Nieuwe stedenbouwkundige regels: 'Groene netwerken en elke woning een terras'

De werf voor ZIN, de vervanger van het WTC, in de Noordwijk© KH/BRUZZ

Levendige benedenverdiepingen, meer groendaken en terrassen, een propere openbare ruimte en minder autoparking. Het zijn maar enkele van de aanbevelingen voor nieuwe stedenbouwkundige regels die een expertenpanel donderdag heeft overgemaakt aan de Brusselse regering. In hun rapport staan concrete oplossingen voor de hedendaagse uitdagingen waarmee bouwpromotoren en stadsplanners geconfronteerd worden.

Het gaat om aanbevelingen om de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) te hervormen, zowat de bijbel voor architecten en bouwpromotoren in Brussel. Wie wil renoveren, bouwen of zelfs slopen moet ervoor zorgen dat zijn dossier voldoet aan alle bepalingen uit de GSV. Door de jaren heen is dat document nogal ingewikkeld, oubollig en moeilijk leesbaar geworden. De Brusselse regering plant daarom een hervorming van de tekst, met de focus op levenskwaliteit.

Het 65 bladzijden tellende rapport van een twaalfkoppig panel – met daarin architecten, stadsplanners, ingenieurs en ook bouwmeester Kristiaan Borret – kreeg dan ook de toepasselijke naam ‘Good Living’. Het doel van de tekst: de regels simpeler maken, zodat ambtenaren en architecten ze beter kunnen toepassen, en tegelijk ook aanpassen aan de hedendaagse normen op vlak van klimaat en vorm. Het resultaat van de denkoefening is een bundel van 23 aanbevelingen en 90 oplossingen.

1720 BogdanenVanBroeck-04
© Bart Dewaele
| Oana Bogdan (l) zat de expertencommissie voor (archief)

In hun advies doen de experten een hele reeks thematische aanbevelingen, gaande van dichtheid over de ontwikkeling van een koeltenetwerk tot de ontruiming van de openbare ruimte. Grosso modo kunnen de adviezen ondergebracht worden in drie thema’s, namelijk stedelijkheid of alles wat te maken heeft met de gebouwschil, open ruimtes en bewoonbaarheid. Een bloemlezing van de opvallendste tips:

  • Activering van de stedelijke plint

Het expertenpanel benadrukt het belang van de benedenverdieping of de sokkel van de Brusselse gebouwen. Die vormen “het scharnier tussen de straat en de bovenlaag, tussen privé en openbaar,” maar bij renovaties en nieuwbouw wordt er te weinig aandacht aan besteed. Deze plint wordt te vaak op dezelfde manier behandeld als de bovenliggende niveaus, klinkt het. Om meer interactie tussen de gebouwen en de openbare ruimte te realiseren, doen de experten een aantal concrete voorstellen.

Een eerste is de vaststelling van de minimumhoogte van de eerste verdieping op 4 meter boven straatniveau. Dat geeft meer mogelijkheden met betrekking tot de functies. Gevels die minder dan 8 meter breed zijn, mogen geen garagedeuren meer bevatten. Er moet ook een minimum aantal aan ramen toegevoegd zijn, om blind gevels te vermijden. Om de openbare ruimte beter te kunnen inkleden, opperen de architecten bovendien om dorpels dieper te maken. Op een bredere vensterbank kunnen nu eenmaal meer planten staan. Of een diepere gevelopening kan ruimte bieden aan een bankje.

ZIN dakterras
© Befimmo/Jaspers-Eyers/51N4E/L'AUC
| Verplichte buitenruimtes en groendaken behoren tot de aanbevelingen.
  • Renoveren en verbouwen, in plaatsen van sloop en nieuwbouw

Bouwen is een proces dat veel materialen en energie verbruikt. Dit verbruik van grondstoffen is te verantwoorden als het gebouw een voldoende lange levensduur heeft, maar sinds de jaren negentig is de levenscyclus van gebouwen korter geworden. Om de hoeveelheid afval en CO2 sterk te verminderen in de bouwsector wil het expertenpanel principes vastleggen die de renovatie privilegiëren. Zo zouden promotoren in het kader van de vergunningsaanvraag moeten verantwoorden waarom een verbouwing niet mogelijk is.

Elke uitzondering moet goed gemotiveerd zijn, aldus het expertenpanel. En als een afbraak zich dan opdringt, moet de bouwheer de principes van circulaire economie maximaal onderschrijven. Tot slot beveelt het expertenpanel ook aan om nieuwe gebouwen makkelijker aanpasbaar te maken, zodat renovaties in de toekomst technisch én economisch interessanter worden.

  • Hitte bekampen met groen-blauw koeltenetwerk

De zomers het Brusselse stadscentrum zijn gemiddeld 3 graden warmer dan in de periferie. En ook het aantal warme periodes verdrievoudigt er ten opzichte van op het platteland. Dergelijke hitte-eilanden ontstaan door het gebrek aan waterdoorlaatbare gronden en de verharding van open ruimtes. Nu de aarde sneller opwarmt, wordt de impact van dat verschijnsel op de Brusselaar ook groter.

