Langs wegen van steen: Leuvensesteenweg

Vier weken na elkaar ondernemen we een voetreis door Brussel, telkens van aan de Grote tot aan de Kleine Brusselse Ring. De weg is lang, maar een gids hebben we niet nodig, want we lopen respectievelijk de steenwegen op Gent, Leuven, Waterloo en Bergen af. Vandaag het reisverslag van de Leuvenesteenweg.

De Leuvensesteenweg of N2 loopt met een zacht boogje van Brussel naar Leuven. Ter hoogte van Kortenberg verandert de naam in Brusselsesteenweg, en daarna gaat de N2 nog verder naar Hasselt en Maastricht. We willen eigenlijk niet weten hoeveel verkeer er dagelijks op passeert, maar dat het veel is, is zeker, ondanks de flessenhalzen en andere hindernissen die in het parcours zitten ingebouwd. Te voet over 4,6 kilometer rafelige steenweg, waar de carwash het kerkhof aankondigt.

Maar liefst vijf Brusselse gemeenten hebben adressen op de steenweg: Sint-Joost-ten-Node, Brussel, Schaarbeek, Evere en Sint-Lambrechts-Woluwe.
De eerste gemeente op Vlaams grondgebied is Sint-Stevens-Woluwe. Die heeft weinig met die vijf Brusselse gemeenten te maken, maar de Leuvensesteenweg is over de hele lengte een totaal verkapte en verknipte baan. Hij laat zich dan ook niet lezen als een samenhangend verhaal. Er is niets specifieks waar je hem aan zou kunnen herkennen. Geen twee op elkaar gestapelde stenen hebben verder nog iets met elkaar te maken. Na een lelijk huis volgt een tot faillissement veroordeelde winkel, en daarna een verkneuterd café.

Je hebt de indruk dat deze geul van asfalt met de regelmaat van de klok helemaal dichtslibt, vervolgens wordt uitgewoond, om dan weer dicht te slibben. Hoogtepunten of pleisterplaatsen om enthousiast over te worden, zijn schaars. De enige constante - en dat was vorige week ook al zo op de Gentsesteenweg - is dat zowat alle grote automerken er blijkbaar een toonzaal willen hebben. Voorts komen Indische restaurants en speciaalzaken die keukens verkopen, er vaker dan gemiddeld voor. Maar daartussen is het een ratjetoe.

Tol betalen

Een hele trits bussen van De Lijn maakt met wisselend succes gebruik van de Leuvensesteenweg om Brussel zo snel mogelijk te verlaten. Nummer 66 van de MIVB, komend van het De Brouckèreplein, zet zijn reizigers af aan een eindhalte die Tol-Péage werd gedoopt, naar de zijstraat van de steenweg die zowat op de grens van het gewest ligt. Wie waarvoor nog tol moet betalen, en welke, is geenszins duidelijk.

Vermoeide reizigers kunnen op de hoek met de Tollaan wel terecht in het restaurant La Villa op nummer 1176, dat zichzelf 'romantisch' noemt en daar misschien ook wel gelijk in heeft. Het is gevestigd in een zeldzaam geworden oud huis met trapgevel en beschikt over een aardig tuinterras. Klanten moeten er ook wel ergens te vinden zijn.

Verderop aan de rechterkant staan al langer dan vandaag een half dozijn woonblokken op mensenmaat in een mals bedje van gras, en links ligt de bouwput klaar voor het grote vastgoedproject Les Terrasses de Woluwe.

Maar eens voorbij die woonkazernes bestaat er - vooral op Evers grondgebied - weinig twijfel over dat de kostbare grond langs deze uitvalsweg vooral is weggelegd voor grote bedrijven, te beginnen met de hoofdzetel van DaimlerChrysler, die ettelijke honderden vierkante meters inpalmt. Al die bedrijven, kantoren en winkelketens, waarvan de vestigingen zich tot aan het Meiserplein op steeds verschillende afstanden van de rooilijn bevinden, geven de Leuvensesteenweg op dat traject een heel rommelige en diffuse aanblik.

Een andere ergernis betreft het straatmeubilair van ClearChannel in Evere, dat allerminst de bedoeling heeft te harmoniëren met het straatbeeld. Wel harmoniëren de lelijke bushokjes en misplaatste advertentieborden met de afgrijselijke blinkende totempalen van parkeermeters in de gemeente.

