Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

En de Ensor gaat naar... Brussel: hoofdstad domineert uitreiking filmprijzen

Tom Zonderman
© BRUZZ
06/02/2026

Grade Solomon

| 'Julian', de debuutfilm van de Brusselse filmmaker Cato Kusters, is een van de genomineerden op de Ensors.

Zelden was de Brusselse dominantie zo zichtbaar als dit jaar bij de Ensors. Films en series uit de hoofdstad kleuren de nominaties, en tonen hoe cinema Brussel als zichzelf durft te verbeelden.

Zelfs wie slechts met een half oog een blik werpt op het lijstje genomineerden voor de Ensors, de Vlaamse film- en televisieprijzen die zaterdag worden uitgereikt op het Filmfestival van Oostende, ziet één grote slokop: Brussel. In de categorieën filmscenario, beste regie en beste film zijn (quasi) uitsluitend Brusselaars genomineerd, maar ook elders is het l’embarras du choix.

Kan ook niet anders met hoogwaardig spul als Putain, Roomies 2, Young hearts, Julian, Bxl en Oh, Otto!, om maar een paar titels te noemen van Brussels gekleurde series en films die vorig jaar indruk maakten. Ook genomineerden als acteurs Mona Mina Leon, Jennifer Heylen en Liam Jacqmin, documentairemakers als Marjolijn Prins en soundmixers als Arne Winderickx bevestigen die sterke lichting.

"Er is die urgentie vanuit de kunstwereld om die stad, die zo levendig is en zo divers, te verbeelden"

Wouter Hessels

Filmdocent

Samen schetsen die films en gezichten een stad die complex, aantrekkelijk en levend is. Want wat politici niet lukt, lukt filmmakers wel: Brussel tonen als een stad die leeft, schuurt en verleidt. “Er is die urgentie vanuit de kunstwereld om die stad, die zo levendig is en zo divers, te verbeelden”, zegt Wouter Hessels, docent filmgeschiedenis en filmanalyse aan het RITCS en zijn Franstalige tegenhanger INSAS, over die bloei van de Brusselse films en series.

Brussel is altijd een plek geweest die door zijn variatie in architectuur en urbanistiek veel audiovisuele kunstenaars heeft aangetrokken. De stad kan veel genres aan, zegt Hessels, van fictie met korte of lange speeltijd over documentaire tot experiment, animatie en genrefilms. “Brussel is soms een labyrint, de stad kan aanvoelen als een kakofonie. Maar net dat maakt haar ook zo interessant.”

De Brusselse regisseur Cato Kusters, die met haar debuut Julian onder meer genomineerd is voor de Ensor voor beste film, verplaatste haar van oorsprong Antwerpse verhaal naar de hoofdstad om het kosmopolitischer te maken. “In Brussel sta je dichter bij de rest van de wereld", zegt ze. "Maar ondanks die kenmerken van een wereldstad, blijft Brussel de intermenselijke mentaliteit hebben van een dorp. Er is meer bienveillance dan in pakweg Parijs.”

De stad als personage

De voorbije jaren vonden ook internationale producties hun weg naar de stad aan de Zenne. De Franse filmfantast Leos Carax vond er het decor voor zijn filmmusical Annette, waarvoor onder meer Hollywood-hunk Adam Driver naar Brussel afzakte, de BBC streek aan de Begijnhofkerk neer voor zijn adaptie van Les misérables. Café Excelsior in Jette kreeg acteurs Matthias Schoenaerts en Colin Firth over de vloer voor een scène in Kursk, het drama van de Deense regisseur Thomas Vinterberg over de ramp met de Russische onderzeeër.

“Brussel heeft al vanaf het begin van de filmkunst filmmakers geïnspireerd”, zegt Hessels. “Alexandre Promio, filmpionier en cameraman in dienst van de gebroeders Lumière, maakte in 1897 vijf korte films op en rond de Grote Markt. Die fascinatie is sindsdien nooit meer gestopt.” Hessels duidt er wel op dat België lang een filmkolonie van Frankrijk was, in de eerste twintig jaar van de filmgeschiedenis was 65% van wat er wereldwijd gemaakt werd dan ook Frans.

