Philippe Vandenberg: de vitaliteit van de kamikaze

Studio Philippe Vandenberg in Molenbeek© Wouter Cox

Het NICC wijdt een maand lang een bescheiden expo aan Philippe Vandenberg, de schilder, tekenaar en schrijver die tot aan zijn dood in 2009 vanuit de rafelranden van de kunstscene een radicaal en subversief oeuvre de wereld in schopte. Een portret, tussen figuratie en abstractie, via een gesprek met zijn zoons Guillaume en Mo Vandenberghe en onderzoeker Johannes Muselaers, die in het vroegere atelier in Molenbeek het vuur van de genereuze rebel brandend houden.

“Il n’y a que le drame qui vaut d’être peint,” schreef Philippe Vandenberg in ‘La lettre au nègre’ in 2003. Drie jaar later voltrok een tragedie zich in het Brusselse appartement van de 56-jarige verdediger van “les nègres de la peinture”– “les errants, les analphabètres, les hantés, les estropiés, les borgnes, les boiteux, les crocodiles dans le désert.” Op 29 juni 2009 legde Philippe Vandenberg de hand aan zichzelf, na een te kort leven lang een meedogenloos bijtend, volstrekt uniek, radicaal en subversief oeuvre te hebben opgebouwd in tekeningen, schilderijen en teksten. Werk dat het leven mogelijk maakte, dat in sterven en vernietigen de kiemen vond om te blijven vernieuwen, verwonderen, leven. Om “van materie geest te maken, van verf licht.”

Philippe Vandenberg en zijn kinderen (van links naar rechts): Guillaume, Mo en Hélène Vandenberghe, circa 1983
© Mieja D'Hondt
| Philippe Vandenberg en zijn kinderen (van links naar rechts): Guillaume, Mo en Hélène Vandenberghe, circa 1983

De kunst heelt, maar redt niet. “Mes enfants, je vous aime tellement. Je n’en peux plus de solitude. Pardonnez moi,” leest de afscheidsbrief die Philippe Vandenberg bijna tien jaar geleden in zijn appartement achterliet. Het zijn die kinderen – Guillaume, Mo en Hélène Vandenberghe – die, samen met onderzoeker Johannes Muselaers, in het vroegere atelier in Molenbeek de gedachte aan hun vader, de inspirerende kracht van zijn werk levend houden. Guillaume Vandenberghe: “Dat we hem verder zouden promoten, was een evidentie, ja. Familie is altijd heel belangrijk geweest voor hem. Alle boeken die hij maakte, werden opgedragen aan ons. Heel veel werk schonk hij ook elk jaar aan ons. Om zijn oeuvre bijeen te houden, het overzicht te bewaren. We stonden allemaal heel dicht bij hem. En hij bij ons: ook in de keuzes die hij maakte tijdens zijn carrière. Zo is hij ook in Brussel terechtgekomen, hij is Hélène en mij gevolgd, omdat hij nood had om omringd te worden door zijn kinderen.”

“Toen hij stierf, was dat voor ons drie het signaal om de koppen bij elkaar te steken en te bekijken hoe we het zouden aanpakken? We hebben de deur van het atelier op slot gedaan, alles bekeken en gefotografeerd, en gezocht naar een manier om hem en zijn werk uit te dragen. Nu levert de Philippe Vandenberg Foundation hiervoor de structuur. We hebben altijd over later gepraat met mijn vader. Om te creëren heeft hij nooit iemand nodig gehad. Dat was een evidentie voor hem. Hij tekende sinds zijn vijf jaar en heeft dat heel zijn leven gedaan. Maar hij had wel een spreekbuis nodig. Hélène stelde hem dan altijd gerust: ‘We zullen er later voor je zijn.’”

De Philippe Vandenberg Foundation, gehuisvest in het vroegere atelier van de kunstenaar en geleid door zijn drie kinderen (van links naar rechts): Guillaume, Hélène en Mo Vandenberghe
© Joke Floreal
| De Philippe Vandenberg Foundation, gehuisvest in het vroegere atelier van de kunstenaar en geleid door zijn drie kinderen (van links naar rechts): Guillaume, Hélène en Mo Vandenberghe

Een jeugd onder zo een heftig kunstenaarschap lijkt niet evident.
Guillaume Vandenberghe:
Zijn werken zijn heel heftig, maar met een humoristische ondertoon. En voor ons was dat iets normaals. Toen wij klein waren, zagen we onze vader kruisigingen tekenen, maar dat was niet meer gruwelijk dan wat je in de kerk zag. Hij kon heel diep gaan in zijn oeuvre, maar als hij het atelier sloot, kwam hij thuis en was hij er voor ons. Soms was hij wel aan het tekenen en merkten we dat er dingen uit ons quotidienin die tekeningen terechtkwamen. We zijn geboren en getogen met Francis Bacon en Goya, niet met mooie abstracte of figuratieve kunst. Gezellige kunst kenden wij niet echt.

