Richard Venlet: 'Ik heb blijkbaar de neiging om de finaliteit de hele tijd te doorknippen, en alles te zien als een schakel naar iets nieuws.'© Heleen Rodiers

Voor Its walls, floors, ceiling and windows dook de Brusselse kunstenaar Richard Venlet in 25 jaar archief om weer boven te komen met werk dat zich als nieuw toont. Wij trokken naar Bozar voor een blik op een echokamer in opbouw.

Het statige interieur van Victor Horta’s Bozar wordt dezer dagen doorkruist door een resem schijnbaar inderhaast opgeworpen muren, een stel door zip ties aan elkaar gesloten platen, die zich zigzaggend een weg banen onder de goudkleurige hemel van de Koninklijke Rotonde. In een ruimte die schroom en behoedzaamheid inboezemt, lijkt die ingreep bijna oneerbiedig – en dat is het ook een beetje.

Focus

“Ik denk dat die clash belangrijk is,” vertelt Richard Venlet, de Brusselse kunstenaar die tijdens ons bezoek nog volop zijn tentoonstelling Its walls, floors, ceiling and windows aan het opbouwen is. “Qua tentoonstellingsruimtes ben ik vooral geïnteresseerd in wat niet gemakkelijk is, wat een context creëert. Met een white cube kan je ook iets doen, maar mij boeit het meer om het spanningsveld op te zoeken. Tussen een ruimte die host en wat je daarin doet als gebruiker of als exposant. Wat hier gebeurt, functioneert mooi in de architectuur van Horta, maar zet ze tegelijkertijd ook buitenspel. Het is heel dubbel. (Kijkt van de ene kant van de ruimte naar de andere) Zie je het doorzicht dat de tentoonstelling nu creëert? Eigenlijk is het vreemd, want dat heb je anders ook. Maar nu krijg je een soort focus, word je als het ware naar de volgende ruimte getrokken.”

Claus

Richard Venlet spreekt met de ervaring van een kind aan huis. Zonder het te weten misschien, liep u al in zijn werk rond. Hij verzorgde in Bozar de tentoonstellingsarchitectuur van expo’s als Hugo Claus, con amore (2018), The power of the avant-garde: now and then (2016), Anne Teresa De Keersmaeker: work on paper (2015) of bOb Van Reeth: architect (2013). En op Art Brussels 2016 was ook de weergaloos mooie, warmhartige coconarchitectuur van Cabinet d’amis: the accidental collection of Jan Hoet van zijn hand, net als de efemere route doorheen Het afwezige museum in Wiels.
Its walls, floors, ceiling and windows werpt ankertjes uit naar dit soort momenten in het ruim 25-jarige parcours van Richard Venlet.

“De tentoonstelling is opgebouwd uit constructies uit al die jaren, fragmenten van bestaande installaties en tentoonstellingsarchitectuur. De wanden lopen als een structuur helemaal door de tentoonstelling en creëren een voor en een achter, een soort frontstage en backstage, waar je als bezoeker in kan rondlopen. Langs deuren raak je van de ene naar de andere kant, en via plexiglazen wanden krijg je een doorkijk. De wanden hebben de lichtheid van een boek, van een leporello, iets wat je open plooit en wat niet echt een vaste vorm heeft. Het nestelt zich eigenlijk in de omgeving als een bron van mogelijkheden.”

Richard Venlet verzorgde onder andere de expo-architectuur voor de grote overzichtstentoonstelling in Bozar over Hugo Claus, Hugo Claus, con amore (2018)

De suggestie van een muur

“Dit hier is bijvoorbeeld de vloer van Curating the library, die in 2007 in FRAC, Le Plateau in Parijs is getoond,” vertelt Richard Venlet bij een reeks podiumelementen, bekleed met vast tapijt, in een van de antichambres. In 2003 maakten die nog deel uit van een spiegelvolume dat in deSingel in Antwerpen voortdurend op verdwijnen stond. Een ingenieuze doos, een verdwijntruc, tegelijk deel van de buitenwereld en een intieme bibliotheek, die een jaar eerder op de Biënnale van São Paulo stond. “Dit is een soort echo naar die doos. De podiumelementen worden hier gebruikt als setting voor een reeks gesprekken.” Opnieuw een echo.

“Het stuk dat je achter die wand ziet opduiken,” leidt Richard Venlet ons verder rond, “is een reconstructie van de tentoonstelling Kunst in Europa na ’68 in het SMAK in 2014, die in zichzelf al een verwijzing was naar de expo die Jan Hoet in 1980 in Gent organiseerde. In die tentoonstelling was elk portiek geschilderd in deze kleuren, die refereren aan de originele expo van Jan Hoet.”

In dezelfde ruimte, ook achter de leporellowand, hangt een van de spiegels uit de bOb Van Reeth-expo in Bozar. Daartegenover, achter een stel onbeschilderde panelen met een doorgang in de vorm van een amoebe – uit een expo bij het Brusselse KAOS, dat kunst en psychiatrie met elkaar in contact brengt – hangen zilver geschilderde osb-platen, die in 2017 op de Contour-biënnale in Mechelen tegelijk ruimtes verduisterden en een accent vormden in het straatbeeld.

