Twee maanden na de eerste publieke filmvertoning ooit bezweek ook Brussel voor de wonderlijke uitvinding van de broers Lumière. Dat is zondag exact 130 jaar geleden. Op de plaats van die primeur, Koningsgalerij 7, tegenwoordig een chocoladewinkel, hangt al zeventig jaar een gedenkplaat.
© VRT NWS
| Archiefbeeld Koningsgalerij in centrum Brussel.
In 1896 kreeg Brussel haar allereerste publieke filmvertoning: 'Du jamais vu'
Brussel, dag op dag 130 jaar geleden. In de Waaierstraat ploft Jaak uit Kuregem een groot mes in de rug van Willem uit de Spiegelstraat. Beiden beminnen een en hetzelfde meisje. Willem wordt bebloed afgevoerd naar Sint-Pietersgasthuis. In de Pachecostraat verbergt een gezochte deserteur zich in de hoop vodden van een opkoopster van oude kleren en de KVS voert De Stomme van Portici op. Comme d'hab.
Ondertussen reppen journalisten en genodigden zich naar een zaaltje van de Brusselse burgerkrant La Chronique in de Koningsgalerij. Tot ieders grote verbazing zijn er bewegende beelden te zien van werknemers die een fabriek in Lyon verlaten, golven die op het strand aanspoelen en een tuinman die zichzelf besproeit door toedoen van een kwajongen die stiekem op de waterslang gaat staan. Du jamais vu.
"Het is logisch dat investeerders pas veel geld steken in een gebouw en apparatuur wanneer het duidelijk is dat de mensen het hele jaar willen betalen om naar films te kijken"
Filmhistoricus (KU Leuven)
De eerste publieke filmvertoning ooit, 28 december 1895 in het Grand-Café in Paris, is amper twee maanden oud wanneer ook Brussel zich vergaapt aan de illusie van bewegende beelden. Ze zijn gefilmd én geprojecteerd door de cinematograaf, een uitvinding van de broers Auguste en Louis Lumière.
Primeur
De eerste publieke filmvertoning buiten Frankrijk, 1 maart 1896, is een initiatief van Eduard Schraenen. De zakenman die ervaring had met de theatrofoon, een toestel waarmee je kan meeluisteren naar toneelstukken en concerten, had van de Franse broers Lumière een concessie bekomen. Hij kan in de Koningsgalerij alleen maar vaststellen dat het publiek verbouwereerd is door de spitstechnologie en enthousiast applaudisseert voor kortfilms met titels als Train en Gare de La Ciotat, La Sortie de l'usine Lumière à Lyon of L’Arroseur arrosé. De journalisten zoeken naar woorden.
Die van Le Soir zal de buzz bevestigen. L'Indépendance Belge zal melden dat de levende beelden verbijsteren en dat je van de ene verbazing in de andere valt. Het Laatste Nieuws zal vertellen dat de ‘proefnemingen’ met de ‘bezielde lichttekening’ ‘gelukten’. “De volledigste begoocheling van het leven wordt op de wonderbaarste wijze bekomen door het toestel dat tooneelen voortbrengt van een treffende levendigheid. Alleen nog de spraak ontbrak aan de verschillende personages. Geheel Brussel zal MM.Lumière willen aan het werk zien.”
Een van de films die vertoond werd in de Koningsgalerij is 'Arrivée d'un train à la Ciotat' van Louis Lumière uit 1895.
De krant krijgt gelijk. De volgende weken loopt het storm. Op 7 maart meldt Het Nieuws Van Den Dag dat het ‘geraadzaam’ is er in de dag heen te gaan ‘om het gedrang te ontwijken’. Vertoningen zijn er vanaf 11u ’s ochtends om het half uur. De grote toeloop laat toe om de prijs te laten zakken: van 1 frank tot 15 cent.
Voor en na
De volgende tien jaar zijn films voornamelijk een rondreizende kermisattractie. Maar in Brussel en andere Belgische steden zien brouwerijen er een manier in om volk naar hun cafés en feestzalen te lokken. Dat leert het boek Van kinetoscoop tot café-ciné van filmhistoricus Guido Convents. Ook theaters en music-halls zien muziek in filmvertoningen. De eerste vaste bioscoop, het Théâtre du Cinématographe, opent pas in 1905 de deuren op Adolphe Maxlaan. In de jaren twintig telt Brussel al bijna honderd bioscopen.
“Wij weten hoe het afloopt: met langspeelfilms en een enorme filmindustrie. Maar in begin is dat allemaal niet zo evident. Het is logisch dat investeerders pas veel geld steken in een gebouw en apparatuur wanneer het duidelijk is dat de mensen het hele jaar willen betalen om naar films te kijken,” zegt filmhistoricus Roel Vande Winkel (KU Leuven).
“Het geniale van het toestel van Lumière is dat je er mee kan filmen én projecteren en dat het transporteerbaar is”
Filmhistoricus (KU Leuven)
Hij preciseert dat de eerste filmvertoning in Brussel dateert van november 1895. Dus nog voor de eerste publieke vertoning in Parijs op 28 december 1895. “Er is afgesproken om die datum te zien als het begin van film. Maar dat is puur conventie. Vragen wie de film heeft uitgevonden is als vragen wie het internet heeft uitgevonden. Verschillende uitvindingen zagen in dezelfde periode het licht. In Amerika had je Thomas Edison, in Duitsland de broers Skladanowsky en in Lyon de broers Lumière.”
De grote vraag was wie een toestel of model kon ontwikkelen dat commercieel rendabel is. “Het geniale van het toestel van Lumière is dat je er mee kan filmen én projecteren en dat het transporteerbaar is.”
De uitvinding van de broer Lumière wordt maanden voor de eerste publieke vertoning in Parijs in verschillende steden gedemonstreerd. Tijdens het Brussels Salon de l’Art photographique november 1895 toont een ingenieur en prof van het Institut Solvay wat de cinematograaf vermag. Burgemeester Karel Buls trekt grote ogen. “’s Anderendaags nemen sommige fotografen begeesterd contact op met Lumière maar hun toestel is nog niet te koop.”
Op de plaats van de eerste publieke vertoning in België, Koningsgalerij 7, tegenwoordig een chocoladewinkel, hangt al zeventig jaar een gedenkplaat.
Het is niet geweten hoe het afliep voor de deserteur die zich in de voddenhoop verborg of voor de neergestoken Willem.
Lees meer over: Brussel-Stad , Film , Koningsgalerij , filmvertoning , Lumière
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.