Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Kanal zet alle zeilen bij om museum klaar te krijgen

Sophie Moffat
© BRUZZ
11/06/2026

Een blik op hoe een van de tentoonstellingsruimten van Kanal er zal uitzien.

Vooraleer Kanal eind november opent, moeten de tentoonstellingszalen aan strenge klimaatvoorwaarden voldoen om de topstukken van partner Centre Pompidou een plaats te mogen geven. Volgens experts is de proefperiode daarvoor krap. “Maar we moeten open.”

De deadline voor de meer dan veertigduizend vierkante meter grote werf aan het Saincteletteplein is sinds de start in 2018 al veel verschoven, maar met de opening vastgepind op zaterdag 28 november dit jaar is er geen weg terug: de eindoplevering van de omgevormde Citroën-­show­room staat gepland voor 31 augustus. Vanaf die dag resten er nog drie maanden om behalve de tien openingstentoonstellingen ook de horeca – bakkerij, bistro, restaurant én rooftopbar – de auditoria, de openbare ruimte, drukkerij, studiezalen, bookshop én de museumshop bezoekersklaar te krijgen.

De grootste tentoonstellingszalen van het museum liggen in een kokervormige structuur die boven het bestaande gebouw uittorent. Die box-in-a-boxarchitectuur wordt door veel musea toegepast om de controle van het binnenklimaat te vergemakkelijken en de kans op schommelingen in te perken. De museumtoren in Kanal wordt niet rechtstreeks blootgesteld aan het buitenklimaat van de halfopen hal, dikke betonnen muren en toegangssluizen moeten mee de temperatuur op peil houden.

“De openingsdatum ligt vast: het museum en de tentoonstellingen moéten open. Het blijft spannend, maar de klimaatcondities zullen goed zijn”

An Fonteyne

NoAarchitecten

Een van de grote tentoonstellingen waarmee het hedendaags museum bij de opening uitpakt is de collectiepresentatie A Truly Immense Journey. Kanal presenteert er 350 kunstwerken, waarvan zo'n tachtig procent afkomstig is uit de collectie van partnermuseum Centre Pompidou, aangevuld met werken uit de eigen collectie en een aantal bruiklenen uit andere Belgische musea of privécollecties.

Tot begin 2028 vind je in Kanal werk van de klinkende namen uit de moderne en hedendaagse kunst zoals Piet Mondriaan, Alberto Giacometti, Pablo Picasso, Luc Tuymans, Otobong Nkanga en Sammy Baloji. Behalve schilderkunst en sculpturen wordt er ook videokunst, fotografie en tekenkunst getoond.

Race tegen de klok

Vooraleer die kunst aan de muur kan, moeten de klimaatcondities in de tentoonstellingsruimtes echter optimaal zijn. De afgelopen weken werkte een extra bezetting zich uit de naad om de tentoonstellings­zalen op de Kanal-werf testklaar te krijgen.
Hoofdarchitect van Kanal, Catherine Dohmen, klinkt vandaag opgelucht: “We zijn erin geslaagd om het museumdeel van het gebouw klaar te krijgen op 1 juni”, zegt ze. “Zo garanderen we een periode van minstens drie tot vier maanden om de klimatisatie te testen voordat de kunstwerken, vanaf september-oktober, in de verschillende exporuimtes geplaatst worden.”

Die timing is op zijn minst opvallend te noemen. De drie maanden waarin Kanal voorziet, vormen ook de minimale proefperiode die Centre Pompidou oplegt om werken uit de Parijse collectie te mogen tonen. Een rondvraag bij een aantal Belgische musea en de duurzaamheidscel van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) leert dat drie maanden proefdraaien niet onmogelijk, maar wel behoorlijk krap is.

Zes tot twaalf maanden proefdraaien is voor grote musea niet ongebruikelijk. KMSKA in Antwerpen of kunsthal BRUSK in Brugge planden in aanloop naar hun (her)opening een proefperiode van één jaar. “Elk gebouw is anders. Maar een jaar proefdraaien in de museumzalen was geen overbodige luxe”, zegt Elvira Servaes, manager infrastructuur en facility bij het KMSKA. Vooral voor klimatisatie, monitoring en afstellen van de technieken is een jaarcyclus doormaken van belang. “De curve van een gebouw kent altijd een hartslag, bij de oplevering is die heel sterk aanwezig: hoge pieken waarvoor de oorzaak in vrijwel elk seizoen anders is”, zegt Charlotte Bouteligier, afdelingshoofd collectie van BRUSK. “We merken ook dat de seizoenen steeds grilliger worden, en theorie en praktijk steeds verder uit elkaar liggen”, voegt Servaes toe.

BRZ 20260610 1983 KANAL - mei 2026

Bart Grietens

| De werken bij Kanal zijn volop aan de gang voor de opening op 28 november van dit jaar.

Dat doet de vraag rijzen waarom er op de Brusselse werf slechts in een venster van drie maanden voorzien wordt, voor wat toch een essentieel onderdeel van de kerntaak van het museum vormt. “Het is krap. En het zou fijner geweest zijn om een halfjaar proef te draaien”, zegt An Fonteyne van het Brusselse bureau noAarchitecten, dat onder de naam Atelier Kanal samen met twee internationale ontwerpbureaus het ontwerp en de verbouwing heeft geleid. “Maar ik ken geen enkel project van deze omvang dat exact loopt zoals gepland. We mogen niet vergeten dat de Kanal-werf veel complexiteiten heeft gekend: covid, sterke prijsstijgingen in de bouw en een lange periode in politieke en financiële onduidelijkheid.”

