Marie Vennin, actrice en dramadocente: 'Ik bied de stadse grijsheid tegenwicht'

© Marc Gysens
"Het prachtige aan theater is hoe het mensen samenbrengt. Telkens als ik aan een project begin, als lerares of als actrice, weet ik dat er magie zal gloren. Tegelijk besef ik dat het maar voor even is, dat iedereen achteraf weer zijn weg zal gaan." Marie Vennin, opgegroeid in Sint-Pieters-Woluwe, beleeft haar liefde voor het theater elke dag met ongebreideld enthousiasme.

H et theater, dingen beleven samen met anderen, Vennin had er als kind al de smaak van te pakken.

"Ik verdeelde mijn tijd tussen school en de jeugdbeweging - de gidsen, vanaf de kabouters. Die liefde voor 'samen dingen doen' zette zich ook voort op de planken. In schoolverband én in het Théâtre Pré-Vert. Ik werd daarin gesteund door mijn vader en moe­der, die mijn broer en mij altijd hebben aange­moedigd om te doen waar we ons goed bij voelen."

Vennins jeugd was onbezorgd. Toch leerde ze al gauw dat niet alle kinderen in Brussel het even goed hebben. "Niet op school; daar waren de leerlingen van vreemde origine kinderen uit het diplomatieke milieu. De andere kant van de medaille zag ik doordat mijn moeder werkte in een tehuis voor uit huis geplaatste kinderen. Kinderen die ook wel eens bij ons thuis kwamen. Dat contact met verschillende milieus heeft me verrijkt, het heeft zich ook doorgezet in mijn verdere parcours."

Na de middelbare school wilde Vennin actrice worden. Maar er was ook zoiets als de zachte dwang van thuis: het zou toch jammer zijn als je geen echt diploma had... "Daar had ik wel oren naar; ik dacht aan de normaalschool, want lesgeven zei me wel iets. Maar mijn ouders vonden dat ik toch de universiteit moest proberen. Zo ben ik in Louvain-la-Neuve beland: Romaanse filologie paste heel goed bij mijn interesse in literatuur. Ik leefde daar als in een luchtbel, als op vakantie, omringd door generatiegenoten van de meest uiteenlopende nationaliteiten. Er was zoveel te beleven, en dat maakte het voor mij moeilijk om regelmatig in mijn boeken te duiken. Gelukkig maar dat ik thuis tijdens het weekeinde de schade inhaalde."

"Ik was ondertussen toneel blijven spelen, en toen ik mijn diploma had, zei ik: 'Zo, dat is achter de rug, nu zou ik toch wel echt mijn ding willen doen. Anders is het misschien te laat.' Mijn ouders respecteerden mijn ambitie, maar die studie moest ik zelf bekostigen. Mijn keuze viel op het conservatorium van Bergen, niet dat van Brussel, om de eenvoudige reden dat Frédéric Dussenne daar lesgaf, van wie ik ongelooflijk veel goeds had gehoord. Hij had het conservatorium van Brussel verlaten voor dat van Bergen, daarin gevolgd door de meeste van zijn studenten. Om maar te zeggen hoe inspirerend één persoon kan zijn. Het geld verdiende ik in de horeca, en om te besparen woonde ik bij mijn ouders of trok ik een tijdje in bij vrienden."

"Dussennes uitgangspunt - de tekst schept het personage - was voor mij één dimensie, maar ik was ook geïnteresseerd in lichaamsexpressie. Daarom volgde ik tegelijk een opleiding bij de Ligue d'Improvisation. Dat stond haaks op wat Dussenne doceerde, maar vulde het tegelijk ook aan."

Roodkapje
Vennins thuis is een bescheiden, maar knusse woning, met binnenplaatsje, vlak bij het Bethlehemplein in Sint-Gillis, waar ze haar geluk beleeft samen met haar partner Guillaume en Charlie, hun zoontje van veertien maanden. Een liefdesnestje, kleurrijk als een kinderboek. Knalrood zet de toon, aangevuld met helgeel en -groen. De gastvrouw zelf vult het perfect aan met een rood-wit gestreept T-shirt, knalblauwe tuinbroek en rode gympen. Rechtopstaande haren ook: "Dat is de clown in mij. Een beetje een tegenwicht voor de grijsheid van de stad, de donkere dagen van het jaar."

