Roel Jacobs protesteert tegen foute symbolen

In een lezing voor het Masereelfonds rakelt Brusselkenner en geschiedschrijver Roel Jacobs het verhaal op van het Sacrament van Mirakel. Moderne Brusselaars vergeten de antisemitische achtergrond hiervan immers stilaan, als ze hem ooit al gekend hebben. Nochtans kan de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele beschouwd worden als een van de grootste antisemitische monumenten van het land. En er zijn er nog, al zijn weinigen zich daarvan bewust.

Wie al eens een geschiedenisboek over Brussel openslaat, zal het verhaal misschien wel kennen, van die zes joodse families die in de veertiende eeuw werden onteigend en terechtgesteld wegens profanaties van ontvreemde hosties. Er doen verschillende versies de ronde van het verhaal, maar grosso modo komt het hierop neer: in de Middeleeuwen was het voor katholieken verboden om geld te verdienen met geld, omdat alle intrest beschouwd werd als woeker. "Men heeft de Jezuïeten moeten uitvinden om aan bankieren te kunnen doen", lacht Roel Jacobs. "Er is een proces in 1369 waarin twee pastoren ervan beschuldigd worden geld belegd te hebben. Er waren in die tijd geen rijke Zuid-Europese joden bij ons, enkel arme joden uit Oost-Europa. Zij hadden al geen toegang tot de normale arbeidsmarkt, omdat men voor het toetreden tot een ambacht een katholieke eed moest afleggen. Ze waren geen grote bankiers, maar fungeerden geregeld als tussenpersoon voor zogezegde brave katholieken, incluis voor de clerus. Er is een vermoeden dat de twee priesters, die verbonden waren aan Sint-Goedele, dergelijke zaken zouden hebben gedaan. De bundel van hun proces is niet volledig, wat mogelijk kan verklaard worden doordat er een stuk verloren is gegaan, maar het is erg plausibel dat ze het verhaal van de doorprikte hosties hebben verzonnen om zoveel commotie te veroorzaken dat ze zelf aan de belangstelling ontsnapten - met als resultaat dat ze niet vervolgd werden. Volgens het verhaal zou een welgestelde jood in 1369 een arme katholiek, Jan Van Leeuwen, hebben omgekocht om de hosties te gaan stelen. Op Goede Vrijdag - de dag van de kruisdood van Christus - kwamen de joden bijeen in de synagoge met de hosties, en doorprikten ze met dolken. Dit op zich is al een absurditeit, die het hele verhaal ontkracht. Want men moet zelf al katholiek zijn om op zo'n idee te komen. Voor wie er niet in gelooft, betekenen die hosties ook niets, en zou het onzinnig zijn om ze te doorprikken. De enige reden zou vernedering kunnen zijn, maar dat kan alleen als de ander het ziet, terwijl de joden uit het verhaal in alle verborgenheid bijeenkwamen. Dat op zich is al een bewijs dat het hele verhaal een katholiek verzinsel is."

Volgens het verhaal begonnen de hosties opeens te bloeden, en schrokken de joden. Katharina, een bekeerde jodin, kreeg berouw, biechtte alles op tijdens de Paasbiecht in de Kapellekerk en bracht de hosties terug naar de kerken waar ze gestolen waren, de Kapellekerk, de Sint-Katelijnekapel (die toen in de Sint-Katelijnestraat lag en niet op het plein, KM) en Sint-Goedele, toen nog een gewone kapittelkerk. Toen de bebloede hosties terug in handen waren van de clerus, ontstond de cultus van het Heilig Sacrament van Mirakel. De 'schuldige' joden en hun families werden onteigend en terechtgesteld. In het rekeningenboek van de ontvanger van Brabant wordt gewag gemaakt van inbeslagname bij zes clanhoofden, maar naar alle waarschijnlijkheid zijn toen zes volledige families terechtgesteld op de brandstapel.

