interview

De expo van Magritte door de ogen van cartoonist Steve Michiels

© Heleen Rodiers

Vijftig jaar na zijn dood willen de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten aantonen dat René Magritte nog steeds springlevend is. Wie we daar niet meer van hoefden te overtuigen? Cartoonist en stripmaker Steve Michiels – tweede voornaam: René. Moet hij er nog een tekeningetje bij maken?

De zon moet verschroeiend hebben geschenen, die nacht van 23 februari 1970, toen in Lokeren, in een kamer zo groot als een appel, Steve Michiels ter wereld kwam. Grootvader stak acht pijpen op, een duif vloog gaten in de lucht, het regende mannen met bolhoeden, en voor het bakstenen muurtje van de doe-het-zelfhandelaar verzamelden een canon, een arbre en een corps de femme voor een spelletje ‘klop, klop, wie is daar?’ Het onverwachte antwoord!

We vatten met het bovenstaande misschien niet geheel en al de waarheid als een koe bij de horens, maar feit is dat de maan het onbeschreven blad dat Steve Michiels toen was, zo gunstig heeft beschenen, dat er 47 jaar later een geknipte compagnon uit ontsproot voor een vroeg bezoek aan Magritte, Broodthaers & de hedendaagse kunst, de tentoonstelling waarmee de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in de verf willen zetten dat de Brusselse meester van het surrealisme René Magritte 50 jaar na zijn overlijden nog steeds volop doorwerkt in de beeldende kunsten.

1588 Steve Michiels9
© Heleen Rodiers
Weliswaar zonder het werk van de stripmaker en cartoonist, die op zijn zestiende debuteerde in de Gazet van Zele om vervolgens voor onder meer De Morgen, Humo, Knack, Vrij Nederland, Fluide Glacial én BRUZZ ongewone scènes uit de burgerlijke schemering te puren. Maar wel met topstukken die kwamen overgevlogen uit het Centre Pompidou, het Los Angelse County Museum of Art, het New Yorkse MoMA en het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam – zoals Woordbreuk der beelden, de ‘Ceci n’est pas une pipe’ die voor het eerst sinds 1971 weer te zien is in België.

En met werk van onder meer Keith Haring, Andy Warhol, Sean Landers, Robert Rauschenberg, Gavin Turk, David Altmejd, Martin Kippenberger, Jasper Johns, On Kawara, Ed Ruscha en, bovenal, Marcel Broodthaers. Met een speelse spanning tot gevolg tussen het werk van de surrealistische meester en de subversieve, woordspelige dichter-beeldend kunstenaar, die de bolhoed, een liefde voor Mallarmé en het probleem van de taal en het statuut van het beeld kritisch overnam van de meester.

De niet zo verre buur
“Het heeft veel langer geduurd voor ik Broodthaers wist te plaatsen,” vertelt Steve Michiels in de eerste tentoonstellingszaal, waar de expo aanvangt bij Het onbeschreven blad (1967), het laatste doek dat Magritte afwerkte, en een reeks foto’s en een video waarin Broodthaers en Magritte zich op hun guitigst aan de wereld tonen. “Je hebt wat meer uitleg nodig om hem ten volle te kunnen begrijpen."

"Daarin schuilt de grote kracht van Magritte: de beelden spreken heel sterk op zichzelf. Met Magritte kan je direct aan de slag, net zoals je naar een renaissanceschilderij kan kijken zonder de geschiedkundige context ervan te begrijpen. Je kan genieten van de afbeelding, van de manier waarop ze gemaakt is. En het blijft toch een goeie schilder. Ondanks het feit dat de oren van de man met de bolhoed veel te groot zijn of het hoofd van die vrouw dan weer te klein."

"Een anatomische fout – en dat heb je bij De Chirico ook – kan werken binnen een schilderij. Ik teken zelf graag dingen uit mijn verbeelding, uit het hoofd. Ik teken zelden af, en ik denk dat Magritte dat ook zo deed. Op die manier ontstaat er een wereld parallel aan de realiteit, waarin de afbeelding van een mens, van een pijp en van een maan figureren.”

1588 Steve Michiels7
© Heleen Rodiers
Het schept een universum dat bevreemdend werkt, als “een simpele vraag die onoplosbaar is.” Dat aanhoudende mysterie is deel van de aantrekkingskracht van Magritte op Steve Michiels. “Zijn werk is grappig en speels, maar tegelijk ook heel duister. Zoals het leven, zeker? Zijn werk voelde vertrouwd aan, kwam altijd al heel natuurlijk op mij over: ‘Ja, de wereld is ook echt zo.’ Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik het begreep. Nadat ik de korte strip had gemaakt over mijn band met Magritte, ben ik er steeds meer in gaan geloven.”

