Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Hoe een arctisch avontuur acteur en regisseur Jérémie Renier redde van de duisternis

Niels Ruëll
© BRUZZ
19/06/2026

Het was jarenlang een wetmatigheid: Jérémie Renier dook elk jaar minstens in één goeie film op, vaak in twee. Maar na de tragische dood van zijn beste vriend kwam zijn leven tot stilstand. Met een arctisch avontuur, inclusief een aanval van een ijsbeer, en de documentaire D'un monde à l'autre trok de Brusselaar zich weer op gang.`

Ik zit al sinds mijn vijftiende in het vak en heb het geluk gehad dat ik met heel veel geweldige regisseurs formidabele films heb mogen maken”, zegt Jérémie Renier. Het is zacht uitgedrukt. Amper zestien was de Brusselaar toen hij, na een glansvertolking in La Promesse van de broers Dardenne, het ouderlijke huis inruilde voor Parijs. Het draaide goed uit. Dik 25 jaar lang acteerde de lieveling van zowel de broers Dardenne als François Ozon in wel vijftig films zonder ooit teleur te stellen. Gouden Palm-winnaars (L’Enfant) en publiekstrekkers (Cloclo), gewaagde debuutfilms (Slalom) en prestigeprojecten (Saint Laurent), Franse, Belgische en internationale topfilms. De hemel voor een acteur.

Hij viel er op 19 januari 2022 brutaal uit toen zijn beste vriend, de Franse steracteur Gaspard Ulliel, een skiongeval niet overleefde. “Een midlifecrisis en het overlijden van iemand die als een broer voor me was, verpletterden me. Ik kwam, totaal uitgeput, op elk vlak tot stilstand: in het leven, in het werk, als persoon. Ik had het gevoel dat mijn leven achter me lag.” Hij stopte met acteren.

Na een afwezigheid van bijna vier jaar komt Renier weer boven water met een film die hij zelf regisseerde. D’un monde à l’autre houdt het midden tussen een rouwboek en een documentair verslag van een expeditie in het noordpoolgebied aan de zijde van de ‘knettergekke’ Franse explorateur Loury Lag.

“Ik schreef hem aan na een interview. Hij bezorgde me zijn boek met al zijn exploten, avonturen en zijn visie op natuur en ecologie. Ik was ook onder de indruk van een brief waarin hij zijn vader vergaf voor het verleden. Als jongen heeft hij zwaar afgezien. Die fragiliteit contrasteerde met het beeld van de machtige avonturier en alfaman. Dat greep me aan. Mijn brief vertelde wat ik doormaakte. Soms is het makkelijk om je hart te luchten bij mensen die je niet kent. Ik eindigde met de gedachte dat we misschien iets samen konden doen.”

BRZ 20260617 1984 d un monde a l autre

Jérémie Renier

Reniers brief raakte Loury Lag. “Hij is een norse, ruige kerel. Zachtheid heeft hij zelf nooit echt gekend. Hij was ook zijn vader aan kanker aan het verliezen. Onze wegen kruisten.” Renier kreeg het voorstel om mee te gaan naar het noordpoolgebied. “Zijn voorstel viel uit de hemel op een moment in mijn leven dat ik dat het hardst nodig had. Ik heb de kans met beide handen gegrepen. Het idee van een film kwam pas achteraf.”

D’un monde à l’autre is geen heldenverhaal. In Deadhorse of Prudhoe Bay, Alaska begint Loury aan een van zijn extreme avonturen. Het idee is dat Renier hem op verschillende etappes opwacht om uiteindelijk een stuk mee te stappen. Niets loopt echter als gepland. Ze mislopen elkaar voortdurend. Na de ontdekking van een financiële malversatie is de crisis totaal.

“De ontdekking van die vorm van bedrog, een gemene streek, was pijnlijk.” Weken en weken gaan voorbij. Loury maakt alleen maar tegenslagen en complicaties mee. Renier en de minimale filmploeg beseffen dat de expeditie ‘nog veel gevaarlijker was’ dan gedacht. “We besloten om op te geven, maar toen dacht ik: ‘Dan is heel de reis voor niets geweest.’ Dat zou zo zonde zijn.”

Het was een intense reis en dat heeft het verdriet zeker doen afnemen

Vriesdood

Uiteindelijk stapt Renier veertien dagen met Loury mee. Of dat verantwoord was, is voor discussie vatbaar. “De kou is je grootste vijand. Toen ik in Prudhoe Bay van het vliegtuig stapte, bevroor al mijn lichaams­haar binnen een paar seconden. Het was -45 °C. Dat snijdt je de adem af. De ijskou went gelukkig wel, je kunt je er op kleden.”

Een heel ander verhaal werd het toen hij alsnog met Loury de Groenlandse ijskap introk. “Je moet de hele tijd op je hoede zijn en ook bij elkaar checken of het gezicht of de handen niet aan het bevriezen zijn. Het kleinste probleem kan een catastrofe worden.”

Het gevaar was reëel. “Een ijsbeer viel ons ‘s nachts aan. We liepen de tent uit om de situatie in te schatten en het beschermlint weer aan te spannen. Maar zonder ons echt in te pakken. Het vroor vijftig graden onder nul. Binnen een paar seconden verlamt de kou je en raak je onderkoeld. De cameraman beefde, ik kon amper nog bewegen. Loury nam de leiding.” Het liep goed af, maar Renier leerde hoe het in enkele seconden volledig verkeerd kan gaan. “We riskeerden te sterven omdat we ons wilden beschermen. Niet de aanval van een roofdier was het grootste gevaar, maar de kou.”

In de film vraagt Renier zich luidop af wat hem bezielde om een onbekende te volgen op een levensgevaarlijke tocht. “Ik was toen diep ongelukkig in mijn leven. Ik zag Loury’s voorstel als een uitgestoken hand, als iets ridderlijks: op leven en dood. Ik heb instinctief ja gezegd. Dit is wat het leven me biedt. Ik weet niet waar het me heen zal leiden, maar ik moet het doen. Beter kan ik het niet uitleggen.”

De onderneming én de verplichting om voor de film pijn en gedachten onder woorden te brengen, hielpen Renier rouwen. “Het was op alle vlakken een intense reis en dat heeft het verdriet zeker doen afnemen. Uit die pijn, uit dat verlies, heb ik een soort licht geput. Ik hoop dat ik een stem ben voor hen die die pijn ook ervaren, maar niet in staat zijn het woord te nemen.”

Wil dat zeggen dat je ijsberen en dodelijke kou moet trotseren om het rouwen draaglijk te maken? “Nee. Ik heb geen handleiding voor hoe je met rouw omgaat. Ik vertel hoe ik het heb ervaren. Wat me wellicht nog het meest heeft geholpen, is niet de waanzinnige reis op zich, maar de ontmoeting met iemand die op zijn manier ook rouwde.”

Praten helpt volgens Renier nog het meest. “Het is niet altijd makkelijk om je mond open te doen en over je pijn en verdriet en donkere gedachten durven te praten. Vertellen wat er in je omgaat, is een manier om te genezen. Voor mij was het therapeutisch. Twee zaken hebben me gered: stappen in de natuur én schrijven. Ik heb daar dingen van me kunnen afschrijven die ik daarvoor niet onder woorden kon brengen. Dat was hyperbevrijdend.”

D’un monde à l’autre: nu in de bioscoop