Psychiater Erik Thys: 'Naar een positief stigma voor creatief talent'

© Saskia Vanderstichele

“Zonder de situatie in onze streken met de nazitijd te willen vergelijken, moeten we er ons toch voor hoeden om in onze complexe en gespannen maatschappij de kwetsbare minderheidsgroepen te problematiseren op een wijze die de deur opent naar onmenselijke maatregelen of praktijken.” Psychiater Erik Thys (54 jaar) heeft het ook over groepen als chronische zieken, psychiatrische patiënten, mensen met een beperking, bejaarden, werklozen, vluchtelingen, illegalen, enzovoort.

Het is een van de waarschuwingen bij het slot van zijn boek Pschygenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi’s, dat recent verscheen. Erik Thys woont langs de Vijvers van Elsene en werkt vlakbij in Sint-Alexius, het Nederlandstalige psychiatrische centrum met een tweehonderdtal patiënten. Na instructieve boeken en stripverhalen als Het mis verstand, Zin in waanzin en Het geheim van de hersenchip (vertaald in veertien talen), heeft de Brusselse psychiater een zeer punt uit de nazi-geschiedenis ontrafeld: de problematiek van eugenetica en rassenzuivering, waarvan psychiatrische patiënten het slachtoffer werden. De actualisering van het drama brengt ons niet bij de werking van het Nederlandstalige psychiatrische centrum Sint-Alexius in Elsene waar hij werkt, maar wel bij zijn strijd tegen de stigmatisering van de patiëntenwereld.

Thys: “Een reden waarom ik met dit historisch onderzoekswerk aan de alarmbel trek, is omdat er terug een afstand gecreëerd wordt tussen arts en wetenschapper en de patiënt, door de informatisering van de dossiers. Het afstandelijk vergassen van mensen was maar mogelijk omdat enkel op het einde van een heel administratief apparaat een arts slechts één keer en heel even de gehandicapte of psychiatrische patiënt te zien kreeg. Er werd een gapende afstand gecreëerd, vandaar het biologische racisme. Vandaag wordt een ziekenhuis ook soms als een afstandelijke fabriek ervaren. Ik wil voor dat gevaar waarschuwen.”

Goebbels
Erik Thys heeft een grote voorliefde voor kunst. “De creatieve en kunstzinnige kwaliteiten van mensen met een psychose wordt niet naar waarde geapprecieerd. Tijdens het nazitijdperk sprak men van Entartete Kunst (de afgewezen moderne kunst die als art dégénéré tegenover de gepropageerde heroïsche kunst stond, red.). Ik heb moeite met die term. In hoeverre is alle kunst niet ontaard?“

Theys breekt in zijn boek Psychogenocide een lans voor de artistieke waarde van die kunst en plaatst die tegenover het standpunt en bewijsmateriaal van de nazi’s. Thys: “Begin vorige eeuw werd nochtans de artistieke waarde ontdekt van het werk van mensen die in de psychiatrie verblijven. Voordien was er al belangstelling voor, maar enkel vanuit diagnostisch oogpunt. Er werd vanuit de thema’s en de manier van uitbeelding afgeleid of iemand agressief, geobsedeerd of wat dan ook was. Het is een verdienste van de Duitse psychiater Hans Prinzhorn (Bildernei der Geiteskranken, 1922, red.) om de artistieke waarde van deze interessante kunst te propageren. Maar nadien heeft die kunst een vage kronkel afgelegd, als recuperatie voor allerlei stromingen. De nazi’s hebben het gebruikt als propagandamateriaal voor ‘ontaarde’ mensen: de psychiatrische patiënten, joden, zigeuners,... In mijn ogen is het ook heel algemeen gerecupereerd door de officiële kunst, zonder de eer te laten aan de artiesten zelf. Een voorbeeld is Jean Dubuffet die het werk wel wou laten waarderen, maar die daar vooral zelf beter van geworden is.”

“Er hangt ook een zwart-witstelling of mythologisering rond. Alsof wanneer je in psychiatrische behandeling bent, je dan plots een speciaal soort kunst zou maken. Men spreekt ook niet van kunst van beenhouwers, maar wel van kunst van mensen met een psychose. Ik vind dat storend en stigmatiserend.”

In Psychogenocide, en deels ook in zijn recente doctoraatsthesis Fruitful and fragile Minds, over de historische link tussen creativiteit en psychopathologie en haar implicatie voor het stigma, wijst Thys met de vinger naar de nazi’s. “Het lijkt ironisch dat zij met een andere boodschap het werk van psychiatrische patiënten naast het werk van expressionisten, surrealisten en toenmalig hedendaagse kunstenaars geplaatst, met de boodschap dat het allemaal zeer ontaardde. Maar eigenlijk hangt dit werk zeer terecht en evenwaardig naast elkaar. Twee jaar geleden is er in een appartement in Berlijn een kunstschat gevonden van dit soort kunst, die de nazi’s verborgen hadden; zij wisten goed welke waarde het had. Mannen als Joseph Goebbels apprecieerden die kunst, maar traden er niet mee naar buiten.”

“Het is belangrijk om dit historische verhaal te actualiseren. Want ik stel me de vraag of afwijzing opnieuw kan gebeuren. De herdenking van de Holocaust doet ons alert blijven voor exclusie, stigmatisering en racisme. Mijn onderzoek over de kunst van psychiatrische patiënten, én ook de genocide van die mensen, wil ons vandaag waarschuwen.”

Meer creatief
Instellingen als Den Teirling of cultuurevenementen als Te Gek pakken regelmatig en graag uit met dit soort kunst. Thys: “Dat zijn allemaal supergoede initiatieven om te destigmatiseren, wat niet belet dat het stigma overeind blijft. Het is schrijnend hoe sommige geestelijke problemen nog in de media worden weergegeven. Media strooien vooroordelen uit. Een woord als schizofrenie is erg beladen, en ik kan aantonen dat media het vaak – en zeer ten onrechte – associëren met onvoorspelbaarheid, geweld en gevaar. Het verkeerde beeld wordt in stand gehouden.”

“Nochtans kan met goede wil en kennis, een verkeerd begrip wel uit de wereld geholpen worden. Men heeft de bocht wel kunnen maken met autisme, dat eveneens sterk gestigmatiseerd werd in familieverband. En nu gaan zelfs bedrijven als Microsoft op zoek naar mensen met autisme, omdat de stoornis geassocieerd wordt met talenten die er inderdaad zijn als wiskundige vaardigheden, precisie, betrouwbaarheid... Tot op zekere hoogte klopt dat volledig. Ik heb ergens nog de droom dat dergelijke positieve associatie ook zou kunnen lukken voor andere psychotische aandoeningen. Want er is een verband tussen schizofrenie, bipolaire stoornis, psychotische stoornis, ... en creativiteit. Wat een grote positieve eigenschap is.”

“Dat geldt zelfs in twee richtingen. Mensen die creatief zijn, zijn kwetsbaarder voor bipolaire stoornissen en aanverwante aandoeningen en dat lijkt wat genetisch bepaald te zijn. Heel waarschijnlijk gaat het om iets intrinsieks. In de zin dat creatief denken, dus combinaties maken en dingen opmerken die anderen niet zien, erg verwant is met symptomen die we zien bij patiënten die bijvoorbeeld focussen op iets waar niemand belang aan hecht. Bij sommige personen geraakt die denkstijl uit evenwicht, maar in essentie gaat het om hetzelfde. Het komt er dus op aan om niet te focussen op het negatieve van de stoornis, maar op het positieve dat eruit springt. Die kwaliteit is alle aandacht waard.”

Het boek van Thys schenkt niet enkel aandacht aan ‘kunst en geestesziekte’, maar ook aan de historische context van de eugenetica en de psychiatrische genocide, waarin de artsen een belangrijke rol speelden voor en tijdens Wereldoorlog II. Ook de raszuivere reproductie paste in het verhaal van de naziterreur (zie kaderstuk).

Psychotische problematiek
Thys: “Het is zeer moeilijk om in België over die problematiek iets te weten te komen. Historisch beperkt men de problematiek van vervolging, deportatie, sterilisatie en euthanasie van psychiatrische patiënten tot de grenzen van het nazi-Duitsland. Het ging om hun eigen burgers, wellicht omwille van uitzuivering van de Untermenschen uit hun land. Terwijl ze nochtans in heel Europa achter joden zochten, zijn ze voor de psychiatrische patiënten aan de grens gestopt (op de joodse patiënten na, red.)”

“Het gaat over honderdduizenden slachtoffers die niet vergeten mogen worden. We moeten daarenboven voorkomen dat dergelijke mechanismen vandaag opnieuw de bovenhand kunnen halen. Ik wil niet zwartgallig doen over gezondheidszorg en psychiatrie, maar elk stigma is wel de eerste stap geweest tot kleine of grotere drama’s.”

“Er blijft een soort tweedeling die men vaker toepast. In de psychiatrie schuilt het gevaar dat men patiënten opdeelt in zij die snel geholpen kunnen worden en zij die langdurige problemen hebben, in die zin dat ze een handicap vormen in het leven van die persoon. Het gevaar bestaat dat chronische patiënten meer aan hun lot worden overgelaten. In ziekenhuizen zijn die mensen niet meer welkom, en daar zijn wel grondige redenen voor – ze kunnen daar niet echt leven. Maar er moet wel voor gezorgd worden dat die mensen een plaats in de maatschappij krijgen. We focussen met Sint-Alexius (heeft ook 70 appartementen voor begeleid wonen in Elsene, red.) op mensen met een psychotische problematiek. Iedereen probeert hospitalisatie te vermijden via thuisbegeleiding en dat is zeer positief. Maar er blijven mensen uit de boot vallen en dakloos worden in Brussel.”

---------------

Babyfabriek nabij Brussel

“Buiten nazi-Duitsland werden ook Lebensborntehuizen geopend, onder meer in het Ardeense Wégimont en in de Rand van Brussel in kasteel Levedale- Nerom (Wolvertem). De organisatie van de ‘nazibabyfabriek’ was op het allerhoogste niveau geregeld. De meeste vrouwen die in Wolvertem opgevangen werden waren alleenstaande moeders, zoals een ongehuwde stafmedewerkster van het grimmige Sicherheitsdiensthoofdkwartier aan de Louizalaan in Brussel, wellicht bezwangerd door een SS’er. Er zijn daar maar een twintig à dertig kinderen geboren. Meestal waren de vaders onbekend.”

Erik Thys ‘Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi’s’. Uitgeverij EPO, 319 blz., 24,50 euro

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?