Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Artiesten zoeken steeds vaker speciale concertlocaties op: 'We hunkeren naar iets unieks'

Tom Zonderman
© BRUZZ
11/12/2025

Bram Dejaegher

| Tijdens het Listen Festival in november trad de Brusselse singer-songwriter Loverman op in de Basiliek van Koekelberg.

Verandering van spijs doet eten: het is een aloude waarheid die ook in concertland geldt. In hun zoektocht naar de ultieme beleving verlangen artiesten én hun fans steeds vaker naar shows buiten de reguliere zalen. Tot in het huis van God toe.

Een kleine tien jaar geleden zag ik Phil Elverum van de Amerikaanse indiefolkband Mount Eerie optreden in de Brusselse Brigittinenkapel. Hij speelde een intieme maar bloedstollende set, opgebouwd rond zijn huiveringwekkend eerlijke album A crow looked at me, waarmee hij afscheid nam van zijn aan kanker overleden vrouw. “Now after the ground has opened up, now after you died”, zong hij, “I wonder what could beacon me forward into the rest of life.”

Ik weet nog precies waar ik zat toen die woorden over zijn lippen rolden, het sacrale van het gebouw dat zich als een deken rond mij sloot. Het publiek zat dicht op elkaar en was muisstil; je kon een hostie horen breken. Het concert voelde als een viering in het huis van God, zonder dat die God erbij aanwezig was.

“In tijden waarin kerken leeglopen, is het fijn om ze op die manier weer te vullen,” zegt artistiek directeur van de Ancienne Belgique Kurt Overbergh, die Elverum destijds naar de Brigittinenkapel haalde. Concerten worden terecht met misvieringen vergeleken, beaamt Overbergh. “Zeker in onzekere tijden is het fijn om met gelijkgestemde zielen samen te troepen. In die boze buitenwereld hebben optredens alleen maar aan belang gewonnen.”

Nieuwe heilsprofeten

Steeds meer artiesten lijken die gedachte een warm hart toe te dragen. Deze week laat de Amerikaanse singer-songwriter Matt Berninger, in een ander leven frontman van de indierockband The National, zijn herfstige bariton in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken weergalmen. De komende maanden gaan onder meer de harpiste Mary Lattimore en Tom Smith, de frontman van de Britse band Editors, er ook te biecht.

Die laatste trekt ook in Brugge en Luik voor het zingen de kerk in. “Ik heb nog niet zo vaak in een kerk opgetreden, maar doorgaans zijn het geweldige ruimtes. Al kan de reverb er net zo goed een zegen zijn als een vloek”, vertelt hij tussen twee optredens door in de legendarische Hnita Jazz Club in Heist-op-den-Berg. Voor zijn intieme solodebuut ruilt de zanger festivalweides en arena's in voor speciale ruimtes. “Er hangt iets in de lucht op dat soort plekken, ze voegen een extra element aan de avond toe. Hier, bijvoorbeeld, voel ik jazzgroten als Charles Mingus en Chet Baker mee over mijn schouder kijken, van de weeromstuit heb ik veel fouten gemaakt.” (Lacht)

"Een kerk geeft je optreden een extra laag. Niet dat ik me een messias voel, ik ben God niet – dat laat ik over aan Nick Cave"

Tom Smith

Frontman van Editors

Op zo'n intieme locatie spelen, maakt je op een manier 'meer volwassen', zegt hij. “Ik voel me kwetsbaar en naakt, je hoort ook elke kuch, en je eigen gemompel. Als ik een fout maak, stopt de song. Als ik met Editors lig te klooien, gaat de show gewoon door. Het is een andere soort verantwoordelijkheid, maar uiteindelijk geeft het ook meer voldoening.”

Ook Smith ziet de connectie tussen concerten en religieuze vieringen. “Niet dat ik me een messias voel, ik ben God niet – dat laat ik over aan Nick Cave. (Lacht) Maar als de energie klopt en de sterren goed staan, als er een echte connectie is tussen de muzikanten en het publiek, en je in hetzelfde moment zit, dan is het zeker vergelijkbaar.”

“Zowel voor het publiek als voor de artiest is zo'n show een totaal andere ervaring”, beaamt Thomas Konings, programmator bij de Botanique, dat de concerten van Berninger, Lattimore en Smith op poten zet. Berninger deed de voorbije maanden al een paar shows in België, onder meer in het Koninklijk Circus in Brussel. “Maar nu kan hij nog een keer terugkomen tijdens diezelfde tournee en het zal toch helemaal anders aanvoelen. Artiesten halen vandaag hun grootste winst uit touren, ze treden dus heel vaak op, en dan is het fijn om de routine van de bekende concertzalen te doorbreken.”

