debat

'Je kan het niet maken om al het Brussels jong geweld over een kam te scheren'

© Elke Vanoost

'Er zweeft iets boven onze kop hier in Brussel. Ik voel het al een tijd en stukken beginnen in elkaar te passen.' Sabine Rogiers, moeder van drie Brusselse jongeren, maakt zich zorgen over en voor de Brusselse jeugd. 'De stad is somber geworden. Het centrum van de stad trekt op niks. Wil het logge bestuurlijke apparaat van onze stad nu eindelijk eens wakker schieten?' 

© SR / BRUZZ
Er zweeft iets boven onze kop hier in Brussel. Ik voel het al een tijd en stukken beginnen in elkaar te passen.

Ik heb drie tieners waarvan nog twee op Brusselse scholen. Actieve pubers met een zeer gevarieerde en grote vriendenkring. Dat drinkt en ‘rookt’ al eens. Mijn tieners werden nochtans nooit aan hun lot overgelaten. Op oudercontacten ben ik present, ik praat zelfs de taal van de leraars. Ik help hen zo goed mogelijk bij taken en opdrachten. Ze hangen niet rond op straat. Worden rot verwend maar de kansen worden hen niet in de schoot geworpen. We helpen hen een job zoeken en zelf verantwoordelijkheid nemen. Ik praat met mijn kinderen en luister nog vaker. Liefst als er een stuk of acht (dat gebeurt al eens) aan onze ontbijttafel zitten.

In die ruime vriendenkring werden dit jaar heel veel B en C-attesten uitgedeeld. Veel meer dan vorige jaren naar mijn gevoel. Dat kan toevallig zijn, het viel wel op. Ook mijn jongste had een C-attest. Dat kan aan mij liggen, buitenstaanders die mij niet kennen zullen wel een oordeel klaar hebben. Toch weiger ik mezelf, mijn dochter noch de school iets te verwijten. Buiten het feit dat het volgens mij niet oké is om een minderjarige psychologisch op te vangen zonder de ouders daarover in te lichten. De school heeft er alles aan gedaan om haar te blijven motiveren. Nu zijn we weer op goede weg, ik heb mijn vrolijk kind terug.

Dit gaat niet alleen over het krijgen van kansen. De stad is somber geworden. De sfeer is bedrukt. Het centrum van de stad trekt op niks. Straten en tunnels worden maanden afgesloten zonder dat er ooit één arbeider aan het werk is. Brussel is vuil en grauw geworden. Als bewoner kan je blijven roepen hoeveel je van je stad houdt, het lijkt soms een afvalrace voor moedige burgers. Maar dit is politiek geleuter. Brussel (Stad – Gewest) doet het bestuurlijk niet zo goed. Te veel geblaat – te weinig wol.

Waar we nu voor staan, is dat de jeugd het opgeeft omdat het geen nut meer heeft. Er zijn voor hen geen jobs en er zal voor hen geen pensioen zijn. Op dit moment bestaat hun toekomst eruit dat ze zullen mogen werken om het pensioen te betalen van mensen die in hen niet geloven.

Er was een kantelpunt: de lockdown van 2015. Brussel was drie dagen doods. Iemand die hier toen niet heeft geleefd, gewoond of gewerkt heeft voor mij niet het recht te (ver)oordelen. Mijn kinderen, op dat moment 16, 15 en 13 jaar, zaten plots thuis omdat hun leefwereld niet meer veilig was. Toen moest de bom nog ontploffen.

Ik kan nog steeds niet inschatten welke invloed dat op hen heeft. Vrienden van Leuven of Gent mochten niet meer komen. Familie en kennissen vroegen verwonderd hoe het leven was in onze belegerde stad. Goed eigenlijk, wij gaan nog steeds op café of restaurant. Flaneren in onze winkelstraten en vieren feest met zij die geen schrik hebben om tot hier te komen.

En nu komt plots een nest krapuul het naar de knoppen helpen voor al de rest. Wil het logge bestuurlijke apparaat van onze stad nu eindelijk eens wakker schieten? Er moet nu duidelijke taal gesproken worden. Eén politiek blok vormen en tonen dat jullie aan onze kant staan. De kant van de bewoners van heel Brussel. Geen Waals-Vlaams getouwtrek. Daar hebben wij geen boodschap aan. De Brusselaar spreekt zoveel talen dooreen, maar aan politieke zijde blijft onderscheid gemaakt worden. Voor mij is er geen verschil tussen een Franstalige of Nederlandstalige verkozene. Jullie werden gekozen om onze stad vooruit te helpen. Niet jezelf, niet je partij.

Ik geloof in ‘de jeugd’ van Brussel. Ze zijn zo complex en genereus. Ze zijn met heel veel en hebben massa’s kwaliteiten. Je kan het niet maken om op de nationale televisie al het jong geweld in Brussel over één kam te scheren. Onze jeugd zat zaterdagavond frietjes te eten op de scoutsavond. Ze hebben ook een kampvuur gemaakt. Waarschijnlijk een paar bakken bier leeggemaakt en geluisterd naar Brusselse rappers: Zwangere Guy, Stikstof, Romeo Elvis… dat zijn hun helden. Niet Ben Benlabel die op Facebook een foto van zichzelf met twee automatische wapens postte en daarbij becommentarieerde ‘Demain on vas tout cramé à Lemonnier maroc City gang!! Russie 2k18’, vrij te vertalen als '‘Morgen steken we alles bij Lemonnier in de fik’. Dat is een ander soort. Het soort waar we in Brussel zo rap mogelijk vanaf willen. Omdat misdaad overal en altijd gestraft dient te worden.

Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook