summer vibe

De bibliotheek van Roel Jacobs: lezen om te schrijven

© Bart Dewaele
| Historicus Roel Jacobs: "Ik was een prille tiener toen ik alles wou lezen over de farao's."

Van de zesduizend boeken die de persoonlijke bibliotheek van schrijver-historicus en conferencier Roel Jacobs telt, is er niet een dat hij niet op z’n minst doorgenomen heeft. “Ik herinner me niet ooit een week niet gelezen te hebben,” zegt hij.

Jacobs woont in een historisch pand in de Hopstraat in de Vijfhoek, waar zijn boekencollectie is ondergebracht in een laag, langwerpig lokaal recht tegenover zijn appartement. Zijn bibliotheek oogt weliswaar indrukwekkend, maar minder dan op zijn vorige adres, waar hij plafonds van vier meter hoog had en dus ook net zo hoge boekenrekken. Voor de foto is die nieuwe stek minder overweldigend. Dat dat jammer is, daar zijn we het over eens.

Farao's

Jacobs heeft een tiental boeken en lijvige brochures over geschiedenis geschreven, vooral over de geschiedenis van Brussel: “Ik herinner me dat ik al heel jong interesse had voor geschiedenis en archeologie. Ik kreeg tijdens de verplichte studie - ik moet tussen de twaalf en de vijftien jaar oud geweest zijn - onder mijn voeten omdat ik van alles aan het opzoeken was over de farao’s. De studiemeester van dienst vond dat tijdverlies en maakte me belachelijk voor mijn medeleerlingen. Een mooi voorbeeld van hoe je jongeren niet moet aanpakken, maar gezien mijn karakter heeft het voorval me er vooral toe aangezet om koppig door te gaan met geschiedenis.”

Maar toch koos Jacobs er op zijn achttiende niet voor om geschiedenis te studeren, maar rechten. Dat heeft alles te maken met het sociale milieu waarin hij geboren en grootgebracht is. “Mijn ouders waren kleine middenstanders en als je in die kringen de kans kreeg om te studeren, moest je wel een nuttige richting kiezen. Mijn moeder zei: ‘Met een diploma archeologie kan je alleen in het onderwijs terechtkomen of voor een rijkaard werken die opgravingen kan betalen, en geen van beide zal lukken met jouw profiel.’ Ik moet toen al behoorlijk karakterieel gestoord geweest zijn.”

Zesduizend boeken is enorm, maar toch wil Jacobs geen verzamelaar genoemd worden. Een verzamelaar is op zoek naar mooie boeken, en alhoewel Jacobs zich ook voor kunstgeschiedenis interesseert, was schoonheid geen criterium. “Een verzamelaar is uit op boeken die op zichzelf waarde hebben, ongeacht de inhoud. Die mensen hebben pech: bibliotheken worden tegenwoordig verramsjt. Maar dit terzijde. Ik ben altijd op zoek geweest naar beschadigde boeken - mij interesseert de tekst – waarmee ik veel geld heb uitgespaard.”

La Réserve Précieuse

Iedere boekenliefhebber wordt het zwaar te moede als hij wegens plaatsgebrek boeken moet wegdoen, ook Jacobs heeft het al meegemaakt. “Ik heb destijds een zeer polemisch boek over de geschiedenis van Brugge geschreven (Brugge, een stad in de geschiedenis, red.) en hield daar een uitgebreid boekenbestand aan over. Ik vroeg me af wat ik ermee moest aanvangen nu jonge mensen denken dat ze alles van het scherm kunnen halen. Ik heb de collectie uiteindelijk aan de ULB geschonken die ze heeft ondergebracht in de Réserve précieuse, dat zijn schenkingen die apart beheerd worden. Ik had dus nogal wat literatuur waarmee ik het volslagen oneens was – maar je moet je vijand kennen om hem te verslaan - maar die misschien voor andere onderzoekers nuttig kan zijn, alhoewel er aan de ULB steeds minder studenten zijn die Nederlands kennen en aan de VUB steeds minder studenten die Frans kennen. Dat vertellen bevriende professoren van beide universiteiten me. En dat stemt me eerder pessimistisch voor de studie van de geschiedenis van Brussel.”