Cruciale cross-overs

Het gaat niet louter om die ervaring, de concertkalender zit tegenwoordig zo vol dat er wel móét uitgeweken worden, zegt Kurt Overbergh. De Amerikaanse singer-songwriter Beverly Glenn Copeland naar hier halen kostte hem jaren gelobby. Toen de tachtiger dan eindelijk op tournee ging, bleek er geen plaats meer in de AB. “Dus zijn we uitgeweken naar de KVS.” Vroeger zou dat soort cross-overs minder evident geweest zijn, maar vandaag wordt door Brusselse programmatoren zonder aarzelen bij elkaar aangeklopt. Zo kwam de Pakistaans-Amerikaanse Arooj Aftab dankzij de AB in de Henry Le Boeufzaal van Bozar terecht.

SLT122025 MUSIC matt-berninger

Deze week laat de Amerikaanse zanger Matt Berninger, in een ander leven frontman van The National, zijn stem door de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken galmen. Begin volgend jaar volgen Editors-zanger Tom Smith en harpiste Mary Lattimore in zijn zog.

“Sommige muzikanten worden ouder en kiezen bewust voor een zittende publiek en een zaal met een mooie architectuur en goede akoestiek”, zegt Roel Vanhoeck, muziekprogrammator bij Bozar. Een van de opvallendste namen bij Bozar de voorbije maanden was ongetwijfeld Bob Dylan, die er drie dagen kampeerde. “Zijn entourage heeft achteraf laten weten dat hij zeer tevreden was over de locatie”, zegt Vanhoeck. “We hebben sinds september een nieuwe geluidsinstallatie, specifiek ontworpen voor onze zaal. De concerten van onder meer Sigur Rós en Kae Tempest klonken echt top.”

Dat heeft internationaal zijn weerklank, Vanhoeck krijgt steeds meer vragen van buitenlandse agents die vragen of Bozar beschikbaar is. “Dat is voor ons heel waardevol, maar voor onze geloofwaardigheid is het wel van belang dat we de juiste artiest op de juiste plaats zetten. Als iemand naar huis gaat en zegt: 'Mooi concert, maar ik had het liever in de AB gezien', dan heb ik mijn werk niet goed gedaan.”

Vanhoeck wijst ook op artiesten die graag een uniek concert opzetten, zoals de jonge Franse chansonvernieuwer Zaho De Sagazan, die zich liet begeleiden door het Belgian National Orchestra. “Hetzelfde deden we drie avonden lang met de Brusselse rapper Scylla. Die dankbaarheid van een publiek dat niet vertrouwd is met een orkest, dat was bijzonder om te zien. Of Scylla's fans daarna naar een uitvoering van het Pianoconcert nr. 3 van Rachmaninov gaan kijken, dat laat ik aan sociologen over.”

Ook de AB zet in op cross-overs. De komende maanden staan dansvoorstellingen van Voetvolk en Miet Warlop op hun programma. Artiesten die bewust in een popzaal willen staan, zegt Kurt Overbergh. “Elke zaal heeft zijn vaste publiek. Door op een minder voor de hand liggende plek op te treden, hopen die gezelschappen nieuwe mensen aan te trekken. Begin dit jaar hadden we Anne Teresa De Keersmaeker te gast. Ze vond het fantastisch om het publiek in de AB te zien.”

Beats in de Basiliek

De AB trok de voorbije jaren met zijn avontuurlijke BRDCST-festival naar de Rijke Klarenkerk. “Het heeft twee jaar geduurd om hen te overtuigen, maar dat loonde absoluut de moeite”, zegt Kurt Overbergh. “Helaas valt het festival dit jaar op Pasen, en kunnen we de kerk niet inpalmen. Maar we hebben een andere, prachtige locatie gevonden: de Vanhaerents Art Collection in de Anneessenswijk, een gebouw met een van de grootste privécollecties van moderne kunst in Europa. Mensen kunnen er dus niet alleen van pakweg avant-garde elektronica genieten, maar ook van hedendaags werk van Paul McCarthy.”

BRZ 20251210 1960 Anna von HAUSSWOLFF

Nadat ze werd beschuldigd van satanisme, probeerden ultrakatholieke gelovigen het concert van de Zweedse organiste Anna Von Hausswolff in de Dominicanenkerk te verhinderen: "Uiteindelijk was dat een storm in een glas water."

