Rebecca Zlotowski bevestigt met Grand Central

Op het gevaar af voor een flauwe plezante versleten te worden: Rebecca Zlotowski straalt. Met Grand Central, een film over een driehoeksverhouding in een kerncentrale met glansrollen voor Tahar Rahim en haar fetisjactrice Léa Seydoux, bevestigt de jonge scenarist-regisseur al het goede dat na Belle Epine over haar verteld werd. De kans is groot dat we de volgende jaren voor de betere Franse film bij de Z van Zlotowski moeten zijn.

Na een aantal flutbaantjes kan de ambitieuze, jonge, rondtrekkende Gary aan de slag in de onderhoudsploeg van een kerncentrale. Eindelijk zicht op geld, op een toekomst. Dat kernreactoren kuisen gevaarlijk werk is en de stralingsmeter permanent herinnert aan de nabijheid van de dood, neemt hij er bij.

Het gevaar komt uit een andere hoek. Aanvankelijk vrijt hij alleen maar voor het genot met Karole, de sensuele, op haar vrijheid gestelde vriendin van een collega. Eens de liefde zich moeit, is het wachten op de noodlottig afloop. Het is een verhaal dat we al eens gehoord hebben en Zlotowski is stilistisch niet de grote vernieuwer. Maar moet dat? Grand Central is energiek, met overtuiging verteld en doordrongen van liefde voor de cinema. Klassiek maar in de goede zin van het woord.

Misschien wel het belangrijkste personage is de kerncentrale. Waar heb je haar gevonden?
Rebecca Zlotowski:
Het vinden van een geschikt decor was een kopzorg. Ik ben heel vroeg beginnen zoeken. Zo'n kerncentrale laten nabouwen zou peperduur geweest zijn. In theorie kon ik doen wat ik wou. Iedereen weet hoe een commissariaat er uitziet maar haast niemand weet hoe zo'n kerncentrale er binnenin uitziet. Maar ik vind dat je iets reëels moet tonen en niet iets gefantaseerd zodra je de deur open zet naar een verborgen wereld. Ik was wel dus heel blij toen we in Oostenrijk een centrale vonden die nooit in gebruik genomen is en waar we zowaar mochten filmen. Het is een spectaculair decor. Zo'n geheime, verboden wereld mogen filmen is ontegensprekelijk opwindend. Maar het was geen doel op zich. Ik ben minder in het decor geïnteresseerd dan in de mensen die de verborgen wereld bevolken.

Dat begrijp ik maar het milieu heeft hier toch duidelijk een grote invloed op de mensen. De kerncentrale is meer dan decor.
Zlotowski:
Het is geen gewone fabriek. Zo'n kerncentrale is niet vrijblijvend. Het gaat om meer dan edelmoedigheid, die arbeiders hebben elkaar écht nodig. Wanneer Olivier Gourmet Tahar Rahim uitlegt dat hij geen solist kan zijn, dan is dat niet Vader Beer die vol goede bedoelingen die nieuweling uitlegt hoe hij zich moet gedragen. Hij spelt hem de les omdat zijn eigen leven in gevaar is als de nieuweling geen ploegspeler wil zijn. Door de straling, door de aanwezigheid van groot gevaar, gaan mensen anders met elkaar om. De solidariteit onder die mannen moet sterk zijn. Het is meer dan de camaraderie die destijds bezongen werd in het poëtisch realisme van de Franse film.

Maar Grand Central brengt films als La bête humaine van Renoir wel in herinnering.
Zlotowski:
Grand Central is geen pastiche. De link werd pas na de start van het project duidelijk. Sommige regisseurs vertrekken van een genre en deconstrueren het vervolgens maar zo werk ik helemaal niet. Ik vertrek van een personage, een milieu, een verhaal en geleidelijk aan zal de film zijn vorm, zijn genre wel vinden. Voor zover je op Grand Central een genre kan kleven.

Wel laaf ik me onderweg aan beelden en scènes die al gemaakt zijn en die zo sterk zijn dat het maar gek zou zijn om ze niet opnieuw te bekijken. Dus ja, ik heb La Bête Humaine en de grote drama's van Renoir over passie en driften in arbeidersmilieus bestudeerd. Ik ben dol op het prachtig contrast tussen de heel precieze, van expertise getuigende handelingen van de vakmannen en de overrompelende liefde.

Ik verberg mijn bronnen niet. Manda is genoemd naar het personage van Serge Reggiani in Casque d'Or van Jacques Becker. De rivaal in mijn film heet Toni zoals het hoofdpersonage in Toni van Jean Renoir. Ik ben voor helderheid. Maar we zijn die grote figuren onderweg toevallig tegengekomen. Ze stonden niet mee aan de start. De bedoeling was echt wel om het over het hier en nu te hebben. Alleen reactiveren we figuren die ooit bestaan hebben, door het over het hier en nu te hebben.

