Op het Brussels Jazz Festival bloeit de melodie opnieuw op. Twee jonge muzikanten springen in het oog: Wajdi Riahi en Helena Casella. Zij tonen dat jazz niet alleen een oefening in complexiteit of experiment hoeft te zijn, maar ook een lyrische, melodieuze kunst kan zijn, gevoelig én diepgeworteld in traditie.
©
Johan Jacobs
| De Brusselse pianist en componist Wajdi Riahi is de centrale gast op het Brussels Jazz Festival.
Wajdi Riahi en Helena Casella laten jazz weer 'zingen' op het Brussels Jazz Festival
Zowel bij Wajdi Riahi als bij Helena Casella zijn hun culturele wortels een bron van klank en gevoel. De eerste groeide op in Tunis, studeerde er Arabische en klassieke muziek, maar werd na de Arabische lente verliefd op (westerse) jazz. Hij trok naar België, belandde er in de lessen van Éric Legnini aan het conservatorium van Brussel en ontpopte zich de voorbije vijf jaar tot een van de vaandeldragers van de hoofdstedelijke jazz. Casella woont in Gent, laaft zich aan seventiessoul en fusion, studeerde jazzzang in Amsterdam, maar door haar aderen stroomt Braziliaans bloed.
Casella oogstte vorig jaar veel bijval met haar solodebuut Pit of impressions, een subtiel spel van neosoul en jazz, met een onderliggende Braziliaanse warmte die elke melodie doet vibreren. Riahi verbond op zijn albums jazz met Arabische gnawa en Afrikaanse ritmes, en een lichte klassieke toets. Zowel bij Casella als bij Riahi zijn roots geen identiteitsslogan, maar een onderstroom die hun muzikale denken, klank en analysemethode blijvend voedt.
"Veel jonge artiesten zoeken naar soulvolle warmte. Ik voel een behoefte aan verbinding, muzikaal, maar ook inhoudelijk"
“Als kind speelde ik klassieke muziek”, vertelt Wajdi Riahi, die als eregast op het Brussels Jazz Festival drie concertavonden mag verzorgen in drie verschillende constellaties. “Niet met de ambitie om concertpianist te worden, maar wel als basis. Traditionele muziek pikte ik op van mijn vader, die muziekleraar is, maar ook via cassettebandjes in de auto. Dat was een manier van leren waarbij de muziek vanzelf naar mij toe kwam, zonder dat ik er actief naar moest zoeken.”
Riahi's liefde voor jazz kwam pas later. “Onbewust had ik wel al jazz gehoord, in tekenfilms bijvoorbeeld, waarin er vaak bigbandmuziek te horen was.” Toen bij het ineenstuiken van de dictatuur internet toegankelijk werd in zijn land, draaide hij de jazzkraan helemaal open. Hij raakte via filmpjes op YouTube verslingerd aan de Canadese jazzpianist Oscar Peterson, die swing, blues en virtuositeit samenbracht in een ogenschijnlijk moeiteloze stijl, en zijn Amerikaanse evenknie Art Tatum, een pianovirtuoos die de technische en harmonische grenzen van jazz verlegde.
Jazz werd een actieve, zelfgekozen ontdekking. “Ik begon solo's uit te schrijven en te transcriberen”, zegt Riahi. “Zo leerde ik een nieuwe taal. Daarmee probeer ik bruggen te slaan tussen verschillende werelden, zodat mensen uit Tunesië die nog nooit jazz gehoord hebben, er toch iets in herkennen. Keith Jarrett heeft zijn hele leven besteed aan het spelen zoals hij en alleen hij dat deed. Dat is ook mijn missie: een eigen, unieke manier van spelen ontwikkelen.”
Helena Casella is net zo verstrengeld met Brazilië. In haar solowerk plaatst ze jazz en soul op de voorgrond, haar meer uitgesproken Braziliaanse invloeden reserveert ze voor aparte projecten, zoals het duo met haar oom Pablo Casella, of haar samenwerking met haar broer Tomas. “Die invloeden zitten diep in mij”, zegt Casella. “Maar ik laat ze telkens anders door mijn muziek vloeien, zodat elke constellatie haar eigen kleur krijgt.”
