Culinair Ontdekt: Biercultuur

“Heeft België de craftbeertrein gemist?” zo las ik ergens op het internet. Het is wat met die biercultuur, tegenwoordig. De onze is zelfs erkend als ‘niet materieel werelderfgoed’ door de Unesco. Wat er niet materieel is aan bier, dat snap ik ook niet helemaal, maar goed.

“Je kunt op twee manieren geld verdienen,” zei een wijs man mij ooit. “Verkoop de mensen lucht of verkoop ze water.” Lucht verkopen? Dat zijn chips, bijvoorbeeld. Al eens de prijs van chips vergeleken met die van aardappelen? Mooie marge. De rest is lawaai en zout. Wc-papier is ook zo’n mooi voorbeeld. Op vernuftige wijze heeft men lucht gevangen tussen dunne laagjes papier en dan opgerold. Wij geven er goed geld aan uit.

En dan is er water: het beste voorbeeld is bier. Oorspronkelijk een vorm van brood, maar dan met veel meer water erbij, een ‘glazen boke’. Bier is een erg makkelijke manier om met water geld te verdienen. Kijk maar naar oude foto’s van de Belgische dorpen, na de kerk was de brouwerij het grootste gebouw. De brouwer was de rijkste inwoner, niet de bakker of de beenhouwer.

Door de schaalvergroting verdwenen de dorpsbrouwerijen een voor een, tot in de jaren zeventig en ver daarna. Maar vanaf die tijd begon ook een tegenbeweging. We herinneren ons de heroïsche strijd van brouwers als Pierre Celis (Hoegaarden), Jean-Pierre Van Roy (Cantillon) of Frank Boon, waar de jongeren op zaten te wachten. Later begonnen ook nieuwelingen zoals de Dolle Brouwers van Esen met hun Oerbier (‘nat en straf’). Ook ik bereikte de legale leeftijd om een pint te mogen bestellen en het was in jeugdclub ’t Sleutelgat in Haren dat de bierwereld voor ons openging. Die diversiteit, daar hadden wij nog nooit van gehoord: we proefden te veel soorten en fietsten vaak nogal tipsy naar huis. Maar wat heet diversiteit: ik herinner mij nu stroperige en wrange brouwsels en één ongelooflijk vocht, de Witte van Neerijssche in oeroude flesjes, dat als klonters in het glas uitstortte. Wij vonden het allemaal boeiend, maar eigenlijk, achteraf bekeken, waren de meeste daarvan gewoon slecht. “Some people make the same mistake for fifty years and call it tradition,” schreef iemand ooit daarover. Die biermakers waren nooit naar school gegaan, die deden wat hun grootvader hen had geleerd en de dorpelingen, die kenden niets anders. Zij dronken schimmelige bacteriesappen. Geen wonder dat de heldere fabrieksbieren zo populair werden.

Bier maken is niet moeilijk, heb ik geleerd. Lekker bier maken is al wat ingewikkelder. Maar elke week, jaar in en jaar uit, lekker bier maken van constante kwaliteit, daar ligt pas het meesterschap. En dat is wat er met de moderne bierrage ontspoort.

Eerder dit jaar bezocht ik een piepkleine hippe brouwerij, in een buitenland waar craft beer erg in opgang lijkt. Het onooglijke pand in een gerenoveerde industriële wijk had een weinig geloofwaardig aantal brouwsels op de kaart. “Wij maken elke week twee soorten bier en gebruiken elke keer een ander recept,” zei de brouwer. Zo is het makkelijk, dacht ik bij mijzelf. Wanneer alle nieuwsgierigen een flesje of zes hebben gekocht en thuis geproefd, is het brouwsel verdwenen. Vergeten in de brouwgeschiedenis. Niemand kan een tweede impressie krijgen, want het bier bestaat niet meer en wordt ook niet meer gemaakt. Was het lekker? Was het niet te zuipen? Nooit zullen we het weten. Andere week, ander bier.

Gelegenheidsbieren hebben allicht altijd bestaan. Seizoensbieren bijvoorbeeld, maarts bier, kerstbier. Maar toen kwamen de evenementsbieren: de spits werd afgebeten met Rubensbier tijdens het Rubensjaar 1977, Brussel volgde met Ketje voor de duizendste verjaardag van de stad in 1979 en Luik in 1980 met Notger. Het hek ging helemaal van de dam in 1986, het Jaar van het Bier. Net zoals met alles wordt de versheidsdatum van nieuwe producten altijd maar korter, dat is zo met computers en dat is zo met bier. Durfde ik anno 1983 nog te zeggen dat ik een bierkenner was, vandaag is dat onmogelijk en daarenboven slecht voor de lever. Ik plooide mij terug op de tijdloze klassiekers en laat de craftbeersneltrein aan mij voorbijgaan. Le temps n’a pas de respect pour ce qui se fait sans lui, stond er op de muur van Brouwerij Cantillon. Mijn Gedacht! Smakelijk.

Culinair Ontdekt met Nick Trachet

Nick Trachet weet wat lekker is en is niet te beroerd die kennis te delen. Van appel tot zeemonster, wekelijks.
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
BRUZZ Magazine
deze week
  • Onderzoeksrechter Anne Gruwez: 'De mens is altijd meer dan die ene vreselijke daad'
  • Ronde van Brussel : Sint-Gillis
  • Bruggenbouwer Laurent Ney: 'Ik droom van bruggen'
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
Neem een abonnement