Hij schermde dat niet af voor jullie?
Guillaume Vandenberghe:
Hij was kunstenaar en wij wisten dat dat alles betekende voor hem. We merkten later ook goed wanneer het minder goed liep. Als hij tekende, wisten we dat hij stabiel was, dat hij vooruit kon. Als hij dat niet deed, ging hij door een dal. Maar hij probeerde ook mee te gaan in wat ons bezighield. Toen ik in mijn skateperiode zat, gaf hij mij voor Sinterklaas een skateboard, een trui van Keith Haring of dvd’s van undergroundrapmuziek.
Johannes Muselaers: Het interessante is dat er ook een omgekeerde invloed was: van de kinderen naar de vader, op het werk. In die skateperiode van Guillaume, aan het eind van de jaren 1980, zie je dat er stripfiguren in het werk van Philippe opduiken. Of bij de geboorte van Mo in 1983 maakte hij de cyclus De geboorte. Of de verhuis naar Brussel, die deels was ingegeven door zijn kinderen.

Guillaume, je hebt ook kortfilms gemaakt over je vader. Stond je dicht bij zijn werk?
Guillaume Vandenberghe:
De eerste twee films, La lettre au négreen Jardin noir, zijn gemaakt op vraag van mijn vader. Een maand voor zijn expo in het Caermersklooster in Gent vroeg hij: “Guillaume, kan jij een film maken?” Ik was net afgestudeerd van het INSAS. Dan heb ik aan de filmschool gevraagd of ze nog drie bobijnen film hadden liggen. Ik heb dat allemaal gekregen, mijn leraar had een 16mm-camera, en mijn vader heeft de ontwikkeling betaald van de film. De tweede film was voor een tentoonstelling in New York. De derde, L’âme est vagabonde, heb ik gedraaid in zijn appartement na zijn dood, als een laatste akte. Heel bizar om daar en dan te filmen, maar het moest. Het heeft vijf jaar geduurd voor ik er iets mee heb gedaan. De montage is gebeurd in één dag, ik moest daardoor, dan kon ik weer verder.

Het feit dat hij jou films liet maken over zijn werk getuigt wel van generositeit en vertrouwen.
Guillaume Vandenberghe:
Hij was ook zo: spring in het water en zwem. Verras me. Heel stresserend op een bepaalde manier. (Lacht) Ik moest mij bewijzen. Maar elke keer was hij daar blij mee. Hij had ongelofelijk veel vertrouwen, ook in Hélène, en in Mo als architect. Als je ziet welke risico’s hij nam in zijn leven om elke keer een andere weg in te slaan, terwijl het publiek nog niet had geabsorbeerd wat hij in de vorige tentoonstelling had getoond, dat was voor ons een voorbeeld.

Philippe Vandenberg, L'esprit est voyageur, l'âme est vagabonde I (ensemble of 73 works: oil, blood, charcoal and pencil on wood and canvas, 435 x 650 cm), 1994-1997
© Philippe Vandenberg Foundation; Courtesy Estate Philippe Vandenberg and Hauser & Wirth. Picture: Joke Floreal
| Philippe Vandenberg, L'esprit est voyageur, l'âme est vagabonde I (ensemble of 73 works: oil, blood, charcoal and pencil on wood and canvas, 435 x 650 cm), 1994-1997

Er zit ook een soort urgentie in, niet anders kunnen.
Guillaume Vandenberghe:
Ja, hij moest zichzelf constant opnieuw uitvinden en verrassen.

