Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

David Byrne doet de wereld bewegen (en beweegt zelf mee)

Tom Zonderman
© BRUZZ
15/02/2026

Wie even genoeg heeft van het donker van de stad, wie zich eenzaam voelt of teneergeslagen, moet beslist mee bewegen met David Byrne in Vorst Nationaal.

David Byrne is 73, maar stilzitten doet hij nog altijd niet. Van new-wavepionier tot dansende ziener bleef hij muziek maken die even cerebraal als lichamelijk is. Met een nieuwe plaat, een opvallende cover en een passage in Vorst Nationaal bewijst hij dat beweging nog steeds zijn sterkste taal is.

Een maand geleden bracht David Byrne een cover uit van 'Drivers license', de song waarmee Olivia Rodrigo in 2021 haar handen aan het stuur van de vrouwelijke (punk)rockbeweging zette. “David is niets minder dan een legende, ik moest huilen toen ik zijn versie van dit nummer hoorde”, schreef de zangeres op Instagram.

Die cover kwam niet uit de lucht gevallen. Het origineel, intussen goed voor bijna drie miljard Spotify-streams, blaast dit jaar vijf kaarsjes uit, net als Rodrigo's debuut Sour, en dat jubileum wil de zangeres extra luister bijzetten. De keuze voor Byrne kwam er nadat hij Rodrigo live aan het werk gezien had en zich fan had verklaard. De 22-jarige Amerikaanse superster nodigde haar 73-jarige collega vorig jaar uit op het Governors Ball-festival in New York om samen 'Burning down the house' te zingen, de classic van zijn band Talking Heads.

BRZ 20260211 1966 David Byrne

Het duet tussen de zilveren vos en de piepjonge zangeres, zij in rode bikini, hij in rode salopette, zag er gezellig uit, als een opa die met zijn kleindochter dolle pret beleefde, met een hilarische choreografie toe. “Ze stuurde me een foto van haar outfit, en ik zei: 'O ja, daar kan ik wel iets passends bij vinden'”, grapte Byrne wat later op de sofa bij talkshowhost Jimmy Fallon.

De Homo Cynicus toog wellicht meteen naar de blogosfeer om “Opportunisme!” te roeptoeteren, omdat Byrne misbruik maakte van Rodrigo's jeugdige gloed om in de smaak te vallen bij gen Z'ers. En Rodrigo aasde op de aandacht van kapitaalkrachtige boomers. Maar daarvoor oogde hun ontwapenende passage te losjes en ontspannen, en rook ze naar oprechte, wederzijdse bewondering.

Amerikaanse utopie

Byrne had Rodrigo gevraagd om een dansje te bedenken, en de zangeres wist meteen wat ze wilde: een eerbetoon aan Stop making sense, de legendarische concertfilm van Talking Heads uit 1984. Daarin had Byrne, een voormalige kunststudent met een weird gevoel voor ritme, niet alleen indruk gemaakt met zijn songs, maar ook met zijn slungelige dansjes.

Voor zijn stuntelige, marionetachtige bewegingen had de zanger inspiratie gehaald uit het kabuki, traditioneel Japans toneel dat dialogen combineert met zang, dans en mime. Het buitenmaatse pak dat hij droeg maakte het allemaal nog een tikje weirder. Het oogde maf, maar het was ook slim, want zo kon hij een sfeer creëren die verder ging dan de teksten en de muziek.

Het leek een onverwachte move van de sociaal onbeholpen maar maatschappelijk alerte songschrijver die met Talking Heads de new wave mee vormgaf. En tegelijk ook weer niet. Al vroeg rekte Byrne die donkere new wave en hoekige artrock op met funk, afrobeat en polyritmiek. Leg de klassieker Remain in light op de platenspeler en zelfs de meest houterige luisteraar voelt zijn heupen protestloos meebewegen.

SLT012026 MUSIC David Byrne

Shervin Lainez

In een van de songs daarop, 'The great curve', onderzocht Byrne het menselijke lichaam en de geest als complexe, oncontroleerbare systemen in een steeds snellere, technologischere en vervreemdende wereld. Dat deed hij niet met een expliciete boodschap, maar via ritme en taal: mantra's, herhalingen en losse observaties (“The world moves on a woman's hips”) werden klanken en bewegingen.Het nummer zette het lichaam in beweging nog voordat het hoofd de kans kreeg alles te begrijpen.

Ritme en beweging bleven constante krachten in Byrnes artistieke universum, na de afrobeat verkende hij ook Braziliaanse en Caraïbische ritmes. In 2018 culmineerde die liefde in American Utopia, een album waarop Byrne naar hoop in een gefragmenteerde, angstige wereld zocht. Live vertaalde hij dat door zijn band als één groep te laten bewegen, in dezelfde pakken, op een kaal podium zonder decorstukken of statieven.

“We dance like this / Because it feels so damn good”, zong hij, “If we could dance better / Well you know that we would.” Het was Byrnes manier om te zeggen dat een samenleving alleen werkt bij gratie van samenwerking: de wereld is complex en beangstigend, maar zolang we ons samen kunnen verplaatsen, letterlijk en figuurlijk, is er ruimte voor toekomst. In een tijd van polarisatie is die lichamelijke synchroniciteit een tegenvoorstel. Kortom, beweging wordt bij Byrne een vorm van verzet.

Wie is die kerel?

Byrnes unieke perspectief wortelt in een levenslang gevoel van anders-zijn. Geboren in Schotland, opgegroeid in Canada en de VS, leerde hij al vroeg hoe het voelt om buiten de groep te staan. Het Schotse accent dat hem op school deed opvallen, liet hij snel achterwege. “Het voelde alsof ik er niet echt bij hoorde”, vertelde hij in 2020 aan CBS. “Maar toen besefte ik dat de wereld bestaat uit mensen die allemaal verschillend zijn. En toch zijn we hier allemaal.”

Die blik van de outsider die verbinding zoekt, wordt helemaal ontleed in Who is the sky?, zijn vorig jaar uitgebrachte, tiende soloalbum, ontstaan in de luwte van de pandemie. Byrne begon er te graven naar zijn eigen drijfveren. “Vind ik eigenlijk wel goed wat ik doe? Waarom schrijf ik liedjes? Doet het er allemaal toe?” vroeg hij zich af. Aan Rolling Stone bekende hij: “Hoe meer deuren ik open, hoe meer nieuwe vragen er komen. Zal ik er ooit aan uit raken? Waarschijnlijk niet.”

Opvallend genoeg leek ritme op zijn plaat, die hij maakte met producer Kid Harpoon, die eerder samenwerkte met Harry Styles en Miley Cyrus, een minder opzichtige rol te spelen. Hij stoeide met popkleuren, maar ook met mariachiritmes en jazz. Maar live keert zijn oude credo onverminderd terug. Met dertien muzikanten bouwt hij een wervelend, licht absurdistisch spektakel waarin lichamen opnieuw synchroon bewegen en hijzelf fungeert als een excentrieke sjamaan.

“Een kans om het mythische wezen te zijn dat we allemaal in ons meedragen”, noemt hij zijn lichtjes surreële trip. “Om te transcenderen en te ontsnappen aan de gevangenis van ons 'zelf'.” Wie wil begrijpen waarom Byrne, van new-wavenerd tot dansende ziener, al decennia blijft fascineren, moet hem vooral live zien.

Dansen met David Byrne kan op 18/2 in Vorst Nationaal, vorst-nationaal.be