Geese groeide het voorbije jaar uit tot een van de hotste rockbands van het moment. Dit weekend spreiden de Amerikanen hun vleugels in de Botanique, maar wie nog een ticket wil, moet hopen op een mirakel.
©
Lewis Evans
| De Amerikaanse band Geese wordt de eerste rockband voor gen Z genoemd.
Wie nog een kaartje wil bemachtigen voor de show van Geese moet richting TicketSwap (of de zwarte markt, maar dat valt niet aan te bevelen). Alleen staan er op die online marktplaats voor concertkaartjes nog meer dan 3.000 anderen te trappelen die koste wat het wil een plekje voor het concert van de New Yorkse indieband willen bemachtigen. Dat is ruim vier keer zoveel als er mensen in de Orangerie van de Botanique kunnen, de zaal waar het gehypete kwartet zal optreden.
Elke concertzaal heeft ieder jaar wel een paar shows waarvoor de vraag heel groot is. Denk aan Lola Young vorig jaar in de Botanique, of Billie Eilish in La Madeleine in 2019. Voor een indieband die zoveel opwinding veroorzaakt, moet je al goed twintig jaar terug in de tijd, naar de show van Arctic Monkeys in diezelfde Botanique. Of naar The Strokes, die in februari 2002 de AB op een uitpuilend blik sardientjes lieten lijken.
Niet toevallig wordt Geese door de muziekpers (en door mensen die vinden dat het culturele hart van de VS finaal in The Big Apple ligt en niet in LA) onthaald als de nieuwe Strokes, een band die aan het begin van de nillies de roll weer in de rock bracht. Die New York zijn rauwe imago teruggaf dat artiesten voortbracht als Lou Reed en Television, en dat vertaalde naar withete gitaarsongs en lyrics waarin verveling, bravoure en stedelijke vervreemding hand in hand gingen.
Maar waar The Strokes hun mythe bouwden op keeping cool en minimalisme, duwt Geese alles richting de rand, met een rommeliger en minder gecontroleerd geluid.
Rocken voor gen Z
Geese streek in 2023 al eens neer in de Botanique, maar kreeg de Rotonde toen niet uitverkocht. De groep, destijds nog een kwintet, was op dat moment, met twee albums onder de arm, een van de vele beloftevolle postpunkbands die zich aandienden als het Amerikaanse tegengewicht voor de Britse scene rond The Windmill, de befaamde undergroundclub in Brixton.
Bands als Black Country, New Road, Black Midi en Squid zochten daar de grenzen van punk op door het genre te vermengen met artrock en prog. Niet toevallig speelde Geese er zijn eerste Europese concert.
Sinds dat optreden in de Rotonde is er veel veranderd. Héél véél. Geese is het soort band geworden waarvan je hoopt dat hij niet bezwijkt onder zijn eigen hype. Een groep die meedogenloos over sociale media wordt voortgestuwd, terwijl de band tegelijk een bijna ouderwetse spanningsboog uitstraalt.
De wind in de vleugels van Geese komt vooral van hun derde album, Getting killed, dat bij zijn release vorig jaar in september met superlatieven werd overladen. The New Yorker en de invloedrijke muziekblog Stereogum kroonden het allebei tot beste album van 2025, en ook in België dook het op in tal van eindejaarslijstjes.
In een uitgebreid portret noemde mannenblad GQ Geese zelfs “de eerste grote Amerikaanse rockband van Gen Z”. Oscarwinnaar Cillian Murphy sprak zich publiekelijk uit als bewonderaar nadat hij met zijn zoon naar een van hun concerten was geweest. Naar eigen zeggen is hij sindsdien “obsessed” door hun muziek.
Opvallende stem
Het spreekt voor de Botanique dat ze Geese al in de Orangerie programmeerden nog vóór Getting killed critici en rockfans in een delirium stortte. Hun beslissing viel nadat ze omvergeblazen waren door Heavy metal, het solodebuut dat Cameron Winter in december 2024 uitbracht.
Op dat moment geloofde niemand in die 44 minuten durende duik in het vreemde universum van de jonge songwriter – zijn vader niet, en zijn platenlabel evenmin, dat het album in alle stilte en in een ongunstige releaseperiode uitbracht, ervan uitgaand dat het onopgemerkt zou blijven of zelfs het momentum van Geese zou schaden.
Het tegendeel bleek waar. Heavy metal werd een cultsucces. De kracht lag in de rauwe muzikale en emotionele eerlijkheid. Winter worstelde openlijk met existentiële vragen, met vertrouwen en twijfel, orde en chaos, kronkels die hij droeg met bevreemdende folkgitaren en tedere pianolijnen. Het album was zijn poging om af te rekenen met “whatever kicks me hardest in the mouth”, zoals hij het verwoordde in GQ.