Dat soort locaties is natuurlijk ook een manier om meer mensen warm te maken voor een show, en er hen ook meer voor te laten betalen. “Dat is zeker zo, voor iets extra's tellen mensen met pleziet iets meer neer. De downside is dat de productiekosten voor een concert op locatie veel hoger liggen. Je moet een kostenmodel opstellen, een productiebezoek doen. Daar ben je wel even mee bezig. Maar het hoeft niet altijd zo groots te zijn als de Rijke Klarenkerk, we zetten bijvoorbeeld ook shows op in Super Fourchette, een restaurant annex punkkot.”

Niet alleen popmuzikanten zijn tuk op andere oorden. Het Listen Festival, dat zich vooral focust op elektronische muziek en dj-sets, heeft er zelfs zijn identiteit rond gebouwd. “We hebben altijd sets in vertrouwde clubs als Fuse en C12 gecombineerd met speciale locaties”, zegt artistiek directeur Lucas Vandervelde van Listen. “We willen daarmee de identiteit van Brussel uitspelen, en ze zorgen voor een extra laag.”

Het festival liet de voorbije jaren onder meer beats door de Louizatunnel knallen en vulde de stations Brussel-Centraal en Brussel-Congres met clubby beats. Afgelopen november sloeg het festival zelfs één avond zijn tenten op in de Basiliek van Koekelberg. “Veel mensen kennen dat gebouw omdat ze er dagelijks passeren op hun weg naar de metro, maar ze zijn er nog nooit binnen geweest”, zegt Vandervelde. “We dachten dat het onmogelijk zou zijn om daar een popconcert te organiseren, maar Martine Abeloos-Motteux, de directrice van de Basiliek, was er heel ontvankelijk voor.”

"We bekijken altijd wat voor muziek de artiest in kwestie maakt. Die moet spiritueel zijn, in de brede zin van het woord, quasi religieus of nauw verwant daaraan. Voor amusementsmuziek hebben we geen plaats"

Mark Butaye

Pastoor Sint-Dominicuskerk

Listen opteerde voor James De Graef, alias Loverman, en het Cortex Ensemble van Arthur Brouns, aangevuld met de zangeressen Stace, CamilleCamille en Nuna, allemaal Brusselse artiesten. “Loverman is aan het werken aan een nieuw album, dus eigenlijk tourt hij niet”, zegt Vandervelde. “Maar omdat dat idee om in de basiliek op te treden zo out there was, wilde hij toch uit zijn cocon kruipen.” Vandervelde merkt ook dat agents van artiesten er wel oren naar hebben om op unieke plekken op te treden. “Maar het moet allemaal financieel en logistiek haalbaar zijn, natuurlijk.”

In bed met Satan

Bij de Botanique weten ze intussen wat ze nodig hebben wanneer ze een concert plannen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken. “Maar het blijft extra werk tegenover onze eigen zalen”, zegt Thomas Konings. “Tegelijk proberen we het decor van de locatie te laten spreken. Vooral qua licht willen we het gebouw zelf laten schitteren. Een concert is zoals een goed diner: je beleeft het ook met je ogen.”

Konings heeft de voorbije jaren een goede verstandhouding opgebouwd met de Kerkfabriek, de instantie die de materiële middelen beheert die nodig zijn voor de uitoefening van de eredienst in een parochie. “Onze concerten in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken regelen we met hen. Af en toe trekken we naar de Sint-Dominicuskerk, dicht bij het Jubelpark, zoals binnenkort met de New Yorkse experimentele pianiste Kelly Moran. Daar spreken we rechtstreeks af met meneer pastoor.”

“Wij krijgen de voorbije jaren regelmatig aanvragen”, beaamt de pastoor, Mark Butaye. “Dan bekijken we wat voor muziek de artiest in kwestie maakt. Die muziek moet spiritueel zijn, in de brede zin van het woord, quasi religieus of nauw verwant daaraan. Voor amusementsmuziek hebben we geen plaats. Vaak heeft de aanvraag ook met ons orgel te maken, en dat heeft een speciaal repertorium.”

BRZ 20251210 1960 Devendra Banhart - Notre Dame

Devendra Banhart tijdens zijn passage in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken, afgelopen november.

“We hebben nog nooit een njet gekregen”, vertelt Thomas Konings. Dat gebeurde ook niet bij Anna Von Hausswolff, die in 2021 in de Dominicanenkerk neerstreek. De Zweedse pianiste en organiste werd in strengkatholieke middens van satanisme beschuldigd, vooral omdat ze ooit had gezongen dat ze “made love with the devil”, al was dat volgens de artieste een metafoor voor haar verslaving aan harddrugs en een afdaling in de figuurlijke hel.

