Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
BRZ 20260311 1970 Rob van Essen3

Ivan Put

| Rob van Essen woont in Anderlecht, samen met Lize Spit, en schreef een nieuw boek over het absurde

Interview

Schrijver Rob Van Essen: 'Ik weet niet hoelang mijn hersenen het nog goed blijven doen'

Michaël Bellon
© BRUZZ
12/03/2026

In zijn nieuwe roman De grote schoonmaak gaat Nederbrusselaar Rob van Essen de strijd aan met het absurde. Dat manifesteert zich ook in zijn eigen leven, door een mysterieuze ziekte waaraan hij lijdt. “Ik weet niet hoelang mijn hersenen het nog goed blijven doen.”

Rob van Essen ziet zelf wel enkele gelijkenissen tussen zijn nieuwe roman De grote schoonmaak en zijn vorige De goede zoon en Ik kom hier nog op terug, waarmee hij telkens de Libris Literatuurprijs won. “Ik beschreef het genre voor mijn uitgever weleens enigszins paradoxaal als 'autobiografische sciencefiction'. Volgens hem kon dat niet op de kaft staan, want sciencefiction schrikt veel lezers af.”

Een geruststelling voor die lezers: denk misschien eerder aan inheemse Haruki Murakami als je wil weten welke kant De grote schoonmaak opgaat. In het verhaal overkomt het eerder doordeweekse personage Thomas tot zijn ongeloof iets dat helemaal niet kan, iets absurds. Die scheur in de werkelijkheid ziet verder (bijna) niemand, waardoor hij die ontregelende existentiële oplawaai aanvankelijk met niemand kan delen. Tot de zaak onvermoede, zelfs futuristische, en welhaast religieuze proporties krijgt.

Van Essen schreef De grote schoonmaak hoofdzakelijk in de zomers van 2024 en 2025, en had zijn uitgever beloofd najaar vorig jaar klaar te zijn. “Ik had een beetje haast, want ik heb een aandoening waardoor ik niet weet hoelang mijn hersenen het nog goed zullen doen. Waarschijnlijk nog wel redelijk wat langer blijkt nu, maar ik had toch het gevoel dat ik aan de bak moest om het nog af te maken.”

Is deze onbekende aandoening ook een absurde gebeurtenis in het leven? Van Essen: “Ze is in ieder geval raadselachtig. Het is geweten in welk spectrum ze zit – ze hoort bij de traag progressieve neurodegeneratieve aandoeningen, zoals MS, ALS en Parkinson, maar die zijn het dus niet. Misschien zal nooit duidelijk zijn wat het is, wat niet handig is voor een eventuele behandeling of beheersing. Ik weet dus niet hoelang mijn hersenen het nog goed blijven doen, of ik met al mijn vingers zal kunnen blijven typen.”

BRZ 20260311 1970 Rob van Essen2

Ivan Put

| NederBrusselaar Rob van Essen: "Ik voel me in Brussel nog steeds een beetje te gast en minder in de positie om met de vuist op tafel te gaan slaan"

Nochtans is Van Essen niets aan te zien. “Als we een wandeling zouden maken, zou je op een gegeven moment wel merken dat ik een beetje mank ga lopen en snel moe word. Al loop ik nu weer beter dan een half jaar geleden. Het afgelopen jaar is het allemaal redelijk stabiel gebleven.”

Daar staan wel heel veel onderzoeken en testen in het UZ Brussel tegenover. “Op den duur zie je al die ziekenhuizen als de centra van de stad die er toeleveringsgebied voor fungeert.”

Ellende op de middenberm

Lize Spit, de echtgenote van Van Essen, vroeg onlangs de aandacht van de gemeenschap voor de erbarmelijke toestand van de publieke ruimte voor hun voordeur in Anderlecht. Dat deed ze naar aanleiding van een filmpje van een dakloze man, die met een vuurtje op de middenberm van de Poincarélaan zijn sokken probeerde te drogen.

“Ik voel me in Brussel nog steeds een beetje te gast en minder in de positie om met de vuist op tafel te gaan slaan”, zegt Nederlander Van Essen, maar dit soort zaken gaan Spit echt na aan het hart.

