Menu

Iets gezien in de stad? Meld het aan onze redactie

Site by wieni

Dansinstituut P.A.R.T.S. maakt dertig jaar school: blijven bewegen of blijven staan?

Michaël Bellon
© BRUZZ
28/01/2026

Anne Van Aerschot

| 'Rosas danst Rosas' is ondertussen 500 keer opgevoerd.

Met het festival 164VANVOLXEM vieren Rosas, P.A.R.T.S. en Ictus hun vernieuwde site in Vorst. Maar wat ooit begon als artistieke tegendraadse kracht is vandaag een instituut: hoe maakten deze huizen school, en wat betekent dat voor wie erna komt?

Vandaag is dansschool P.A.R.T.S., opgericht door Anne Teresa De Keersmaeker en toenmalig Munt-directeur Bernard Foccroulle, dertig jaar oud. Toen de school startte, was de reputatie van De Keersmaekers dansgezelschap Rosas al groot. De nu 65-jarige choreografe maakte in 1980 het meer theatrale Asch en in 1982 haar dansdebuut Fase. Rosas brak in 1983 meteen internationaal door met Rosas danst Rosas, dat ondertussen vijfhonderd keer is opgevoerd, en tijdens 164VANVOLXEM, het festival waarmee Rosas, P.A.R.T.S. en Ictus deze week hun nieuwe thuisbasis inhuldigen, centraal staat. Nadien volgden meer dan tachtig creaties in 45 jaar tijd.

Om de innovatieve kracht van het werk van Rosas te typeren, werden zeker in de beginjaren de fusie met theater, de vrouwelijke autonomie, en de strakke, stijlvolle vormgeving genoemd. Maar vooral de scrupuleuze omgang met de muziek en de voorliefde voor geometrische patronen vielen op en worden vandaag zelfs bestudeerd.

Sara Jansen is verbonden aan Rosas, maar ook aan het door Europa ondersteunde onderzoeksproject DanceMap, en aan het multidisciplinaire onderzoekcentrum Counterpoint rond dans van de KU Leuven. Zij onderzoekt onder meer hoe De Keersmaeker te werk gaat bij het creëren. “In Rosas danst Rosas zie je al dat patronen uit de natuur of de wiskunde worden gebruikt om grondpatronen op te baseren en structuur te brengen in de ruimte, maar ook in de tijdsindeling. Ook de analyse van de muziekcompositie speelt meestal een belangrijke rol. Patronen en structuren in de muziek kunnen opgepikt worden in de dans. Vaak is er ook een spanningsveld tussen dat mathematische en de emotie.”

Bij de oprichting van Counterpoint werd zelfs gesproken over 'eyetracking' om na te gaan hoe toeschouwers kijken naar die complexe choreografische patronen. Al lijkt het zeker in een groepsstuk voor toeschouwers onmogelijk om de hele ruimtelijke compositie letterlijk op de voet (van de dansers) te volgen. Zelfs al is De Keersmaeker die looplijnen al vroeg zichtbaar gaan maken op de scène – met licht en tapijt, tape, krijt of zelfs zand. Jansen: “Die markeringen zijn functioneel voor de dansers. Voor het publiek scheppen ze meer een bepaalde suggestie die de beleving van de choreografie kunnen versterken.”

Autonome studenten

Toen de oprichting van P.A.R.T.S. werd aangekondigd, dachten sommigen dat Rosas figuurlijk 'school zou maken', en dansers zou kweken voor het gezelschap, maar dat was van bij het begin uitdrukkelijk niet het opzet. Om de drie jaar begint een nieuwe groep van een veertigtal bachelors, die de wereldwijde audities met een achthonderdtal kandidaten overleven, aan een stevig curriculum met brede intellectuele vorming.

Charlotte Vandevyver, sinds het pen­sioen van Theo Van Rompay adjunct-­directeur van de school: “De artistieke praktijk van Rosas is zichtbaar aanwezig op de site, maar het programma van de opleiding is volkomen autonoom en de studenten krijgen heel veel artistieke input van andere artistieke stemmen. De dansers die doorstromen naar Rosas doen dat via audities. De rest komt op heel uiteenlopende plekken terecht of gaat zelf werk maken.”

De invloed van P.A.R.T.S. op Brussel als dansstad is wel aanzienlijk. “Het merendeel van de studenten wil graag in Brussel blijven”, zegt Vandevyver. “Een aantal keert terug naar het thuisland, of beweegt tussen de twee. P.A.R.T.S. vormt dus voor een stuk het 'dansveld'. Om de drie jaar doen we bij de alumni een enquête die toont dat de meesten in de danswereld terechtkomen. Al veroorzaakte covid even een knik, en is het in een context met minder vaste gezelschappen en druk op de cultuursector belangrijk om ook op de professionele zelfredzaamheid van onze studenten te blijven inzetten.”

