Van café Belga tot ijswinkel Gaston en hotels als Mix Brussels: zowat elk populair horecaterras in Brussel bestaat vandaag uit felgekleurde, metalen stoelen en banken. De verdienste van Ateliers J&J, een designstudio uit Etterbeek die nu al honderd horecaklanten in heel Brussel bedient én uitbreidt naar Frankrijk. “Een terras is een echt communicatiemiddel geworden.”
©
Tiene Carlier
| Koffiebar Drache op de Vismarkt kocht recent knalblauwe terrasstoelen van Ateliers J&J.
Felblauwe bankjes, krukken en even blauwe tafels op de stoep. Koffiebar Drache aan de Brandhoutkaai opende pas twee jaar geleden, maar kocht begin deze lente al nieuw meubilair voor haar terras. “Mijn vorige terras kwam gewoon van Leen Bakker. Dat waren heel lichte stoelen die de klanten voortdurend verplaatsten,” legt zaakvoerder Timothy Cohen uit. Niet handig, want zijn stoep moest voldoende vrij blijven voor voetgangers en aan de beschadigde stoelen had hij niets. Hij zocht dus naar een zwaarder materiaal, relatief betaalbaar en het liefst nog passend bij het feloranje van zijn logo en luifel. “Een medewerker tipte mij Ateliers J&J uit Brussel. Ik kende het niet, maar ze werken zeer persoonlijk en ik kon mijn eigen kleur kiezen,” zegt Cohen.
Nochtans hoef je op deze zonnige dagen niet lang te zoeken naar een kruk of tafel van datzelfde Ateliers J&J. Cohens overburen op de Vismarkt bij ijswinkel Gaston hebben al enkele jaren een stalen terras van het Brusselse bedrijf, alleen dan in het rood, wit en blauw. De cafés Chaff in de Marollen, Flora in Sint-Gillis en Belga op het Flageyplein waren bij de eersten die ruim tien jaar geleden hun flashy stoelen aankochten, respectievelijk in het zwart, knalgeel en rood. Verschillende van die eerste projecten - Gaston, Flora en later ook Mix Brussels - zijn ingericht door Lionel Jadot, die in zijn projecten doelbewust voor kleinschalige, lokale makers kiest.
©
Tiene Carlier
| Café Belga op het Flageyplein koos als een van de allereersten voor knalrode stoelen van Ateliers J&J.
Intussen doen zowat alle hippe nieuwkomers mee. Van koffiebar Kami in Sint-Gillis en bakkerij Aube in Vorst tot het nieuwe Cali Brunch in Sint-Pieters-Woluwe en hotel The Standard in de Noordwijk. Zaken als Fish Tank in de Marollen, Dinghi op het Kasteleinsplein of Mix Brussels in Watermaal-Bosvoorde kleuren de stad al snel tot een regenboog aan horecaterrassen.
“In Brussel hebben we nu al iets meer dan honderd horecazaken ingericht,” zegt oprichter Jean Angelats van Ateliers J&J. En de bestellingen blijven binnenlopen, ook uit de rest van het land. “In Gent kregen we het voorbije jaar zeker twintig vragen om terrassen te ontwerpen. In Franse steden zoals Nantes zien we hetzelfde en er komen ook bestellingen uit Zwitserland,” zegt Angelats. De Franse Brusselaar verhuisde zelfs zijn productieatelier recent naar het zuiden van Frankrijk, terwijl de hoofdzetel nog in Etterbeek is gevestigd. “Al onze productie blijft wel beperkt tussen Frankrijk en België. Ik wilde altijd semi-industrieel werken. Dat vraagt best wat optimalisatiewerk en een goede vertrouwensband met de leveranciers, die achter het project moeten staan om de prijzen correct en toegankelijk te houden.”
Angelats richtte Ateliers J&J in 2012 op met een jeugdvriend, maar sinds diens vertrek werkt hij al enkele jaren in tandem met de Frans-Griekse architecte Daphné Keraudren. Hun catalogus telt nu een dertigtal modellen aan metalen stoelen of tafels, die je elk in vijftien kleuren kan bestellen. “Dat maakt het meer persoonlijk dan een terras van het Deense merk Hay, bijvoorbeeld, en bovendien goedkoper,” vindt Timothy Cohen van Drache. Voor koffiebar Bouche in de Naamsestraat bedacht Ateliers J&J zelfs verstelbare banken om toch recht te zitten op de hellende stoep.
Communicatiemiddel
Persoonlijk en flexibel dus, maar niet noodzakelijk uniek in Brussel. Kunnen we stilaan spreken van een Brussels icoon, in navolging van de Parijse bistrostoelen? “We zijn nog niet zo goed bezig als Maison Drucker, maar we werken eraan,” lacht Jean Angelats. Dat bedrijf ontstond in de late negentiende eeuw in Parijs: hun gevlochten bistrostoelen zijn daar intussen erkend als levend erfgoed. Oorspronkelijk in stevig rotanhout uit de Franse kolonies, vandaag dikwijls wat robuuster gemaakt met een laagje plastic. “Wij kunnen deze trend nog een lange tijd levendig houden,” zei de huidige zaakvoerder van Maison Drucker daarover eens bij het Britse tijdschrift Monocle.
©
Tiene Carlier
| Bij koffiebar Bouche in de Naamsestraat zijn de banken verstelbaar.
“Ik heb de indruk dat een goed caféterras is zoals een nieuwe outfit of schoenen: om aandacht te blijven trekken, moet je die af en toe vernieuwen,” zegt Brussels horecaondernemer Frédéric Nicolay. Hij richtte in 2001 café Belga op en later Bar du Matin in Vorst, maar werkte destijds nog met metalen terrasstoelen van brouwerij Vedett. “Dat kwam zowel mij als Vedett goed uit, want wij werkten samen voor hun nieuwe marketingcampagne en ik had nog stoelen nodig.”
