In de jaren tachtig groeiden zes Belgische ontwerpers uit tot een internationaal fenomeen: De Zes van Antwerpen. Maar ook Brussel en zijn nationale instellingen speelden een sleutelrol in hun succes, stelt Oscar van den Boogaard in zijn veelbesproken portret, dat hij volgende week voorstelt bij Passa Porta.
De Antwerpse Zes in 1986. Van links naar rechts: Marina Yee, Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dirk Bikkembergs en Dirk Van Saene.
Kun je wel vrienden maken in de modewereld? Die vraag lijkt na te zinderen in het nieuwste boek van Oscar van den Boogaard – romanschrijver en bekend om zijn familiekronieken – over De Antwerpse Zes. De Zes, dat zijn ontwerpers Ann Demeulemeester, Dries Van Noten, Walter Van Beirendonck, Dirk Van Saene, Dirk Bikkembergs en Marina Yee.
Alle zes waren ze in de late jaren 1970 student aan de Academie van Antwerpen. Alle zes braken ze vanaf midden jaren 1980 door in een nieuwe Belgische modewedstrijd – de Gouden Spoel, in het leven geroepen in 1982 – en op een beurs in Londen. Nummer zeven, de haast ongrijpbare Martin Margiela, zat een jaar hoger en trok als eerste naar Parijs. Hij zou later als eerste een winkel in Brussel openen.
“Ik leerde de Zes kennen toen ik in 1988 aankwam als student in Brussel”, vertelt auteur Oscar van den Boogaard, met zijn eenenzestig lentes iets jonger dan deze modelichting. Van den Boogaard volgde toen Europese Studies aan de ULB. “De eenwording van Europa was volop aan de gang. Mensen uit heel Europa kwamen naar Brussel om zich daarmee bezig te houden. Het viel mij op dat velen hier een nieuw leven wilden beginnen. Jonge Nederlanders, Duitsers en Spanjaarden wilden als het ware hun hele identiteit vergeten en opnieuw beginnen”, herinnert hij zich. “In heel grote cafés kwamen mensen in grote groepen samen. Raves moesten uitstralen dat wij samen één werden. Maar een groep kan ook beangstigen. Dus zag je nieuwe individualisten, die zich juist van die massa wilden onderscheiden.”
“Modejournalisten hebben mij al gezegd dat zij met de Zes een monster hebben gecreëerd”
schrijver
Die hang naar eigenheid viel in Brussel samen met de Vlaamse Golf in de theaters, waar Jan Fabre en Anne Teresa De Keersmaeker oprukten. In de modewereld was wijlen Jenny Meirens Brussels pionier: in haar kledingzaak Créa in de Dansaertwijk haalde ze avant-gardemerken naar ons land, zelfs uit Japan. Vanaf 1984 deed ook Sonja Noël dat bij Stijl.
Kleurrijke minirokjes
“Ik woonde in Elsene, maar in de weekenden ging ik uit rondom de Beurs en in theaters. Ik zag daar mensen met een enorme eigenheid, op zware schoenen en heel gesofisticeerd, maar geen moment dacht ik aan mode. Dat waren voor mij kleurrijke minirokjes. Toen heb ik echt gevoeld dat de tijd aan het veranderen was”, vertelt Van den Boogaard. Ontwerpers werden echte popsterren, weet hij nog, zoals de Fransman Jean Paul Gaultier. Die gaf zelfs een defilé in de Hallen van Schaarbeek. “Mensen stonden voor hem op stoelen te applaudisseren, het was zo vernieuwend. Die verbazing heb ik later nog zelden ervaren. Het overkomt me nu minder dat ik langs een etalage loop en denk: 'Wauw, dat wil ik absoluut hebben'. Gelukkig heb ik mijn kleren uit die tijd bewaard.”
Wat die grootstedelijke vibe met De Zes van Antwerpen te maken heeft, zal Oscar van den Boogaard volgende woensdag proberen te duiden in een panelgesprek bij boekhandel Passa Porta. De auteur gaat er in gesprek met Sonja Noël over de rol van Brussel voor de Antwerpse Zes en over zijn boek in het algemeen. Dat raakte na de uitgave vorige maand al snel omstreden: het Antwerpse ModeMuseum, dat gelijktijdig een overzichtstentoonstelling over de Zes lanceerde en de auteur toegang had verleend tot zijn archieven, trok er zijn handen van af. In Brussel moest Karen Van Godtsenhoven afzeggen als moderator van het Passa Porta-debat: zij was tien jaar geleden nog curator van het ModeMuseum en is daar nog steeds aan gelinkt. Modejournalist Veerle Windels springt nu in. “Ik vind het een fantastisch boek omdat het inzicht geeft in de wonderjaren van de Zes, hun drive, talent en teleurstellingen, maar bepaalde zaken zou ik nooit gepubliceerd hebben”, geeft Windels toe.