Na dertig jaar P.A.R.T.S. staat de teller op honderden afgestudeerde studenten, onder wie Sidi Larbi Cherkaoui, Lisbeth Gruwez, Mette Ingvartsen en Salva Sanchis. Ook het aantal docenten is indrukwekkend. “De expo over 30 jaar P.A.R.T.S. op ons festival gaat ook in op hun rol, en in de reeks Dancing dialogues kijken we naar de pedagogische thema's die we in de toekomst centraal willen stellen. Zoals die naar inclusie, of de betekenis van excellentie vandaag”, zegt Vandevyver.

Turbulente jaren

Je zou kunnen zeggen dat Rosas moeiteloos overeind blijft tussen de 'concurrentie' die het zelf ten dele creëert via P.A.R.T.S. Na de beginjaren nam het gezelschap vlot de millenniumwissel met grote succesproducties als Drumming en Rain. Nog eens tien jaar later gooiden En attendant en Cesena hoge ogen in Avignon. De laatste tien jaar beantwoordden A love supreme (John Coltrane), Bach-projecten zoals de Brandenburg concertos of The Goldberg variations, en Il cimento met Radouan Mriziga (in april hernomen in de Munt) moeiteloos aan de verwachtingen. De Keersmaeker won talloze prijzen, eredoctoraten en eretitels. Onlangs in Japan nog de keizerlijke 'Praemium Imperiale', door sommigen aangezien als een Nobelprijs voor de kunst, met eerdere winnaars als Ingmar Bergman, Akira Kurosawa of Martin Scorsese.

BRZ 20260128 Rosas danst Rosas

Jean-Luc Tanghe

Die laatste bekroning kwam er na twee turbulente jaren. Toen Lies Martens in 2023 codirecteur werd van Rosas, moest zij meteen een financiële crisis managen. “Rosas is een andere compagnie geworden na de coronacrisis. Ervoor speelden we bijna 250 voorstellingen per jaar. Er waren eigenlijk twee dansgezelschappen: eentje om te creëren en eentje voor repertoire. Omdat we door covid, het krimpen van de cultuurbudgetten en het terugplooien op artiesten uit eigen land minder of niet konden toeren, moesten we heel zorgvuldig nagaan wat we nog met wie konden doen, en hoe we slagkrachtig konden blijven met een verkleind team in een nieuw organisatie­model.”

In 2024 kwam een andere pijnlijke zaak aan de oppervlakte. Zeventien ex-dansers en ex-medewerkers getuigden in De Standaard over “de machtsspelletjes, vernederingen en bodyshaming die zij ervaarden toen zij de voorbije jaren werkten bij Rosas (door De Keersmaeker, red.)”. De Keersmaeker en Rosas verzekerden de partners in de sector dat de zaak intern ter harte werd genomen. Nadien volgden ook mondelinge excuses: “Ik neem de volledige verantwoordelijkheid voor het werkklimaat (…). Ik ben me ervan bewust dat louter verantwoordelijkheid nemen en excuses aanbieden voor zaken uit het verleden niet genoeg is (…). Mensen verwachten een daadkrachtige aanpak gericht op het creëren van een betere toekomst (en) een betere werkomgeving.”

Voormalig persmedewerker Hans Galle, die als slachtoffer de zaak mee openbaar maakte, nadat hij zich intern niet gehoord had gevoeld en ontslag had genomen, gaf in een op sociale media gedeelde brief aan De Keersmaeker aan dat hij de reacties niet voldoende vindt. “Dat je in de tussentijd bij Rosas een ander traject bent aangegaan (…) doet niks af aan de schade die je hebt veroorzaakt, en die herstel je daarmee ook niet. (Je) excuseert (je) als de persoon die verantwoordelijk is (voor het gezelschap), maar niet expliciet als dader zelf (…) je benoemt (je) fouten niet. (…) Echte excuses zijn persoonlijk en concreet.”

Blijvende relevantie

Ondertussen is Rosas, naast bijvoorbeeld Ultima Vez van Wim Vandekeybus, een van de instituten die nog altijd overeind staan op de 'Vlaamse golf' van succes in de podiumkunsten sinds de jaren 1980. Ook makers als Jan Lauwers, Ivo Van Hove en Alain Platel losten toen de oude generatie af. Deze 'Tachtigers' in de podiumkunsten lijken een volgend generatieconflict te kunnen verzachten of vermijden door opvolgers kansen te geven. Rosas steunt bijvoorbeeld ook de Brusselse kunstenwerkplaats Workspacebrussels.