“Von Hausswolffs show was speciaal gemaakt voor kerken en hun akoestiek, met een speciale set-up om die nog meer uit te spelen”, zegt Konings. Het werd een prachtige, zo niet ijselijk mooie show, die in tegenstelling tot eerdere concerten in Frankrijk niet werd gecanceld. “Ook in Brussel stonden er troepen gelovigen te bidden tegenover de kerk tijdens het concert”, vertelt Konings. “Gedurende de dag werd Anna Von Hausswolff zelfs achtervolgd door een auto in Brussel terwijl er christelijke leuzen uit het raam schalden.”

“Die artieste is verkeerd begrepen”, vindt ook pastoor Butaye. “Uiteindelijk steunde die controverse op niets, voor ons was dat hele gedoe dan ook een storm in een glas water. Ik ga ook naar die concerten. Ik heb zo al hele goeie dingen gezien.” Dat er zo mensen naar de kerk komen, is voor hem een van de redenen om deze shows toe te laten. “Het verlaagt de drempel om nog eens in een kerk te komen.”

Sign of the times

Zal ook Tom Smith zich dan in Brussel op een wankel pad wagen? “If there really was a God here, he'd have raised a hand by now”, zingt hij in 'Papillon', de Editors-hit die in Brussel met grote waarschijnlijkheid in een uitgeklede versie op zijn setlist zal staan. “Wellicht zijn de verantwoordelijken van de kerken waar ik speel zich niet bewust van die lyric”, grijnst hij. “Maar ik heb er op zijn minst gemengde gevoelens bij. Ik ben niet gelovig opgevoed - mijn ouders zijn beiden wetenschappers, wetenschap was altijd hun religie - maar ik voel wel ontzag voor die gebouwen. Ik hou van de serene sfeer.”

"Zo'n unieke plek kan net dat extraatje bieden. Maar eigenlijk vind ik net die gedachte ergens een beetje jammer, want in de Botanique hebben we zulke geweldige zalen voorhanden. Waarom zouden we die niet gebruiken?"

Thomas Konings

Programmator Botanique

Godslasterlijk of niet, het is een sign of the times dat zowel artiesten als hun fans graag andere oorden opzoeken. “Mensen kiezen graag voor een unieke ervaring”, beaamt Lucas Vandervelde. “Plekken waar ze op sociale media mee kunnen uitpakken. Het is die beleving van dat moment die belangrijk is. Al zijn mensen ook sneller verveeld dan vroeger, lijkt me. Ze willen meer afwisseling.”

“Mensen zijn altijd op zoek naar iets nieuws”, bevestigt Thomas Konings. “Iets wat ons een nieuwe rush kan geven. Zo'n unieke plek kan net dat extraatje bieden. Maar eigenlijk vind ik net die gedachte ergens een beetje jammer, want in de Botanique hebben we zulke geweldige zalen voorhanden. Waarom zouden we die niet gebruiken? Dat geldt ook voor de andere popzalen. Als ik naar de AB ga, weet ik dat ik er de beste ervaring zal hebben, met goed geluid en belichting. Net zo in Fuse.”

Klopt, maar net de verrassing kan lang blijven nazinderen. Een concert op een onverwachte plek kan zich als een geheim in je geheugen nestelen, juist omdat het zich onttrekt aan de routine van de zwarte doos. Het zet de zintuigen scherper, maakt de luisteraar ontvankelijker. Zoals het concert van Phil Elverum in de Brigittinenkapel.

“I can glimpse occasional moments”, zong hij in zijn zoektocht naar nieuwe lichtpunten in zijn leven, “gleaming like bonfires burning from across the fjord.” Die vreugdevuren die hij zag in een schilderij van de Noorse expressionist Nikolai Astrup, zoals hij aangaf in datzelfde lied, werden die avond even tastbaar als de stilte tussen de banken. Zulke momenten kun je niet programmeren of plannen; ze overkomen je. Misschien is het precies daarom dat artiesten en publiek vandaag zo gretig buiten de gebaande paden treden: in de hoop dat ergens, in een kerk of theater of tunnel, opnieuw zo'n zeldzaam licht opflakkert.

Matt Berninger gaat te biecht in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken op 12/12, later volgen onder meer Tom Smith en Mary Lattimore in zijn spoor, botanique.be