ook dat is onderdeel van het experiment,” zegt hij.

En de Stad Brussel? Het is geen toeval dat schepen Ans Persoons (SP.A), bevoegd voor participatie en wijkcontracten, een kijkje gaat nemen in Gent. Ook zij is gewonnen voor leefbare straten met minder auto’s. Maar ze kampt met hetzelfde probleem als de stad Gent. “Als het ‘topdown’ wordt beslist, is zoiets moeilijk te realiseren,” vindt ze. “Als ik een ding heb geleerd, dan is het dat het van de mensen zelf moet komen.”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?