Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Regisseur Leni Huyghe debuteert met 'Real faces': 'Ik ben nog steeds zoekende'

Niels Ruëll
© BRUZZ
18/04/2026

Sophie Soukias

| Met 'Real faces' debuteert Leni Huyghe als filmmaker.

Met haar debuut Real faces toont Leni Huyghe haar ware gelaat: dat van een filmregisseur die durft te twijfelen en complexe thema's bevraagt als stedelijke eenzaamheid, de zoekende mens en toxische werkomgevingen zoals de filmsector. “Mij uitspreken vind ik moeilijk, maar soms moet het.”

Aan een stevig tempo blijven Vlaams-Brusselse regisseurs opstaan met een veelbelovende eerste film. Na onder meer Leonardo Van Dijl met Julie zwijgt, Cato Kusters met Julian en Anthony Schatteman met Young hearts, steekt Leni Huyghe de neus aan het venster met Real faces. Haar licht melancholische, tussen stilstand en dynamiek stuiterende stadsfilm over weifelende millennials ging in wereldpremière op het belangrijke Amerikaanse filmfestival South by Southwest.

Met ontwapenende eerlijkheid en nieuwsgierigheid naar de mens in al zijn tegenstrijdigheid portretteert Huyghe de 29-jarige Julia die als castingagent begint bij een Brussels reclamebureau. Voor een parfumspot zoekt ze op straat naar mooie mensen. Onder druk van een toxische filmregisseur stelt ze hen veel te intieme vragen. Die normvervaging zet haar vriendschap onder druk met de 32-jarige microbioloog die haar een kamer onderverhuurt en meer geïnteresseerd is in korstmossen en een academische carrière dan in de medemens. De hoofdrollen zijn voor de multidisciplinaire artiesten Leonie Buysse en Gorges Ocloo.

"Men vond dat mijn hoofdpersonage te passief was en te weinig lachte en dat de film 'zo donker' was. Ik denk dan: jongen, heb je al eens een jaar online gedatet via Tinder?"

Leni Huyghe

Filmmaker

“Zoekende personages zijn belangrijk voor mij. Ik ben dat zelf ook, zoekende, ook al ben ik net veertig geworden”, lacht Huyghe. “Real faces gaat ook over het belang van iemand te ontmoeten op het moment dat je niet zo goed in je vel zit of dat je misschien moet veranderen. De film vertelt ook iets over Brussel als stad. Ik woon hier intussen dertien jaar en ze heeft mij veel geleerd. Heel andere dingen dan Gent, waar ik vandaan kom.” Zoveel thema's in één adem aansnijden, dat smeekt om een verdiepend gesprek.

Waarom noem je Real faces een “coming-of-age-at-thirty”?
Leni Huyghe: Je twintiger jaren vliegen voorbij. Alles is nog mogelijk. Je mag studeren, maar je geniet al veel vrijheid. Je ontdekt de stad. Ik besef dat niet iedereen dat geluk heeft, maar voor mij was het een redelijk onbekommerde tijd. Maar rond je dertigste moet je keuzes beginnen te maken. Je bent dan toch al dik tien jaar volwassen. Grote break-ups of andere wat hardere momenten duiken in je leven op. Zit je professioneel wel op het juiste spoor? In mijn geval was dat: ga ik blijven films maken? Ik weet het nog altijd niet. (Lacht)
Ook je mentaal welzijn wordt een zorg. Bij mij toch. Plots merk je dat niet altijd alles goed voelt en dat je daaraan moet werken. Dingen die je als twintiger onbewust beleefde, worden issues waar je maar best actief mee aan de slag gaat. Je kunt alles laten zoals het is, maar dan riskeer je zelf toxisch te worden. Wil je dat? In mijn ogen moet je in die sleutelfase in je leven bewuste keuzes maken over wie je wilt zijn.