In dat beeldverhaal, verschenen in de collectie Bruss.2: Brussels in shorts, bouwt Steve René Michiels (echt waar!) als ‘Klein Stieveke’ bij grootmama en grootpapa in Laken aan zijn identiteit en een thuis in de wereld van het surrealisme, met Magritte als niet zo verre buur. “Ik ben tijdens het maken van de strip regelmatig naar die buurt teruggekeerd. Mijn grootouders zijn in 1949 in de Prudent Bolslaan gaan wonen, een paar straten van Magrittes huis in de Esse­ghemstraat in Jette."

"Ik projecteer het natuurlijk, maar ik voelde de sfeer van Magritte daar heel erg. Ik heb ook nog herinneringen aan die typische Brusselse interieurs met een schoorsteenmantel waar bloemen op stonden. Die setting is me heel vertrouwd. Mijn grootvader leek ook hard op Magritte, dat burgerlijke kantje dat over de stille rebel die hij was, zat."

"Hij heeft altijd bij de buurtspoorwegen gewerkt maar was nog het liefst bezig met zijn post­zegelverzameling, die hij dan aan de kant schoof als het eten werd geserveerd. Een echte burgerman met een kostuum, een hoed en een paraplu. Als een personage uit de schilderijen van Magritte.”

Profijtig flippen
“Ik ben zelf ook nooit de grote rebel geweest,” bekent Steve Michiels. “Aan Sint-Lukas in Brussel had ik zware punkers onder mijn vrienden, die experimenteerden met drugs en alcohol. Ik haalde mijn trip uit het maken van beelden. Ook Magritte is profijtig flippen,” vertelt hij wanneer we voorbij het weergaloze Verboden af te beelden (1937) lopen, de mind trick die Magritte het leven in spiegelde.

“Ons leven speelt zich af op een beperkte oppervlakte. Je gaat naar je werk, je komt weer thuis, je bent moe, je gaat slapen, je staat weer op. Je doorloopt de dag van ontbijt over middagmaal naar avondmaal. Magritte maakt dat boeiend door een paar dingen te verschuiven en anders tegenover elkaar te plaatsen. Door rare combinaties te maken van beelden, geeft hij zijn eigen draai aan de werkelijkheid, veroorzaakt hij een mind twist. Het is een spel van anders naar de werkelijkheid kijken, via de meest banale voorwerpen.”

Zoals in Persoonlijke waarden (1952). “De kamer met het glas en de gigantische kam op het bedje. Een heel mooi schilderij, dat helemaal klopt van sfeer. Daarin zie je toch dat, in weerwil van wat af en toe wordt gezegd, Magritte een goede schilder is. Ik weet wel dat hij heel vlak schildert, maar dat staat volledig in het teken van het beeld en zijn statuut. Het heeft zijn functie."

"Hij moest de dingen enorm conscientieus uitwerken om net dat visuele spel te kunnen bereiken. Hij moest wel ‘plat’ schilderen, net om je op het verkeerde been te kunnen zetten. Dit is echt een oerbeeld voor mij, net zoals De luisterkamer (1958), het schilderij van de appel in het kamertje, dat in de map kunstreproducties van Elsevier stak die mijn moeder, een lerares, thuis liet rondslingeren.”

1588 Magritte
© Steve Michiels

“Magritte is heel warm en tegelijk ook heel koud. Heel toegankelijk en tegelijk heel afstandelijk. Dat contrast dat in zijn werk zit, intrigeert me. Die contradictie, die constante tegenspraak. Maar het is een tegenspraak die niet echt ambetant is, en waar ik misschien zelfs een soort van troost in vind. Je weet dat er van Magrittes wereldbeeld niets klopt, maar het ziet er toch niet slecht uit. Het heeft geen zin om enkel weer te geven wat er te zien is. De dingen waarnemen en ze daarop louter reproduceren, gaat snel vervelen. Als je er een extra draai aan kan geven, wat Magritte altijd deed, dan krijgt de schilderkunst weer zin.”

Zoals in Het woordgebruik (Biomorf personage met woorden) (1927-1929), waar de woorden canon, arbre en corps de femme in een witte wolk zweven. “Je krijgt een bakstenen muurtje en de blauwe fond van de lucht, en de rest mag je zelf aanvullen. Dat is letterlijk ruimte maken voor de verbeelding en de interpretatie van de kijker.”