Maar laten we, voor we verdergaan met klagen, toch nog eerst een paar lichtpuntjes signaleren. Mensen op zoek naar tweedehandsmeubilair moeten zeker eens langsgaan bij Troc op nummer 990. Daar zijn, door de lage prijzen, altijd zaakjes te doen. Het Paduwaplein met zijn Sint-Jozefskerk is weinig inspirerend, maar de Optimismelaan doet wel enigszins haar naam eer aan met de daar gevestigde tuinwijk, waar het volgens ons nog aardig wonen is.
In de Genèvestraat kondigt een carwash de nabijheid van een kerkhof aan, zoals we ook al zagen op de Gentsesteenweg in Molenbeek: het is blijkbaar een van de geheime patronen die in het wezen van een steenweg vervat liggen.

De ingang van het kerkhof van Sint-Joost (dat op Schaarbeeks grondgebied ligt) ligt evenwel in de Henri Choméstraat, iets voorbij het Centrum van de Getuigen van Jehova. De begraafplaats ligt er rustig, verlaten en goed onderhouden bij. In de grafgalerijen treffen we onder meer gedenkstenen aan voor de Sint-Joost-ten-Noodenaren gestorven voor de oprichting van het Belgisch kolo­niaal gebied. Daarna volgt dan de echte chaos. De miserie van het Meiserplein wordt al lang van tevoren aangekondigd door de gezellig in elkaar geprakte vestigingen van Brantano, Vanden Borre en Aldi. Boven die explosie van wansmaak rijst de atoompaddenstoel van de VRT op.

Generaal Jean-Baptiste Meiser vocht in de Eerste Wereldoorlog en was tot net voor de Tweede burgemeester van Schaarbeek. Maar op het naar hem genoemde plein is het nog altijd oorlog, want het Meiserplein is de exponent van wat er allemaal op de Leuvensesteenweg mis loopt. Wellicht functioneert de zevensprong alleen nog maar omdat hij zo groot is. Automobilisten kunnen daar nog plezier aan beleven, maar verder gedijt hier niets. Hoeveel mosselen restaurant Belle-Vue ook op zijn vitrine had afgebeeld, het is ondertussen failliet gegaan. Alleen Au Relais en Le Meiser houden nog stand.

Slaapkamervitrine

We willen niet te cynisch worden, maar als net voorbij het Meiserplein zowel de Vlaamse Motorrijdersbond als de Stichting tegen Kanker hun hoofdkwartier schuin tegenover elkaar blijken te hebben, dan komt dat voornemen alweer onder druk te staan.
Anderzijds kun je op dit stuk steenweg wel mooi terecht voor parketlijm en trekhaken voor de caravan. Bovendien biedt het treinstationnetje Meiser vluchtwegen naar Mechelen, Vilvoorde, Halle en Geraardsbergen.

Maar wij zetten door richting Dailly­plein, dat zijn hoop gevestigd heeft op de voormalige Prins Boudewijnkazerne, waar een paar maanden geleden het prestigieuze woon-winkelcomplex Alexander's Plaza offi­cieel openging. In de fontein voor de kazerne spelen kinderen in hun iets minder prestigieuze onderbroek, en zolang er geen auto in de draaimolen, de frietkraam of de eendjesvijver van de kermis rijdt, is er ook aan de overkant van het plein sprake van kinderpret.
Cafés zijn er ook, maar die smeken in de meeste gevallen toch om een creatieve overnemer. Tot die langskomt, zal de strak vormgegeven vitrine van Patisserie Van Dender enigszins uit de toon blijven vallen.

Eens daar weer voorbij volgt er opnieuw een hele tijd niets, tot we ter hoogte van nummer 336 even van ons à propos worden gebracht. Een kleine vitrine volgestouwd met rommel - veelal crucifixen en reli­gieuze beeldjes, maar dan toch ook een reeks VHS-cassettes van Star Trek - trekt onze aandacht. In de deuropening zit een witte kat die ons laat passeren, maar zo gauw we de drempel overschrijden, staan we oog in oog met een figurant uit een David Lynch-film die ons vanachter een bureautje naast zijn bed aanstaart. In onze hang naar avontuur zijn we blijkbaar iemands huis- annex slaapkamer binnengestapt. We verontschuldigen ons door te zeggen dat we dachten dat dit een winkel was (het woord brocante kunnen we nog net op tijd inslikken), maar dat blijkt uiteindelijk niet nodig. De vitrine die het onderkomen van deze man verduistert, bevat wel degelijk de onderdelen van zijn interieur die te koop worden aangeboden.