Onder druk van een toxische filmregisseur doet je hoofdpersonage Julia dingen waar ze niet trots op is. Waarom is de filmsector de arena voor je verhaal?
Huyghe: Ik werkte eerst aan een andere film, maar die had weinig kans op succes, dus besloot ik me te concentreren op wat er op dat moment in mijn leven gebeurde. Ik ken de filmsector en weet hoe het er toegaat. Zo deed ik casting voor (de Brusselse filmregisseur) Bas Devos. Geen slechte ervaring, voor alle duidelijkheid. Maar ik weet wat casting inhoudt, welke problemen kunnen ontstaan en hoe interpersoonlijke relaties en machtsverhoudingen meespelen. Dat is niet uniek voor de filmsector. Ik was op toen samen met iemand uit de academische wereld en die heeft ook haar uitdagingen.

De regisseur in je film is een ploert. Maar je lijkt meer bekommerd om het klimaat waarin je zelf, zonder een ploert te zijn, toch ploertige dingen begint te doen.
Huyghe: Ik ben vooral gefascineerd door het systemische. In een film is iedereen slechts een radertje in het grote geheel. Het is een omgeving vol ambitieuze, getalenteerde mensen en felle concurrentie, maar vaak met te weinig financiële middelen. Door die onzekerheid en je eigen ambitie probeer je je plek te behouden, ook al is dat niet gezond. Zoals ik in een sociologisch boek las, helaas: als het systeem rot is en je doet mee, word je het zelf. Wie niet reageert op een misstand, draagt bij aan een ongezond klimaat.

Maar reageren is niet altijd even makkelijk.
Huyghe: Ik herken dat bij mezelf. Ik vind het heel moeilijk om mij uit te spreken. Maar soms moet het. Je steunt de verkeerden door te zwijgen. De kunst is dus om jezelf te leren om je uit te spreken. Julia begint dat op het einde van de film een beetje te doen.

Ze overschrijdt zelf een grens door de op straat geronselde kandidaten voor de camera veel te intieme vragen te stellen en te pushen tot intiem contact.
Huyghe: Vanuit een machtspositie waarin ze iets nodig heeft, benut ze die mensen. Met mensen werken is vaak de reden waarom je films maakt. Als regisseur heb je een soort obsessie om contact te maken. met mensen. Maar uiteindelijk is film een product waarin mensen heel kwetsbare dingen kunnen laten zien of spelen.
In deze industrie komen vanzelf veel ethische kwesties naar boven. Je hebt daar weinig controle over. Je kunt kiezen om er niet in mee te gaan. Maar dan volgt een nieuwe vraag: wat met het plezier dat je beleeft aan het samen maken van een film? Dat is superverslavend, dat kan ik echt niet zo makkelijk loslaten. Geldt dat voor jou niet evengoed? Niet alles in je sector zal oké zijn, maar je wilt het wel blijven doen.

Dus sluit je compromissen. Maar tot waar laat je je grens zakken?
Huyghe: Precies. Vanaf wanneer moet je voor tegengewicht zorgen? Maar mensen moeten zich uitspreken over schrijnend gedrag of een giftig klimaat. Dat is moeilijk, maar als je zwijgt, hou je het in stand.

Je hebt acht jaar voor je eerste fictiefilm moeten vechten. Je zei in een vorig gesprek dat je lang het gevoel had geen filmregisseur te mogen zijn. Vreselijk.
Huyghe: Oh my god, heb ik dat echt gezegd? Ik heb voor fictie gekozen. Ik werk supergraag met alle verschillende creatieve departementen samen, maar daar is budget voor nodig. De financiering is inderdaad een hobbelig parcours geweest.
Wellicht had ik net de cijfers opgesteld voor de periode 2020-2025. In 2025 heeft slechts één op de tien productiesteun ontvangen om een film te mogen maken. Met Wanda, een collectief van vrouwelijke regisseurs, kaarten we dat sinds 2019 aan. Ik voel zelf die achterstelling, maar als ik dat aan sommige mannelijke vrienden of collega-regisseurs vertel, dan vallen ze uit de lucht. Ze zeggen dat het complexer is dan cijfers, maar dat vind ik niet. Het gaat over geld en hoe het wordt verdeeld.