Vorstenhuizen
Maar waar komt dat mirakel nu vandaan? Het is heel eenvoudig: als men ongedesemd brood in vochtige omstandigheden bewaart, verschijnt er na een tijdje een roodachtige schimmel op - en dan heb je het bloed van Christus. "Het is een verhaal dat zich heeft voorgedaan op verschillende plekken, onder meer in Frankrijk en in Duitsland, waartoe onze streken in die periode ook behoorden", vertelt Jacobs. "Meestal hebben die beschuldigingen aanleiding gegeven tot pogroms, en achteraf tot de cultus rond het heilig sacrament. Maar van al die operaties is Brussel toch de belangrijkste geweest - onder andere omdat de vorstenhuizen het verhaal gerecupereerd hebben. In de zestiende eeuw werden de kranskapellen rond het altaar afgebroken en vervangen door een twee grote kapellen. Sinds de vijftiende eeuw werden er steeds minder anonieme giften gedaan en evolueerde het systeem meer naar een soort sponsoring zoals bij de hedendaagse velokoersen", vertelt Jacobs. "De inrichting van de nieuwe kapel werd gefinancierd door de Habsburgers, met een complete collectie glasramen met portretten van Keizer Karel en zijn hele familie, zowat heel katholiek regerend Europa. Op die manier wilde de politieke elite een eigen stempel drukken op de hoofdkerk van de stad. Onder de portrettengalerij wordt het verhaal van het Sacrament van Mirakel uitgebeeld. Wie goed kijkt, ziet de joden met hun kromme neuzen en hun bochels hosties doorboren met dolken. Uiteindelijk is het verhaal van dat Heilig Sacrament uitgegroeid tot de belangrijkste cultus in Brussel, met een jaarlijkse processie die samen met die van Onze-Lieve-Vrouw op 't Stokske (op de Zavel) de allergrootste was. En na de onafhankelijkheid van België wordt het grapje nog eens herhaald, met heel wat discussie tot gevolg. We zaten met een protestantse koning, die de conservatieve katholieken nodig had als machtsbasis. Er moest een manier van samenleven gevonden worden tussen het hof en de kerk, en het resultaat is dat in de negentiende eeuw neogotische glasramen werden gemaakt die het hele verhaal van de renaissanceramen nog eens herhaalt, en waarvan het eerste raam betaald werd door Leopold I, en het tweede door Leopold II. Het derde en meest verschrikkelijke raam waar de 'vuige' joden de messen door de hosties steken, werd bekostigd door Louis Verhoustraten, de deken van het kapittel van Sint-Goedele. Die ramen zijn nog steeds te zien vooraan in de zijbeuk van de kathedraal. Er kwam uiteindelijk pas een einde aan de cultus van het Sacrament van Mirakel onder druk van het protest van de liberalen toen men in 1870 de grote jubileumeditie aan het voorbereiden was. Maar de processie bleef wel nog jaarlijks doorgaan, tot na de Tweede Wereldoorlog. En op sommige plaatsen is de cultus nog steeds niet uitgedoofd - zo werden in de jaren negentig nog jaarlijkse vieringen gehouden in een kapel achter de Terkamerenabdij, waar nogal wat kortgeschoren haar en marsschoenen te zien waren."

Excuses
In de jaren zestig lanceert Luc Dequeker, een professor Judaïstiek aan de KU Leuven het voorstel om de kwestie eens en voor altijd te regelen door excuses van de kerk aan de Joodse gemeenschap. "Maar er was een stroming binnen de kerk die dat niet nodig vond, in het zog van Placide Lefevre, de toenmalige officiële conservator van Sint-Goedele", vertelt Jacobs. "Kardinaal Suenens had hier wel oren naar en beperkte zich in 1977 tot het plaatsen van een bronzen plaat onder de bewuste ramen in de Sacramentskapel met een tekst die moest dienstdoen als verontschuldiging. Maar men kan zich toch wel vragen stellen bij de formulering ervan: 'De joodse gemeenschap van Brussel werd in 1370 beschuldigd en gestraft voor de profanatie van het H. Sacrament. Op Goede Vrijdag 1370 zou men in de synagoge gestolen hosties met een dolk doorboord hebben. Uit de hosties zou bloed gevloeid zijn. De diocesane autoriteiten van het bisdom Mechelen-Brussel hebben in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie en na kennisname van het historisch onderzoek, in 1968 de aandacht gevestigd op het tendentieuze karakter van de beschuldiging en de legendarische voorstelling van het 'mirakel'. Niet echt een verontschuldiging, als je het mij vraagt", vindt Jacobs. "Ze vonden duidelijk dat ze iets moesten doen, maar het was slechts met halve overtuiging en daarom hebben ze wat rond de pot gedraaid. En dat is jammer, want hadden ze toen het advies van Dequeker gevolgd, was het probleem allang opgelost en zou er geen reden meer zijn om er nog op terug te komen. Ooit heeft een non zelfs gedreigd een baksteen door de ramen te gooien indien men ze niet weghaalde, maar dat is natuurlijk ook onzin, aangezien ze tot de mooiste glasramen behoren die we nog bezitten, en een geschiedkundige waarde hebben. Men moet van Buchenwald ook geen pretpark maken, maar men moet er wel een degelijke uitleg bij geven over de achtergrond ervan."
In een artikel in Knack noemde Johan Struyve in 1982 de kathedraal zelfs 'het grootste monument van toegepast antisemitisme in België'. "De gidsen van Christelijk Dienstbetoon en Toerisme hebben enkele jaren geleden nog hun beklag gedaan omdat ze het beu waren om de misvattingen bij hele hordes toeristen te moeten rechtzetten", zegt Jacobs. "Want vandaag komen nog steeds Poolse toeristen naar de kathedraal om er te bidden in de overtuiging dat het hele verhaal waar is en dat het wel degelijk de joden zijn die Christus vermoord hebben enzovoort. Uiteindelijk heeft de Nationale Katholieke Commissie er dan papiertjes gelegd met extra uitleg in verschillende talen. Maar ook die zijn nogal vaag geformuleerd."

