Straatnamen, een teer punt in de gemeentepolitiek

Verhitte discussies zoals in de stad van het Pieter/Herman de Coninckplein, komen die ook voor in Brussel? "De tijd van de heethoofden lijkt nu wel zo'n beetje voorbij."

E ugène Flagey, die in 1937 een groot deel van het Heilig-Kruisplein naar zichzelf noemde: het was het enige twistpunt rond naamswijziging volgens de dienst Stedenbouw in Elsene. Of de Camille Van Exterstraat in Ukkel, die een tiental jaar terug naar een recent overleden plaatselijk politicus werd genoemd: eigenlijk kan zoiets niet. In 1919 besliste de Brusselse gemeenteraad tot een Adolphe Maxlaan, maar Max zelf bleef als enige de oude naam Noordlaan gebruiken.

Pierre Van Nieuwenhuysen, nog maar sinds kort lid van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie (Franstalige afdeling), waarvan de Brusselse gemeenten een gunstig advies moeten krijgen, vat de richtlijnen samen die in principe gevolgd moeten worden bij toekenning of wijziging van een straatnaam: vermijd onnodige wijzigingen om kosten te besparen; oude, plaatselijke toponiemen hebben de voorkeur, en iemand moet minimaal vijftig jaar overleden zijn. Een notoir tegenvoorbeeld is Toots Thielemans, die in 2011 levend en wel een eigen straat kreeg in Vorst. "Te mijden zijn namen van plaatselijke politici of weldoeners die na verloop van tijd misschien illustere onbekenden geworden zijn." En sowieso moeten de straatbewoners geraadpleegd worden: volgens Van Nieuwenhuysen is dat maar democratisch.

Volgens Willy Van Langendonck van de Nederlandstalige afdeling van de Toponymiecommissie, gaat hun advies in feite alleen over spelling. "Die toepassing van de richtlijnen over de leeftijd en zo wordt toch vooral in de gemeenteraad bedisseld. Ik ga niet opzoeken hoe lang iemand overleden is. We schreven bijvoorbeeld wel aan de gemeente Evere: 'De Commissie adviseert voor de vertaling van clos in de Brusselse straatnaamgeving al een hele tijd om de term gaarde te gebruiken. Het is dus raadzaam om in dit geval van Leemputgaarde te spreken i.p.v. Leemputerf. Overigens klinkt de term gaarde zeker galanter dan erf, dat veeleer aan een boerenerf doet denken.'"

De Ukkelse heemkundige Leo Camerlynck vindt gaarde dan weer 'te Schoon Vlaams'. "Door zijn Monty Python-achtige humor en de controversiële ideeën van OCMW-voorzitter Van Exter zal zeker niet iedereen achter zijn naam gestaan hebben voor de straat van de nieuwe verkaveling achter de Stallekapel. Daarom werd er ook aan Kapelgaarde gedacht, maar waarom niet gewoon met een uitgang die iedereen begrijpt, zoals erf of woonerf?"

Promenade
De Adaliasgaarde/clos des Adalias is nog niet verhard, zo nieuw is deze zijstraat van de Olieslagerslaan in Sint-Pieters-Woluwe. Ze heeft een ietwat lyrische naam gekregen, en dat heeft zijn redenen, vertellen ze ons op de dienst Stedenbouw. "Hier in Sint-Pieters-Woluwe spelen we op veilig. Geen namen die politiek zus of zo begrepen kunnen worden. Neem nu de Adaliasgaarde - hoewel, weet ú wel wat gaarde betekent, en Adalia? Lieveheersbeestje. En zo wordt er niet gebakkeleid over straatnamen. In buurgemeente Sint-Lambrechts worden wel nog dikwijls persoonsnamen gekozen..."

Als het aan burgemeester Olivier Maingain (FDF) had gelegen, dan had hij in 2008 de Woluwelaan in Paul-Henri Spaaklaan herdoopt. Dat botste op hevig verzet van de handelaars, die vreesden dat hun klanten het noorden zouden kwijtraken. Ze werden gehoord, en enkel een gedeelte van de Paul Hymanslaan, tussen metrostation Roodebeek en de Woluwelaan, werd herdoopt in Paul-Henri Spaakpromenade/cours Paul-Henri Spaak.
Georges Lebouc, verzamelaar van allerlei wetenswaardigheden over Brussel, schrijft dat Maingains politieke rivale Danielle Caron (op dat moment CDH, nu MR) Maingain verweet deze demarche te ondernemen voor de schone ogen van dochter Antoinette Spaak (FDF).

