Voor de Franse filmpers is Emmanuel Marre een van de favorieten voor de Gouden Palm die het Festival van Cannes vanavond toekent. De Brusselse Fransman imponeert met Notre Salut, een film over de collaboratie van zijn overgrootvader. “Soms wist ik niet of ik moest lachen of doodsbang zijn.”
©
Cinéart
| De Frans-Brusselse regisseur Emmanuel Marre is in de running voor een Gouden Palm op het filmfestival van Cannes
Brusselse filmmaker Emmanuel Marre: 'Ik wist niet of ik moest lachen of doodsbang zijn'
Spannende uren voor topregisseurs als James Gray, Andrej Zvjagintsev, Pedro Almodóvar of Lukas Dhont. Deze avond kunnen ze hun eerste Gouden Palm winnen. De Franse pers ziet ook Emmanuel Marre zeer hoog op het palmares van het Festival van Cannes eindigen. De Fransman die Brussel zijn thuis noemt, vertelt in Notre Salut over een Fransman die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog als onbeduidende functionaris uit de naad loopt voor het met nazi-Duitsland collaborerend Vichy-regime. Marre modelleerde de man naar zijn overgrootvader. Het is een glansrol voor Swann Arlaud uit Gouden Palm-winnaar Anatomie d'une chute. De rol van de echtgenote die wel doorziet dat haar man stap voor stap aan het bijdragen is tot onvergeeflijke daden, zoals de organisatie van jodentransporten, ging naar de Brusselse actrice Sandrine Blancke.
Marre filmde ondermeer in het hotel in Vichy dat destijds was ingepalmd door het ministerie van Financiën. Maar schrik niet als je Brusselse locaties herkent, zoals de bar L’archiduc, bioscoop Galeries of de kerk op het Hoogte Honderdplein in Vorst. Notre Salut is een Frans-Belgische coproductie.
Je steekt niet weg dat je voor Notre Salut veel inspiratie haalde uit de brieven die je overgrootvader naar je overgrootmoeder schreef.
Emmanuel Marre: In mijn familie is het nooit echt een taboe geweest dat hij voor het Vichy-régime heeft gewerkt. Er werd niet vaak over gesproken, maar het werd niet bewust verstopt. Als kind heb ik een paar keer Notre Salut zien slingeren, zijn politiek-theoretisch boek. Ik wist dat hij een Pétainist was (een aanhanger van de collaborerende leider, maarschalk Pétain, nr.).
Op een dag toonde mijn tante, die van genealogie houdt, een doos met de oorlogscorrespondentie tussen Henri en Paulette, mijn overgrootvader en mijn overgrootmoeder. Die brieven hebben me geraakt. Ze dompelen je diep onder in het dagelijks leven van de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn geschreven zonder te weten hoe het zou aflopen. De film citeert er soms letterlijk uit. Maar het is geen biopic. Ik heb me vrij laten inspireren.
Je behield wel zijn naam, Henri Marre. En de titel van zijn boek is de titel van je film.
Marre: Ik geef op het einde in een pancarte mee hoe de vork in de steel zit. In de film valt de familienaam Marre slechts één keer. Het gaat niet om Henri Marre, het gaat om Monsieur Henri. Ik mocht niet blijven hangen in een kleine familiehistorie. Mijn overgrootvader was geen uniek geval, er waren er tienduizenden zoals hij. Het is een film die tegelijk fel inzoomt en fel uitzoomt. Ik vertel over een personage dat helemaal niet in het middelpunt van de geschiedenis staat, maar aan de zijkant.
Een zijkant die zeurt over werkuren, maar ondertussen wel jodentransport organiseert en administratief regelt. Had je ergens ook kantoor-series als The Office in het achterhoofd?
Marre: Zeker. Om een eenvoudige reden. Ik ben ook gaan neuzen in de archieven van Limoges, waar mijn overgrootvader naar toe was gestuurd. Ik was benieuwd naar de administratieve sporen en wilde mijn onderzoek naar de deportaties uitbreiden. In de eerste doos van de administratie van het commissariaat voor joodse vraagstukken, dat besloot wie nu jood was en wie niet, botste ik meteen op dertig pagina’s intern briefverkeer. Het personeel eiste betere maaltijd-compensaties en transportvergoedingen. Ik heb hardop gelachen. Maar eigenlijk wist ik niet of ik nu moest lachen of doodsbang zijn. Ik heb meteen aan The Office gedacht.
Still uit de film 'Notre Salut' van Emmanuel Marre
Het Festival van Cannes stelde ook films voor over général Charles de Gaulle, verzetsheld Jean Moulin, en de deportatie van joden in Lyon. Hoe verklaar je die cluster?
Marre: Ik heb daar geen verklaring voor. We hebben in elk geval niets afgesproken. Ieder zat in zijn eigen hoek. Het kan ook niets te maken hebben met de huidige hausse van extreem rechts. Want we zijn allen zo’n vijf jaar geleden aan onze films begonnen te schrijven en toen was de situatie toch net iets minder verschrikkelijk.
Opmerkelijk is dat je jaren tachtig-hits gebruikt van Alphaville en Hot Butter. Of zelfs 'Life is Life' van Opus.
Marre: Ik wilde niet per se anachronistische muziek. Ik vind gewoon dat de muziek voor dansscènes in historische films vaak te oud is. Daardoor voel je als kijker niet die goesting om te dansen en om je uit te leven. Terwijl dat zo’n dansscène je net kan verbinden met de personages.
Het voordeel van muziek uit de jaren 80 is dat ze nog in ieders geheugen zit. We kennen die muziek bijna fysiek. Het is tegelijk moderne en ouderwetse muziek en dat past dan weer wonderwel bij het Vichy-regime. Dat deed zich voor als modern en vernieuwend, maar in werkelijkheid was het erg ouderwets.
Je regisseerde je eerste speelfilm, het uitstekende Rien à foutre met Adèle Exarchopoulos, samen met je levenspartner Julie Lecoustre. Waarom heb je Notre Salut alleen gemaakt?
Marre: We hebben na Rien à foutre gewoon afgesproken om allebei terug te blikken op waar we vandaan komen. Ik kon haar toch moeilijk verplichten om vijf jaar van haar leven te investeren in de problemen van mijn familie. Maar ze heeft me als dramaturge enorm geholpen!
Moge jullie morgen naar Brussel terugkeren met een Gouden Palm of een van Cannes’ andere prijzen.
Bioscooprelease Notre Salut: dit najaar
Lees meer over: Brussel , Film , Festival van Cannes , Emmanuel Marre , filmfestival Cannes