Van Maerlantkapel
De glasramen zijn echter niet het enige restant van manifest antisemitisme in Brussel. Ook de kapel en kerk aan de Van Maerlantstraat is er zo eentje. Het bouwsel is een exacte kopie van een kapel die in de vijftiende eeuw werd gebouwd aan een van de vier trapstraatjes aan de Kunstberg (toen nog de Coudenberg), de zogenoemde jodentrappen. "Er woonden wel een paar joodse families, maar of men werkelijk van een joodse buurt kon spreken, is twijfelachtig", zegt Jacobs. "In een van die straatjes, de Stuiversstraat, werd in de vijftiende eeuw een kapel opgetrokken, zogezegd op de plaats waar de synagoge van de joden had gelegen. Maar ook dat is zeer twijfelachtig; er bestaat geen enkel bewijs van. Met die kapel wilde men een nieuwe cultusplaats oprichten rond het Sacramentverhaal. De kapel werd de Salazarkapel genoemd, naar de grote residentie waarmee de kapel in verbinding stond, en huisvestte een nieuwe zustercongregatie, het Instituut voor de Gedurige Aanbidding tot Eerherstel van het Heilig Sacrament, opnieuw een kaakslag voor de joodse gemeenschap. Naast de kapel werd dan in de negentiende eeuw een neogotisch kerkje gebouwd, met als opschrift: 'In deze plaats, eertijd synagoge, hebben de joden gepoignardeerd de heilige hostie in 1370'. Beide gebouwen werden echter in 1908 onteigend voor de bouw van de Kunstberg. In 1950 werden de gebouwen afgebroken, maar in de Van Maerlantstraat werd een exacte kopie ervan gebouwd, zowel van de Salazarkapel als van de neogotische kerk. Die staan er nu nog steeds, en dat is ironisch genoeg grotendeels te danken aan het lobbywerk van de Deutsche Grünen, die bij de uitbreiding van de Europese wijk hebben geijverd voor het behoud van de twee bouwsels. Een paar jaar geleden werden de gebouwen nog gerenoveerd. Nu is er de centrale bibliotheek van de Europese Commissie, wat in schril contrast staat met het reliëf van een kelk met hosties en gekruiste dolken op de voorgevel. Als er ooit een comité wordt opgericht om dit te verwijderen, zal ik zeker meedoen. Het is verschrikkelijk dat al die Eurocraten die er komen, de achtergrond van die kerk niet kennen of willen kennen, terwijl het nog steeds een symbool is van de historische jodenhaat in Brussel."

:: Op 14 februari houdt Roel Jacobs een lezing over het Sacrament van Mirakel, om 20 uur in de synagoge Beth Israel, Stalingradlaan 74 in Brussel.
Een week eerder, op 7 februari, houdt Ludo Abicht er een lezing over de geschiedenis van de joden in de Lage Landen, meerbepaald in Antwerpen.
Vooraf inschrijven is verplicht op 02-502.38.80 of
brussel@masereelfonds.be

Wie meer wil lezen over het onderwerp, kan het boek 'Het Sacrament van Mirakel. Jodenhaat in de Middeleeuwen' van Luc Dequeker raadplegen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?