Fluwelen revolutie
Die roots zijn niet alleen tentakels naar de cultuur waarmee Riahi en Casella opgroeiden, het zijn ook connecties met een meer klassieke, traditionele kant van de jazz die vandaag opnieuw meer ruimte lijkt te krijgen. De voorbije jaren zochten jonge honden de rek in jazz met hoekige ritmes, vaak aangedreven door elektronische pulsen. Vooral in Brussel ging die experimenteerdrift ver. In het zog van de Gentse vrijbuiters van STUFF. en hun naar Brussel uitgeweken drummer Lander Gyselinck ontstond een bruisende scene met protagonisten als Echt!, Bandler Ching, Tukan en het Gents-Brusselse Dishwasher_.
De muziek die uit de (analoge) instrumenten van die muzikale vrijbuiters gutste, nam vreemde bochten, koketteerde met zonevreemde bieps en blieps, en klonk tegelijk vintage én futuristisch. Dat leverde boeiende, uitdagende klanklandschappen op en een blik op wat jazz kon zijn zonder dat het nog per se zo moest benoemd worden.
©
Johan Jacobs
| Helena Casella zoekt de gracieuze melodieën op van seventiessoulzangers als Donny Hathaway en Roberta Flack: “Wat me vooral fascineert, is de volheid van hun stem: één noot kan een hele ruimte stil krijgen.”
Intussen is er opnieuw een hang naar zachte expressie ontstaan, muziek die ademt, die emoties draagt, en ruimte laat voor menselijke stem en klank. Lander Gyselinck en Zwangere Guy toonden op hun gezamenlijke album Pourriture noble drie jaar geleden al hoe teder die muziek kan klinken.
Riahi en Casella diepen die fluwelen revolutie nu verder uit. Ze behoren tot een generatie jonge musici die discipline en improvisatie, traditie en een uitgesproken eigen stem met elkaar verzoenen. In hun spel krijgt de melodie opnieuw gewicht – niet als ornament, maar als dragend principe. Die aandacht voor melodische helderheid en vorm verraadt een klassieke gevoeligheid: een zorg voor klank, frasering en architectuur die verder reikt dan het moment. Kortom, de jazz die zij maken mag weer 'zingen'.
Riahi maakte die keuze al expliciet op zijn debuut Mhamdeya, dat hij vier jaar geleden uitbracht. “Het is mooi dat die kant van de jazz weer meer aandacht krijgt”, zegt hij. Mensen hebben nood aan schoonheid, zeker vandaag, vindt hij. Net daarom mag jazz vandaag ook zachter klinken: niet als vlucht, maar als ruimte om te luisteren, te voelen en opnieuw verbinding te maken in een steeds luider en harder wordende wereld.
Ook Casella ziet een hernieuwde aandacht voor emotie en melodie als reactie op een wereld die chaotischer en harder wordt. “Veel jonge artiesten zoeken naar soulvolle warmte. Ik voel een behoefte aan verbinding, muzikaal, maar ook inhoudelijk. Muziek kan emoties en politieke of sociale boodschappen dragen, en mensen zo dichter bij elkaar brengen. Zelf put ik veel uit activistische muziek van vroeger, die ik probeer te vertalen naar de context van vandaag.”
"Ik hoor vaak dat jazz 'muziek om de muziek' zou zijn. Maar jazz laat zich niet loskoppelen van het dagelijkse leven, en evenmin van politiek"
Ook voor Riahi is die verbondenheid essentieel. “Ik hoor vaak dat jazz 'muziek om de muziek' zou zijn. Maar jazz laat zich niet loskoppelen van het dagelijkse leven, en evenmin van politiek. Misschien schrikt die gedachte sommigen af, maar ik zie niet waarom. Jazz is precies in die context ontstaan: als muziek die gevoed wordt door maatschappelijke en politieke spanningen. Vandaag benoemen dat jazz politiek, humanistisch of feministisch is, hoeft geen angst op te roepen. Integendeel: het is noodzakelijk om jazz met al die thema's te blijven verbinden.”
Uit het korset van het conservatorium
Casella laaft zich aan artiesten als Donny Hathaway en Roberta Flack, boegbeelden van de warme seventiessoul die hun zachte, expressieve stemmen gebruikten om emotionele diepgang te creëren. Hun muziek was intiem zonder introvert te worden, en wist persoonlijke gevoeligheid te verbinden met bredere maatschappelijke en menselijke thema's. Die benadering probeert Casella ook in haar eigen werk over te brengen. “Wat me vooral fascineert, is de volheid van hun stem: één noot kan een hele ruimte stil krijgen. Daarom hou ik erg veel van ballads, en de dynamiek, de emotie van de zang daarin.”