Films als Dimanche, waarin Edmond Bernhard op een poëtische, filosofische manier naar Brussel keek, en Emile Degelins Sonate voor Brussel zorgden vanaf de jaren 1950 voor een kentering. In Chantier des gosses toonde Jean Harlez dan weer de rauwe keerzijde van Brussel, die nog tastbaarder werd in de jaren 1980 met films als Brussels by night van Marc Didden en Toute une nuit van Chantal Akerman.

In series als Putain en Oh, Otto! (zie trailer) eist Brussel een steeds grotere rol op.

In die films werd Brussel een volwaardig personage, en net dat kleurt die nieuwe lichting films en series vandaag ook. Terwijl de stad geroemd werd omdat ze zo rijk is aan decors en sferen, van art nouveau over brutalisme tot neogotiek en middeleeuwse steegjes, was ze de voorbije jaren vaak een surrogaat voor steden als Londen of Parijs. In series als Putain en Roomies, of films als Bxl van Ish en Monir Ait Hamou, speelt Brussel een hoofdrol.

“Filmmakers als Dominique Deruddere en Marc Didden durfden destijds ook al de maat te nemen van de stad, met al haar mooie maar ook lelijke kantjes”, zegt Hessels, “maar het klopt dat filmmakers als Deben Van Dam met Putain, en Kato De Boeck en Flo Van Deuren met Roomies, grootstedelijke thema’s zoals gender, multiculturaliteit, drugs, opgroeien in de stad enzovoort nog meer voelbaar durven te maken. Dat komt binnen.”

Kusters beaamt die opvallende rol voor Brussel. “Veel van mijn vrienden die hier aangespoeld zijn om film te studeren, zijn hier blijven hangen omdat ze verliefd zijn geworden op de stad. Om films te maken moet je een zekere nieuwsgierigheid hebben. En Brussel is een plek die die nieuwsgierigheid in leven houdt.”

"Om films te maken moet je een zekere nieuwsgierigheid hebben. En Brussel is een plek die die nieuwsgierigheid in leven houdt"

Cato Kusters

Regisseur

Om talent te laten groeien, heb je een goede voedingsbodem nodig. Daarvoor werden de voorbij decennia extra meststoffen aangeleverd. Sowieso heeft Brussel een groot aanbod aan goeie filmscholen, van LUCA tot RITCS, ESRA en INSAS. Daarnaast zijn er veel belangrijke filmfestivals, zoals het Brussels Short Film Festival, BRIFF en Pink Screens. En niet onbelangrijk: een mix van Vlaamse, Franstalige en internationale filmproductiehuizen als Caviar, Entre Chien et Loup (van de Dardennes), Menuetto, dat onder meer films van Fien Troch produceert, en Clin d’oeil, dat zich op documentaires focust.

Voeg daar de gunstige financiële voordelen aan toe, en je zit met een stevige springplank. In 2002 werd het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) in het leven geroepen om financiële steun te bieden en makers te begeleiden. Sinds 2004 houdt de tax shelter in België geproduceerde films een hand boven het hoofd. Daarnaast werd tien jaar geleden screen.brussels opgericht, een investeringsfonds dat jaarlijks een flinke pot geld mag verdelen over filmproducties met een Brusselse kleur.

Julian, de film van Cato Kusters, is een Vlaams-Waalse coproductie. “In België hebben we het geluk dat we een beroep kunnen doen op filmfondsen uit de verschillende gemeenschappen.” De Vlaamse en de Waalse filmscenes hebben zo hun eigen geplogenheden, zegt Kusters. “Maar die twee verschillende werelden bestaan wel in dezelfde stad. Door die alle twee te omarmen, verbreed je je horizon.”

Liam Jacqmin en Felix Heremans in de reeks 'Putain'.