Mobiel blijven?
Guillaume Vandenberghe:
Ja, continu mobiel zijn. Dat wordt ook heel vermoeiend na een tijd. Maar zo was het wel. Mijn vader is gestorven toen hij 56 was, maar hij heeft geleefd voor 200 jaar. Als je ziet wat hij creëerde, hoe hij creëerde, wat hij allemaal overwonnen heeft in zijn leven, dat is immens. Er zijn mensen die 70 worden en nog geen tiende van zijn leven hebben geleefd. Zijn leven was een soort sneltrein, en hij is vroeg gestorven… maar ik zou het erg hebben gevonden als hij geen avonturier was geweest, als hij de limieten niet had opgezocht. Hij heeft dat wel gedaan en is daarbij misschien een beetje te ver gegaan. (Lacht)

ALS EEN DAME OP VISITE
Mobiel blijven, vloeibaar, ongrijpbaar. Het is een constante, ook nu de Philippe Vandenberg Foundation zich met ontzettend veel zorg en kunde over het werk ontfermt, het verspreidt, inventariseert, tentoonstelt en onderzoekt. Met succes. Philippe Vandenberg wordt intussen vertegenwoordigd door een internationale galerie, en eind 2018 opende een retrospectieve expo, de grootste tot nu toe, in de Hamburger Kunsthalle, die in 2019 doorreist naar het Kunsthaus Pasquart in Zwitserland en intussen ook leidde tot een nieuwe catalogus, uitgegeven bij Hannibal en Koenig Books. Dichter bij huis stelt de Amerikaanse curator Barry Rosen een tentoonstelling samen voor Bozar in het najaar van 2020, en op 8 februari opende het NICC zijn vitrine voor een bescheiden expo. “Het werk is wat het is, we kunnen daar niets aan veranderen. Maar er kijken nu nieuwe blikken naar het werk, jonge generaties herkennen er zichzelf in, vinden er inspiratie in,” vertelt Guillaume Vandenberghe. “Dat is fantastisch. Het opent nieuwe perspectieven.”

“Ik weet dat het niet wij zijn die naar het schilderij kijken, neen, het schilderij kijkt naar ons,” schreef Philippe Vandenberg al in 1998 in ‘Op weg in een kooi is een man, zijn handen rood.”
Mo Vandenberghe:
Hoe je jezelf voelt, bepaalt hoe je naar iets kijkt. Dat was bij hem ook zo. Hij had geen zin om te schilderen zoals hij de dag ervoor al had geschilderd, hij wilde elke keer iets nieuws. Ik denk dat dat ook is hoe wij naar die werken kijken.
Muselaers: Philippe zei: “Een schilderij komt als een dame op visite,” plots is het er. Ook voor hem was dat zo, in het creatieproces: een schilderij arriveerde plots, kwam in evenwicht.
Guillaume Vandenberghe: Wars van de tijdgeest en de heersende modes.
Muselaers: Precies, de iconografie van zijn werken is heel breed, de vindingrijkheid waarmee hij steeds nieuwe figuren bedacht, zoals Jheronimus Bosch of James Ensor dat deden, dat is vrij uniek in de recente Belgische kunstgeschiedenis. Het getuigt ook van lef hoe hij los van trends tussen figuratie en abstractie beweegt, compromisloos, en er dan ook opnieuw van af durft te stappen. Dat is een van de radicale trekken van het werk.
Guillaume Vandenberghe: De laatste jaren kon hij een compleet abstract schilderij maken en daarnaast iets heel figuratiefs. Daar heeft hij een zekere vrijheid in gevonden.
Muselaers: Maar het is niet alles naast elkaar, het is ook altijd iets nieuws. Ongelofelijk.

Of iets ouds.
Guillaume Vandenberghe:
Juist, hij was categorisch in werken vernietigen. Zijn schilderijen leefden rond hem. Op een moment dat een werk hem niet meer aansprak, vernietigde hij het en maakte er nieuw werk van. Soms heeft hij daar spijt van gehad, maar af en toe deed hij het ook zo omdat hij geen geld meer had om een nieuw doek te kopen. De laatste jaren gingen wij samen naar de Marollen om daar afgedankte schilderijen te halen. In het atelier ging hij daar dan met een rollertje overheen. De laatste schilderijen heeft hij gemaakt op wat hij op straat vond. Er staat een heel schoon werkje hier in het atelier: La Madone de Molenbeek, een doosje dat hij gewoon op straat had gevonden. Niks was veilig voor hem. (Lacht)

Philippe Vandenberg in zijn atelier in Molenbeek in 2008
© Jean-Pierre Stoop
| Philippe Vandenberg in zijn atelier in Molenbeek in 2008

