Hoe Union de Congolese onafhankelijkheidsstrijd in gang zette

Op 16 juni was het exact zestig jaar geleden dat de eerste rellen uitbraken in de Congolese onafhankelijkheidsstrijd. Congo’s equivalent van ‘De Stomme van Portici’ vond niet plaats in een theaterzaal of na een politieke meeting, maar wel in en rond een voetbalstadion, en na een wedstrijd van Union Saint-Gilloise.

Op 10 juni 1957 vertrok Union van de luchthaven van Melsbroek naar Leopoldstad (Kinshasa) voor een drie weken durende zomertournee. Het programma zat eivol, met demonstratiewedstrijden, ontmoetingen met kolonisten en hoogwaardigheidsbekleders en tal van excursies. Dergelijke tournees gebeurden wel vaker in de jaren vijftig: Beerschot, Anderlecht en Standard waren Union al voorgegaan.

Voetbal was razend populair in Belgisch-Congo. Voor de kolonisten - een kleine 75.000 man sterk - was de sport een link met hun thuisland. In de kolonie waren ploegen opgericht die luisterden naar namen zoals Daring, Antwerp en Racing Club. In Luluaburg, zo’n 1.200 kilometer van Leopoldstad, was er zelfs een lokaal Union Saint-Gilloise uit de grond gestampt...

Gilloise Union vertrekt naar Congo BRUZZ 1575
Belgische missionarissen hadden het voetbal bij de ‘inheemse’ bevolking geïntroduceerd. Dat ging niet zelden gepaard met de nodige paternalistische trekjes. De Britse voetbalhistoricus David Goldblatt omschreef het treffend toen hij Congo aan het einde van de jaren vijftig typeerde: “Een natie waarin voetbal en de Kerk, gekoppeld aan sociale controle en geweld, de centrale ingebedde erfenis waren van de Europese aanwezigheid.”

De toestand in 1957 was sowieso explosief. De Belgische regering had net een langzaam democratiseringsproces voor haar kolonie in gang gezet. In het najaar zouden de eerste lokale verkiezingen onder meer in Leopoldstad plaatsvinden. Bovendien had Ghana enkele maanden tevoren een signaal aan heel Afrika gegeven door onafhankelijk te worden.

Maar de lont van het buskruitvat werd eigenlijk aangestoken door een lokale selectie van spelers uit Leopoldstad die net terug was van een maand rondtoeren in België. Daarin zaten spelers zoals Paul Bonga Bonga, Léon Mokuna en Lucien Ndala, die alle drie een mooie carrière in de Belgische competitie zouden uitbouwen. In een busje, gesponsord door winkelketen Sarma, reisde het exotische elftal door ons land. Overal hadden ze veel bekijks. Anno 1957 waren er nog maar weinig landgenoten die al een zwarte Afrikaan in levenden lijve hadden gezien. Dat leidde soms tot pijnlijke situaties: de spelers kregen regelmatig nootjes en racistische opmerkingen naar het hoofd geslingerd.

Stampvolle stadions
De Congolezen waren wel verantwoordelijk voor stampvolle stadions. Na een 9-1 nederlaag tegen Anderlecht begon het ook op het veld goed voor hen te lopen. Ze speelden gelijk tegen Beerschot en Standard en wonnen van La Gantoise. De avonturen van de selectie werden in Leopoldstad op de voet gevolgd in de lokale pers. Bij hun terugkeer begin juni, werden ze als volkshelden ontvangen. Op het veld hadden ze bewezen dat ze hun voet letterlijk naast de superieur geachte kolonisators konden zetten.

Union, met de ranke sterspeler Paul Van Den Berg in de rangen, had intussen zijn eerste wedstrijd op Congolese bodem eenvoudig met 6-0 gewonnen van een gemengd Europees-Congolees elftal. Op 16 juni stond een confrontatie met de uit België teruggekeerde volkshelden op het programma. De match had nog om een andere reden een enorme propagandawaarde: het was de eerste keer dat een Europees elftal het op zou nemen tegen een team dat volledig uit Congolezen bestond.

Gilloise van den Berg avec les lunettes au Congo BRUZZ ACTUA 1575
De wedstrijd vond plaats in het volgelopen Stade Roi Baudouin, gebouwd onder impuls van scheutist ‘Tata’ Raphaël de la Kethulle. Voor de bouw had de man honderden Congolese schoolkinderen ingezet...

Zestigduizend toeschouwers zagen hoe Union het verrassend moeilijk had tegen de goed op elkaar ingespeelde Congolezen. Vooral Mokuna blonk uit. Toen de Europese scheidsrechter enkele discutabele beslissingen nam en twee Congolese doelpunten afkeurde, kookte het al verhitte thuispubliek over.

Union won uiteindelijk met 4-2, maar toen de Unionisten na de wedstrijd het publiek wilden groeten, kregen ze stenen naar het hoofd gesmeten. In allerijl werden de spelers naar de kleedkamers geloodst, terwijl er rellen uitbraken in en rond het stadion. In Congo schetst David Van Reybrouck de rellen, maar vooral de verbazing van de blanken: “Bij het verlaten van het stadion reageerden bills, arbeiders, werklozen, drommels, kwaaie mamans en scholieren hun razernij af op de omgeving. Auto’s van blanke kolonisten die het stadion wilden verlaten, werden bekogeld met stenen. Zoiets hadden die nog nooit meegemaakt. Voetbal moest het volk toch gedeisd houden.”

De Unionselectie werd ontzet uit het stadion. Via omwegen, om de ‘inheemse’ wijken van de stad te vermijden, werden ze terug naar hun hotel gebracht. De omgeving van het stadion werd intussen in een slagveld herschapen. Vijftig wagens sneuvelden en er vielen 132 gewonden. Twee weken lang zouden alle voetbalwedstrijden in Leopoldstad verboden worden. De massa moest afkoelen.

Union zelf zette zijn tournee nadien in alle rust voort. Volgens Van Den Berg werd het best nog “een aangename en leerrijke reis”, al hadden hij en zijn ploegmaats niet door dat ze net, onbedoeld, de Congolese onafhankelijkheidsstrijd definitief in gang hadden gezet.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Lees meer over
Meer nieuws uit Brussel

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?