Volgen nog wat keukens en Indiase restaurants voor we aan de Clovislaan komen, waar op nummer 87 nog steeds het art-nouveauhuis staat met de schuin gebouwde gevel die de bewoners uit betere tijden uitzicht moest geven op de passage langs de steenweg. Zo'n idee zou in de huidige situatie wellicht naar de prullenmand verwezen worden, al bevindt zich aan de overkant van de steenweg wel nog altijd de Statie van den Leuvenschen Steenweg op nummer 193a, waar het Jazz Station af en toe de deuren opent.

Monopoly
Wie veel en op onnavolgbare wijze over de Leuvensesteenweg geschreven heeft, is de auteur Eric de Kuyper. Hij groeide op in de Léon Mignonstraat nabij het Daillyplein en had (heeft?) ook een pied-à-terre op het Sint-Joostplein. In De hoed van tante Jeannot beschrijft De Kuyper uitvoerig hoe de Chaussée er vroeger uitzag, in Een passie voor Brussel staan ook heel wat fragmenten waarin hij de situatie halverwege de jaren 1990 optekent. Uit zijn verhalen blijkt dat de belangrijkste functie van het stuk Leuvensesteenweg in Sint-Joost altijd dezelfde is geweest: "Een telkens terugkerend feest was het om de chaussée de Louvain af te dalen tot aan de place Saint-Josse, en vervolgens naar boven te klimmen tot aan de place Madou. De chaussée was een aaneenrijging van winkels en winkeltjes."

Daar waren wel winkels bij die zo "vermolmd en verstild" waren "dat de zaak erbij stond als een grafsteen op een kerkhof." Welnu, die grafstenen zijn ondertussen allemaal geruimd, net als de zaken die bij De Kuyper wel in de smaak vielen. Van de winkels die hij vermeldt, zijn zo te oordelen alleen de kaaswinkel À la Petite Vache op het Sint-Joostplein nummer 69, en de stoffenwinkel Maison Hayoit met de prachtige lichtreclame op de helling naar Madou overgebleven. Wat eens vermolmd en verstild was, puilt nu uit en is voortdurend in verandering. Winkeliers doen zelfs niet meer de moeite om de sporen uit te wissen van de zaak die voorheen in hun pand gevestigd was. Het is dus niet omdat je grote panelen van Levis-verf ziet hangen, dat er in de winkel in kwestie ook maar één pot verf te vinden zou zijn.

Cirque aux Chaussures heet een ander lederbordeel, maar die naam zou ook die van de hele wijk kunnen zijn. Het is alsof de wereldwijde overproductie van leer en textiel door de flessenhals van het Madouplein de Leuvensesteenweg in wordt gepompt om daar te verdwijnen in bodemloze bakken en rekken.

Toch is het Sint-Joostplein op onze reisweg met voorsprong de plek met de meeste potentie. Hoewel hekken voorlopig de heraanleg mogelijk en het voetgangersverkeer onmogelijk moeten maken, kan dit een aangenaam dorpsplein worden. Vooral op de linkeroever, waar Palais des Délices, een paar Italianen en een café of twee over een ruim terras beschikken.

Op de klim naar Madou passeer je na Hayoit ook nog het charmante theehuis Le Thé au Harem d'Archi Ahmed (een woordspelletje op Le Théorème d'Archimède) tussen alle huisjes die de tweedehandskledinggigant Dod hier monopoly-gewijs heeft verworven. 's Nachts lokt dancing Mirano natuurlijk nog volk, en naar te vrezen valt ook taverne Le Paddock op het Madouplein nummer 6, dat bij volle maan schijnt te veranderen in een Poolse disco waar ook de oosterse kunst van het karao­kezingen wordt bedreven. Zolang die gezangen ook tot op het vlakbij gevestigde hoofdkwartier van het Vlaams Belang doordringen, is het goed.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?