Het wijst misschien op de “schizofrenie van al die schilders” in Philippe Vandenberg, zoals hij het zelf benoemde in Een schilder is als Oedipus onderweg, de documentaire van Julien Vandevelde die werd vertoond op de vernissage in het NICC. “Er huizen zoveel schilders in mij, er is niet één Vandenberg.”
Mo Vandenberghe:
Die continue zoektocht is belangrijk geweest. Dat was een struggle, maar het kan ook deugd doen. Als hij het over de laatste jaren van Francis Bacon had, een kunstenaar die hij nochtans heel erg had geapprecieerd, ervoer hij routine in het werk. Werk zonder urgentie. Dat was dood voor hem. Zo is het vroeger ook altijd in onze kop geprent: “Pas op, loop niet in die val!”
In 1987 opende de val van het succes voor hem. Hij merkte plots dat mensen zijn schilderijen kochten. Zonder er ook maar naar te kijken, of als pure investering. In de volgende tentoonstellingen figureerden dan plots Arafats en hakenkruisen en had hij heel die Vlaamse kunstwereld op zijn kop gezet. Dan werd hij plots weer uitgespuwd. En was hij weer vrij.

DE SCHITTERENDE PARADOX
Aan die vrijheid gaat telkens een strijd vooraf. Een strijd die Philippe Vandenberg voert in zichzelf, tussen “de twee extreme types die mij bewonen”: Oedipus en Hamlet. Het type dat handelt zonder na te denken en de denker die inert is. Die tweestrijd verleent tegelijk een grenzeloze durf én een duizelingwekkende diepgang aan zijn werk. Het is een oerkreet, een appel aan lichaam én geest, in beeld en woord, uiterst voelbaar en ultiem onkenbaar. Alsof je blind, op de tast elke keer opnieuw de groeven in je eigen gelaat probeert te ontcijferen.

Philippe Vandenberg, Aimer c'est flageller I, 152 x 302 cm, 1981-1998
© Philippe Vandenberg Foundation; Courtesy Estate Philippe Vandenberg and Hauser & Wirth. Picture: Joke Floreal
| Philippe Vandenberg, Aimer c'est flageller I, 152 x 302 cm, 1981-1998

Philippe Vandenberg toont de mens die weigert zich zomaar in de plooien van de tijd neer te leggen. Die extatisch, ontredderd, bloedgeil, moordlustig, verscheurd, meedogenloos, gekweld, grijnzend, ontbeend of bulderend groeven trekt in het zand. Net voor de vloed. De eeuwige processie naar het onontkoombare einde. Gitzwart, pijnlijk en hilarisch. En net daar komt Philippe Vandenberg nooit aan. In alle generositeit, overdadig en fragiel, schuurt hij voortdurend aan tegen de schitterende paradox van nieuw leven. Ondanks de catastrofes.

De manier waarop hij sprak over die vele schilders in hem, de bijzonder diepgravende, soms pijnlijke teksten die hij schreef, de manier waarop hij zich bijna genadeloos dissecteerde: het maakt duidelijk dat Philippe Vandenberg zichzelf heel goed kende.
Mo Vandenberghe:
Ik denk dat hij niet zozeer goed wist waar hij naartoe ging, maar wel hoe hij ernaar zocht. Maar wat hij ging ontdekken, was elke keer opnieuw een raadsel. Dat was zo zijn hele leven, daarin is hij ook altijd zichzelf gebleven. En in de onherkenbaarheid tussen al die werken wordt hij ook herkenbaar.
Guillaume Vandenberghe: Zijn kleurenpalet is bijvoorbeeld niet veranderd sinds 1985.
Mo Vandenberghe: De manier waarop hij het gebruikte en aanbracht. 30 jaar heeft hij vaak met dezelfde materialen geëxperimenteerd, maar telkens op een andere manier.
Muselaers: Zijn zelfbewustzijn komt heel duidelijk naar voor in zijn teksten. Hij had een diepgaand inzicht in zijn eigen psyche, en hij kende de mogelijkheden van de schilderkunst en van zichzelf als schilder heel goed. Daarin lag ook altijd de moeilijkheid: in het bewustzijn van wat mogelijk is binnen het medium van de schilderkunst, toch te werken vanuit het verlangen om alsnog iets nieuws te doen, iets te ontdekken wat hij niet kende.