“Ze woont al vijftien jaar in deze wijk, en het gebrek aan daadkracht van de overheden tegen het verval en de smerigheid is moeilijk te verdragen. En dan kom je bijvoorbeeld te weten dat die middenberm de verantwoordelijkheid is van het Gewest, terwijl de straten aan weerszijden onder de Stad Brussel vallen, en dat vanaf de gevels aan onze kant van de laan Anderlecht begint. Daardoor voelt niemand zich verantwoordelijk. Zodra er verschillende niveaus bij betrokken zijn, of wanneer het over drugsoverlast gaat, of de opvang bij Samusocial, spelen er zoveel dingen dat het voor deze buurt echt te veel wordt. Als het donker is, loop ik zelf ook liever langs de kant van de straat waar de portieken niet zo diep zijn. En als Lize 's avonds laat van een lezing in het station aankomt, zou ik haar eigenlijk liefst ophalen.”

Krakers in Amsterdam

Doet het chaotische Brussel misschien niet ook een beetje denken aan het Amsterdam van de jaren 1980, waar Van Essen zijn personages al een paar keer naar liet terugkeren?

“Grappig dat je dat zegt, want toen ik hier pas kwam wonen, deed zeker deze buurt me een beetje denken aan het Amsterdam van toen. Omdat de auto hier nog zo centraal staat, maar ook door het verval, de leegstand, de junks op straat. Sindsdien is Amsterdam natuurlijk als gek gegentrificeerd tot een keurig aangeharkte stad die de problemen buiten de Ring heeft gedrukt. Hier zitten die juist in het centrum en de wijken eromheen. Uiteindelijk is dat misschien toch meer de wereld waarin we leven.”

"Als Lize 's avonds laat van een lezing in het station aankomt, zou ik haar eigenlijk liefst ophalen"

Van Essen maakte zelf het Amsterdamse krakersmilieu mee, dat ook in zijn nieuwe roman een rol speelt. Hij was zelf geen hardcorekraker die met stenen gooide als de politie de meest prestigieuze panden weer kwam ontruimen, maar hij sympathiseerde wel met de krakersbeweging die de leegstand aankaartte en daarvoor ook maatregelen afdwong. “Als je ziet hoe onhaalbaar een betaalbare woning voor grote groepen mensen vandaag geworden is, zou je kunnen denken dat het vandaag nog eens tijd is voor een goede kraakbeweging.”

Alleen is een goede regering in Brussel al nauwelijks haalbaar. “Het hele Belgische systeem blijft moeilijk te duiden, ook voor veel Belgen zelf, merk ik. Achter die constructie zitten ideeën om de zaken zo eerlijk mogelijk te regelen, maar ze blijken onwerkbaar. Dat blijkbaar pas na meer dan zeshonderd dagen lukt wat net na de verkiezingen al had gekund, geeft natuurlijk te denken.”

Weg van de werkelijkheid

In zijn literatuur laat Van Essen zich zelden of nooit in met de politieke of maatschappelijke waan van de dag. “In eerste instantie niet, nee. In een column zou het kunnen, maar ik wil geen ideeën aankaarten of problemen behandelen wanneer ik een roman schrijf. Daardoor denken mensen vaak dat ik iets tegen geëngageerde literatuur heb, maar dat is niet zo. Ik vind alleen niet dat dat engagement een eis is die je aan literatuur moet stellen. Aan muziek, film of beeldende kunst wordt die veel minder gesteld. Voor mij is literatuur een vrijplaats. Ik ontwerp mijn romans niet van tevoren. Ik schrijf en zie waar ik uitkom. Dat speelse van de literatuur en wat je met taal en verhalen kunt doen staat natuurlijk meestal los van wat 'actueel' is. Terwijl literatuurrecensenten, en zelfs uitgeverijen dat 'actueel relevante' en 'maatschappelijke verantwoorde' juist graag in de etalage zetten.”

Het absurde voorval dat Thomas meemaakt in De grote schoonmaak heeft plaats tijdens een reclamecampagne voor een schoonmaakmiddel in een supermarkt in het Nederlandse Wageningen van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Weinig actualiteitswaarde inderdaad, tenzij je misschien erg vertrouwd bent met het absurde in het leven.

“Als ik niet af en toe met het absurde bezig zou zijn, zou het niet opduiken in mijn werk. Hoe we op de wereld terechtkomen, wat we hier doen … het is allemaal vrij raadselachtig. Het is niet iets waartegen ik me verzet, ik vond het eerder een uitdaging, ook technisch, om te kijken of ik iets absurds zou kunnen beschrijven en daar een coherente roman van zou kunnen maken die de anekdote overstijgt. Ik héb ooit twee maanden in een supermarkt in Wageningen gewerkt. Toen al heb ik een verhaal ontworpen over zo'n man in een reclamepak in de vorm van een schoonmaakfles waarmee iets misgaat. Ik heb het nooit opgeschreven, omdat ik er niets mee kon, maar misschien is het net daarom in mijn hoofd blijven hangen. Omdat de meeste van mijn romans uitgaan van scènes, ben ik nu van die ene scène vertrokken. In de hoop dat ik alles zo kon opschrijven dat ik de lezer ook mee kreeg.”