De experten willen daarom in de nieuwe GSV regels opnemen die vegetatie, waterpartijen en schaduw promoten. Op die manier ontstaat een groen-blauw koeltenetwerk. Ook witte daken met een hoog weerkaatsingseffect en groendaken voor de ontwikkeling van biotopen moeten volgens het panel structureel worden aangemoedigd. De experts willen ook zwarte daken verbieden.

Daarnaast wordt ook gekeken naar de privé tuinen: de grootste groene ruimte van Brussel. Eigenaars worden best verplicht om minstens een boom aan te planten, en te ontharden. “Een oplossing kan zijn op elk perceel een maximum aan verharde ruimte op te leggen, dat voldoende laag is.”

1750 Steps 4
© Saskia Vanderstichele
| Deelsteps maken de openbare ruimte rommelig.
  • Vermijd rommel in de openbare ruimte

De ruimte voor voetgangers wordt vandaag de dag veel intensiever gebruikt dan 20 jaar geleden. De concurrentie is er groter. Denk maar aan de aanwezigheid van deelsteps of vuilnisbakken, het verlangen om meer ruimte te creëren voor bomen, beschermingselementen zoals paaltjes of jerseys. De trottoirs worden rommelig, maar die obstakels komen de veiligheid of rust van de voetganger niet altijd ten goede.

Het expertenpanel vindt dat de openbare ruimte vrijgehouden moet worden. Een wildgroei aan straatmeubilair kan voorkomen worden, door functionaliteiten te combineren. Een zitbank kan tegelijk een bloembak zijn, bijvoorbeeld. Er wordt ook voorgesteld om ondergronds afvalcontainers aan te leggen, een minimale doorgangsbreedte vast te leggen (voor rolstoelgebruikers bijvoorbeeld) en een maximumpercentage aan straatmeubilair op te leggen.

  • Buitenruimtes voor alle gebouwen

De coronacrisis heeft de nood aan buitenruimtes blootgelegd. De huidige voorschriften schrijven deze niet voor, maar de experten willen ze verplichten bij gebouwen die bestemd zijn voor de langdurige aanwezigheid van personen, zoals huizen of kantoren. Dat mag een tuin, terras of dak zijn.

Concreet wil het expertenpanel vastleggen dat de buitenruimte bij nieuwbouwprojecten minstens even groot moet zijn als 10 procent van de binnenruimte. Voor een appartement van 90 vierkante meter, wordt dat dus een terras van 9 vierkante meter. Daarnaast moet er vanaf tien woningen een gedeelde buitenruimte beschikbaar zijn.

Ook betaalbare studentenhuisvesting, co-livingprojecten, gedeeld gebruik van parkings en de splitsing van eengezinswoningen moeten in de GSV beter omkaderd worden. "De breedte van het openbaar domein voor gemotoriseerde voertuigen, met inbegrip van parkeerplaatsen, zou beperkt moeten blijven tot maximaal 50 procent. Voetgangerszones zouden minstens 2 meter breed moeten zijn," aldus nog de experts.

1748 Pascal Smet 01

Oana Bogdan, die de expertencommissie voorzat, stelde bij de voorstelling van het rapport van de commissie dat het nodig is om de GSV proactief te maken. Er is nood aan een flexibel instrument, dat gericht is op de kwaliteit en niet zozeer op de rechtszekerheid. De vorige, uit 2006 daterende, teksten waren uitzonderlijk gedetailleerd opgesteld, maar dat maakt de vergunningsaanvragen omslachtiger en leidt niet meteen tot kwalitatieve bouwprojecten.

De verordening stelt vooral hoge kwaliteitseisen waaraan elk detail moet voldoen. Dat is een heel defensief uitgangspunt, aldus het panel. Goede stedenbouwkundige oplossingen blijken daardoor soms onmogelijk, puur omwille van de vorm. De experten pleiten daarom voor vereenvoudiging, die omkadert zonder al te veel drempels op te leggen.

Coherente beoordeling

Momenteel focust men bij de controle van bouwaanvragen doorgaans op technische aspecten. “Maar een conform project is niet noodzakelijk een goed project. Een goed project wijkt soms eens af van de regels,” klinkt het. Daarom moet de evaluatie meer gericht zijn op kwaliteit en op de ontwikkeling. Daarnaast zijn ambtenaren niet consistent en is er volgens het panel te weinig overleg tussen gemeente en gewest. Meer netwerksessies of gezamenlijke werf- en tentoonstellingsbezoeken moeten een coherente visie ontwikkelen.

Tot slot stelt het expertenpanel een herstructurering van de GSV voor. De huidige thematische opbouw is weinig samenhangend. Aan primaire punten, zoals huisvesting of gebouwkenmerken, evenveel waarde gegeven als aan pakweg reclamevoorschriften.

Op basis van het eindrapport zal de Brusselse regering nu de nodige stappen zetten om de GSV te hervormen. "Van het ontwerp van de stad van morgen heb ik geen administratieve of politieke zaak willen maken," zegt staatssecretaris voor Stedenbouw Pascal Smet (one.brussels). "Ik heb me laten begeleiden door deskundigen en me breed bevraagd. Deze expertencommissie heeft revolutionair werk verricht. Hun erg concrete en hun transversale aanbevelingen wijzen ons de weg. Ik wil dan ook dat Good Living ambitieus, duurzaam en toekomstgericht is."

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.

 

 

Meer nieuws uit Brussel
Vooraan op BRUZZ

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?