Het atelier van Philippe Vandenberg in Molenbeek, circa 2008
© Wouter Cox
| Het atelier van Philippe Vandenberg in Molenbeek, circa 2008

Terwijl hij eerst zijn werken via de materie sterker wilde maken, getuigt hij in Een schilder is als Oedipus onderweg, zoekt hij later naar schraalte, stilte, eenvoud en kwetsbaarheid, en de moed om die bloot te leggen. Als “de ultieme bezwering tegen de maatschappij die ons in alle materialiteit aan het wurgen is.” In die fragiliteit lag het subversieve, vond hij.
Guillaume Vandenberghe:
Je kan zeggen dat in de jaren 1980 de materie een rol speelde in zijn werken.
Mo Vandenberghe: De kracht moest vanuit de materie komen.
Guillaume Vandenberghe: Als een fysieke veldslag op het doek.
Mo Vandenberghe: Een beetje machoschilderijen toch. (Lacht)
Guillaume Vandenberghe: En dan in de jaren 2000 wordt dat plots, worden die dikke lagen verf vervangen door een houten paneeltje met wat krijt, meer een introverte belevenis. Terwijl het eigenlijk om hetzelfde gaat: het waren kruisigingen, net als die dikke kloeften van de jaren 1990. Eigenlijk is het hetzelfde werk, hetzelfde vertrekpunt, maar op een andere manier gebracht. Op het einde had hij al die lagen niet meer nodig, was hij scherper geworden.

Daar zit ook een vrijheid in, het loskomen van de materie.
Muselaers:
Maar het is niet enkel door de reductie van materie dat hij zich kwetbaar opstelde als kunstenaar. De fragiliteit van zijn werk kan zich ook in de compositie vertalen of in zijn vertrouwen om iets op doek te zetten wat hij niet kende of nog niet helemaal had overdacht. Ik denk daarom dat ook deze vorm van kwetsbaarheid, zich open te stellen voor het nieuwe, verwant is aan zijn ‘kamikaze’-attitude. Opeens gaat hij bijvoorbeeld met woorden schilderen. Dat soort werken maken, betekent ook een fragiliteit opzoeken als kunstenaar. Iets vernielen, is ook zelf fragiel worden. Innocence is precisely never to avoid the worst luidt de titel van een van zijn boeken.

Het ergste durven toelaten, zo zette hij zijn kunst op het spel. Met die ‘kamikaze’, die vernietigingsdrang, om aan de gang te blijven, komt ook tijdelijkheid in het spel, het efemere van kunst. Zoals het leven?
Muselaers:
Er zijn veel kunstenaars die dat zeggen, maar ik denk dat dat bij Philippe echt zo was. Ik denk niet dat hij dat bewust opzocht, maar dat het een logisch gevolg was van zijn persoon, zijn kunstenaarschap en zijn opvattingen over het schilderen. Hij heeft altijd beseft dat het vernietigen zo dicht bij creatie ligt, bij het zoeken naar iets nieuws, bij de noodzakelijke evolutie van een oeuvre. In die zin heeft ‘kamikaze’ niet alleen met de dood te maken, maar ook met vitaliteit.
Mo Vandenberghe: Ik heb ook altijd het gevoel dat zijn vernietigde werken nooit compleet vernietigd zijn. Uiteindelijk worden ze onderdeel van een nieuw werk. Zo worden ze bijna eeuwig.

Als een soort voortgang?
Mo Vandenberghe:
Bij zijn dikke werken zie je nog perfect het reliëf en de textuur. Je kan bijna het werk van daarvoor nog lezen. Het vernietigen heeft ook bijna het omgekeerde effect: het doen voortleven van een werk, het een nieuw leven geven.
Muselaers: Het is de onmogelijkheid van de totale vernietiging. Er blijft altijd iets achter, onder de nieuwste laag zie je oudere lagen doorschemeren. Op dezelfde manier heb je die zinnen: “Il me faut oublier”, “Il me faut tout oublier.” Als een soort mantra, die natuurlijk ook gaat over de onmogelijkheid om te vergeten.

OP HOTEL
De onmogelijkheid om te vergeten, betekent ook de onmogelijkheid om te ontsnappen. Philippe Vandenbergs stormachtige artistieke evolutie werd af en toe doorbroken door zware crisissen, die te maken hadden met uitputting en existentiële vraagstukken. In afzondering vond hij bescherming voor de buitenwereld, het alledaagse leven waarin hij het soms moeilijk had te functioneren. “Er zijn veel mensen die naar zijn werk kijken als dat van louter een getormenteerde ziel,” vertelt Mo Vandenberghe. “Niet dat die getormenteerdheid er niet was, maar het was niet het enige.”

