reportage

Op naar Broksele, het piepkleine tweelingzusje van onze hoofdstad

In Broksele wonen ongeveer vierhonderd mensen, en die weten zich donders goed te verstoppen.© Ivan Put

Officieel is het geen staycation, maar trek je als Brusselaar naar het Noord-Franse dorpje Broksele, waarmee onze hoofdstad 'gejumeleerd' is, dan stoot je toch op een aantal vertrouwde elementen. De kleine tweelingzus heeft behalve haar etymologische achtergrond, drassige ondergrond en haar tweetalige karakter ook een Manneken Pis met Brussel gemeen.

Broxeele of Broksele kan u gerust 'het Brussel van Noord-Frankrijk' noemen. Etymologisch is de verwantschap in ieder geval evident. Zowel Brussel als Broksele betekenden oorspronkelijk 'sele' (huis) in een 'broec' (moeras). Waarom 'broec' en 'sele' in onze contreien dan taalkundig evolueerde tot 'Brussel' en 'Bruxelles', terwijl het honderdtachtig kilometer verder op dezelfde breedtegraad bij 'Broksele' of 'Broxeele' bleef, moet u zelf maar uitzoeken. Voor ons is het immers ook vakantie, en we zijn al helemaal naar het intrigerende gehucht daarginds gebold om u erop te wijzen of eraan te herinneren dat Brussel er in 1979 zustergemeente van werd. Naar aanleiding van die naamverwantschap, en het feit dat Brussel in 1979 zijn duizendjarig bestaan vierde.

Broksele ligt in Frans-Vlaanderen. In het Houtland, dat aansluit op onze Westhoek en mee deel uitmaakt van het Heuvelland. Zodra je de snelweg verlaat, beland je dan ook in een herkenbare streek. Buitenmaatse kerktorens markeren het landschap. De daken van de huizen in de polders komen door het opgeschoten koren en de heuvelachtigheid der dingen dan weer nauwelijks boven het maaiveld uit. Onooglijke gehuchten krijgen ter aanmoediging toch bewegwijzering naar hun 'centre ville' mee.

Hoewel de streek na de zeventiende eeuw definitief Frans bleef, liegen de geografische benamingen er natuurlijk niet om. De straatnamen op de gps eindigen op '-straete'. Op weg naar Broksele kom ik ook nog Bissezele en Bollezele tegen, maar evengoed dorpsnamen zonder een 'B', zoals Wormhout, Yserhoek of Zegerskapel. En vlak naast Broksele ligt Rubroek. Net zoals Ruisbroek bij Brussel een indicatie dat we bijna ter bestemming zijn.

1717 BROKSELE botter
© Ivan Put
| Een Nederlandstalig straatnaambord.

Handtastelijkheden

Broksele ziet er natuurlijk wel een beetje anders uit dan Brussel. Dat het precies ten tijde van die millenniumviering in het vizier kwam als zustergemeente is misschien geen toeval, want het dorpje in het Noorderdepartement lijkt, met alle respect, een beetje op het Brussel van duizend jaar geleden. Zo is een auto hier nog niet standaard een SUV, maar een gewone auto met een simpele ruit of een leeuwtje als logo. Er zijn een aantal nieuwe woningen in aanbouw, maar het aantal inwoners schommelt al decennia rond de 400, en die lijken zich ook nog eens allemaal goed te kunnen verstoppen.

Het is zaterdag en de lockdown is al een tijdje voorbij, maar er is helemaal niemand op straat. Dwars over een van de straten hangt nog een gedoofde verlichtingsarmatuur met de boodschap 'Joyeuses fêtes'. We zitten ondertussen dan ook opnieuw dichter bij de volgende eindejaarsfeesten dan we van de vorige verwijderd zijn, dus is het niet meer de moeite het gevaarte nog te demonteren.

De D211 leidt me naar de Sint-Quintinuskerk vierhonderd meter verderop, waar ik me kan parkeren. Dit kerkje heeft wel aangepaste afmetingen. Het kerkhof eromheen is ook klein, maar heeft nog plaats. Naast de kerk staat het schooltje, en ertegenover de voormalige pastorie en het voormalige dorpscafé die allebei woonhuis zijn geworden. Dan moet achter de kerk de mairie liggen. Er fietst net een groepje elektrisch gemotoriseerde gepensioneerden naartoe. Ik volg hun West-Vlaamse kreten van opwinding vanaf een kleine afstand en zie dat ze de hoofdattractie van Broksele al hebben gevonden – die waarvoor ik net twee uur in de auto heb gezeten.

1717 BROKSELE manneke pis
© Ivan Put
| Manneken Pis van Broksele.

Gestolen en verplaatst

Wat we eigenlijk ook missen, is een plakkaat met enige uitleg over de reden waarom het Manneken hier staat, en over de banden die Broksele met Brussel onderhoudt. Die vragen stellen we dan maar aan de burgemeester, voor wie we de toeristische vrijpostigheden met zijn beroemde burger zedig verzwijgen. De burgemeester is al sinds 2014 Vincent Pauwels, een man van 47 met drie kinderen die daarnaast ook technisch verantwoordelijke is in een ziekenhuis. Hij is net aan zijn tweede termijn van zes jaar begonnen, want net voor de lockdown in maart kon hij al in de eerste ronde van de lokale verkiezingen 94 procent van de opgedaagde kiezers overtuigen. Er was dan ook maar één lijst waarop de Broksele­naren konden stemmen.

