Verhalenverwendag in Minor-Ndako Anderlecht

© Saskia Vanderstichele

Kinderen en jongeren in kwetsbare situaties verwennen met de schoonheid van verhalen en illustraties. Dat was de inzet van een gezamenlijk leesbevorderingsinitiatief van ‘Iedereen leest!’ en het Brusselse opvangcentrum Minor-Ndako. “Een boek kan je redding betekenen.”

Herfstvakantie, een stralende donderdag. In het mooie opvangtehuis Minor-Ndako in Anderlecht stroomt een dertigtal kinderen en jongeren mondjesmaat toe. “Wij willen een voetbaltoernooi houden!” roept één van de jongeren meteen bij het startschot van de dag. Dat zal niet lukken. Vandaag moet de sport wijken voor creativiteit en cultuur: de leesbevorderingsorganisatie ‘Iedereen leest!’ wil de jongeren op een speelse, interactieve manier laten proeven van boeken. Of beter: van verhalen, want ook in tekeningen, foto’s, film en liedjes zitten vaak vertellingen verborgen.
De organisatie biedt op deze vakantiedag een bijzonder breed gamma van workshops aan: van striptekenen met illustrator Tom Schoonooghe tot fotograferen met Atilla Erdem, van liedjes zingen in de thuistaal onder leiding van Koor & Stem, tot toneelspelen op basis op boeken.

Het gonst binnen de muren van Minor-Ndako al gauw van de activiteit, vaak een licht geïmproviseerde uitwisseling tussen nieuwsgierige kinderen, afwachtende tieners en gepassioneerde boekenliefhebbers. Schrijver/tekenaar Jan De Kinder en schrijfster Khadija Timouza brengen afwisselend in het Nederlands en het Arabisch het beeldverhaal ‘Van de ezel die bleef staan’ in kamishibai-versie. Een jongetje begrijpt geen Arabisch en kan niet meer blijven stilzitten. Hij staat op en leest zelf mee met verteller De Kinder. In de hoek van de luisterboeken barst een twaalfjarige tiener spontaan in lachen uit wanneer hij in de koptelefoon plots een wiegeliedje hoort in zijn eigen taal. “Dat zongen ze vroeger ook voor mij,” zegt hij in gebroken Nederlands. Amper enkele paar maanden geleden kwam hij hier aan uit zijn thuisland Afghanistan.

Bij illustrator Merel Eyckerman vervangt het tekenuurtje het bekendere spreekuurtje. Ze tekent wat het kind graag afgebeeld ziet. Tussendoor vertelt Eyckerman over haar tekenmateriaal of over de boeken die ze al heeft gemaakt. Ook bij de enthousiaste jongeren komen de tongen los. Zo raken vertellingen bij beelden vermengd met meer persoonlijke anekdotes, in de geest van de beste orale verteltraditie.

Vluchtelingen
In Minor-Ndako zitten Belgische kinderen die door een problematische thuissituatie zijn opgenomen, maar de meeste jongeren zijn niet-begeleide minderjarige vluchtelingen, uit Afghanistan, Irak, Syrië of Eritrea. Jonge mensen die vaak in hun eentje een lange gevaarlijke reis hebben ondernomen, op zoek naar een menswaardig leven.

“De meeste jongeren die hier zonder ouders of familie belanden, zijn ouder dan twaalf. Toch hebben we hier ook al kinderen van tien of zelfs maar acht jaar opgevangen,” vertelt Farid Ahmad, medewerker van Minor-Ndako. “Vorig jaar kwamen in België vijfduizend alleenstaande kinderen en jongeren aan. Sommigen van hen raakten hun ouders kwijt tijdens de overtocht. Anderen waren het slachtoffer van mensensmokkelaars, die de ouders een te rooskleurig plaatje voorhielden. Lang niet alle ouders kunnen zich een vertrek met de hele familie veroorloven. Ze laten hun kinderen noodgedwongen alleen gaan, omdat ze in levensgevaar verkeren, of omdat ze ten prooi kunnen vallen aan kinderarbeid, zoals in Afghanistan bijvoorbeeld.”