Maar het is best wel heftig werk. Gewelddadige scènes, oorlogstaferelen, hakenkruisen… De wereld verschijnt er als een meedogenloze, broeierige plek. Zelfs zijn woordschilderijen zijn herinneringen aan waar de mens in de duisternis toe in staat is.
Mo Vandenberghe:
Ja, maar toch… Al onze musea staan vol beelden van folteringen en onthoofdingen. Dat boeide onze vader ook, en hij is daarin meegegaan. Maar niet omdat hij zodanig getormenteerd was.

Maar hij is wel opgenomen geweest?
Guillaume Vandenberghe:
De eerste keer was bij zijn grote show in het M HKA in 1999, dat was bijna een uitputtingsslag. Hij was kapot, moest opgeladen worden. Liefdesperikelen. (Lacht) Hij had te veel vrouwen en hij raakte daar niet meer uit. Hij moest op afzondering, bijtanken.
Mo Vandenberghe: Tot dan was zijn atelier ook de plek waar hij woonde en waar zijn vrouwen langskwamen. Op een bepaald moment moest hij zelf afstand nemen van zijn atelier om zijn hoofd leeg te maken. Het was ofwel op reis gaan ofwel naar het ziekenhuis in Sint-Denijs-Westrem, in de buurt. “Op hotel,” zoals hij het noemde.

Nu, dankzij jullie werk met de Foundation, leren heel wat nieuwe mensen hem ook kennen. Hoe ligt zijn werk nu?
Mo Vandenberghe:
Veel mensen zien het lef in zijn werk, van gewoon te doen waar je in gelooft. No matter what. De vrijheid grijpen. Veel jonge kunstenaars herkennen dat.
Guillaume Vandenberghe: In België zijn we allemaal heel braaf. Op wereldschaal is Philippe een kunstenaar die vrijheid uitstraalt en soms tamelijk hard gaat, maar hij is lang niet de enige. Maar in Vlaanderen… we zijn hier allemaal brave katholieke mensen. Een groot deel van de kunst wordt gemaakt om in een galerie te hangen.
Mo Vandenberghe: Daardoor merk je dat hij meer en meer een soort cultfiguur begint te worden. Hij heeft niet onnoemelijk veel succes gehad tijdens zijn leven, maar hij is wel altijd blijven geloven in wat hij deed. En blijven gaan. Dat komt nu misschien wat meer boven water, en daardoor wordt hij een soort voorbeeld.
Guillaume Vandenberghe: Het geeft hoop, denk ik. Je kan, als je wilt en doorzet, een oeuvre creëren.

Heeft hij jullie iets bijgebracht?
Guillaume Vandenberghe:
Toch wel, ja. Hij heeft ons altijd een beetje verplicht om niet vast te roesten in één bepaald ding of in één bepaalde stijl. Dat zie je ook bij Mo, hij is compleet open in wat hij doet, of hij nu frituurs in Brussel neerzet of een villa… Daarin zijn we allemaal vrij. Het maakt natuurlijk dat het voor sommige mensen een beetje moeilijk is om volgen.
Mo Vandenberghe: Ja, dat is misschien wel onze erfenis. Hij heeft het ons niet altijd gemakkelijk gemaakt. ‘Houd je perspectief zo breed mogelijk. Elke situatie, elk probleem is anders, en je moet daar in alle geuren en kleuren oplossingen voor vinden.’ In architectuurtermen dan. Wij hebben nu ook een bureau en we merken dat voor ons elk project anders is. We hebben nog geen handtekening. Andere bureaus hebben dat wel, en dat is wellicht commercieel aanlokkelijker, mensen weten graag wat ze gaan krijgen. Het is een manier om nieuwe dingen te vinden in plaats van iedere keer opnieuw te doen wat ons bezighoudt. Nu ja, ik weet niet of hij ons dat heeft aangeleerd. Ik denk dat dat een manier van leven is die het boeiend houdt. In jou, Guillaume, heeft hij meer het maatschappelijke, het politieke aangewakkerd. Het feit dat je met je documentaires behoorlijk de weg bent ingeslagen van…
Guillaume Vandenberghe: … politieke militant? Ik ga gewoon op avontuur. (Lacht)


PHILIPPE VANDENBERG
> 10/3, NICC, www.nicc.be

Philippe Vandenberg Foundation: www.philippevandenberg.be

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws en cultuur uit Brussel in je mailbox?