Dat lukt helemaal. 'Autobiografische sciencefiction' is misschien een contradictio in terminis, maar wanneer je iets dat helemaal ongeloofwaardig is, kan inbedden in een zeer concrete en vertrouwde werkelijkheid, werkt dat blijkbaar. Zijn ongeloofwaardig verhaal maakt Thomas wel eenzaam. Van Essen: “Als hij gewoon een vliegende schotel had gezien, had zijn omgeving dat nog kunnen plaatsen, want daar bestaat een cultuur rond. Hij heeft echter alleen een flauw verhaaltje in de aanbieding.”

BRZ 20260311 1970 Rob van Essen

Ivan Put

| Rob van Essen: "Net als de stoa of de tao leert het boeddhisme je ego te relativeren, wat voor een schrijver misschien noodzakelijk is"

Het absurde wil bovendien verklaard worden. Wetenschap, geloof, kunst – literatuur – ontlenen er hun aantrekkingskracht aan. Of is de absurditeit van het leven vooral een appel om mee aan de slag te gaan? “Precies, als je het absurde wil verslaan of neutraliseren, dan moet je handelen, dat is een van de conclusies. De andere is dat het absurde alleen als een verhaal te accepteren valt. Daar is het boek, en het boek in het boek, een uitvloeisel van.”

Van Essen blijft al schrijvende zijn verhaal verzinnen, en ook de structuur aan het nieuwe materiaal aanpassen. Ontleent een roman niet juist veel kracht aan het feit dat de 'kerngedachten' van een verhaal er van begin tot einde in besloten liggen? Terwijl de schrijvers van al die streaming­series vaak zelf niet weten waar ze zullen eindigen, en de kijker eigenlijk aan het lijntje houden? “Ik herschrijf niet veel, maar ik schrijf ook niet chronologisch van A naar Z”, legt Van Essen uit. “Ik schrijf scènes waarmee ik schuif en die ik met elkaar verbind. Die eindeloze voortgang van succesvolle series is inderdaad in zekere zin in tegenspraak met wat een goed verhaal kan zijn. In een goed verhaal moet je snel op weg naar het einde, en dat kan in zo'n serie per definitie niet. Schrijfster Renate Dorrestein gaf zelfs als tip om het middenstuk over te slaan. Het kan meestal veel korter.”

Trauma wegpoetsen

Uit Stephen Kings boek On Writing onthield Van Essen dan weer dat je zelf geen symboliek in je boeken moet stoppen, omdat je al schrijvend op een gegeven moment zelf wel merkt waar het symbolische potentieel zit, dat je dan kan uitbuiten. In die zin kwam het schoonmaakmiddel ook erg van pas als symbool voor een rituele reiniging, of het wegpoetsen van een trauma.

Lize Spit had met haar debuut Het Smelt meteen een bestseller te pakken, Van Essen moest langer wachten op erkenning. Hij debuteerde in 1996, na tien jaar lang proberen. Daarbij hielp het boeddhisme, dat in De grote schoonmaak een bijrol speelt, hem. In 2009 werd hij genomineerd voor de Libris-prijs met Visser. In 2019 en 2024 won hij die belangrijkste literaire prijs. Van Essen: “Ik heb mezelf weleens een quasi-­boeddhist genoemd, omdat een Westerse boeddhist er maar uitpikt wat hem goed uitkomt. Net als de stoa of de tao leert het boeddhisme je ego te relativeren, wat voor een schrijver misschien noodzakelijk is. Ik zag lang allerlei schrijvers om me heen die ook niet doorbraken en die daar ontzettend cynisch of boos van werden. Als je niet uitkijkt, is dit beroep niet goed voor je karakter. Ik heb mezelf echt moeten waarschuwen dat het feit dat ik schrijf de buitenwereld tot niets verplicht. Schrijven is wel mijn favoriete bezigheid. Ik ben er gewoon altijd stug mee blijven doorgaan.”


De Grote Schoonmaak van Rob van Essen verschijnt op 11 maart bij Das Mag
Op 26 maart is Van Essen te gast bij Passa Porta: passaporta.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

Lees meer over: Anderlecht , Literatuur