Ettore Sottsass

“En dit,” wijst Richard Venlet op een zwart geschilderd mdf-paneel dat voorlopig nog leunt tegen de tijdelijke wand, “heeft te maken met iets wat ik met Michel François heb gedaan in DOC! in Parijs. Het was een soort paneel waarrond we een reeks werken gemonteerd hadden. Iets tussen een deur en een gat. Het komt nog iets van de grond voor de tentoonstelling.”

We wandelen voorbij een driehoekig podiumelement uit een dansvoorstelling van Einat Tuchman, waar nog plastic spiegelfolie op moet worden gekleefd, passeren een deel van het zilverpaviljoen – Auditorium for Distracted Intelligence – dat Richard Venlet maakte met Ekaterina Kaplunova voor de Biënnale van Louvain-la-Neuve in 2017, en komen langs een uitvouwbare plint die hij in 2014 maakte voor Michel François, als een heldere suggestie van een muur.

Daarboven is een fries te zien, die verwijst naar het motief dat Ettore Sottsass ontwierp voor het tijdschrift Domus in de jaren 1980. “Toen ik student vrije kunsten was aan Sint-Lukas (de afdeling die hij nu coördineert, ks), vond ik dat een heel belangrijk tijdschrift,” vertelt Richard Venlet, “omdat er zowel kunst, architectuur als design in aan bod kwamen. Artikels over nieuwe gebouwen stonden naast stukken over de Biënnale van Venetië. Ik vond dat duizend keer interessanter dan de kunsttijdschriften die op dat moment bestonden. Het is een belangrijke inspiratiebron voor mij geweest, omdat het het samenkomen van verschillende disciplines illustreerde.”

1651 Richard Venlet3
© Heleen Rodiers
| Richard Venlet: "De wanden hebben de lichtheid van een leporello. Het nestelt zich eigenlijk in de omgeving als een bron van mogelijkheden."

De dingen, naakt, gestript

We bevinden ons in het hart van de artistieke praktijk van Richard Venlet: het spel tussen singulier object en drager, dat vanaf 1990 belangrijk wordt.

“Ik toon hier een reeks objecten die ingezet zijn om iets te tonen. Ik word vaak bestempeld als een scenograaf, maar zo zie ik mezelf totaal niet. Scenografie doet te veel denken aan het in scène zetten van iets. Ik denk dat het meer is dan dat. Het gaat ook over hoe je het vormgeeft. Ik toon heel erg vanuit de kunstenaarspraktijk en ik zie wat ik doe nog altijd heel erg als een praktijk. Ik ben nog altijd honderd procent een beeldend kunstenaar. Door die dingen nu los te koppelen van de werken waar ze ooit mee te maken hebben gehad of waarvoor ze soms zelfs zijn gemaakt, zet ik binnen die praktijk een belangrijke stap, denk ik. Het is iets waar ik zelf benieuwd naar ben: wat leveren die dingen autonoom, naakt, gestript, nog op? Hoe resistent zijn ze an sich? Want je zou net zo goed kunnen zeggen dat het werken zijn. Ze spelen wat met die dubbelheid.”

Context en wandreliëfs

Kiemen deed die visie al heel vroeg. “Die interesse is er altijd al geweest. Toen ik afstudeerde aan Sint-Lukas was dat al met objecten die tussen een kast en iets pictoraals in zaten. Het was toen niet zo expliciet of uitgesproken als nu, maar het zat er al in. Mijn interesseveld raakt gewoon heel erg aan die randgebieden waar andere disciplines tegen aanschuren.”

Eind jaren 1980 begon de context de bovenhand te nemen. “Ik maakte toen wandreliëfs die opgebouwd waren uit een soort gelaagdheid, panelen die op elkaar geplakt werden, waar een tekening met uitsparingen in zat. Er gebeurde iets ruimtelijks binnen het object. Een tentoonstelling met die werken hier in Galerie Plus-Kern in Brussel, liep heel erg goed. Alles was verkocht en ik mocht een tweede expo maken. Alleen liep ik de hele tijd te zoeken naar hoe ik de dingen zou tonen. Op een bepaald moment ben ik de achtergronden beginnen te schilderen, vlakken die dezelfde grijstonaliteit hadden als de objecten. Daardoor kreeg je een samenvloeiing van de frontaliteit en de wand. Zo zijn langzaamaan de objecten weggegaan en de wanden zich autonoom gaan manifesteren.”