Boeken en taalplezier, het lijken niet meteen de belangrijkste bekommernissen van die jongeren die slachtoffer waren van zulke schrijnende situaties. En toch. “In boeken kan je thuiskomen, ze bieden herkenning en troost,” zegt Miek Stevens, stafmedewerker bij Minor-Ndako. “Ze hebben niet altijd zin in een gesprek, maar het kind kan net zo goed een weg afleggen in zijn hoofd door een verhaal te lezen waarin het iets van zichzelf terugvindt, of door nieuwe inzichten of vragen uit een boek te halen. Een van onze meisjes voelt zich al een tijdje heel slecht en komt amper haar kamer uit, maar onlangs vroeg ze naar een Harry Potter-boek. Daar heeft ze duidelijk iets aan. Ontsnappen uit de realiteit kan soms wonderen doen. Het voorleesmoment voor het naar bed gaan, is hier uitgegroeid tot een vast en gekoesterd ritueel.”

“Deze kinderen zijn in de eerste plaats gewoon kinderen. Ze hebben net zo goed honger naar verbeelding,” pikt Eva Devos van ‘Iedereen leest!’ in. “Wij zetten als organisatie bewust de stap naar Minor-Ndako, omdat wij jonge mensen die zo’n beladen geschiedenis met zich meedragen, amper bereiken met onze leesbevorderende acties, in scholen of bibliotheken. Aanvankelijk wilden we alleen boekenpakketten schenken om het aanbod van Minor te verbreden en te vernieuwen, maar bij nader inzien vonden we dat niet genoeg. Een dag als vandaag is voor ons een eerste stap, een testcase, maar we zien mogelijkheden op langere termijn. Daarover denken we na met de begeleiders. Ook willen we meer werk maken van kwaliteitsvolle boeken in de thuistalen van de vluchtelingenkinderen, zoals Pasjtoe of Arabisch. Dat aanbod is vandaag in België nog te beperkt.”

Fantasie
De meeste jongeren spreken en begrijpen al een aardig mondje Nederlands, maar af en toe was de taalbeperking voor een volledig geslaagde verhalenverwendag toch een obstakel.
Schrijver/illustrator Jan De Kinder had daar geen last van. Met enkele kinderen tussen vijf en tien jaar wilde hij in zijn workshop vooral de tekentaal exploreren. “Ik werk eerder zintuiglijk: met beeld en vorm kan je ook veel vertellen, en kijken is ook lezen. Ik heb de kinderen uitgenodigd om een dummy te maken van hun eigen prentenboek(je). Ik reikte hen materialen aan die ze vaak niet kennen: sjablonen, stempels of kleefletters en toonde hen hoe ze zelf een boekje kunnen vouwen. Zo gaan er deurtjes open in hun fantasie om hun eigen verhaal in beeld te brengen, met een vorm die bij hen past. Een vijfjarig jongetje knutselde een boek met een heel bijzondere architectuur in mekaar, het leek wel een burcht (lacht). Hen even verwonderd doen staan, al was het maar over hun eigen mogelijkheden, maakt deze dag voor mij al geslaagd.”

De Kinder was ook meteen gewonnen voor dit initiatief. “Een boek kan je redding betekenen. Als kind was ik erg timide, en werd ik vaak gepest. Door boeken van anderen te ontdekken, en zelf te tekenen en schrijven heb ik me leren uit te drukken, en raakte ik uit mijn isolement.”

Een hoopvolle gedachte om mee terug naar huis te gaan. En die hoop wordt nog versterkt door het enthousiasme van het kleine meisje C. (10) die tijdens in De Kinders workshop een eigen verhaal heeft bedacht en dat graag aan me kwijt wil. ‘De verdronken kat’ noemde ze het. “Het gaat over een mooie kat, zo mooi dat ze duizenden trofeeën heeft gewonnen. Op een dag wil ze pootjebaden in zee, maar ze gaat te ver, en verdrinkt. Haar baasje, dat naar haar op zoek gaat, hoort van de politie dat ze verdronken is. Hij is heel triestig, maar later koopt hij een andere kat. Die is niet zo bijzonder als de eerste, maar toch…” “Moet een verhaal geen happy end hebben?” vraag ik haar nog. Daar hoeft ze niet lang over na te denken. “Een happy end, dat vind ik wel heel belangrijk, ja!”

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Nieuws uit Brussel in je mailbox?