In het boek volgen we de zes modeontwerpers dan ook niet alleen zakelijk. Het zijn evengoed zoekende twintigers die tussen punk en disco de liefde vinden, hun seksualiteit ontdekken en elk op hun manier rebelleren tegen de klassieke modeschool van die tijd – wat clichématig voorgesteld als een kostuumopleiding voor paardenmeisjes uit Brasschaat. We lezen over jaloezie en onzekerheden binnen de groep, maar ook van volgende generaties modestudenten die zich miskend voelden omdat de pers en administratie alleen maar oog hadden voor de Zes.
Gelukzakken
Het toenmalige Instituut voor Textiel en Confectie van België, verbonden aan het ministerie van Economie, ondersteunde de Zes bijvoorbeeld vanuit de huidige Actiris-toren in Brussel. De nationale Gouden Spoelwedstrijden lieten hen toe om hun collecties te tonen in het Koninklijk Circus of het Brusselse Stadhuis. “Met enige afstand kun je zeggen dat het gelukzakken zijn geweest. Het platform dat ze kregen was uniek”, vindt Oscar van den Boogaard.
De auteur gunt zichzelf de vrijheid om de getuigenissen van zijn personages te verweven met eigen observaties. Die schrijft hij cursief om het onderscheid te bewaren. “Ik ben geen journalist”, zei hij aan andere media na de kritiek. Maar heeft hij zijn getuigen of het ModeMuseum niet misleid in zijn opzet? “Neen. Zes ontwerpers hebben ervoor gekozen om mij als literaire schrijver alle vrijheid te geven. Zij stapten mee in een literair verhaal en in de verbeelding van de schrijver. En niemand heeft mij gevraagd om de tekst eerst na te lezen voor publicatie. Een wonder”, zegt Van den Boogaard.
De nadruk op ieders kleine kantjes en hun onderlinge dynamiek is niet zomaar sappig voor de lezer, vindt hij. “De creaties van deze mensen komen voort uit hun levensenergie. Daar kun je de liefde en concurrentie niet uit wegdenken”, zegt de schrijver. “Aan jonge mensen wil ik zeggen: alles komt voort uit liefde, uit verlangens, uit dromen. De humus is de rommel. Het is het zoeken naar identiteit, het uitproberen en het zich spiegelen aan elkaar. Dat proces wilde ik zichtbaar maken. Dat is ook gelukt, vind ik, door alle getuigenissen als een spiegelpaleis tegenover elkaar te zetten.”
“De maskers moeten afvallen”
Een van de Antwerpse zes, intussen overleden
In enkele spiegels voel je als lezer zo de rancune smeulen, in andere trots of net ontwijking. “Modejournalisten hebben mij al gezegd dat zij met de Zes een monster hebben gecreëerd”, zegt Van den Boogaard. “Zij waren zo bang om niet meer uitgenodigd te worden voor hun events of om hun job te verliezen, dat zij hen alleen bewierookt hebben. Er ontstond een kritiekloze adoratie.” Dat hij nu een complexer verhaal brengt, valt kennelijk in de smaak: het boek is na enkele weken aan zijn derde druk toe, in juni volgt de Engelse vertaling.
“De maskers moeten afvallen”, vroeg met name ontwerpster Marina Yee aan de auteur, toen die eraan begon in 2024. Met Yee was Oscar van den Boogaard lange tijd bevriend in Brussel – al hadden ze elkaar ruim twintig jaar niet gezien toen hij begon te schrijven.
In haar atelier praat Marina over haar verleden alsof het zich in het heden afspeelt. Voor haar bestaat er geen tijd: alles is nu.