Veel foutenmarge is er voor Kanal niet. “Mocht de opening van de collectiepresentatie uitgesteld worden, kunnen we de bruikleen alleen garanderen tot de datum waarop we een werk hebben gereserveerd als het werk elders is gereserveerd”, zegt Centre Pompidou in een schriftelijke reactie aan BRUZZ. Ondanks de beperkte doorlooptijd gelooft Fonteyne in een goede afloop. “De openingsdatum ligt vast: het museum en de tentoonstellingen moéten open. Het blijft spannend, maar de klimaatcondities zullen goed zijn.”

Enorme ijsbak

Musea die schuiven met de proefperiode van klimaatmonitoring, dat is volgens Annelies Cosaert, wetenschappelijk medewerker en expert collectie en omgevingsfactoren bij het KIK, niet ongebruikelijk. “Het komt er dan vooral op neer om alles tijdig uit te drogen en schadelijke stoffen te verwijderen”, volgens Cosaert. Dat is in de eerste plaats om een veilige conservatie van de werken te kunnen garanderen, maar ook en misschien vooral voor de bruikleen van kunstwerken die vanuit verschillende topmusea naar Brussel worden overgebracht. “Onverwachte calamiteiten zoals een lek of ongewenste condensatie, kunnen altijd nog roet in het eten gooien.”

In de exporuimtes in de museumtoren streeft Kanal strenge internationale museumstandaarden na. Het wil een temperatuur van 20 °C waarborgen, met slechts een marge van 1 °C en de relatieve vochtigheid op 50 procent houden, met een marge van 5 procent. Dat gebeurt via twee systemen: een klassieke gasketel en een enorme ijsbak aangestuurd door warmtepompen, ondersteund door zonnepanelen. Dataloggers geven de relatieve vochtigheid van de ruimtes aan om indien nodig tijdig bij te sturen.

Opvolgen gebeurt dagelijks, want te grote schommelingen zijn nefast voor de bewaring van kunstwerken. “Ieder object heeft een voorkeursbehandeling voor optimale bewaring, dat is de reden waarom je tomaten niet in de frigo bewaart. Bij kunst is dat niet anders”, zegt Annelies Cosaert van het KIK. Zo kunnen droogtepieken barsten in lijsten veroorzaken, een vochtigheidsgraad die te lang te hoog ligt verhoogt de kans op schimmels en een te warme museumzaal versnelt dan weer de chemische veroudering van een kunstwerk.

De scenografie wordt naast de artistieke overwegingen ook afgestemd op klimaat­factoren zoals daglicht. “Werken die minder gevoelig zijn en grotere schommelingen kunnen verdragen, komen in andere ruimtes in het gebouw”, zegt Catherine Dohmen, hoofdarchitect van Kanal. “Werken die te kwetsbaar zijn, zoals foto's of werk op papier, worden minder lang tentoongesteld dan andere, en worden tussentijds gewisseld.”

"Met de moderne techniek in musea, zou je alle fluctuaties kunnen wegnemen, maar dat kost vaak onnodig energie en geld"

Annelies Cosaert

expert collectie en omgevingsfactoren KIK

Cosaert geeft aan dat musea als ze hun bruikleencontracten opstellen vaak té strenge normen opleggen. “Vooral om geen risico's te nemen op het vlak van verzekeringen, want die te strikte klimaatvereisten zijn niet per se wetenschappelijk onderbouwd”, zegt ze. “Met de moderne techniek in musea, zou je alle fluctuaties kunnen wegnemen, maar dat kost vaak onnodig energie en geld.” Datzelfde geluid is ook te horen bij museum­medewerkers uit andere instellingen.

In de klimaatverklaring, een conventie die musea richtlijnen rond binnenklimaat geeft, moedigen het KIK en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed Belgische en Nederlandse instellingen aan niet onnodig strikt te zijn. Want tegenover een strikt temperatuurbeleid staan grote energiekosten. Kanal sluit zich aan bij die verschuivende visie op klimaatverwachtingen voor musea. “De klimaatnormen in de museale wereld passen zich op een traag tempo aan”, zegt hoofdarchitect Dohmen. “We willen die trend zeker volgen om in de toekomst een energiezuiniger museum te worden.”

Vertrouwen opbouwen

Ook in 2027 en 2028 zal Kanal tentoonstellingen presenteren met een groot aandeel werken uit de Pompidou-collectie. Binnen het partnerschap tussen de hoofdzetel van de Franse museumgroep en de Brusselse poot, zit behalve het uitlenen van de collectie ook advies en productionele steun. “We werken nauw met hen samen”, zegt artistiek directeur Kasia Redzisz. “Voor elk departement krijgen we advies van Centre Pompidou. Van scenografie tot veiligheid en klimaat.” Voor de samenwerking, die nog tot 2031 loopt, telt Kanal 1,9 miljoen euro per jaar neer.

Voor Kanal wordt de komende zomer meer dan een afwerkingsfase. Tegen de tijd dat de eerste kunstwerken uit Parijs arriveren, moet blijken of het nieuwe museum de stabiele klimaatomstandig­heden kan garanderen die nodig zijn om de honderden topstukken veilig en vol vertrouwen te exposeren. “Want voor bruiklenen is vooral een vertrouwensrelatie tussen de musea nodig”, vat Annelies Cosaert samen. “Ik ken geen enkel museum dat perfect is.”