Baxter Dury blijft de charmantste mopperaar van het VK. Zijn nieuwe album Allbarone tovert een bleke bar om tot een exotisch oord waar soul fuckers, spotgaaien en zelfrelativerende helden hun beste dancemoves bovenhalen. Hopelijk doet hij dat in de AB zelf ook.
©
Tom Beard
Alle wegen leiden naar Rome, maar bij Baxter Dury voeren ze naar Allbarone, zoals hij zingt op zijn nieuwe, gelijknamige album. Een plek die in het hoofd van de Britse zanger vorm kreeg toen hij op een avond verzeild raakte in een All Bar One, een Britse barketen waarvan de stijl en de gezelligheid bij nader inzien slechts een leeg omhulsel bleken. “A shitty place”, klinkt het in de mond van de zanger wanneer zijn scherm aanfloept voor een Zoom-gesprek. “Waar alleen maar plaats is voor makkelijke, gemakzuchtige dingen.”
Door de ogen van Dury, het prototype van de droogkomische dandy, wordt Allbarone een exotisch, decadent oord. “Een plek waar ze lekkere tomaten verkopen”, grijnst hij. De voorbije twintig jaar werd het zijn levensvisie: een twist geven aan de alledaagse saaiheid, waarna het weer spannend wordt. “Dat is eigen aan een kunstenaar”, knikt hij, “en zeker een songschrijver. Je zet de gewone wereld vanzelf om in iets interessanters.”
“Het lijkt luiheid, mijn manier van spreekzingen, maar ik kán gewoon niet anders”
De pen die de zanger daarbij hanteert, is niet zelden scherp. “S.S. Trousers and charity-shop haircuts / Big fat lovers, big fat Olympic, Ozempic hips”, maakt hij zich vrolijk over de sujetten die hij observeert in 'Return of the sharp heads'. “Dat is een nors nummer”, beaamt hij. “Je kent dat, je bent boos om je eigen kapsel, en dus moet iemand anders' coupe het ontgelden. Londen loopt vol met excentrieke personages, met, ik zeg maar wat, ritsen op hun schouders of malle boilersuits. Dat zijn voor mij makkelijke prooien om onderuit te halen.”
Nucleaire kakkerlak
“You're just a bunch of soul-fuckers / You total cunts”, kirren een paar vrouwenstemmen in datzelfde nummer, als een Grieks koor. Ze zijn een terugkerend element in het van sarcasme en ironie druipende universum van Dury. “Ik ben maar een soort van observator, een verteller die tijdens een theaterstuk wegkruipt in een hoekje. Ik hou van melodieën, alleen krijg ik die niet gezongen. Dus laat ik dat aan anderen over.”
Dury is een notoire aanhanger van het spreekzingen dat de voorbije jaren zo hip werd dankzij postpunkbands als Yard Act en Dry Cleaning. Zijn vader, Ian Dury, bekend van de culthit 'Sex & drugs & rock & roll', deed het eind jaren 1970 ook al. “Het lijkt luiheid, maar ik kán gewoon niet anders”, zegt Dury, die voor het eerst in het openbaar optrad op de begrafenis van zijn vader, in 2003. “Maar de wereld kan maar een paar van dat soort zangers aan. Hooguit vier.”
Het gebeurt zelden dat een muzikale bloedlijn standhoudt, zegt Dury, wiens zoon Kosmo ook af en toe in de credits van zijn albums opduikt. “Ik moedig hem niet aan. Als vader ben je fout bezig als je het pad van je kinderen eigenhandig wilt uittekenen. Voor een jonge gast kan die muziekwereld heel betoverend ogen. Maar als je wil dat ze overleven, moeten ze hun eigen koers varen. Oké, bij mij is het wél zo gelopen. Misschien omdat ik een soort kakkerlak ben die een nucleaire explosie heeft overleefd.”
Hij zegt het met een sardonische grijns, die verhult of hij serieus is of je in de maling neemt. “Ik denk niet dat mijn vriendelijke kant zo interessant is, mijn boze, verbitterde ik vind ik veel creatiever. Je krijgt gewoon betere zinnen op papier als je onaardig bent over iemand. Als acteur speel je wellicht ook liever de slechterik. In mijn toneelstuk ben ik niet de love interest, maar de villain.”