Toen ik haar voor de eerste keer ontmoette in de jaren negentig – we woonden vlak bij elkaar in de Dansaertwijk in het centrum van Brussel – leek het alsof ik haar mijn hele leven had gekend. Het zou dwaas zijn me de Marina van toen voor de geest te halen, ze zit hier tegenover mij een taartje te eten. De Marina van toen is de Marina van nu. Dat is de essentie van Marina. Ze is wie ze altijd is geweest en altijd zal blijven.
Marina Yee stierf eind vorig jaar, nog tijdens het schrijfproces, aan kanker. “Toen is het voor mij heel duidelijk geworden hoe de groep functioneerde”, zegt Van den Boogaard, die duidelijk opsomt wie wel en niet kwam opdagen aan haar ziekbed. “Zes mensen gaan samen een tentoonstelling maken, maar iemand wordt ziek en je laat haar niets weten? Ze hebben Marina in de steek gelaten”, vindt hij.
“Alles is waar omdat alles is gezegd. Neem je verantwoordelijkheid als lezer om er het jouwe van te denken.”
schrijver
Tijdens de boekvoorstelling bij Passa Porta zal Marina Yee als meest Brusselse van de Zes dan ook niet ontbreken. Moderator Veerle Windels noemde haar in De Standaard al het echte hoofdpersonage van de Zes. In de jaren negentig baatte Yee een winkeltje uit in de Hoogstraat, Indigo, waar Oscar van den Boogaard geregeld binnensprong.
“Ik leerde Marina kennen als een strandjutter op de vlooienmarkt. Ze was altijd op zoek naar het kapotte, het kwetsbare. Ze werkte heel erg een-op-een met kledingstukken, draaide die binnenstebuiten en sprak er zelfs mee: 'Oh jee, dit is stuk en dat is mooi, dus zal ik er een naamkaartje op plakken om dat nog eens te benadrukken. Jij hebt nu een naam', zei ze dan tegen dat kledingstuk”, geeft hij als voorbeeld.
“Daarmee lag ze totaal buiten de groep, want mode functioneert niet zo. Dat zijn twee tot vier collecties per jaar. Marina leefde 's nachts, rookte en dronk en ging heel zwaar door alles. Ze gaf ook vaak de schuld aan anderen.”
Zo leren we dat Yee als jeugdvriendinnetje van Martin Margiela een erg troebele verhouding met hem ontwikkelde. Toch trok ze enkele jaren bij hem in in Parijs en woonde ze aan de Varkensmarkt jarenlang tegenover Margiela's Brusselse winkel. Yee noemt zichzelf zeer onzeker en niet op haar plek in Londen of Parijs. “Tegelijkertijd was ze superzelfverzekerd en rancuneus, een fascinerende paradox”, zegt Van den Boogaard. In het boek omschrijft Marina Yee de groep als volgt:
Ann en Dries, De Lange en Walter hebben hun bijbels gemaakt waarin hun oeuvre staat uitgestippeld. Ze leggen verantwoording af.
Zo ben ik niet. Dirkske ook niet, zo zijn we niet.
Kunstenaars zijn geen boekhouders.
Mijn verleden is een grabbelton, je kunt er iets uit halen, het omhooghouden en denken: wanneer was dat? Ik vind dat ook fijn, op die manier blijft het verleden leven.
Martin Margiela heeft niet meegewerkt aan het boek en de auteur heeft er ook niet op aangedrongen. Zo ontbreekt een belangrijk perspectief. Zijn wisselwerking met Marina Yee is trouwens niet de enige waar de neutraliteit soms stokt.
“Alles is waar omdat alles is gezegd”, besluit Van den Boogaard over zijn werkwijze. “Het gaat wel om herinneringen van meer dan veertig jaar geleden. Dat zorgt voor magie, want herinneringen zijn subjectief en zó oncontroleerbaar. Zie het boek dus als een reconstructie van een ver verleden met subjectieve verhalen die in een verhaallijn zijn geplaatst. En neem je verantwoordelijkheid als lezer om er het jouwe van te denken.”
'De Zes van Antwerpen in Brussel': woensdag 29 april vanaf 20 uur bij Passa Porta Bookshop
De Zes: het onvertelde verhaal van De Zes van Antwerpen van Oscar van den Boogaard is uitgegeven bij Pelckmans
©
RV/Pelckmans
Lees meer over: Brussel-Stad , Literatuur , Oscar van den Boogaard , Antwerpse Zes , Passa Porta , sonja noël , Marina Yee
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.