interview

Kenneth Mercken: van coureur tot filmregisseur

Kenneth Mercken, regisseur van de semi-autobiografische film Coureur.© Kris Dewitte

Een kraakvers Vlaams wielerseizoen ging dit weekend van start met fraaie edities van Omloop Het Nieuwsblad en Kuurne-Brussel-­Kuurne. Ook in de bioscopen wordt gekoerst en gespoten. Regisseur Kenneth Mercken verhaalt in de semi-autobiografische film ‘Coureur’ over de ondergang van een jonge wielerbelofte. “Ik fietste door de mooiste landschappen van Europa maar mijn voorband was het enige wat ik zag.”

Volgende woensdag demarreert Coureur in de bioscopen. Het semi-­autobiografisch regiedebuut van Kenneth Mercken werd eerder al opgepikt door de internationale filmfestivals van Gent, Rotterdam en Göteborg. Coureur is het portret van een jonge wielerbelofte die op het punt staat om de droom van zijn fanatieke vader waar te maken: profwielrenner worden. Hij trekt naar een semiprofessionele wielerploeg in Italië en traint, slikt, spuit, koerst er zonder achterom te kijken. Tot de droom uiteenspat. Over de authenticiteit moet u zich weinig zorgen maken. Mercken werd in 2000 nog Belgisch kampioen bij de elite zonder contract, maar botste tijdens een Italiaans avontuur op zijn grens.

Waar eindigt de autobiografie en begint de fictie?
Kenneth Mercken: Ik heb daarmee geworsteld. Aanvankelijk was ik zo naïef te denken dat het makkelijker zou zijn als ik dicht bij mezelf bleef. Dat was absoluut niet zo. Het scenario vlotte pas toen ik wat meer afstand nam en er fictieve personages van maakte. Veel dingen zijn letterlijk gebeurd zoals in de film is te zien. Ik kwam in Italië aan en in plaats van mij de hand te schudden zei de ploeg­leider: jij bent te dik. Terwijl ik de winter nog nooit zo goed was doorgekomen. Ik moest meteen de weegschaal op. Als ik in twee weken tijd geen drie kilo verloor, werd een deel van mijn loon afgehouden.
De bloedtransfusie is dan weer fictie. Ik wou ze in de film voor de symboliek. De vader is te trots om naar Italië af te reizen, maar geeft via dat bloed toch een stuk van zichzelf mee.

Kenneth Mercken, regisseur van de film Coureur

Het op uw vader gebaseerde personage wordt door de bekende acteur Koen De Graeve gespeeld. Die spreekt over vadermoord, is dat niet wat overdreven?
Mercken: Dat is wat overdreven. Ik probeer niet te oordelen over mijn vader. Ik ben moeten stoppen met wielrennen toen ik te horen kreeg dat ik constant groeihormonen zou moeten gebruiken en dat een verhoogde kans op kanker inhield. Mijn vader zei in de pers dat hij die beslissing niet begreep want ‘wat stelt een kleine kans op kanker nou voor vergeleken met de kans om een grote coureur te worden’.Maar ik verwijt hem niets. Het was ook mijn droom en mijn pa heeft me gevormd tot wie ik ben. Soms was dat hard. De openingsscène is echt gebeurd: ik was stikkapot, viel van mijn fiets en lag te huilen, maar hij keek niet naar me om. Op dat moment kon ik hem wurgen. Achteraf ben ik hem daar dankbaar voor.

Een medisch probleem smoorde uw carrière als wielrenner in de kiem. Plots moest u uw leven heruitvinden. Hoe doe je dat?
Mercken: Dat is heel vreemd gegaan. Op de terugweg van het fatale gesprek met de arts heb ik in de auto beslist om naar de filmschool te gaan. Ik weet niet waarom, maar ik ben wel blij dat ik die keuze gemaakt heb. Een 9-to-5 is niets voor mij. Ik zocht een vervanging voor de adrenalinerush van het wielrennen en film is spannend.
Ik heb aan het Rits gestudeerd. Stijn Coninx was een goeie docent, maar mentoren vond ik er niet. Veel middelen waren er niet. Het heeft twee jaar geduurd voor we onze eerste echte regie-workshop kregen. Het was nogal theoretisch. Pas na mijn studie heb ik veel bijgeleerd. Tegenwoordig draaien de studenten veel meer kortfilms voor ze afstuderen, een gezonde evolutie.

De filmscholen lokken veel volk naar Brussel. Niet iedereen blijft hier nadien hangen. U wel. Waarom?
Mercken: Brussel is de stad in België die me het meest aanspreekt. Het is soms chaotisch, maar het lééft hier tenminste. Brussel verandert voortdurend en elke buurt is anders. Je kan deze stad moeilijk onder een noemer brengen en dat bevalt me.

Ik heb Brussel trouwens pas na mijn studies echt leren kennen. Wie hier op kot zit, blijft vaak rondcirkelen in een claustrofobisch kringetje. Ik heb een poos in Sint-Joost gewoond, ’s nachts was het daar erg lawaaierig, vandaag woon ik in Ukkel. Daar is het rustiger.

Coureur, een film van Kenneth Mercken
© KM
| Coureur, een film van Kenneth Mercken.

Fietst u nog?
Mercken: Na Italië had ik een dégout en heb ik een tijdlang niet meer op een fiets gezeten. Het gekke was dat ik pas tijdens een fietstochtje gemerkt heb hoe tof fietsen kan zijn. Ineens zag ik de bomen en het landschap. Daar is geen tijd voor als je koerst. Ik fietste door de mooiste landschappen van Europa, maar mijn voorband en mijn hartslagmeter waren het enige dat ik zag.

Ik doe nog steeds aan wielrennen. Voor mijn gezondheid, geest en focus moet ik sport doen. Ik kán niet zonder. Vorig jaar heb ik zelfs weer voor een continentaal team gereden. Dat was te veel van het goede. Ik kon me niet meer focussen op mijn werk: aan films werken en tussendoor aan reclamespots. Ik schrok hoe snel de obsessie het weer van me overnam. Ik ben een man van alles of niets. Ik moet leren om niet te obsessief te zijn. Ook al is wielrennen een sport die enige obsessie vereist.

Waar traint u? De stad lijkt me weinig geschikt.
Mercken: Thuis, op de rollen. Ik ben verslaafd aan Zwift, een onlinesimulator die enorm gedetailleerd is en rekening houdt met je lengte, gewicht en aerodynamische coëfficiënt. Je koerst tegen mensen uit de hele wereld. Het is virtueel, maar ik heb de indruk dat je nog dieper gaat dan in het echt. Soms lig ik op de grond te kermen. Mijn buren moeten denken dat ik gek ben (lacht). Het is een goed middel om snel in conditie te raken als je weinig tijd hebt.

Uw avatar in ‘Coureur’ slikt en spuit erop los. Los van ethische vraagstukken: is dat ook spannend?
Mercken: Zéker. Volgens mij komen er endorfines vrij als je jezelf inspuit. Gestopte heroïnejunks zouden in hun aders blijven prikken omdat de associatie hen een kick geeft. Ik heb die kick ook altijd gevoeld, zelfs al was het maar een simpele magnesiumspuit.

Ik toon in de film wat alleen ingewijden weten. We werkten met fakenaalden die in de spuit trekken, maar ik wilde ook een paar keer dat Niels (hoofdrolspeler Niels Willaerts, red.) echt in zijn aders prikte. De blik in de ogen, de angst wanneer die naald in de ader binnendringt: dat kan je niet acteren.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees ook

Nieuws uit Brussel in je mailbox?