Als je dan toch je bronnen niet verbergt ... Grand Central heeft ook iets van een western. Ook de Amerikaanse cinema inspireert je?
Zlotowski:
Ik ben gek op The Gypsy Moths, een weinig bekende film van John Frankenheimer uit 1969 die me was aangeraden. Burt Lancaster speelt een parachutist die leeft van luchtspektakels die hij met wat collega's opvoert in provinciesteden. Zie je de link met mijn arbeiders die van kerncentrale naar kerncentrale trekken om er gevaarlijk, verontrustend werk te verrichten?

In een van die dorpen wordt Lancaster verliefd op de gelukkig getrouwde vrouw die hen logeert: Deborah Kerr. Ze hebben een affaire, vrijen op de gelijkvloer terwijl de man boven ligt te slapen.
En toch choqueert dat niet. Lancaster vraagt Kerr of zoiets vaak gebeurd. Zij antwoordt dat het gebeurt. Ik heb die dialoog overgenomen. Ook al weet ik nog steeds niet wat ze precies bedoelt. Ik begrijp dat ze een geheim heeft. Dat ze haar reden heeft. Dat ze geniet. Zeker in het begin is het verlangen en het seksueel genot groot. In het begin draait het simpelweg enkel om seks. De problemen ontstaan pas wanneer de liefde zich moeit. Dat zit ook in Grand Central.

In debuut Belle Epine sla je een mannenwereld, motards, van op een veilige afstand gade. Dit keer neem je met de camera plaats tussen de mannen. Durf je meer?
Zlotowski:
Ik nam het mezelf een beetje kwalijk dat ik in Belle Epine de motards van op afstand film. Nu film ik de mannenwereld wel van binnenuit. Maar Grand Central gaat niet exclusief over mannen. Hun baas is een vrouw. En het personage van Léa Seydoux staat op het voorplan.

Het is opwindend om als vrouw de kleedkamer van de mannen binnen te geraken. Daar worden we normaal niet getolereerd. Maar ik maak geen groot onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke personages. Ze zijn me allen even vreemd en vertrouwd. Léa Seydoux is niet mijn alter ego!

Als je naar verschillen tussen acteurs peilt, dan zou ik zeggen dat leeftijd meer verschil uitmaakt dan geslacht. Het was de eerste keer dat ik volwassenen regisseerde en dan nog mensen van het kaliber van Olivier Gourmet. In Belle Epine stond ik meer aan het hoofd van een vakantiekamp voor adolescenten. Niet dat er problemen waren. Het waren allen uitstekende acteurs mét de goesting om er het beste van te maken.

Zo mogelijk nog moeilijker dan een eerste film maken, is bevestigen. Grand Central zat in de officiële van Cannes. Ben je nu vertrokken?
Zlotowski:
En waar mag ik dan wel voor vertrokken zijn? Ik zie films maken niet als een carrière. Ik moet natuurlijk mijn brood verdienen. Het zou vervelend zijn als ik niet langer films mag maken. Ik zou iets anders moeten vinden en het zou zeer moeilijk zijn om werk te vinden dat me even blij en gelukkig maakt. Misschien dat ik aan de bak zou kunnen komen als scenariste. Ik schrijf ook voor anderen. Toch weiger ik in carrière-termen te denken. Ik zie geen verworvenheden. Volgens mij kan je je ervaring niet kapitaliseren. Een eventuele volgende film zal ik me opnieuw dezelfde vragen stellen, dezelfde angsten doorstaan, dezelfde kop hebben de dag van de eerste voorstelling. Ik geloof geen regisseurs die zeggen dat ze gewonnen spel hebben en dat ze voortaan meesterwerken bij de vleet zullen maken. Dat lijkt me gruwelijk. Je moet een beetje ongelukkig zijn om verder te willen doen.

Fijn dat je wil reageren. Wie reageert, gaat akkoord met onze huisregels. Hoe reageren via Disqus? Een woordje uitleg.
Lees meer over
BRUZZ Magazine
deze week
  • De nieuwe Nederlandstalige parlementsleden
  • Johan Leman: 'Het signaal van de kiezer is niet zo duidelijk als sommigen beweren'
  • Het nieuwe samenwonen: een balzaal, biljarttafel en een kookeiland van 7 meter
  • Hier vind je BRUZZ in de stad
  • Archief
deze week
  • The Graduates: musicalsterren van morgen
  • Fête de la Musique: Yôkaï's voodoo jazz
  • Stéphane Mandelbaum: l'enfant maudit de l'art brut
  • BRUZZ in the city
  • Archief
Neem een abonnement