"Wonen in Sint-Gillis was een bewuste keuze, ja. Guillaume en ik hadden hier al elk onze eigen plek toen we elkaar leerden kennen en besloten samen te gaan wonen. Het is een heel levendige omgeving, die goed bij mijn persoonlijkheid past, met mensen van allerlei nationaliteiten en van alle slag, van artiesten tot bobo's. Perfect geschikt om Charlie te laten opgroeien met een open blik op de wereld."

"Leuk hier vind ik dat we als het ware ons eigen dorpje hebben. En net als in een dorpje is burencontact geen loos woord. We hebben allemaal ons leven, maar we helpen elkaar als het maar even kan. Liever dan naar de nachtwinkel te lopen voor wat eieren, even aankloppen bij een buur. Even op de kleine passen? Geen probleem. We zijn met zeven gezinnen die op die manier een band hebben gekregen. Het is een beetje alsof we toch de behoefte hebben om zo de anonimiteit van de stad te ontstijgen."

"Van vrouwonvriendelijk gedrag, waarover je nu zoveel hoort klagen, heb ik weinig of geen last. Ik ben altijd nogal jongensachtig gekleed en mijn kapsel is ook al niet zo meisje-meisje, veeleer punk. Soms krijg ik weliswaar een opmerking, maar dan wel een van een heel andere soort dan het commentaar dat meisjes in luchtige jurkjes te beurt kan vallen. Meestal speels: 'Kijk nu, Roodkapje!' Het negatiefste is zowat: 'Amai, ik wist niet dat het vandaag carnaval was.' Dat stoort mij niet. Ook niet als iemand en passant zegt: 'Bent u vrij, mevrouw?' Vrijpostig? Inderdaad. Maar ik voel me daardoor niet aangevallen in mijn vrouw-zijn."

Avonturen
In het theater, met acteren en acteerlessen geven, beleeft Vennin haar grote passie. "Ik heb nooit zonder werk gezeten, nooit hoeven te zoeken. Ik ben altijd gevraagd. Wat ik ook doe, acteren of lesgeven, steeds is het een geweldig avontuur. Nu eens improvisatielessen geven aan bevoorrechte jongeren in een prachtig landhuis, dan weer in Vlaanderen Nederlandstaligen inleiden in het acteren in het Frans, dan weer kinderen van nieuwe immigranten, die nauwelijks Frans spreken, onder mijn hoede krijgen. Ik geef nu ook al zes jaar lang zes uur per week les in een theaterschool in Bergen, aan veertien-, vijftienjarigen, met wie ik aan het einde van elk schooljaar een stuk opvoer. Kinderen uit de hele provincie, die in een cultuurarm milieu zijn opgegroeid. Het is prachtig om te zien hoe ze zich uitleven op het podium, en hoe hun ouders, die misschien nog nooit een theater hebben bezocht, ervan genieten."

"Mijn mooiste ervaring dit jaar was met de organisatie Pierre de Lune, die opereert vanuit de Botanique en mensen naar scholen stuurt. In mijn geval naar het gemeenteschooltje Arc-en-Ciel in Molenbeek. Daar heb ik gewerkt met zeventien kinderen uit de vijfde klas, die in één schooljaar een onvoorstelbare vooruitgang hebben geboekt in het Frans, bijna uitsluitend door het stuk dat ik met hen heb opgezet."

"Ik geniet er enorm van mensen uit verschillende milieus en van verschillende nationaliteiten te ontmoeten, en te werken met gepassioneerde mensen. Klein nadeel: ik ben een maniak in het bijhouden van allerlei dingen die mogelijk van pas kunnen komen in de kostumering of als rekwisiet. En dat drijft Guillaume soms tot lichte wanhoop (lacht)."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?