“Ik heb installaties gemaakt die niet veel meer dan een witte wand waren,” lacht Richard Venlet. “Ik wou het mezelf moeilijker maken. In die periode is ook de verschuiving gebeurd van de galeriewereld naar de institutionele kant. En dat is lange tijd zo doorgegaan. Tot ik het werk langzaamaan begon in te zetten als achtergrond, als een soort drager voor een zelf gekozen samenstelling van elementen. Dan maak je zelf eigenlijk een soort tentoonstelling. CIT.CIT. in Établissement d’en face in 2005 is een heel belangrijke schakel geweest, denk ik. Omdat het een van de eerste keren was dat ik een tentoonstelling gemaakt heb die tegelijkertijd werd ingezet als een discursief platform. Dat, gecombineerd met een intieme setting, een soort display in een kelder. Dat heeft een werkmodel en een logica geïnstalleerd die me nu nog altijd bezighouden.”

Deur en dorpel

“Het is altijd interessant om een moment te hebben om iets te concluderen,” vertelt Richard Venlet. “Het schept mogelijkheden voor wat daarna komt. Daar heb ik vooral heel veel zin in. (Lacht) Nee, ik werd gewoon wat nerveus in dat archief. Ik heb er heel wat tijd doorgebracht, en dat is best interessant, maar je wordt er op de een of andere manier ook wat autistisch van. En dit is ook geen retrospectieve. Ik wil niet dat het belang van het werk in het document ligt. Ik wil deze dingen echt inzetten in functie van een ervaring, ze neerzetten alsof ze van nu zijn. Ik ben heel erg benieuwd naar hoe de bezoeker dit ervaart. Want het ís een rare expo. Je zou kunnen denken dat je naar singuliere kunstwerken kijkt, maar dat geldt voor 99% van wat hier staat niet. Het zijn dingen die normaal in de storage wachten op een statuut. Kunnen we dat wel tentoonstellen, die platen? Dat probeer ik wel te doen, ja.” (Lacht)

Maar als je het tonen toont, wat is dan de rol van de bezoeker? “Een goeie vraag,” reageert Richard Venlet, “maar wel een moeilijke.” Maar het is relevant in een omgeving waarin je besef van ruimte op zijn kop wordt gezet, waar de context subtiel maar scherp ingrijpt op wat je ziet, waar ruimtes kunnen openen op een onverwachte intimiteit, op de tijd zelf. “De toeschouwer is belangrijk voor mij, ja. Misschien staat hij bijna té centraal in mijn werk. Ik vind het interessant om hem in relatie te zetten met bepaalde momenta. Hoe werkt de circulatie? Hoe creëer je aandachtspunten? Hoe houd je de toeschouwer alert? Dat houdt me allemaal bezig, maar het komt ook redelijk intuïtief tot stand. Een tentoonstelling groeit organisch.”

1651 Richard Venlet2
© Heleen Rodiers
| Richard Venlet hertekent Bozar

'Museumruimte is te weinig uitgedaagd'

“Ik denk dat we de museumruimte de laatste honderd jaar veel te weinig hebben uitgedaagd. Daarom vond ik het ook zo interessant om mee te werken aan het wedstrijdontwerp voor Kanal dat OFFICE Kersten Geers David Van Severen en Christ & Gantenbein hebben gemaakt. Hier is op een van de muren een verschaald model van een van de ramen uit ons ontwerp te zien. Het is echt geen evidente opdracht, want je wordt in zo’n wedstrijdvraag meteen geconditioneerd. Omdat de vraagstelling al vastzit op een bepaald model. Ik denk dat wij de ambitie hadden om beeldend niet nostalgisch te zijn, maar hard. De driehoekige ramen zijn een illustratie van de radicaliteit die je zoekt binnen de voorgeformatteerde opdracht. Weerstand is dat niet. Nee, gewoon: het spannend maken." (Lacht)

"Op dat vlak mag de kunstenaar toch altijd net ietsje meer. Ikzelf ben er niet zo mee bezig, maar ik merk wel dat de architecten met wie ik werk, geïnteresseerd zijn in de vrijheidsmarge die ik kan aanbrengen. Alhoewel ik in veel van die architectuurprojecten superpragmatisch denk. Ik vind het heel interessant om na te denken over de circulatie, hoe iemand binnenkomt, hoe iemand weer naar buiten gaat… Het bepaalt ook zoveel. Als je een deur of een dorpel kan ontwerpen, dan ben je al goed bezig.”

Een ruimte van mogelijkheden

Deuren, doorgangen, kamers die je binnen- en buitengaat zijn heel aanwezig in het werk van Richard Venlet. De tentoonstellingstitel Its walls, floors, ceiling and windows komt ergens vandaan... De ruimte wordt opgerekt, een doorgang is ook een voortgang. “Een context creëren, dat is wat het werk doet. En daarom zijn deze dingen ook zo inzetbaar. Het zijn geen finaliteiten, het zijn contexten. Afgaand op wat hier staat, heb ik blijkbaar de neiging om die finaliteit de hele tijd te doorknippen, en alles te zien als een schakel om nog iets mee te doen.”

Een ruimte van mogelijkheden, een echo van wat daarna komt.

> Richard Venlet: Its walls floors, ceiling and windows
1/3 > 19/5, Bozar

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?