Verloren verleden: De Zenne

Tot 1867 stroomde de Zenne door het centrum van Brussel. Die kleine waterloop speelde een belangrijke rol in het ontstaan van Brussel en in de geschiedenis van de hoofdstad. Nu is de rivier verdwenen uit het stadsbeeld, maar een oplettende Brusselaar vindt nog overal verwijzingen naar het verleden van een stad aan het water.

De Zenne ontspringt in Henegouwen, loopt door Halle en Anderlecht en kwam Brussel binnen langs het zuiden. De Zenne volgde ongeveer het tracé van de huidige Lemonierlaan. De rivier liep echter niet in een rechte lijn zoals de huidige laan, maar zocht kronkelend haar weg door de benedenstad.

Ter hoogte van de Bogaardenstraat splitste de Zenne zich in twee en omspoelde een eiland. Dit 'Klein Eiland', zoals het genoemd werd, lag ongeveer op de plaats van het huidige Fontainasplein.

Aan Plattesteen splitste de Zenne zich opnieuw en stroomde rond het Groot Eiland, dat grotendeels samenvalt met het Sint-Goriksplein, de plaats waar op het einde van de 10de eeuw de vesting stond van de hertogen van Neder-Lotharingen stond.

Van daaruit liep de rivier voorbij het in 1799 gesloopte klooster van de Minderbroeders. Later werd op die plek de Beurs gebouwd. Eens voorbij de Beurs zwenkte de Zenne plots in de richting van de Devaux-straat en vervolgde haar loop evenwijdig met de huidige Zwarte-Lieve-Vrouwstraat.

Voorbij de Augustijnenstraat, liep de rivier naar de Noordgalerij. Op het huidige de Brouckèreplein stond tot in de negentiende eeuw de Augustijnenkerk. Achter deze barokkerk maakte de rivier opnieuw een bocht naar de Emile Jacqmainlaan. Via deze boulevard stroomde de Zenne de stad uit in de richting van Mechelen.

Broek-sele
Alles wijst er op dat er aanvankelijk diverse grotere en kleinere waterlopen waren die door de moerassige Zennevallei kronkelden. Van een netjes afgebakende bedding was dus geen sprake. Die kwam er pas na eeuwenlange menselijke ingrepen.

Recent archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat reeds 1000 jaar voor Christus mensen een toevlucht hadden gezocht op de heuvel waar vandaag de kathedraal verrijst. Op die plaats, beveiligd voor de regelmatig buiten haar oevers tredende Zenne, stond rond het jaar 900 een bescheiden heiligdom toegewijd aan Sint-Michiel.

Niet alleen de hoger gelegen delen van de Zennevallei waren bewoond. Ook aan de oevers zelf leefden er mensen. De rivier voerde immers vruchtbare landbouwgrond aan. Van oudsher hebben de Brusselaars dan ook grachten en greppels gegraven om het overtollige water weg te voeren.

Men kan zich dat vandaag nog moeilijk voorstellen maar zowat heel de benedenstad was destijds een moerassig gebied. De Broekstraat, het Martelaarsplein, het Begijnhof, Sint-Katelijne, Sint-Goriks en zelfs de Grote Markt - de Niedermerct zoals het destijds genoemd werd - was eeuwenlang een moerassig gebied. Verscheidene plaatsnamen in Brussel herinneren daaraan. De naam Brussel - of Broek-sele - zelf betekent zoveel als nederzetting in een moerassig gebied.

Haven
Door de diverse beekjes zoveel mogelijk te kanaliseren in één bredere bedding werd de rivier bevaarbaar. Minstens in de 11e eeuw - misschien zelfs vroeger - voeren er scheepjes met platte bodem op de Zenne al vanaf Halle.

Er ontstond stilaan een bescheiden haven op de Zenne. Die lag tussen de huidige Sint-Katelijnestraat, de 'Scipsbrugge' of Visverkopersbrug, en de Bisschopsstraat, of de 's Munterbrugge of Mandema-kersbrugge. Dwars door de oude Zennehaven loopt vandaag de Zwarte-Lieve-Vrouwstraat .

De scheepvaart op de Zenne bleef echter moeilijk. Het was immers een vrij smalle en kronkelende rivier met een onregelmatig debiet. Bij hevige regenval zwol de Zenne sterk aan en trad buiten haar oevers. Maar tijdens de hete zomers stroomde er maar weinig water door haar bedding. Bovendien begon die - vooral vanaf de 15ee eeuw - meer en meer te verzanden. Tot overmaat van ramp kieperden de Brusselaars er heel wat afval in.

Open riool
Naarmate er in Brussel meer ambachten bedrijvig waren, raakte de Zenne meer en meer vervuild. Vooral de lederbewerkers of "huydevetters", de slachters en een aantal vaklui uit de lakennijverheid, zoals de volders en de ververs, werden met de vinger gewezen.

De Zenne zelf werd in Brussel meer en meer een open riool tot tussen 1867 en 1871 overwelfd werd. Tot 1955 stroomde de Zenne nog door de kokers onder de centrale lanen, maar daar rijden nu de trams van de MIVB. De Zenne werd omgeleid en stroomt niet meer door de stad.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?