Ondertussen wordt de artistieke relevantie niet in vraag gesteld. In een reeks korte essays voor het tijdschrift Rekto:Verso over 'programmatorenpraktijken' vraagt de Brusselse choreograaf Michiel Vandevelde, die ook ervaring heeft als programmator, zich af wie na die vernieuwende golf van 45 jaar geleden dan wel de nieuwe niche zou kunnen zijn die de oude vormen omverwerpt.

Toen de kritische theatermaker Chokri Ben Chikha Vlaanderen cultureel vertegenwoordigde op de wereldexpo in Dubai, voerde hij in Flemish primitives de Vlaamse podiumkunsten op als exportproduct. Zijn jonge, diverse cast maakte een pastiche van De Keersmaeker, Vandekeybus en Platel, om aan te geven dat het Vlaamse cultuurbeleid niet zó rijkelijk en voorzienend is dat jong talent er snel een weg en zichtbaarheid vindt. Maar de knipoog naar de bijna pensioengerechtigde choreografen bleef vriendelijk en erkentelijk. Alleen toen het Kaaitheater in 2019 een nieuwe artistieke leiding zocht, kwam er reactie op verkennende gesprekken met Rosas en P.A.R.T.S., wat duidde op de vrees voor een te grote artistieke voetafdruk.

In Leuven was die vrees er dan weer niet, toen bleek dat Rosas de uiteindelijk succesvolle kandidatuur van Leuven als Culturele Hoofdstad van Europa steunde. Thuisstad Brussel was concurrerend kandidaat met Molenbeek 2030. Lies Martens wil duidelijk aangeven dat Rosas geen partij koos: “Die samenwerking kwam er op vraag van Leuven, en toen ze kwam, heb ik onmiddellijk met de mensen van Molenbeek 2030 gebeld om te vragen hoe zij dat zagen. Voor hen was er geen probleem, omdat zij met hun project een andere focus hadden.”

DancingKids en DancingKets

Hebben Rosas en P.A.R.T.S. ook een grotere interesse en een breder publiek voor hedendaagse dans kunnen bereiken? In de beginjaren volbracht Rosas mee de emancipatie ten opzichte van ballet, en introduceerde het mee herkenbare alledaagse lichaamsbewegingen en gebaren in de danstaal. Daar kwamen ook invloeden uit de breakdance bij. Steve Reich, Ictus, Bach, Vivaldi en tal van jazzmusici kregen als muzikale inspiratiebron het gezelschap van Brian Eno, Brel, Meskerem Mees of Jean-Marie Aerts. Humor en zelfrelativering waren altijd aanwezig, maar werden steeds zichtbaarder. Dat Beyoncé in 2011 Rosas plagieerde in de videoclip bij haar single 'Countdown' was nieuw, maar misschien toch ook niet zo verrassend. De kruisbestuiving tussen pop en hedendaagse dans (van bij het begin een evidentie bij iemand als Vandekeybus) heeft zich alleen maar voortgezet. Zo stond P.A.R.T.S.-alumnus Lisbeth Gruwez al in de AB, en is het daar in april de beurt aan Femke Gyselinck en haar broer Lander met Figures of speech.

P.A.R.T.S. en Rosas bereiken ook een breder publiek dat zelf danst. Populair aan het begin van het millennium waren de Bals Modernes, waarop grote groepen mensen samen kleine choreografietjes aanleerden.

Vandevyver en Martens wijzen ook op het toegenomen belang van ontwikkeling en participatie na de recente renovatie. “Verschillende artiesten die op het festival staan, hebben we geholpen in hun carrière, en geven we studioruimte en technische ondersteuning. DancingKids is een project van Rosas dat in 2005 van start ging en nu elke zaterdag 440 kinderen verwelkomt, terwijl 90 ouders op dat moment yogalessen kunnen volgen. DancingKets wordt daarop een aanvulling met eenmalige workshops. We hebben een seniorenwerking, dance battles in samenwerking met de gemeenschapscentra, en zijn met een scholenwerking begonnen. Het festival toont tevens wat de samenwerking van P.A.R.T.S. met het Gentse Platform K voor dansers met een mentale beperking kan betekenen.”

164VANVOLXEM, 30/1 > 14/2, 164vanvolxem.brussels