Magistrate Ine Van Wymersch: ‘Als je niet bevlogen bent in dit werk, stop je beter’

“Het is mee haar verdienste dat het standaardantwoord in de magistratuur niet langer ‘geen commentaar’ is,” oordeelde de jury die openbaar aanklager Ine Van Wymersch uitriep tot Woordvoerster van het Jaar. Als ‘dochter van’ groeide ze op met politiezaken, maar het was haar ervaring als leidster in de jeugdbeweging die haar naar het Brusselse parket leidde. En de bevlogenheid blijft overeind. “Waarom zijn meisjes in Vlaanderen beter beschermd tegen loverboys dan die in Brussel?”

Toenmalig parketwoordvoerster Wenke Roggen gooide Ine Van Wymersch (36) in de zomer van 2010 voor de leeuwen. Roggen moest als magistraat naar een gijzeling en had tegelijk persdienst. Bij justitie is geen geld voor fulltime woordvoerders. Dus vroeg ze Van Wymersch, toen nog gerechtelijk stagiaire, om de pers te woord te staan. “Ik vond het spannend om te doen, en leuk ook.” Inmiddels is Van Wymersch coördinator van de groep en uitgegroeid tot een begrip voor de Brusselse pers. Ze neemt ongeveer drie dagen op de vijf voor haar rekening, en ook drie weekends op de vijf.

“Er zijn wel vrienden die me vroegen: kan jij je telefoon eens niet wegleggen? Intussen weten ze ook al dat ik alleen opneem als het van belang is. Allez, voor mij dan (lacht). Ik wíl ook degene zijn die opneemt. Als ik thuis ben en er gebeurt iets ernstigs, zou ik het erg vinden als ze me niet zouden bellen.”

Ontspannen in de file
Openbaar aanklaagster en parketwoordvoerster tegelijk: “Dat is bij momenten ingewikkeld en hectisch, maar ik denk wel dat ik van nature stressbestendig genoeg ben om de prioriteiten juist te leggen. De ritten van en naar huis in Overijse zijn voor mij hét moment om ‘los te koppelen’. Op het werk wil iedereen vanalles, thuis ook. De tijd in de auto is het enige moment dat ik helemaal voor mezelf heb. Ik regel een babysit voor het weekend bijvoorbeeld, bel vrienden op om bij te praten, of luister naar de radio met een koffie. Ik sta wel in de file, maar dat ontspant mij op een bepaalde manier (lacht).”

Het was ook in de wagen, onderweg naar het werk, dat Van Wymersch op de radio hoorde over een explosie in Zaventem. “Ik kan niet zeggen dat ik paniek of angst voelde, op dat moment val je terug op professionele reflexen. Om een voorbeeld te geven: twee dagen na de aanslagen stapte ik spontaan richting metro om naar het crisiscentrum te sporen. Ik wou uitstappen aan Kunst-Wet. Dan kom je bij dat politielint en denk je: ‘Ah ja, juist.’ Dat zegt iets over de kunstmatige afstand die je voor jezelf creëert om staande te blijven.”

“Ik hielp mee bij de omkadering van de nabestaanden bij de identificatie van de dodelijke slachtoffers, en dat is geen evidente zaak. Op dat moment had ik wel het gevoel dat we met iets zeer zinvols en concreets bezig waren. Wij konden zorgen dat de mensen die een naaste misten, niet doelloos hoefden rond te dolen, maar in de uren van wachten werden opgevangen in het Militair Hospitaal, met een koffie. Uiteraard hebben ze daarmee de persoon die ze verloren hebben niet terug. Het is een kleinigheid, maar iemand moet het wel organiseren. Ik ben nog altijd heel blij dat ik die taak mócht doen.”

Twee maanden later werd Van Wymersch uitgeroepen tot Woordvoerster van het Jaar. “Dat was een lichtpuntje in een zware tijd. Zo absurd: feest, bloemen, een prijs. Wij waren op dat moment nog bezig met het teruggeven van spullen aan nabestaanden, de heropening van metrostation Maalbeek was net achter de rug. In die zin vond ik het heel fijn dat er een eervolle vermelding was voor alle crisiscommunicatoren na de aanslagen. De dagen ervoor hadden we met de federale procureur nog keihard gewerkt aan het voorbereiden van zijn getuigenis voor de parlementaire commissie. Net na de commissie zat ik om zeven uur ‘s avonds alweer op een trein naar Lyon, voor een conferentie over slachtofferidentificatie van Interpol.”

“Los daarvan was deze prijs, denk ik, een erkenning voor de weg die we op het Brussels parket de afgelopen jaren hebben afgelegd, met meer nadruk op transparantie en open communicatie met het publiek.”

Ine Van Wymersch klein BRUZZ 1552
© Saskia Vanderstichele
Beste van twee werelden
Haar vader Guido is nog tot eind van dit jaar korpschef in de zone Brussel Hoofdstad–Elsene. “Mijn moeder heeft altijd de communicatie gedaan voor een privébedrijf. Ik denk dat ik in mijn job misschien het beste van die twee werelden kan combineren. Mijn ouders hebben me gestimuleerd om woord, toneel en voordracht te doen, en ik ben de vaste speecher op familiefeesten. Daarnaast wilde ik altijd iets doen wat relevant was. Als je leidster bent in de Chiro en de speelpleinwerking, zie je toestanden waarbij je denkt: ‘Het wiegje van die kinderen stond duidelijk niet op dezelfde fijne plek als het mijne.’ Vanuit dat rechtvaardigheidsgevoel heb ik rechten gekozen.”