Op de promenade leren panelen ons dat Spaak niet alleen medestichter van de Europese Unie was, maar ook een fervent tegenstander van vegetariërs als staatshoofd. "Het woord promenade is nogal vreemd in het Nederlands, maar er zijn in Brussel zovéél onlogische dingen in verband met de vertaling van toponiemen, zoals Bruidstraat/rue de la Fiancée, terwijl bruid hier 'vuilnis' betekent, of de vele squares die rond of ovaal zijn, en dus niet vierkant," zegt Van Nieuwenhuysen.

Een ander voorbeeld waar inwoners opkwamen voor de naam van hun straat, krijgen we van Maria Vandenbosch van de heemkundige kring Molenbecca. "In 1907 wilde het Molenbeekse gemeentebestuur de Van Meyelstraat veranderen in de Reimond Stijnsstraat, de Vlaamse auteur van onder andere Hard labeur. De vele winkeliers in de buurt van Thurn & Taxis hadden echter geen zin om hun voorraad briefpapier en enveloppen te vernieuwen. In 1908 gaf het schepencollege de naam Reimond Stijns dan maar aan een nieuwe straat in een landelijke wijk." De naam is gebleven, het landelijke karakter niet.

Robbertje Duden
In een verslag van een Brusselse gemeenteraad uit 1852 viel heemkundige Wim van der Elst iets op: "Dat er nog met spot herinnerd wordt aan de pogingen tot vernederlandsing van het openbaar leven tijdens de Hollandse periode, een goede twintig jaar eerder, maar niet aan de verregaande wijzigingen en verfransing van benamingen tijdens de Franse periode, die natuurlijk wel nog vijftien jaar verder lag."

Niets is zo vluchtig als glorie, weet ook Lebouc. Daarvan getuigen vele voorbeelden van straatnaamwijzigingen al naargelang van hoe de wind stond. Het Oranjeplein in Brussel werd het Barricadenplein ter herinnering aan de vele barricaden in de stad tijdens de opstand, in Anderlecht werd de Karl Marxstraat de Democratiestraat.

In 1906 offerde men in Vorst nog graag een Heilige Annestraat op voor de Duitse mecenas Wilhelm Duden. Maar de Eerste Wereldoorlog was nog maar begonnen, of de Dudenstraat werd al veranderd in Bondgenotenstraat/rue des Alliés. Tijdens de Duitse bezetting echter, in 1915, werd ze weer Dudenstraat, om drie jaar later, aan het eind van de oorlog, opnieuw Bondgenotenstraat te worden.

Nog andere strijden werden uitgevochten door middel van straatnamen. In het boek over het Brugmannziekenhuis van Daniel Désir is te lezen hoe de straatnamen ten zuiden van het ziekenhuis, naar Jette toe, vernoemd zijn naar katholieke artsen, en ten noorden van het ziekenhuis, naar Brussel toe, naar vrijzinnige artsen. En Lebouc voegt er nog aan toe dat onmiddellijk na de Franse Revolutie de straatnamen die van ver of dicht naar de Kerk verwezen, gewijzigd werden, om later in ere hersteld te worden door de wil van het volk.

Het valt op dat veel gemeenten zich "geen debat herinneren" rond straatnaamwijzigingen: Etterbeek, Sint-Joost, Evere, Watermaal-Bosvoorde, zelfs Sint-Lambrechts-Woluwe niet. Camerlynck reageert: "Dat is ofwel desinteresse, ofwel koudwatervrees - of beide. Ik weet niet hoe men binnen het Ukkelse gemeentebestuur zou reageren." Niet, eigenlijk.

Terwijl er eind de jaren 1980 veel wrevel was: "Toen Jean-Luc Vanraes pas aantrad in de gemeenteraad, stelde hij voor een straat naar de Vlaamse dichter Jan van Nijlen te noemen, die lang in Ukkel gewoond heeft en er overleden is. Maar zoals gewoonlijk als er een Vlaming werd voorgesteld, staken verstokte franskiljons hun vooroordelen niet onder stoelen of banken en werd in de gemeenteraad de domme vraag gesteld of Jan van Nijlen geen collaborateur was. En dat terwijl Charles, zijn zoon, omkwam in een concentratiekamp en op het oorlogsmonument op het Heldenplein staat. Maar gelukkig is de tijd van de heethoofden zo goed als voorbij."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?