Die fascinatie vertaalt zich in haar persoonlijke manier van musiceren: ze gebruikt muziek om gedachten en gevoelens te uiten die ze normaal niet zou delen, waardoor haar spel intiem en direct voelt. Tegelijk koppelt ze dit aan een zorgvuldig opgebouwde klank, iets fragiels en gedragen, dat de emotie extra gewicht geeft.
De Gentse muzikante merkt op dat de terugkeer naar verstilling en lyriek vooralsnog subtiel is. “Akoestische jazz kan heel modern zijn. Maar ik denk dat er nog altijd een heel dominante futuristische elektronische beweging is. Vooral in Brussel. Ik zie dat ook meer in de instrumentale muziek; ik ken weinig zangeressen in dat genre. Het is niet echt een scene waarin ik zelf speel, maar wel een omgeving waarin ik me beweeg.”
Ook Riahi benadrukt dat er in Brussel plaats blijft voor alles. ”De affiche van het Brussels Jazz Festival is een mooie weerspiegeling van hoe de stad met muziek omgaat. Brussel is divers en zijn muzikanten zijn dat ook, dat maakt de stad zo rijk en mooi. Een stad die verschillende vormen kan absorberen, omdat muzikanten vaak tegelijk in elektronische projecten spelen én in meer ingetogen formats. Niemand is bang om nieuwe avonturen aan te gaan of telkens iets anders uit te proberen. Precies die veelheid aan invalshoeken typeert het Brusselse muziekklimaat.”
Riahi zit in het laatste jaar conservatorium. Veel jonge muzikanten willen zich na hun studies uit dat harnas van traditie en schoonheid wurmen, en alles loslaten wat ze daar hebben geleerd. “Ik begrijp wel dat sommige muzikanten bewust radicaal willen breken, alsof je de navelstreng doorknipt, maar zelf heb ik die drang nooit echt gevoeld.” De pianist geeft wel aan dat wat je buiten de school leert, minstens even waardevol is. “Op het conservatorium speel je vooral met medestudenten, die min of meer hetzelfde niveau hebben. In jamsessies daarentegen ga je in duel met meer ervaren muzikanten. Je gooit jezelf in het diepe, komt de volgende dag terug en speelt hetzelfde stuk al beter. Die voortdurende herhaling en groei waren voor mij enorm leerrijk.”
Voor Casella was de stap van de kunsthumaniora in Antwerpen naar het conservatorium in Amsterdam vanzelfsprekend. “Die studies boden een interessante basis, maar ik was vooral op zoek naar mezelf in de scene van Amsterdam zelf. Los van de school heb ik veel mensen leren kennen die daar totaal niets mee te maken hadden. Enkelen van hen spelen nu in mijn band. Ik ben zelf nogal een intuïtieve schrijver, ik ben niet zoveel bezig met theorie.”
De magie van de deconstructie
Na jaren van cross-over en experiment blijkt dat trouw blijven aan een klassieke vorm in jazz net zo radicaal kan zijn. Toch? “Ja en nee”, lacht Riahi. “Net in de deconstructie zit vaak magie. Jazz heeft mij een analytisch denkvermogen gegeven. Zodra ik een nieuw stuk onder de knie heb, haal ik het helemaal uit elkaar. Zo ontdek je telkens iets nieuws. Alsof je een film begint bij het einde en dingen opmerkt die je eerder niet zag.”
Het is vooral mooi dat jazz zo open is en blijft evolueren, besluit de pianist. “Ik heb zelf ook geëxperimenteerd met elektronische muziek, maar voorlopig liggen mijn prioriteiten elders. Tegelijk zie ik mezelf nooit één ding doen, ik zoek een evenwicht tussen 'traditie' en 'modern'. Al is dat laatste een lastig woord, want ook muziek uit de jaren 1930 was ooit modern, net zoals barokmuziek van Bach dat nog altijd is. Het hangt er maar van af hoe je ernaar kijkt.”
Het Brussels Festival vindt plaats van 15 tot 24/1 in Flagey. Helena Casella komt langs op 16/1, Wajdi Riahi op 16, 18 en 21/1, flagey.be
Lees meer over: Brussel , Muziek , Events & Festivals , Wajdi Riahi , Helena Casella , Brussels Jazz Festival , Festival , jazz , Flagey