Of in een schilderij als Het rode model (1953). “Magritte gebruikt de schilderkunst als een manier om ideeën te vertolken. Het idee van een schoen als tweede voet die je rond je voeten doet. Heel mooi hoe hij dat verbeeldt in een schilderij waar voeten veters krijgen. Door zijn beelden bewust vaag te houden creëert hij een soort droombeelden en slaagt hij er bijna in om dromen te visualiseren.”

La vache qui rit
De luchtige scenografie en de interactie tussen Magritte, Broodthaers en de hedendaagse kunstenaars zorgen ervoor dat er in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, “in tegenstelling tot de expo La trahison des images in het Centre Pompidou van een jaar geleden, die meer de filosofische kant van Magritte belichtte”, een zekere speelsheid en vrijheid komen bovendrijven.

Niet geheel ongepast, getuige het pamflet ‘Het surrealisme in volle zon’ uit 1946, waarin Magritte zijn eigen levensblije opvatting van de kunst vatte, en het werk van de lustige schilder die in 1943, tijdens zijn Renoir-periode, een eerste keer de kop opstak, om zichzelf in 1947 en 1948 helemaal te verliezen in de verf in de befaamde période vache.

1588 Steve Michiels12
© Heleen Rodiers
“Het pure schilderplezier dat uit die werken spreekt, de rare verwijzingen, vind ik fantastisch,” getuigt Steve Michiels. “Buiten die periodes heerst bij Magritte behalve het plezier van het bedenken ook de discipline. Die beelden goed krijgen, vergt hard werk. In de période vache gooit hij dat overboord, gaat hij verf smeren en bekijkt hij waar het hem toe leidt. Daar laat hij zich eigenlijk inspireren door het schilderen zelf. De hongersnood (1948) bijvoorbeeld, is bijna Ensor. Het is proeven van de vrijheid zo net na de Tweede Wereldoorlog. Het is leven in het moment, en tegelijk bijna een zelfmoord.”

De doeken uit de période vache maakten deel uit van zijn eerste solotentoonstelling in Parijs, een stad waar hij twintig jaar eerder drie jaar had gewoond en contacten had met de Franse kern van de surrealisten. Het gebrek aan erkenning dat hij uit die kring kreeg, stimuleerde Magritte om een grote mond te gaan opzetten in Parijs.

“Ik krijg ongetwijfeld een pak voor de broek, maar ik ga toch nog een keer hard roepen. Qua je-m’en-foutisme kan dat wel tellen. Daarna keerde hij, onder invloed van Georgette, terug naar een leven als broodschilder, die onder meer zijn succes in de Verenigde Staten moest bestendigen.”

“Magritte is een icoon geworden, ook voor België, dat we door hem het land van het surrealisme zijn gaan noemen. Hij heeft ons een beeld, een beeldtaal, een universele taal nagelaten. Ik heb het gevoel dat er sinds Magritte veel meer mogelijk is geworden. Als je met beeld bezig bent, moet je wel door hem beïnvloed zijn."

"Photoshop had zonder hem misschien nooit bestaan. David Lynch had misschien een minder beklemmende Twin Peaks gemaakt. Herr Seele zou op dit moment misschien zijn zelfportretten niet aan het schilderen zijn. Ik had misschien nooit gefascineerd naar het werk van Glen Baxter en Benoît van Innis kunnen kijken. Wie weet? (Lacht) Magritte kon ook goed vragen stellen waarop hij de antwoorden niet kende.”

> Magritte, Broodthaers & de hedendaagse kunst. > 18/02, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Brussel

WIE IS STEVE MICHIELS?

  • komt ter wereld als Steve René Michiels in 1970
  • debuteert op zijn 16e als cartoonist in de Gazet van Zele en ziet zich vanaf 1993 steeds vaker in De Morgen, Humo, Knack, Vrij Nederland, Fluide Glacial én BRUZZ opduiken
  • studeert aan Sint-Lukas Brussel en verspreidt de opgedane wijsheid later als lesgever aan Sint-Lucas Gent
  • zoekt in 2011 de Burgerlijke schemering op en stoot daar achter de glasgordijnen op een imposante dildoparty
  • doet in 2015 Aix-en-Provence vibreren van jolijt met de expo Pourquoi on ne rit pas avec Steve Michiels
  • vecht in 2016 keihard voor zijn recht om te feesten in Stoelen aan de kant
Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
Lees ook

Expo: David Décamp, Terminarès

expo 1518935400
BRUZZ Magazine
deze week
  • Assita Kanko: 'De N-VA? Ik zit goed bij de MR'
  • Landbouw in Neerpede: hoe lang nog?
  • Weg uit Vlaanderen: hippe senioren verhuizen naar bruisend Brussel
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
Neem een abonnement