Vijf jaar lang werkte Van Wymersch op het jeugdparket. Sinds september zit ze op de ‘permanentie’, de eerstelijnsdienst van het parket. Maar de jeugd blijft haar grote liefde. “Enerzijds beschermen we kinderen die in gevaar verkeren. In soms acute crisissituaties moet je beslissen een kind tijdelijk te plaatsen. Ik ben mij altijd zeer goed bewust geweest van de ingrijpende gevolgen, dat de kinderen zich dat vermoedelijk hun hele leven zullen herinneren. Dat ze die dag na school door agenten in burger naar een instelling zijn gebracht. Ik hoop altijd dat ik de juiste beslissing heb genomen, maar het moet soms snel gaan.”

“Anderzijds proberen we minderjarigen die feiten plegen, weer op het rechte pad te krijgen. Sommigen noemen dat naïef en dweilen met de kraan open, ik vind dat prioritair. Als we inzetten op de minderjarigen, zullen we automatisch de instroom bij de meerderjarigen kunnen beperken. Minderjarigen die feiten plegen, zitten bijna altijd in een problematische opvoedingssituatie. Maar er zijn absoluut voorbeelden waar het ons lukt de situatie om te draaien. Vaak komt het erop neer dat jongeren het gevoel moeten krijgen dat ze er wél toe doen. Dat ze voelen dat iemand naar hen omkijkt, iemand voor wie het een verschil maakt of ze nu wel of niet een diefstal plegen. En dat gevoel zijn heel veel jongeren kwijt.”

(op dreef) “Slachtoffers van ‘loverboys’ kunnen in Vlaanderen opgesloten worden in een gesloten instelling om hen te beschermen, zonder dat ze daarvoor een misdrijf gepleegd moeten hebben. Ben je gedomicilieerd in Brussel, dan moet je eerst al een zwaar misdrijf gepleegd hebben voor we je kunnen plaatsen. Ik vind het fundamenteel onrechtvaardig dat er onderscheid wordt gemaakt in welke zorg we als maatschappij dragen voor die meisjes, op basis van hun domicilie. Uiteindelijk staat in onze Grondwet dat een kind een kind is.”

“Ik blijf erop hameren dat er geïnvesteerd moet worden in de bijzondere jeugdzorg. Er is een schrijnend tekort aan middelen om een echt alternatief te bieden voor de straat. (lacht even om haar eigen felheid). Ja, ik ga er elke keer weer in op. Maar als je niet bevlogen bent als magistraat, als je niet overtuigd bent dat het zin heeft, stop je beter. Je kunt niet zeggen tegen jongeren: ‘Sorry, het is halfzes.’ Ik vind dat we daar een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben.”

Voor haar eigen kroost – een meisje van 8, een jongen van 6,5 en identieke tweelingjongens van 5 – geldt dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. “Ik heb een man die mij mijn eigen carrière gunt. Hij is zelf gemeentesecretaris in Overijse, maar wel een goed georganiseerde constante factor in ons gezin. Hij begrijpt dat ik er soms niet geraak. Dan springt hij in, maar hij trekt tegelijk ook aan de noodrem als ik te lang niet thuis ben geweest. Dan zegt hij me dat het tijd is om een keer op woensdag een dag vakantie te nemen.”

Het inzicht van 2016

“De kracht van mensen mag niet onderschat worden. Met de aanslagen van 22 maart hebben we gezien hoe vernietigend mensen kunnen te werk gaan, maar heb ik ook ervaren hoe mensen boven zich uit kunnen stijgen. Iedereen die betrokken was bij de nasleep van de aanslagen, heeft de enorme onderlinge solidariteit kunnen ervaren. Politieagenten, hulpverleners, stille anonieme krachten, de sereniteit van nabestaanden en slachtoffers. Ook bij het parket boden mensen die vrij waren spontaan hun hulp aan. Het feit dat we op eigen kracht bergen kunnen verzetten en het verschil maken, stemt mij optimistisch.”

De eindejaarsinterviews van 2016

Naar goede gewoonte vraagt BRUZZ aan verschillende stemmen uit de stad om terug te blikken om 2016, dat op veel vlakken een bewogen jaar was. Blikten voor ons terug: actrice en regisseur Carly Wijs, professor Wijsbegeerte en cultuurfilosoof Lieven De Cauter, drijvende kracht achter Au Bord de l'eau Lotte Stoops, schrijver, regisseur en acteur Ismaël Saidi, magistraat bij het Brussels parket Ine Van Wymersch, intendant van Brussels Metropolitan Alain Deneef en directeur Europalia Kristine De Mulder.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Samusocial kan mobiele nachtteams niet garanderen

samenleving 1519052630

Nieuws uit Brussel in je mailbox?

Lees ook