Geen fictie

Dat Jacobs zijn collectie aan de ULB heeft geschonken en niet aan de VUB heeft te maken met de onderwerpen die hij aansnijdt en persoonlijke sympathieën, zegt hij. “Ik ken gewoon meer mensen aan de ULB met wie ik ideeën deel, zoals Claire Billen en Anne Morelli.”

Dat Brugge-boek, dat ondertussen al meer dan twintig jaar geleden in het stadhuis werd voorgesteld, heeft heel wat heisa veroorzaakt. Angelsaksische kranten kopten dat het centrum van Brugge nep was, de woordvoerster van de stad had het enorm druk. “Het middeleeuwse Brugge is een uitvinding van de negentiende-eeuwse conservatieve katholieken die volop neo-gotische gebouwen lieten optrekken. Brugge was middeleeuwser in de 19e eeuw dan het ooit in de middeleeuwen geweest is.

Geschiedenis als literatuur

Jacobs heeft nooit fictie gelezen, tenzij die nuttig was voor zijn historisch onderzoek en lezingen. Zo heeft hij ook een uitgebreide collectie ‘historische’ stripverhalen. “Er is een tijd geweest dat geschiedenis ook literatuur was, je moet echt eens de toespraak lezen die Karel Buls heeft gehouden bij de inhuldiging van het beeldenpark aan de Kleine Zavel. Dat is de mooiste radicaal-liberale of beter links-liberale toespraak die in de 19e eeuw gehouden is. Het is een schitterende tekst en als een politicus een schoon discours houdt, kan je er donder op zeggen dat hij die niet zelf geschreven heeft. Het was Alphonse Wauters, een man die vijftig jaar stadsarchivaris van de stad geweest is, die Buls laat zeggen dat Egmont en Hoorn martelaars waren. Het volk had martelaars nodig, in wie het zijn eigen miserie herkende. Wauters zegt met andere woorden: als die twee hun hoofd er niet was afgehakt, dan waren ze geen standbeeld waard geweest.”

Geschiedenis is ook ideologie, maar je moet de geschiedenis wel recht doen, zegt Jacobs. “Ik erger me bijvoorbeeld blauw aan de Vlaams-nationalisten die denken dat Brueghel een boer was die boeren schilderde. Brueghel was net heel internationaal. Natuurlijk zijn het niet de wetenschappers aan de universiteiten die dat zeggen, zij zijn even goed als andere historici, maar er gaapt een oceaan tussen wetenschap en publieksgeschiedenis. De enige manier om naar de geschiedenis van Vlaanderen te kijken is vanuit een stedennetwerk, waarin Brussel een belangrijke politieke rol speelde."

Keizers en wandtapijten

"De steden waren complementair. Antwerpen zou Antwerpen niet geweest zijn zonder Brussel en omgekeerd. Er zijn nog altijd Vlamingen die denken dat Karel V een Vlaming was omdat hij in Gent geboren is, terwijl er geen stad is waar hij tussen zijn achttiende en zijn vijfenvijftigste meer tijd heeft doorgebracht dan Brussel. Ik heb dat bestudeerd in opdracht van het museum van de Coudenberg. Brussel was in de 16e eeuw het belangrijkste politieke centrum, waar de politieke elite er alles aan deed om de adel te lokken. Niet omdat ze zo op de adel gebrand waren, maar omdat de adel de luxeproducten van de atypische Brusselse industrie kocht. En als de hertog van Bourgondië Brusselse wandtapijten kocht, dan wilden de paus en de koning van Frankrijk ook wandtapijten.”

Met Jacobs kan je dagen praten over de geschiedenis van Brussel, maar een nieuw boek staat niet op stapel. “Boeken schrijven vraagt veel te veel tijd in verhouding tot de opbrengst en je bent de gijzelaar van de uitgever. Dikke boeken verkopen niet meer, voor mijn Brussel-boek had ik een uitgebreid notenapparaat, maar dat kan er tegenwoordig niet meer bij. Ik heb wel geluk had. Met mijn eerste boeken ben ik zelf naar een uitgever moeten stappen, maar nadien ben ik gevraagd en dan verkeer je in een andere positie. Maar ik schrijf regelmatig een artikel voor de ‘Cahiers Bruxellois’ en dit jaar word ik geïnterviewd over Brueghel in het blad van de Cercle d’histoire en in het blad van ’t Goudblommeke.”

De bibliotheek

BRUZZ gaat deze zomer op zoek naar verhalen in de bibliotheek van vier Brusselaars.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?