Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni
BRZ 20260610 1983 Voir toucher s’aimer fort renaud dallet2

Charleroi-danse

Choreograaf Renaud Dallet in Bozar: ‘Aanraken is je realiseren dat je niet alleen bent’

Michaël Bellon
© BRUZZ
11/06/2026

Een verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis bracht de Franse choreograaf Renaud Dallet tot een intieme voorstelling die mede tot stand kwam in rusthuis Maison Gertrude in de Marollen.

De voorstelling Voir, toucher, s’aimer fort in Bozar is voor Renaud Dallet (1991) geen thuiswedstrijd meer. De danser en choreograaf die lang voor de in Brussel gevestigde Amerikaanse choreograaf Daniel Linehan danste, woont opnieuw in Parijs. Ooit studeerde hij daar aan het conservatorium EHESS, voor hij zijn masterstudies voortzette bij Charleroi Danse in Brussel.

Na Parijs en het CNDC in Angers, was de komst naar Brussel voor Dallet een logische stap. “In Frankrijk zijn de dansopleidingen nog heel academisch en hiërarchisch. Voor mij woog die vormelijkheid te zwaar, ik voelde me er geblokkeerd. De Belgische danswereld heeft een minder bepalende geschiedenis. De praktijk en de manieren van expressie zijn democratischer. Dat voel je in de opleidingen. Ik koos voor België omdat ik het werk van Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Fabre en Jan Martens voor ogen had. Zij zijn geen nieuwe stemmen meer, maar in vergelijking met de traditie in Frankrijk laten zij veel meer ademruimte.”

Nochtans heeft Frankrijk de afgelopen decennia ook boegbeelden van de hedendaagse dans voortgebracht. Denk maar aan Jérôme Bel, Boris Charmatz – met wie Dallet samenwerkte – en Noé Soulier, door wie hij geïnspireerd is. “Zeker, en ik hou ook van hun werk. Maar als je student bent in de kunstopleidingen in Frankrijk, dan staat dat niet op het programma. Zeker niet op het conservatorium. Of dat was althans mijn ervaring in het begin van de jaren 2000.”

BRZ 20260610 1983 Voir toucher s’aimer fort renaud dallet

Charleroi-danse

Gevraagd naar het succes van een gezelschap als La Horde, dat huisgezelschap werd van Ballet National Marseille en samenwerkte met Sam Smith, Angèle en Rosalía, of van iemand als Damien Jalet, die viraal ging met zijn choreografie voor de clip bij het nummer ‘Storm’ van de Franse artiest Gener8ion en de Zweedse rapper Yung Lean, dan wil hij het enthousiasme toch temperen. Misschien is het geen toeval dat Franse choreografen zoals hij, Soa Ratsifandrihana, Gisèle Vienne of Némo Flouret ook stevig op Brussel leunen. “Wat La Horde en Jalet doen is interessant, maar zij maken gebruik van het grote gebaar, met grote groepen dansers en unisono bewegingen. Die zijn populair, aantrekkelijk en toegankelijk, omdat ze iets verbindends uitstralen.”

Plannen stilgelegd

“Voor mij, als beginnend choreograaf, liggen die producties ver buiten de dagelijkse realiteit. Je hebt er veel geld voor nodig, en in Frankrijk gaat de cultuur zoals in veel andere landen door een alarmerende institutionele en economische crisis. De populaire artiesten capteren een groot deel van de overgebleven economische koek, waardoor andere vormen van dans van mijn generatie onzichtbaar gemaakt worden.”

Voor Dallet is de toestand nu zo precair dat hij zijn compagnie moet opheffen. “We hebben al meer dan een jaar geen subsidies meer ontvangen. Het is vreemd om nu al over een einde te spreken, terwijl ik net mijn eerste voorstelling als choreograaf heb gemaakt, maar zonder gezelschap kun je geen projecten opzetten. Mijn plannen liggen stil. Toen ik met mijn eigen project begon en stopte bij Linehan (waarbij hij meedanste in Listen here: these woods en Listen here: this cavern maakte, red.), kreeg ik minder werk als danser bij andere gezelschappen. Terwijl ik best beide zou kunnen combineren. Blijkbaar is het moeilijk om je tegelijk als choreograaf en danser te profileren. Tenzij je echt bekend bent.”

Mijn choreografie is een verkenning van de momenten nog voor het lichamelijk contact

Renaud Dallet

Choreograaf

BRZ 20260610 1983 renaud dallet

Die eerste professionele choreografie is nog een keer in Bozar te zien. Voir, toucher, s’aimer fort is bijzonder door de subtiele harpmuziek van Ange Halliwell, maar vooral omdat Dallet de scène deelt met de illustere Franse danseres Odile Azagury. Zij werd geboren in 1950 en debuteerde al in 1971. De creatie maakte deel uit van het programma CARE – Culture for Mental Health, ondersteund door Creative Europe – en omvatte verschillende uitwisselingsmomenten en workshops met de bewoners van Maison Gertrude, een zorg- en kunstcentrum in de Marollenwijk in Brussel.

Ook putte Dallet uit eigen ervaringen. “Ik verbleef zelf een paar maanden in een psychiatrisch ziekenhuis. Die ervaring wilde ik delen, maar ik wist niet hoe. Omdat het moeilijk was om over zulke persoonlijke en intieme ervaringen te praten, besloot ik er een dansstuk over te maken. Voor mij maakte die ervaring in het psychiatrisch ziekenhuis deel uit van een zorgtraject. Wat me opviel als danser, was dat het lichaam volledig afwezig was in dat traject.”

Voir, toucher, s’aimer fort stuurt weg van het psychiatrische en klinische, maar de scenografie van Darius Dolatyari-Dolatdoust is wel heel intiem. Het publiek zit eromheen. De dansers bewegen op gelijke hoogte. De titel zegt veel over de aftastende houding van de personages die Dallet en Azagury neerzetten. “In het ziekenhuis was weinig sprake van aanraking, wel van blikken. De eerste contacten in de gemeenschappelijke ruimtes legde je met de ogen. De choreografie is een verkenning van die momenten vóór het lichamelijk contact. Van de pogingen tot toenadering en ontmoeting. Momenten van observatie die niet per se zichtbaar zijn, maar wel voelbaar.”

“Aanraken is je realiseren dat je niet alleen bent. Het is begrijpen hoe verschillend we zijn. Dat is een van de redenen waarom ik een tegenspeler koos die een heel andere leeftijd heeft dan ik. Ik raak een huid aan die heel anders is dan de mijne.”

Duet op leeftijd

Dat intergenerationele is zelden te zien op het podium, vooral in de dans. “Ik wilde vooral recht doen aan mijn ervaringen in het ziekenhuis, waar ik vooral werd omringd door ouderen. Je zou op de danswereld dezelfde kritiek kunnen hebben als op de reclame- en modewereld met al die jonge, frisse en krachtige lichamen. Odile is op sommige momenten zelfs veel krachtiger dan ik. Gezien haar leeftijd wordt ze sneller moe en heeft zij andere behoeften dan een intensieve productiviteit aan te houden. Maar haar lichaam is beter getraind, en door haar ervaring heeft ze soms minder twijfels.”