Met zijn solodebuut profileerde Winter zich in één klap als een van de meest intrigerende songwriters van zijn generatie. Hij trok er kort mee op tournee en speelde in zalen als Paradiso in Amsterdam en in Carnegie Hall in New York, waar hij als jonkie in de voetsporen trad van legendes als Bob Dylan, Joan Baez en Tim Buckley.
©
Lewis Evans copy
De plaat en de tour werkten bevrijdend voor Winter. Het belangrijkste inzicht voor hem was dat hij niet langer compromissen hoefde te sluiten om zijn universum te ontplooien. De songs die hij in het kielzog van Heavy metal schreef voor Getting killed werden nog ontembaarder.
Vocaal liet hij zich volledig gaan, zijn stem balancerend tussen de breekbare paranoia van Thom Yorke en de in whisky gedrenkte blues van Tom Waits. Vlotjes schakelde hij tussen diepe baritonkreunen en weelderige falsetto’s. Het is een stem die verdeelt, sommigen vallen er meteen voor, anderen vinden het maar niks. Op zijn website The Red Hand Files noemde Nick Cave ze “a racked and wondrous thing”.
Pal op de tijdgeest
Net zoals het Australische icoon kanaliseert Winter persoonlijke paranoia in universele thema’s en claustrofobische poëzie. Op Getting killed jongleert de 23-jarige met cryptische, ontwrichtende beelden, alsof manie elk moment in depressie kan omslaan. Doorheen de plaat buitelen horror, hoop en troost over elkaar, als een spiegel van de tijdsgeest.
Geese is het soort band waarin tekst en muziek elkaar perfect versterken. Samen met Winter laten bassist Dominic DiGesu, gitarist Emily Green en drummer Max Bassin een sluimerend gevoel van onbehagen in elke noot doorsijpelen.
Neem de gammele, met trombone opgerekte countryfunk van ‘Islands of men’, waarin Winter door een doolhof van waarheid en misleiding dwaalt. Of ‘Trinidad’, dat verschuift van tedere intimiteit naar een geschreeuwde bekentenis over een bom in zijn auto. De dreiging, verwarring en paranoia waarmee veel twintigers vandaag worstelen, worden er haast tastbaar.
Daarbovenop voelt het ruwgerande geluid van Geese als een verademing in een tijdperk waarin AI door de muziekindustrie raast en klanken en creativiteit homogeniseert. Dit is muziek die lééft, die het ene moment ontspoort en het volgende weer op de rails springt. Muziek waarin de weerbarstigheid van Captain Beefheart botst op de groove van Funkadelic, en de vrije geest van Tim Buckley dolt met de freejazz van Albert Ayler. Muziek die raakt, ontregelt en ontsteekt, die ruw is en onvoorspelbaar, kortom, die vonkt in elke vezel.
Trojaans paard
In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, kwam de doorbraak van Geese er niet na jaren zwoegen in zweterige kelders of eindeloze ritten in aftandse busjes. De vier leden leerden elkaar kennen op school in New York en begonnen al snel muziek te maken in het ouderlijke huis van Max Bassin. Op hun zestiende hadden ze al een album uitgebracht. Voor ze naar de universiteit trokken, wilden ze nog één plaat maken, en er dan mee ophouden.
Dat plan veranderde toen een talentscout hen op SoundCloud ontdekte en hen onverwacht een contract bezorgde bij het Brooklynse label Partisan Records, thuishaven van onder meer Idles en Fontaines D.C. Door de pandemie had Geese nauwelijks live gespeeld en zich dus nog niet op een podium kunnen bewijzen, wat de deal des te zoeter maakte. “We hadden ons als een Trojaans paard een platenlabel binnengewerkt”, blikte Winter terug in GQ. “We dachten: we hebben ze liggen. We hebben ze beetgenomen. Nu kunnen we doen wat we maar willen.”
Die vrijheid kwam bovendrijven op hun derde album, 3D country, opgenomen in 2023 met de Britse producer James Ford (Arctic Monkeys). Het deed hoofden draaien, maar de band miste nog een zekere bravoure. Die kwam er nadat ze zich begin vorig jaar opsloten in de studio van producer Kenny Beats in Los Angeles.
Buiten herleidden bosbranden alles tot as. De band omschreef de sessies als “een wakkere nachtmerrie”, met rook en as in de lucht. Dat tastbare gevoel van urgentie sloop diep in de intensiteit van Getting killed.
Hier viel alles samen voor Geese: hun geluid, hun visie en hun pure kracht. En zo werd rock-’n-roll voor de zoveelste keer gered van een onfortuinlijk heengaan. In de Botanique zal die uitzinnige energie ongetwijfeld gensters slaan.
Geese landt in de Botanique op 8/3, botanique.be
Lees meer over: Sint-Joost-ten-Node , Muziek , Geese , Rock , Gen Z , Cameron Winter , Botanique
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.