Pas toen hij Belga en Bar du Matin aan nieuwe uitbaters overliet, lieten die ook het terras herinrichten en verdwenen de grijze stoelen. “Dat was net tijdens de periode waarin Ateliers J&J opgang maakte in Brussel.” Bij Belga koos men voor felrood, bij Bar du Matin kleurt het terras al enkele jaren geel en blauw. “Zodra andere horecazaken zien dat een bepaalde trend werkt, doen zij dat na,” zegt Frédéric Nicolay. Hij blijft er zelf liever nuchter onder. “Het zijn mooie stoelen en ze zijn natuurlijk moderner dan de bistrostoelen uit Parijs, maar nu ook niet revolutionair. In Spanje en Portugal bestond die metalen stijl al lang. Ook in Frankrijk bestaan enkele commerciële concurrenten, zoals Chaise Nicolle of Fermob.”
“In Gent kregen we het voorbije jaar zeker twintig vragen om terrassen te ontwerpen.”
Oprichter Ateliers J&J
Jean Angelats zou het naar eigen zeggen zelf niet fijn vinden als zijn stoelen eenheidsworst werden in heel Brussel. “Brussel en België hebben een sterke geschiedenis rond architectuur en design, dus per definitie een cultuur waarin mensen daar smaak en interesse voor koesteren. Als vakmensen worden wij hier uitgedaagd om niet zomaar objecten zonder ziel te ontwikkelen,” vindt hij. Zeker niet nu een terras meer en meer deel uitmaakt van horecabranding. Angelats: “Een terras is vandaag een echt communicatiemiddel geworden voor horecazaken en de terrascultuur is wat mij betreft Belgisch: het is behoorlijk zeldzaam om in het buitenland zo'n grote etablissementen te vinden. Dat geeft de Belgische terrassen een nog grotere identiteit.”
Diversiteit stimuleren
De vraag naar zo'n groot en tegelijk opvallend terras heeft wel wat praktische randvoorwaarden. Cafés moeten rekening houden met de juiste regels van hun gemeente, mogen voetgangers niet hinderen en besparen hun eigen personeel het liefst een lumbago. “Wij zijn op zoek gegaan naar een moderne invulling van een terras met modulaire krukken en banken, die je snel kan verplaatsen en dus niet te zwaar mogen zijn. Je moet ze tenslotte elke ochtend weer buiten zetten,” zegt retail manager Jaideep Sidhu van Wide Awake Coffee. Die koffieketen koos voor hun terrassen in het stadscentrum en Elsene bewust níet voor Ateliers J&J, maar voor Duplex, een andere jonge meubelmakerij uit Anderlecht. “Omdat zij met gerecycleerd materiaal werken, duurzaam zijn en goed bestand tegen de Belgische regen, maar ook omdat zij goed passen bij ons concept. Wij maken niet alleen koffie, wij willen onze klanten in het algemeen een vernieuwende en verrassende ervaring bieden.”
©
Tiene Carlier
| Jaideep Sidhu van Wide Awake Coffee koos voor meubilair uit gerecycleerd materiaal van de Brusselse meubelmakerij Duplex. “Ze brengen, net als wij, vernieuwing.”
In Elsene kleurt hun terras nu donkergroen, in het centrum bordeauxrood. “Kleuren nodigen mensen sneller uit en ze zorgen rond een hoekpand langs twee straten bovendien voor één identiteit,” zegt Sidhu. “Zeker in kleine koffiebars groeit het belang van een terras, want op de weinige zonnige dagen die Brussel telt, willen mensen écht genieten buiten. Ik zou het toeristisch gezien geen slecht idee vinden om meer moderne en diverse terrassen te zien in Brussel. Veel van die metalen stoelen zijn zelfs niet eens zo comfortabel, maar wel esthetisch plezant.”
Het Anderlechtse Duplex krijgt voorlopig vooral terrasbestellingen vanuit Frankrijk, onder meer van bedrijfsrestaurants, culturele centra en een keten aan microbrouwerijen. Het zal Ateliers J&J dus nog niet meteen van de troon stoten: in Brussel sprong naast Wide Awake alleen Holy Bagels mee op de kar. Al zijn er wel een hoop zaken die hun binnenmeubilair door hen lieten verzorgen.
“Ateliers J&J heeft de terrasmarkt echt wel veroverd dankzij hun solide materiaal en stapelbare stoelen,” zegt medeoprichter en brand manager Aldo Dalla Palma van Duplex. “Dat kunnen wij niet doen omdat we met bouwafval en minder voorspelbaar materiaal werken. Het is zeker fijn om te zien hoe een identiteit uit een stad naar voren komt. Het doet de Brusselse identiteit opleven zoals de typische bistrotafels en -stoelen dat in Parijs doen,” vindt Dalla Palma, “maar ik hoop vooral dat er meer Brusselse meubelmakers op de markt komen, zodat onze projecten verder gestimuleerd worden.”
Nu Ateliers J&J de Belgische, Franse en Zwitserse markt verkent met een Brussels handelsmerk, komt hier misschien ruimte voor vernieuwing. Of het een trend is of gewoon een goed product, zal moeten blijken. “Ik heb mezelf als klant nog nooit laten afschrikken door een lelijk terras,” zegt Timothy Cohen van Drache. “Ik heb gewoon gekozen voor een mooi, snel en efficiënt bedrijf uit België. Iedereen kiest een ander model en kleur, dus het duurt nog wel even vooraleer de hele stad er vol mee staat.”
Lees meer over: Brussel , Resto & Bar , Economie , Ateliers J&J , Jean Angelats , Studio Duplex , caféterras