Heidi Voet stelt eigen kleren tentoon

© Ivan Put

Voor haar nieuwe project In pieces and parts, dat in première gaat in de Sint-Lukasgalerie, toont beeldend kunstenaar Heidi Voet de inhoud van haar eigen kleerkast. Of toch een bijzondere replica ervan. Eén die leert dat het simplistisch is te zeggen dat de kleren de man of vrouw maken.

Het werk van Heidi Voet overstijgt disciplines en culturen, en houdt de geglobaliseerde consumptiemaatschappij met eenvoudige maar doordachte installaties meer dan eens een (lach)spiegel voor. Na tien jaar timesharing tussen Sjanghai en België, pendelt Voet ondertussen twee jaar tussen Brussel en haar nieuwe woonplaats Taipei in Taiwan. Voor haar nieuwe installatie stapte ze van het vliegtuig met drie grote reiskoffers, gevuld met een kopie van haar eigen garderobe. Omdat ze zelden kleren weggooit, gaat het om ongeveer 150 stuks. De maten en modellen van de replica’s zijn exact dezelfde als die van de kleren in haar eigen kleerkast. Maar de gebruikte stoffen en vooral de kleuren zijn net even anders. De uitzinnige motieven en kleurencombinaties doen onvermijdelijk aan clownskostuums denken. Daarmee vallen de ensembles buiten zowat alle sociale conventies, codes en verwachtingen waardoor onze kledingkeuze normaal wordt beïnvloed.
“Normaal krijg je iemands garderobe nooit helemaal volledig te zien,” zegt Heidi Voet. “Een volledige verzameling kleren zie je eigenlijk alleen maar als iemand sterft of als iemand verhuist. Het is een wezenlijk deel van iemands leven en persoonlijkheid. Doordat ik de laatste jaren behoorlijk wat heen en weer reis, word ik vaak geconfronteerd met het feit dat kleding in een andere culturele context anders gelezen wordt, en dat dezelfde kleren op een andere plek dus iemand anders van je maken. In die zin is migratie een thema van de installatie. Het bewustzijn van je identiteit verhoogt wanneer je je uit een bepaalde context verplaatst. Je publieke verschijning wordt dan in de war gestuurd. Je draagt andere kleren naargelang het gezelschap, de gelegenheid, de plaats of de rol die je speelt. Voor elk kledingstuk een rol en omgekeerd. Dat zijn de ‘pieces’ en ‘parts’ uit de titel.”

Kleren die je in Brussel hip maken, doen dat in Sjanghai daarom nog niet.
Heidi Voet: Alles is gecodeerd, en alles wordt door die codes van je kleren afgelezen: van gender over leeftijd tot cultuur. Toen ik in de Verenigde Staten was, realiseerde ik me dat sport, en dus ook sportkledij, daar veel sterker verankerd zijn in de cultuur dan in Azië, waar de kopieën van die sportkledij hun oorspronkelijke codes verliezen en daardoor wat karakterloos worden of een andere betekenis krijgen. Ook op openingen van tentoonstellingen kan je heel goed aan de kleding van de aanwezigen zien of je je bij Hauser & Wirth bevindt of bij een lokaal kunstenaarsinitiatief.

Clownesk
Op de openingsavond van In pieces and parts werden de replica’s uit de kleerkast van Voet door een groot aantal gasten gedragen. Ensembles die sowieso niet pasten bij de gelegenheid en dus de sociale normen overschreden. Niet alleen omdat zowel T-shirts als bikini’s en avondjurken zonder onderscheid vertegenwoordigd zijn in de klerenkoffers, maar ook omdat de kleurige stofjes waarin de kleren zijn gemaakt allemaal die clowneske uitstraling hebben.
“Die verwijzing naar de clown is belangrijk, maar niet in de zin dat het tijdens de opening om een spektakel of een verkleedpartij ging,” vertelt Voet. “De vanzelfsprekende manier waarop de kleren werden gedragen was juist een understatement vergeleken bij hoe ze eruitzagen. Clowns belichamen wel sociaal onaangepast gedrag en falen en dat is dus ook wat in de code van het clownskostuum vervat zit. De humoristische rol van de clown wordt dan weer meestal door een man gespeeld, terwijl het hier over mijn kleren gaat, waardoor dat stereotype in vraag wordt gesteld. Als het om gewone kleding gaat, heeft de vrouw dan weer een ruimer gamma tot haar beschikking dan de man. Uiteindelijk gaat de installatie dus om veel meer dan kleding. Ze gaat bijvoorbeeld ook over economie. Veel van de kleren die we kopen, worden gemaakt in sweatshops in China of Zuidoost-Azië. Maar deze replica’s heb ik laten maken door kleine zelfstandigen die op de markt een stalletje hebben waar ze naaien. Die kleine economie staat tegenover de massaproductie die we kennen. De overdadige kleuren symboliseren ook de manier waarop we bezit accumuleren, en tegelijk zetten ze ons voor joker omdat we onszelf zo serieus nemen.

Voor alle duidelijkheid: de kleren van de installatie zijn niet te koop.
Voet: De kleren hangen ook niet in een winkelopstelling aan rekken. Ze zijn voor de duur van de tentoonstelling gewoon weer in de koffers gelegd zodat je er door kan snuisteren. Er hangen foto’s van de opening aan de muur, zodat je naar een herinnering kan kijken. Daarna reist het project naar andere steden, waardoor dat idee van migratie nog wordt versterkt. De foto’s van verschillende mensen uit verschillende plekken in dezelfde outfits kunnen misschien weer aanleiding geven tot een nieuw project.

> In Pieces and Parts. > 15/12, Sint-Lukasgalerie

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over

Nieuws uit Brussel in je mailbox?