SLT012026 FILM Leni Huygue 2

Sophie Soukias

| Leni Huyghe over haar debuut 'Real faces': "Ga ik blijven films maken? Ik weet het nog altijd niet"

Aan de filmscholen studeren alvast evenveel mannen als vrouwen. Dus vervolgens loopt het ergens mis.
Huyghe: Toen Wanda begon, was er inderdaad gelijkheid op de filmscholen. In sommige jaren zijn er zelfs meer vrouwen dan mannen. Er is ongelofelijk veel talent en er komt er elk jaar nog bij.
Kijk naar het festivalparcours van mijn kortfilms: ik ben een paar keer bevestigd in mijn talent om films te maken. Toch wilde het maar niet lukken. Dat lag voor een deel aan mij. Ik heb ondervonden dat ik niet de beste scenarioschrijver ben en heb dat opgelost door niet meer alleen te schrijven. Helaas wordt er bij het filmmaken hard gefocust op de scenario's en de thema's van de film. Snappen we alles? Blijven er niet te veel vragen onbeantwoord? Maar moeten filmmakers niet in de eerste plaats visuele vertellers zijn? Bovendien werk ik zelf het liefst rond vragen die niet zomaar op te lossen zijn. Dat ik het antwoord op een vraag niet ken, is net de reden waarom ik er een film over wil maken.

Je ondervond ook veel weerstand tegen een passief vrouwelijk hoofdpersonage.
Huyghe: Absoluut. Mensen hebben graag een held, met wie ze zich kunnen verbinden en een avontuur gaan beleven. Maar film mag toch ook over mensen gaan die heel dicht bij ons staan? Men vond dat mijn hoofdpersonage te passief was en te weinig lachte en dat de film “zo donker” was. Ik denk dan: jongen, heb je al eens een jaar online gedatet via Tinder? De wereld is behoorlijk donker. Het kan best eenzaam worden. Verbindingen aangaan is soms een knoeiboel. Ik vind mijn personage waarachtig. Ik herken haar zoektocht. Ik heb het zelf meegemaakt dat er op een set iemand tegen mij brulde en dat ik te verlamd was om te reageren. Dat is wat mij bezighoudt, daar wil ik over spreken.

Heb je je verdiept in stedelijke eenzaamheid?
Huyghe: Ja. Ik heb verschillende boeken over dat onderwerp gelezen, zoals Liquid modernity van de Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman. Je kunt met heel veel mensen samenleven in hele grote torens, maar heel anoniem zijn, losgekoppeld van alles en iedereen. Hoe groter de steden, hoe groter de eenzaamheid. Het kan enorm op je wegen wanneer de sociale cohesie volledig wegvalt. Eenzaamheid is iets fysieks, je kunt er zelfs vroeger van sterven. Blijkbaar is stedelijke eenzaamheid fel aan het stijgen in grote steden. Wellicht door toedoen van sociale media.

Weet je waarom het thema je zo bezighoudt?
Huyghe: Omdat ik een zekere eenzaamheid in mezelf ervaar. Niet altijd, hè, maar dat is een gevoel dat ik wel herken. Maar ik blijf er nooit lang in hangen. Het leven is te mooi om het niet te leven.