Streamz

| Opvallend veel jonge Brusselse acteurs, zoals Liam Jacqmin en Felix Heremans in de reeks 'Putain', eisten op het grote en kleine scherm de aandacht op.

Hessels beaamt dat die organisaties zeer goed werk leveren, maar hij wijst ook op de gevaren. “Film is de duurste kunstvorm. Door alle besparingen die er in het cultuurveld worden doorgevoerd is het bijna onvermijdelijk dat er financiële steun zal moeten gezocht worden in de privésector. Zelfs als een film minder geslaagd is, heb ik bewondering voor filmmakers, omdat ze zich zo hard moeten smijten om hun project te realiseren.”

Het spreekt voor jonge Brussels makers dat ze zoveel doorzettingsvermogen tonen. “Onder meer het VAF steunt jonge afgestudeerden met wildcards”, zegt Hessels. “Dat vertrouwen is zeer waardevol. Maar we moeten ook uitkijken dat we die talenten kansen blijven geven. Frank Van Passel heeft nu Radioman kunnen maken, maar je mag niet uit het oog verliezen dat er ook nog oudere generaties aan het werk zijn.”

Egelstelling

Met de filmcommissie van Visit.brussels, die fungeert als aanspreekpunt én bemiddelaar tussen producties, gemeenten en andere instanties, is er ook wat helderheid gekomen in het kluwen van regelgeving waar makers zich moeten doorworstelen in de verschillende hoofdstedelijke gemeenten. “Een film maken in Brussel is chaotisch”, zegt Kusters.

“Een film maken vraagt net een heel controleerbare omgeving, en dus moet je er in Brussel op voorbereid zijn dat die controle beperkt zal zijn. Maar dat is ook wat je wilt. Je wilt in Brussel draaien net omdat het er niet uitziet als Brasschaat.”

Allemaal goed en wel, maar dat maakt van Brussel nog niet meteen het Hollywood aan de Zenne. “In het buitenland tonen festivals als Cannes, Berlijn en Venetië het belang van film”, zegt Hessels. “Vlaamse en Brusselse overheden mogen film nog wat meer koesteren als kunstvorm. Brussels by night is bijvoorbeeld nog altijd niet digitaal gerestaureerd, dat zou dringend moeten gebeuren. Er wordt aan gewerkt, maar het mag sneller en beter.”

"Brussel is heel humbling. We moeten het samen doen, en dat dwingt je om je eigen positie in de wereld heel goed te leren relativeren"

Cato Kusters

Regisseur

Zo’n armlastig Brussels gewest dat maar niet op de rails raakt, helpt natuurlijk niet. “Nee, maar aan de andere kant maakt dat die hausse in de Brusselse films en series des te mooier”, zegt Hessels. “De Brusselse filmwereld bewijst dat samenwerken over taalgrenzen en cultuurverschillen heen mogelijk is. Sommige politici spreken een andere taal, maar ze willen elkaar ook niet meer verstaan. Dat is zeer problematisch.”

Brussel is een heel confronterende stad, zegt Kusters. “Maar tegelijk is ze ook heel humbling. We moeten het samen doen, en dat dwingt je om je eigen positie in de wereld heel goed te leren relativeren. Brussel heeft de voorbije jaren wel wat stootjes gekregen. Ik denk dat kunstenaars als een soort van tegenreactie net hun liefde voor hun stad, met al haar schone maar ook lelijke kantjes, willen delen.”

Kortom, politici en bestuurders letten maar beter op bij de uitreiking van de Ensors. “Ik vind dat ze op zijn minst al die genomineerde films en series eens mogen gaan bekijken, en dat ze daarna eens luisteren naar de makers en uit hun visie inspiratie putten. Dat ze bruggen kunnen bouwen en niet in een egelstelling moeten blijven zitten. Dat is het mooie aan films en series maken: je kunt dat niet alleen, je moet samenwerken.”

De Ensors worden uitgereikt op 7 februari op de slotdag van het Filmfestival van Oostende