“Er is inderdaad geen oppositie in het dorp omdat alles goed gaat,” zegt Pauwels laconiek, in een onnavolgbaar snel en noordelijk Frans. “We hebben een goede gemeenteraad met een goede ambiance en er zijn hier weinig problemen. Het grootste dossier is momenteel de verkoop van veertig nieuwe bouwpercelen omdat onze gemeente nog groeit. Het zijn vooral inwoners van het naburige stadje Saint-Omer (Sint-Omaars, red.) die hier de rust komen opzoeken.”

Volgens Pauwels passeren de toeristen hier met grote regelmaat. Niet alleen per fiets, maar ook met de auto en de autocar. “Vooral veel Belgen, maar ook Engelsen en andere nationaliteiten. Ze stoppen allemaal voor het Manneken omdat hij in steeds meer gidsen vermeld staat.” Hoewel Pauwels er nog niet bij was toen het beeldje van Manneken Pis in 1979 aan Broksele werd geschonken, speelde hij wel een rol in de herlancering van de toeristische attractie. Nadat het beeld, zoals het een echt Manneken Pis betaamt, eens werd gestolen in een zaak die nooit werd opgehelderd, werd een replica in kunsthars in 2010 door Pauwels verplaatst van de oorspronkelijke sokkel voor de kerk en de school naar deze plek aan het stadhuis. “Hij stond daar vlak naast de kant van de weg, waardoor de toeristen dikwijls niet eens uitstapten. Nu staat hij rustig in een groen kader.”

Omdat Pauwels destijds als schepen van feestelijkheden Manneken Pis herwaardeerde, werd hij in 2011 samen met de toenmalige burgemeester Christian Hidden ook erelid van de Orde van de Vrienden van Manneken-Pis. “Het Manneken heeft ook één kostuum dat door Brussel geschonken werd. Het stelt een Vlaamse boer voor met pet en salopette. Typisch voor de streek.”

De groep vat inderdaad post rond het Manneken Pis, dat hier in deze dunbevolkte streek frank, vrij en vooral zonder omheining met zijn snikkel op een sokkel mag staan. Een van de gepensioneerden is aan de slag met de zelfontspanner. Dat lijkt te lukken, maar voor de zekerheid mag ik ook een paar foto's nemen van het gezelschap. Het Manneken moet blijkbaar net even niet, maar geeft toch aanleiding tot een mooi groepsportret voor het charmante stadhuis in het groene parkje.

Na de fotosessie volgt nog wat hilariteit wanneer een van de dames zich te buiten gaat aan enkele handtastelijkheden. Het piemeltje van het uiterst benaderbare Manneken is namelijk het uiteinde van een wit darmpje dat normaal de waterstraal aanvoert. Als je eraan trekt, kan je de fiere fluit zo lang maken als je wilt, en dat wil zo'n elektrisch aangedreven gepensioneerde blijkbaar nog weleens meemaken. Over de minderjarigheid van het Manneken kan dan wel gediscussieerd worden, het groepje toeristen gaat zich giechelend te buiten aan enkele geestige obsceniteiten die in Brussel natuurlijk volstrekt onmogelijk zouden zijn. En die witte darm waarmee het nepbronzen ventje van anus tot penis geïntubeerd is, lokt de frivoliteiten ook enigszins uit. Misschien bestaan hier betere oplossingen voor.

1717 BROKSELE museeflandre
© Ivan Put
| Het Musée de Flandre in Kassel.

Gehucht in een moeras

Met de vage belofte dat hij na lange tijd misschien nog wel eens tot in Brussel zal raken, neem ik afscheid van de onbetwiste burgemeester. Terug aan de parking merk ik nu inderdaad de sokkel op waar het standbeeld vroeger op stond. Vlakbij staat ook een plattegrond met de bezienswaardigheden en de fietsroutes van de streek. In drie talen: Frans, Nederlands en Engels. Want ook dat heeft dit Franse dorp met onze Brabantse stad gemeen: sporen van meertaligheid.

Is het de moeite om voor Broksele alleen deze reis te maken? Dat niet. De plaatselijke camping herbergt naast stacaravans ook enkele vrije plaatsen, doch de vakantiesfeer is er eerder beperkt. Maar natuurlijk: deze streek tussen de Westhoek en de Opaalkust vaut le détour als u in de buurt bent. Andere stopplaatsen zijn het stadje Kassel op de Kasselberg, dat kan pronken met een Musée de Flandre waar ons Vlaanderen alleen nog maar van kan dromen.

Er is ook de molen van Wormhout, het oorlogskerkhof in Hazebroek, of het rommelige kleine stadje Sint-Omaars, waarvan de laagste huisjes haast met hun voeten in de rivier de Aa staan. In Sint-Omaars vind je het Maison du Marais, dat ons terug bij de geboortegrond van Brussel brengt. Van hieruit kan je per boot het schitterende moerasland verkennen waar Broksele zijn naam aan dankt. Wie in de streek woont, heeft inderdaad veel kans dat zijn adres met 'Rue du Marais' begint, en burgemeester Pauwels is nog altijd beducht voor overstromingen. Waar de moerasgronden in Brussel op een gegeven moment verwaterden tot Zenne en kanalen, doen ze dat in Broksele trouwens tot de IJzer, waarvan de bron net buiten de gemeente ligt. Uw uitgelezen kans om tijdens uw bezoek toch nog een straaltje water te zien.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?