Hoe ben je in Brussel beland?
Huyghe: Ik ben geboren en getogen in Gent, een zeer aangename en rustige stad met veel waterlopen en fietsers en zo. Op mijn achttiende wou ik naar de filmschool, maar van mijn ouders moest ik eerst een universitair diploma halen. Ik probeerde van alles en studeerde uiteindelijk af in de politieke wetenschappen. Na vier jaar was ik nog steeds gebrand op filmstudies. Een beetje per toeval belandde ik op Luca in Brussel.
De chaos en de DIY-vibe die daar heerst, lagen me wel. Als je genoeg tijd spendeert achter een computer, dan leer je jezelf wel monteren. Het goeie was vooral dat er veel filmmakers rondliepen. Voor mij is Fien Troch erg belangrijk geweest. Maar ook Dorothée Van Den Berghe, Patrice Toye, Pieter Van Hees en Michael Roskam in volle Rundskop-stress gaven er les. Die hands-on mentaliteit, leren werken met mensen uit het professionele veld, was doorslaggevend. Ik geef nu zelf oefeningen op KASK. Doorgeven wat je geleerd hebt én aansporen om praktisch te denken, is superfijn. Na vier jaar Luca had ik veel vrienden in Brussel. Ook het aanbod aan cultuur trok me aan én de verschillende culturen die hier, zoals in elke wereldstad, samenkomen.

Het is wat cliché om Brussel een personage in je film te noemen. Maar we kunnen er niet omheen dat je Real faces niet zomaar naar een andere Belgische stad kunt verplaatsen.
Huyghe: Het leven is geen opmars richting het grote succes, maar een hobbelig parcours en Brussel straalt dat visueel perfect uit.
Ik vind het heerlijk om via achterruiten uit te kijken over een hele buurt met al die kleine achterkamertjes waar 's avonds lichten branden in alle mogelijke kleuren, zelfs oranje en blauw.
Daarnaast gaat het ook over ontmoetingen. Julia leert Eliott kennen omdat hij haar een kamer onderverhuurt. In Brussel zien mensen zich verplicht om in verschillende constellaties samen te wonen. Dat is echt iets van deze tijd. Zeker voor twintigers en vroege dertigers. Ik woonde in die tijd ook samen met huisgenoten. Die relatie is speciaal en kan superdiep gaan. Je moet er soms diepe conflicten mee uitvechten om tot goede afspraken te komen. Je ziet en weet bijna alles over hem of haar. En omgekeerd. Je leert jezelf kennen en hoe je bestaat buiten het kerngezin dat je hebt verlaten.
In de film ontstaat er een authentieke relatie tussen de twee hoofdpersonages. Daar draait het om: hoe kun je authentiek zijn? Dat komt door iemand anders. Maar bij wie voel je je goed? Met wie verbind je je?

Je zei daarnet dat je veel van Brussel geleerd hebt. Kun je een concreet voorbeeld geven?
Huyghe: Wie het systeem bekijkt, merkt dat alles hier helemaal anders in elkaar steekt. Heel verschillende culturen komen samen, de kloof tussen arm en rijk is groot, de macht is niet gelijk verdeeld. Het politieke bewustzijn lijkt me iets minder gezapig dan in Vlaanderen. Je ziet dan ook dagelijks dat ze zelfs in de vrieskou mensen in tenten laten overnachten. Maar het tekort aan beleid is schrijnend. We zitten met politici die geen regering kunnen vormen, zich gedragen als kleine kinderen en de stad aan haar lot overlaten. De uitdagingen zijn nochtans enorm en de conflicten groot. Denk aan Good Move en de tegenstanders die overal met hun auto willen kunnen rijden. Denk aan het aan cohesie of politiegeweld. Politiegeweld maakt me woest. Daar sterven mensen aan en nog zoeken we er geen oplossing voor.
Gelukkig is hier ook een DIY-mentaliteit. Veel mensen bouwen de stad van op de grond op met tal van hoopvolle, bemoedigende initiatieven. De hoop leeft om iets van deze stad te maken. Vandaar bijvoorbeeld het grote protest tegen de sluiting van Park West in Molenbeek. Ik woon daar vlakbij en je ziet dat het bij uitstek een plek is waar sociale cohesie ontstaat. Waar mensen elkaar ontmoeten tijdens een barbecue en kinderen veilig kunnen spelen en zichzelf creatief ontplooien via allerlei kleine initiatieven. Sluit dat toch niet, stimuleer dat.

De film Real faces is in avant-première te zien op 20/4 in Pilar, pilar.be. Vanaf 22/4 is de film te zien in de bioscoop