©
Tom Beard
| Baxter Dury: "Ik ben geen clubganger. Op dit moment drink ik zelfs niet. Tien minuten na een show zit ik al te lezen op mijn Kindle"
Of de Mockingjay, zoals hij zichzelf noemt in de gelijknamige song. De spotgaai, maar ook het fictieve, hybride dier dat in de Hunger games-franchise symbool staat voor rebellie. “Als dystopisch Hollywood-epos voor kinderen vind ik die film briljant. Maar voor mij gaat het ook over hoe vandaag iedereen revolutionair wil zijn. Het is op zich niet slecht dat mensen zich opwinden over dingen die fout lopen. Dat zijn er wel wat. Maar ik vraag me af of al die meningen op Instagram uiteindelijk ook iets opleveren.”
“I swear no one understands who I am”, zingt Dury in 'The other me'. Spuit de zanger niet wat graag mist rond zijn persona? “De consequentie van je zo lang als ik in popmiddens te begeven, is dat mensen een beeld krijgen van jou waar je, als je niet op het podium staat, niet per se mee samenvalt. Mensen zijn verrast als je gewoon normaal bent en havermelk drinkt.” Dury houdt ook wel van een potje downplayen. “Ik ben gewoon eerlijk. Ik vind het saai wanneer mensen vol opgeblazen bravoure zitten.”
Brat voor boomers
Dat spanningsveld tussen arrogantie en falen dat Dury voortdurend bespeelt, verklankt hij elektronischer dan voorheen. In Allbarone kan er gedanst worden. Luister naar de titeltrack en je hoort een floorfiller die een club als een straffe Soulwax-kraker kan doen ontploffen. Dury ontdekte de kracht van clubbeats toen Fred again.. hem tijdens de pandemie uitnodigde voor de track 'Baxter (these are my friends)'. Maar het was vooral zijn samenwerking met superproducer Paul Epworth die die clubvibe in een stroomversnelling bracht.
“Paul was geweldig”, glunder Dury. “Hij is een soort grote knuffeloom.” Nochtans deed Epworth niet eens de moeite om naar de demo's te luisteren die Dury hem bezorgde. “Ach, als artiest moet je af en toe eens goed door elkaar geschud worden. Als je steeds hetzelfde doet, is het alsof je in je eigen pis blijft staan. Paul kan heel goed inschatten wat de beste weg vooruit is. Deze samenwerking was snel en spontaan. Ik ben heel blij met het resultaat.”
Dat resultaat werd al liefkozend een “Brat voor boomers” genoemd, naar analogie met de hyperpopplaat van Charli xcx. “Het klopt dat ik haar aan Paul als referentie gegeven. Ze is een geweldige artieste, maar mijn muziek lijkt helemaal niet op die van haar. Het is gewoon allemaal wat meer uptempo.” En toch. Dury kent zijn Pappenheimers. In het nummer 'Hapsburg' verwijst hij naar de Berghain, de iconische nachtclub in Berlijn die ook in de recentste single van de Spaanse popvernieuwer Rosalía als ankerpunt wordt opgevoerd.
“You shine at the nighttime”, zingt hij met een besmuikt lachje, “As the fat duck fuckers live their lives / Breakfast at the Berghain / Less of what matters.” Dat klinkt best wel bitsig en somber voor een club, waar euforie doorgaans de pasmunt is. “Dansen kan somberheid wegslaan, dat is zeker”, knikt Dury. “Maar ik zie het eerder als een neveneffect. Ik probeer niemand te helpen. Als mensen zich beter voelen en zichzelf uit een nare plek weten te halen door mijn muziek: goed voor hen. Maar ik ben niet zo bijbels, ik heb geen agenda waarbij ik mensen spiritueel wil bijstaan. Ik ben God niet.”
Allemaal goed en wel. Maar kan je ontbijten in de Berghain? “Ik zou het niet weten, ik ben er nog nooit geweest. (Grijnst) Wellicht drinken ze er urine als ontbijt – en niet uit gezonheidsoverwegingen. Nu, ik ben dus niet op onderzoek geweest. Ze zouden me er wellicht niet eens binnenlaten. Ik ben geen clubganger. Op dit moment drink ik zelfs niet. Tien minuten na een show zit ik al te lezen op mijn Kindle.”
Op 25/11 doopt Baxter Dury de Ancienne Belgique om tot Allbarone, abconcerts.be
Lees meer over: Brussel , Muziek , Baxter Dury , Allbarone , All Bar One , Ian Dury , Paul Epworth , Fred again.. , pop , disco , Punk