Sportcolumn David Steegen: Redder van Belgisch voetbal

De meesten van mijn schoolvriendjes waren Standard- en RWDM-supporters. Op het Athenée Royale de Koekelberg zijn veel jongetjes zonen van ingeweken Walen. Ik ben het enige Nederlandstalige jongetje. Ik heb er nooit last van gehad. Integendeel, mijn ouders verschillen niet van de hunne. Ook zij zijn vanuit de provincie - Limburg - in de hoofdstad neergestreken.

In de klasjes van mijn dochters van elf en negen - de cruciale leeftijd om de ultieme clubkeuze te maken - zie je dertig jaar later, elke maandag, jongetjes getooid in de kleuren van Anderlecht, Club Brugge en zelfs Cercle Brugge. Mijn jongste is voor Anderlecht, maar ze is helemaal weg van Tom De Sutter. Voor Cercle heeft ze ook een zwak. Ze speelt hockey met het shirtnummer van De Sutter (10). Ik wilde op haar leeftijd altijd in de 11 van Rensenbrink spelen. En slapen.

Vorige dinsdag mocht ik de jeugdploegen van FC Brussels even toespreken. Een hele eer. De jeugdwerkers waren samengekomen in de cafetaria van het zwembad van Molenbeek. De schepen van Sport roemde hun inzet en bevestigde de goede voortgang van het ingrijpende infrastructuurwerk. De jeugdschool van de opvolger van RWDM is altijd al een voorbeeld geweest. Johan Walem, Steve Colpaert en Wesley Sonck zijn opgeleid in Molenbeek.

1975. De wonderjaren van RWDM. Een klein jongetje uit Strombeek bezoekt bijna alle thuiswedstrijden van RWDM. Samen met vader, afkomstig uit West-Vlaanderen, gaat hij zijn idolen, Johan Boskamp, Willy Wellens en co, bewonderen aan de Mettewie. Zijn moeder baat een kapsalon aan de Mutsaard uit. Enkele maanden na de (enige) titel van de fusieclub keert het jongetje met zijn ouders terug naar Kortrijk. Hij is net tien geworden.

De emigratie is niet makkelijk. Zo moet hij plots op zijn elfde Nederlandstalig onderwijs volgen. Een hele aanpassing. Maar voetbal versnelt de integratie. Hij wordt keeper en haalt de kern van de eerste ploeg van Club Brugge. In maart 1987 valt hij in voor de uitgesloten keeper Philippe Vande Walle. Uit tegen RSC Anderlecht. De enige wedstrijd die hij op het hoogste niveau speelt, op een boogscheut van de Mettewie. Hij is nooit helemaal prof geweest, daarvoor komt hij net iets te kort. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid. Tijdens zijn voetballoopbaan leert zijn oom hem zaken doen. Hard labeur in de bouw, op de werf, maar ook ernaast.

Na een keeperscarrière in tweede klasse wordt hij 'manager' van KV Oostende. Een rekbaar begrip; hij doet zowat alles. Transfers regelen, sponsors zoeken, verwende voetballers mentaal en logistiek bijstaan, scouten, tot zelfs opdienen en afwassen voor de vips. De topjaren van de flamboyante voorzitter Vergeylen, de visser Lycke in de goal en de virtuoze Polen Swietek en Janik. KVO is een vefrissende bries in eerste klasse.

Dat kunstje doet hij over bij SV Roeselare. Met hen haalt hij zelfs Europees voetbal. Dat hebben ze bij blauw-zwart, even verderop, goed gezien. Precies twintig jaar na zijn invalbeurt op RSCA debuteert hij als sportief manager van Club Brugge, de grootste uitdaging uit zijn loopbaan.

Donderdag is het bijltjesdag. Als Club zich niet plaatst tegen Bern, dan heeft zijn transferbeleid gefaald. Blauw-zwart haalt het. Het jongetje van de Mutsaard is nu officieel de redder van Club Brugge. Luc Devroe is een Brusselaar.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?